Toch is er verwachting voor jongeren
Verslag minisymposium
Naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van de heer J. H. Mauritz, directeur van de Jeugdbond, wordt een minisymposium gehouden. Tijdens het welkomstwoord van deze bijeenkomst licht de heer P. Eikelboom het programma toe: bij de samenstelling ervan heeft de jubileumcommissie de heer Mauritz een dienst bewezen door zich niet op zijn persoon, maar op zijn werk te richten. Tijdens de bijeenkomst zal het thema ontvouwd worden: hoe rusten we jongeren toe zodat zij trouw aan Schrift en belijdenis de confrontatie met de maatschappij ook in de 21ste eeuw aan kunnen en willen gaan?
Als op de mooie zaterdagmiddag van 1 mei de Petruskerk van Woerden langzaam volstroomt, speelt het Ensemble 'Sjosjanim' de Symfonie in G van W. A. Mozart. Tussen al de genodigden komt ook de familie Mauritz binnenlopen en krijgt een plaats voorin de kerk toegewezen.
Namens de jubileumcommissie, maar ook namens de jubilaris, zijn echtgenote, hun gezin, verdere familie en vrienden, heet de heer P. Eikelboom alle genodigden hartelijk welkom. Het Ensemble 'Sjosjanim', de dirigent A. van Putten, de organist Gerben Mourik en de sprekers van deze middag, worden verwelkomt. De sprekers zijn: ds. P. Mulder, predikant te Capelle a/d Ijssel en hoofdredacteur van Daniël, de heer D. Vogelaar, voorzitter van de Centrale Directie van de Reformatorische Scholengemeenschap Pieter Zandt en de heer W. Visser, secretaris van het Deputaatschap tot behartiging van de landelijke bonden en verenigingen en directeur van de Eliëzerschool, school voor speciaalbasisonderwijs.
De eerste samenzang is uit Psalm 1 38:1: k Zal met mijn ganse hart Uw eer vermelden, HEER', U dank bewijzen. Ds. B. van der Heiden opent door Psalm 72 te lezen. Hij besluit zijn gebed met de wens: Dat de grondtoon van ons samenzijn mag zijn: iet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam alleen geef d' eer." Psalm 108 vers 1 en 2 zingen we onder begeleiding van het Ensemble 'Sjosjanim'. Het is even wennen om goed op de aanwijzingen van de dirigent te letten, maar het klinkt heel mooi als er gezongen wordt: Mijn hart, o Hemelmajesteit, Is tot Uw dienst en lof bereid; ' en het vers: Ik zal, o HEER', Uw wonderdaan, Uw roem den volken doen verstaan'.
Ds. P. Mulder krijgt gelegenheid zijn lezing uit te spreken. Het is een lezing waarin hij veel onder de aandacht brengt.
De vraagstelling luidt: Hoe benaderen we in het jeugdwerk jongeren van de volgende eeuw zodanig dat zij zich verbonden blijven voelen aan de gereformeerde traditie en tegelijkertijd toegerust worden om actief te participeren in de maatschappij? Bij het nadenken over deze thematiek gaat ds. Mulder op vier hoofdpunten in:
7. de wereld waarin onze jongeren opgroeien
Onze jongeren groeien op in een samenleving waarin zich een ontzaglijk secularisatieproces heeft voltrokken. Ds. Mulder zet uiteen wat dit in deze samenleving heeft uitgewerkt. Ook in de gezinnen, in de kerk en binnen de reformatorische schoolwereld is de invloed van de postchristelijke tijd op indringende wijze merkbaar. Intussen hebben wij nog de ruimte om onze roeping te vervullen in gezin en gemeente, op school en in de breedte van de samenleving.
2. kernpunten uit de belijdenis
Ds. Mulder gaat in op een aantal punten uit de gereformeerde belijdenis die ook in onze tijd kernpunten zijn. Hij behandelt de volgende zeven punten: de soevereiniteit Gods, het scheppingsdoel: Gods eer, de absolute doodstaat van de mens van nature, de puurheid van de genade, de realiteit van God en Zijn boodschap, de noodzaak en echte kenmerken van het werk van de Heilige Geest, de eenheid van leer en leven. De spreker onderstreept de noodzaak van een blijvende overdracht van de kern van het gereformeerd belijden. Dan wordt opgeroeid tegen de stroom van de tijdgeest, maar de eis van de Heere blijft dezelfde.
3. knelpunten bij de overdracht
Onze jongeren zijn met ons van nature in zonden ontvangen en geboren en kunnen in het rijk Gods niet komen tenzij de nieuwe geboorte plaats heeft. Er is de bijbelse opdracht van opvoeding en vorming; daarbij wordt gewerkt met 'stenen harten'. Maar er mag ook de verwachting van vrucht zijn. De God des verbonds laat het Ezechië! (36:26) zeggen: Ik zal het stenen hart uit uw binnenste wegnemen en zal u een vlesen hart geven'. Zulke wonderen werkt de Heere Zelf naar Zijn welbehagen in de weg van het gebruik van de middelen. Dan worden zondaren aan zichzelf ontdekt en werkt de Heilige Geest behoefte aan Christus.
Besproken wordt een aantal bijzondere knelpunten bij de overdracht in onze tijd. Een belangrijk punt hieruit is: het concentratievermogen. Vooral het luisteren staat onder grote spanning. Ook in een kijk-en beeldcultuur gaat het om het gehoorzaam luisteren naar het 'alzo spreekt de Heere'.
4. strategie voor het jeugdwerk
In het jeugdwerk staat de eer van God en het heil van zielen voorop, jongeren van nu moeten straks hun plaatsen innemen in kerk en samenleving, in gezin en school. Door middel van het jeugdwerk kunnen hen kennis en vaardigheden aangereikt worden.
Het behandelen van gedeelten uit de Bijbel blijft hoofdzaak in het jeugdwerk. Van hieruit moeten de lijnen getrokken worden naar de persoonlijke verhouding tegenover de Heere, naar dogmatiek en ethiek. Voor gevaren van oppervlakkig geloof en werelds leven moet gewaarschuwd worden. Wonderen van de Heilige Geest zijn nodig; dat moet benadrukt. Vooral de echtheid van een leven in de vreze des Heeren moet doorklinken.
Voor de vormgeving van het jeugdwerk geeft ds. Mulder een aantal concrete aandachtspunten. Een punt eruit is: afstemming tussen catechese en de verschillende delen van het jeugdwerk is nuttig. Eveneens is het nodig kennis te nemen van wat in het reformatorisch onderwijs gedaan wordt aan dogmatiek, ethiek en toerusting.
Tenslotte
Ds. Mulder besluit zijn lezing met de volgende woorden:
"De Heere laat onder ons nog Zijn Woord en (de tekenen van) Zijn verbond. Daarom is er verwachting voor de nakomelingen. Het gebed is het geheim en het wapen van Gods Kerk. Laten we Woord en gebed dan mogen gebruiken. Zo zegene de Heere ons kerkelijk jeugdwerk ook in de 21ste eeuw. De Heilige Geest woont in, bidt met en werkt temidden van de gemeente. Zo zal het welbehagen des Vaders door Christus' hand gelukkig voortgaan. Totdat de volkomenheid van Zijn rijk zal aanbreken. En temidden van en dwars door de geestelijke donkerheid der tijden is die Toekomst zeker.
Zijn naam en roem zal eeuwig groeien; Ook zal eeuw in, eeuw uit, Het nageslacht Zijn grootheid zingen, Zolang het zonlicht schijn'. Hun zal een schat van zegeningen, In Hem, ten erfdeel zijn."
Terwijl de lezing van ds. Mulder nog overdacht wordt, wordt er geluisterd naar een muzikaal intermezzo door het Ensemble 'Sjosjanim'. Er wordt gespeeld: Wohl Mir dass Ich jesum Habe van j. S. Bach. Deze bijdrage wordt ook bijzonder gewaardeerd. De heer D. Vogelaar geeft een reactie op de lezing van ds. Mulder. Hij heeft behoefte te nuanceren, maar BBfiHSSES& KSHSSSSS veel vaker te onderstrepen en te activeren. Hij geeft zijn reactie, vanuit het onderwijs, op drie citaten.
Eerste citaat: In het algemeen is onze jeugd zeer divers en groeit onder heel verschillende omstandigheden op. Sommigen leven in een bijbels getoonzet milieu; anderen in een milieu waarin moderne media, met heel het leefpatroon van sport, moderne muziek en hedendaagse opvattingen een grote plaats innemen. En er zijn er die eigenlijk in beide milieus tegelijk leven.
Reactie: De diversiteit is veel groter dan de driedeling doet vermoeden. De ene refo onderscheidt zich weer van de andere. Door deze onderscheiding is voor jongeren identificatie mogelijk. De invloed van de peergroup wordt hierbij onderschat. De invloed van leeftijdgenoten op kleding, keuze van muziek en uitgaansleven zou wel eens de grootste en meest diepgaande kunnen zijn. Deze peergroup komen jongeren tegen op school, maar ook op de jeugdvereniging.
Tweede citaat: Het gezin is ook onder ons in de regel nogal open van karakter, zodat er veel invloeden
van de omgeving naar binnen komen.
Reactie: De openheid van onze gezinnen is groter geworden, maar dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Soms lijkt het gezin op een open stad, waar alles binnengelaten wordt (de tv als aanjager). Er kan ook sprake zijn van ongezonde geslotenheid, het kwaad mag niet naar buiten (bijvoorbeeld bij incest). Helaas is er te vaak geslotenheid met betrekking tot het bespreekbaar maken van de vragen van jongeren. Ook hierin kan de jeugdvereniging een rol spelen. Derde citaat: De meesten van onze jongeren volgen onderwijs binnen de reformatorische schoolwereld. Indringende kennismaking met interkerkelijkheid en soms ook met evangelische invloeden laat juist een belangstellend en beïnvloedbaar deel van onze jeugd niet onberoerd. Reactie: In de zin 'soms ook met evangelische invloeden', kan 'soms' weggelaten worden. Deze invloeden zijn breed en niet zo weinig en we kunnen ze zien als de onbetaalde rekening van de kerk. Tenslotte sluit de heer Vogelaar zich aan bij het slot van de lezing van ds. Mulder: de toekomst is uiteindelijk Gods toekomst.
De heer W. Visser geeft een reactie op de lezing van ds. Mulder vanuit de kerk.
Aangrijpend is het tijdsbeeld wat ds. Mulder ons schetste. Door het openmaken van de wereld worden jongeren met veel geconfronteerd. Dit werkt een kritische geest bij jongeren. Aangrijpender is het dat er kortsluiting zichtbaar is naar de boodschap vanuit Gods Woord. We horen vaak: 'Bewijst u eens dat God er is', in plaats van de vraag: 'Hoe krijg ik deel aan een genadig God? '
Jongeren staan in een voorhoedepositie. Zij kunnen met vragen lopen die zelden aan de orde gesteld worden. Het gevaar is er dat wij over hen praten, vanuit een confrontatiemodel, zonder met hen te praten. Dan hebben wij onze antwoorden klaar en weten wij alles, ook over traditie met een kleine t. Wat spreken we veel en snel, voordat zij uitgesproken zijn. Niet zelden overschreeuwen zij dan en tiranniseren zelfs.
Jongeren zijn een belangrijk deel van de gemeente. Mogen zij niet ervaren dat er in catechese, prediking en huisbezoek geworsteld wordt met hun vragen?
De toekomst is hun toekomst. Geven wij nog perspectief aan jongeren? Zij zoeken waarachtigheid van het geloofsleven.
In 1 Samuël 3:1 staat: en het woord des Heeren was dierbaar in die dagen'. Het was formeel, de verborgen omgang met God werd gemist. Eli ging uit van het uiterlijke bij Hanna en ging niet met haar in gesprek. Christus deed dit wel, zie bijvoorbeeld in johannes 3, 4 en 5. Is in onze tijd alles geesteloos geworden? Is er geen schreeuwend gebrek aan de werking van Gods Geest? Er zijn ambtsdragers en jeugdwerkers nodig die werken vanuit een innerlijke verhouding met Christus.
Wie heeft lust den Heere te vrezen, 't Allerhoogst en eeuwig goed? Het mag ons gebed wel zijn: doorwaai de hof van onze gemeente, maar ook ons hart, tot Uw eer, tot hun zaligheid.
Na deze indringende woorden van de heer Visser, zingen we samen Psalm 27:7:
Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven Mijn ziel Cods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
Felicitatie
Ds. j. Driessen nodigt de heer Mauritz uit op het podium te komen. Hij feliciteert hem en beschrijft hierbij de positieve manier waarop de heer Mauritz in zijn werk staat. Hierna richt ds. Driessen zich tot mevrouw Mauritz. Ook haar feliciteert hij en bedankt haar voor haar inzet.
Overhandiging
De jubileumcommissie wil de jubilaris een cadeau geven dat inhoudelijk is en blijvende waarde heeft. De heer Eikelboom legt uit dat het een boek is geworden dat aansluit bij de vraagstelling van deze middag. Hij onthult de titel: 'Confrontatie in perspectief'. In dit boek staan bijdragen van verschillende scribenten die een blijvende bezinning vragen met betrekking tot jongeren in kerk en samenleving.
Dankwoord
De heer Mauritz krijgt gelegenheid om te spreken: 'Ik ben er gewoon een beetje stil van dat wij hier deze middag zo bij elkaar mogen zijn.' Hij bedankt voor het boek, hij bedankt de jubileumcommissie en de sprekers. 'Sjosjanim, fijn dat jullie er zijn deze middag'. De heer Mauritz isnog betrokken geweest bij de oprichting ervan.
Nu richt hij zich tot zijn vrouw en kinderen: "Mijn stabiele factor, mijn vrouw. Was zij er niet geweest, dan had ik dit werk niet zo kunnen doen. Mijn gezin bedankt zoals jullie om mij heen staan."
De heer Mauritz vertelt hoe Melanchton eens gesterkt werd toen hij kinderen hoorde spreken uit de Bijbel en de catechismus. "Hij heeft uit de mond van kinderen, en ik wil vanmiddag ook zeggen van jongeren, sterkte gegrondvest. Ik hoop dat we uit dat vertrouwen ons werk voort mogen zetten."
Sluiting
Aan het einde van het minisymposium gaat ds. Driessen voor in gebed. Hierna zingen wij staande, onder begeleiding van 'Sjosjanim', Psalm 72:3 en 11:
Zij zullen U eerbiedig vrezen, Zolang er zon of maan Bij 't nageslacht ten licht zal wezen, En op-en ondergaan.
Na de sluiting is er gelegenheid om de heer en mevrouw Mauritz in gebouw 'Concordia' te feliciteren. Hier wordt door heel veel mensen gebruik van gemaakt. Tot het einde van de receptie staan er mensen in de rij om hen de hand te drukken. De mensen van de Jeugdbond hebben alles goed geregeld waardoor
het geheel in goede banen wordt geleid. In gebouw 'Concordia' kan men eerst gaan zitten en later feliciteren, er is ook de mogelijkheid in de Petruskerk te blijven en daar nog te luisteren naar het uitleidend spel van 'Sjosjanim' en daarna naar orgelspel. Ook hiervan wordt gebruik gemaakt. De jubileumcommissie verdient waardering voor de wijze waarop aan dit jubileum aandacht is gegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1999
Daniel | 36 Pagina's