De persoonlijke contacten met jongeren, dat is het mooiste van het jeugdwerk
25 jaar jeugdwerker
De heer Mouritz en het jeugdwerk. Na vijfentwintig jaar zijn ze bijna niet meer van elkaar weg te denken: als je jeugdwerk zegt, denk je aan Mauritz. Noem je de naam van Mauritz, dan gaat het meestal over het jeugdwerk. Kortom: ze horen bij elkaar. Wat het betekent om zolang intensief bij het jeugdwerk betrokken te zijn, vertelden de heer en mevrouw Mauritz ons. In Kamerik kregen we een gastvrij onthaal, zoals zo velen voor ons dat ervaren hebben.
Zaterdag 1 mei is het 25 jaar geleden dat collega j. H. Mauritz benoemd werd als jeugdwerkadviseur bij de j8GG. Ter gelegenheid hiervan wordt hem op die dag een mini-symposium aangeboden in de Petruskerk in Woerden. Na afloop is een receptie om de jubilaris te feliciteren. Niet iedereen die bij het jeugdwerk betrokken is, konden we hiervoor uitnodigen, maar een schriftelijke of telefonische felicitatie kan natuurlijk ook.
Van boekwinkel naar jeugdwerkadviseur
Als eerste vroegen we de heer en mevrouw Mauritz hoe ze vijfentwintig jaar geleden bij het jeugdwerk betrokken zijn geraakt.
De heer Mauritz: Het begin ligt in het bestuur van de JeV van Opheusden. Vandaar maakte ik de stap naar het districtsbestuur. Toen ik in militaire dienst zat, verzorgde ik vanuit de kazerne in 't Harde het districtssecretariaat. Eenmaal getrouwd, woonden we in Maarssen en dachten we: 'Nou, nu is het voorbij, hè.' Dominee Driessen, toen nog mijnheer Driessen en secretaris van de jeugdbond was de oorzaak van de volgende stap: 'jij moet maar eens wat doen.' Zo kwam ik in de redactie van "Daniël". En van het een kwam het ander; eerst de commissie Zomerkampen en toen het bondsbestuur.
Intussen werkte ik in een wetenschappelijke boekhandel in Utrecht. Ik kreeg echter moeite in het boekenvak: de literatuur waar ik niet achter stond, folders voor abortus die verspreid werden in de winkel... Maar goed, wat moet je? En ik had net de vakdiploma's voor de boekhandel en de uitgeverij behaald. Mevrouw Mauritz: je deed het ook graag, die boeken.
De heer Mauritz: In die tijd - het was 1974 - was er bij de Jeugdbond een tweede jeugdwerkadviseur nodig. Ik heb toen gesolliciteerd en werd aangenomen. 't Was wel een spannende tijd, want ik kreeg juist toen een andere aantrekkelijke aanbieding in het boekenvak.
Mevrouw Mauritz: De betrokkenheid bij jongeren gaf de doorslag. Het werd de jeugdbond en we hebben toen nooit kunnen denken dat je er zo lang zou blijven.
De heer Mauritz: Het jeugdwerk had toen mijn hart al. Voor mij was het op dat moment een mogelijkheid om meer inhoudelijk werk te doen. Ik had niet gedacht dat het een levenstaak zou worden.
Als je begint aan een nieuwe taak, staat je meestal een beeld voor ogen van wat er te doen staat. Welke verwachtingen had u destijds?
Eén ding was voor mij duidelijk: ik zou met name voor de +16-jeV's gaan werken. Van meet af aan was ik er van overtuigd dat je dit werk alleen kunt doen in afhankelijkheid van de Heere. Ik weet nog dat ds. A. Hofman (toen deputaat jeugdzorg) mij tijdens het sollicitatiegesprek vroeg naar mijn motivatie. Ik weet niet meer wat ik toen geantwoord heb, maar ik weet nog wel dat hij zei: 'je moet het maar van de Heere verwachten!' Dat heeft me toen wel bemoedigd. Ik hoopte dat het jeugdwerk dienstbaar mocht zijn voor de jongeren van de gemeenten. In de
eerste tien jaar van mijn loopbaan ben ik vooral veel op pad geweest - drie avonden per week het land in, 'k heb zo heel wat kilometers gereden. Mevrouw Mauritz vult aan: 't Was wel een drukke tijd. Ik heb toen vaak gedacht misschien wordt het straks wat rustiger...
Golfbewegingen
Er is in 25 jaar heel wat veranderd in het jeugdwerk. Hoe heeft u deze ontwikkelingen beleefd? Wat kunt u bijvoorbeeld zeggen over de betrokkenheid van de jongeren bij het jeugdwerk? Is deze toegenomen?
De heer Mauritz: Er zijn altijd golfbewegingen. Het was wel zo dat de mensen die toen het werk droegen, sterk gemotiveerd waren. Ze waren vaak ook een langere periode bij het jeugdwerk betrokken. Nü is alles wat vluchtiger en zijn leidinggevenden en jongeren vaak korter actief in het jeugdwerk. Hoewel er gelukkig ook nu nog heel wat voorzitters en leidinggevenden zijn die al jaren meedraaien! Hierbij speelt ook mee dat er naast het jeugdwerk allerlei andere activiteiten gekomen zijn. In die eerste jaren werd er vanuit de Jeugdbond veel aan kaderwerk gedaan, 'k Heb heel wat cursussen gegeven over: hoe maak je een inleiding, hoe vul je een JeV-avond, hoe maak je een jaarprogramma? Nu hebben veel jongeren deze kennis al wel. Toch geloof ik niet dat de jongeren nu minder wezenlijk bij het jeugdwerk betrokken zijn. Het aantal jongeren dat actief betrokken is, is zelfs flink gegroeid. 19 di
Belangrijk vind ik dat het kerkelijk jeugdwerk jongeren bindt aan hun kerkelijke gemeente. Ik denk dat de jongeren van vandaag bewuster bij de eigen gemeente betrokken zijn dan 25 jaar geleden. Toen vertrokken nogal wat jongeren, met name studenten. Ik
denk dat het jeugdwerk hier positief gewerkt heeft. Het onderlinge contact tussen de verenigingen, de vriendschap tussen jongeren is gegroeid. Daar hebben ook het districtswerk, het kampwerk en de jongerenconferenties een positieve bijdrage aan geleverd. Ik denk ook dat de acceptatie van het jeugdwerk breder is geworden. Dat wil intussen niet zeggen dat we er nu zijn. 't Is net als bij het reformatorische onderwijs; als ouders er vanuit gaan: "Dat doen ze wel op school", dan is er echt iets mis. Dan schuiven we onze verantwoordelijkheid voor de opvoeding van ons af. Dat moet niet! Dat geldt ook voor het jeugdwerk: de betrokkenheid moet blijven. We zijn er niet mee klaar dat er een jeV is. De vraag is: zijn jongeren er bij betrokken? Mag het iets voor hen betekenen? De noodzaak van het gebed blijft.
Mevrouw Mauritz geeft aan dat zij in de begintijd sterker bij het jeugdwerk betrokken was: De contacten zijn nu minder persoonlijk geworden, je overziet niet meer alles. Vroeger waren er veel vergaderingen bij ons thuis. Alle mensen waar je mee samenwerkte vormden tegelijkertijd een vriendenkring.
Dit wordt door de heer Mauritz beaamd: De uitvoering van het jeugdwerk gebeurt nu meer vanuit het Bondscentrum. je kent ook niet meer iedereen persoonlijk, hoewel ik nog wel probeer bij alle activiteiten van de jeugdbond betrokken te zijn.
Jeugdwerk en het gezin
Het gezin en de jeugdbond: denkt u dan aan? waar
Mevrouw Mauritz: Ons huwelijk is verweven met de jeugdbond. Er kwamen altijd veel jongeren over de vloer. Veel dingen hebben zich thuis afgespeeld. Wat er bij de Jeugdbond gebeurde, was hier vaak onderwerp van gesprek. Het jaar 1981 springt er wat dat betreft voor beiden uit. Het was het jaar waarin het 50-jarig jubileum van de Jeugdbond gevierd werd in de Westerkerk in Utrecht. Vanwege het overlijden van ds. A. Vergunst werd de bijeenkomst uitgesteld.
Mevrouw Mauritz: Ik was toen in verwachting van onze zesde. Mijn man is toen met de kraamverzorgster naar de bijeenkomst geweest. Ze waren gelukkig op tijd terug voor de bevalling! De heer Mauritz: Voor de jubileumbijeenkomst moest het boek "k Zal gedenken" verschijnen. Kort daarvoor overleed ook ouderling Saarberg uit Utrecht die evenals ds. Vergunst aan ons jubileumboek had meegewerkt. In dat zelfde jaar moest ds. H. Rijksen, oud-voorzitter en hoofdredacteur van "Daniël" z'n ambt neerleggen. Het was heel moeilijk allemaal. De uitgave van het jubileumboek heeft mede daardoor heel wat spanningen met zich meegebracht.
Heeft u nooit momenten gehad waarop u dacht: 'Ik stop ermee'?
De heer Mauritz: Jawel, bij teleurstellingen, moeilijke dingen. Mevrouw Mauritz: Als je het door de i-werkdruk nauwelijks meer aankon. Op een jubileumbijeenkomst in 1981 heeft de heer Mauritz gesproken over het thema 'Een handvol koren'.
De heer Mauritz: Dit thema uit Psalm 72 is altijd weer mijn drijfveer voor het jeugdwerk geweest. Het jeugdwerk stond in onze gemeenten wel eens teveel aan de rand. Er waren mensen die dachten dat het een hobby was van
een aantal jeugdwerkmensen. Op moeilijke momenten heeft het mij bemoedigd dat er in Psalm 72 staat dat iets wat klein is, toch vruchten kan dragen. Omdat de Heere het beloofd heeft! Wat voor ons vaak niet meetelt: een handvol koren, daarvan zegt de dichter dat de vrucht daaivan zal ruisen als de wouden van de Libanon. Zo heeft de Heere me wel eens laten zien dat het zaad Hem dienen zal. Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vrezen. De Heere gaat door met Zijn werk, met name onder jongeren. Het mooie in het jeugdwerk is ook dat het generaties overspant.
19 De kinderen van het gezin hebben de 'band' met de Jeugdbond niet negatief eivaren, eerder positief: 'Ze gingen vaak mee naar bondsdagen en bijeenkomsten, er ontstonden contacten en vriendschappen...' In het gezin gaf het jeugdwerk aanleiding tot gesprekken over de Heere en Zijn dienst. Mevrouw Mauritz: Het gaf heel veel drukte, maar je kreeg er ook veel voor terug. Ik kreeg soms spontaan hulp van een jongere die kwam helpen in ons drukke gezin. De persoonlijke contacten met jongeren zijn het mooiste van het jeugdwerk. Vooral als je mag merken dat het Woord iets heeft uitgewerkt.
Als man en vrouw
Al met al slaat de weegschaal bij beiden door naar het positieve. Ondanks de druk die het vaak op het gezin legde, bracht het werk van de heer Mauritz ook veel goede dingen, 'Als je vrouw er niet achter staat, kun je dit werk niet doen', is de vaste overtuiging van de heer Mauritz. Mevrouw Mauritz: Als je zelf oudere kinderen krijgt, ga je de waarde van het jeugdwerk pas goed zien. Voor onze kinderen is het jeugdwerk van betekenis geweest. Ook van andere ouders hoor je dat. Het is toch een middel om je kinderen erbij te houden. De heer Mauritz: Het jeugdwerk kan in het verlengde van het gezin een belangrijke functie hebben. Daar waar het in het gezin soms vastloopt, kan het jeugdwerk openingen bieden door onderlinge contacten van jongeren en gesprekken met leidinggevenden.
De heer Mauritz heeft in de afgelopen 25 jaar heel wat keren op de voorgrond gestaan. Zijn vrouw functioneerde daarentegen meer op de achtergrond. Hoe was de rol van 'moeder Jannie', zoals de heer Mauritz haar noemt? Hij: zij is de stabiele factor op
de achtergrond. En er mag ook wel gezegd worden dat zij zich heel wat keren heeft moeten wegcijferen terwille van mijn werk. Zijn er dingen waar "moeder Jannie" heel sterk bij betrokken is geweest? Over deze vraag moet mevrouw Mauritz even nadenken. Titels van boekjes, onderwerpen voor conferenties... daar denk je in mee, ja. Toen het gezin nog wat kleiner was, hebben we samen verschillende zomerkampen geleid. Later ging dat moeilijker.' Inmiddels zijn de kinderen ouder en zo is mevrouw Mauritz onlangs weer mee geweest naar een jongerenconferentie in Doornspijk. Voor de heer Mauritz is de belangrijkste bijdrage van zijn vrouw haar steun geweest: 'Weten dat er iemand achter je staat.'
Mevrouw Mauritz, kunt u zeggen dat 25 jaar jeugdwerk uw man veranderd heeft?
Nee... eigenlijk niet. Het verwondert me steeds weer dat hij altijd weer enthousiast kan zijn. Bijzonder vind ik dat. De liefde voor het jeugdwerk is gebleven. Ik heb wel eens gezegd: 'Het lijkt wel of je niet weg mag.
De heer Mauritz: Doordat je ouder wordt, word je milder bij moeilijke zaken, je kunt je beter inleven dat mensen op bepaalde momenten ergens moeite mee hebben. Je kunt je bepaalde vragen beter voorstellen. Door je positie ben je wel kwetsbaar, je ben niet alleen jan Mauritz, nee, je staat altijd ergens bij. Men verbindt je vaak automatisch met de jeugdbond. Mevrouw Mauritz: Je bent het door de jaren heen ook niet echt gemakkelijker gaan doen. Je staat nog steeds onder spanning als je een lezing moet houden.
De heer Mauritz (lachend): Jij zou weieens willen dat ik het gemakkelijker deed.
Naar een professionele organisatie
De JBGC is een professionele organisatie geworden. Toen de heer Mauritz als jeugdwerkadviseur begon, had hij geen duidelijke verwachtingen van zijn toekomstige taak. Intussen heeft het jeugdwerk door de jaren heen een flinke groei doorgemaakt. We vroegen de heer Mauritz hoe hij daar zelf tegen aan kijkt.
De Heere heeft het zo geleid. Het werk is natuurlijk gegroeid, maar ik heb niet het gevoel dat ik het gedaan heb. De basis is gelegd door de eerste jeugdwerkadviseur (ds.) M. Golverdingen en daarna J. Bakker. Op wat zij tot stand hadden gebracht mocht ik voortbouwen. Ik had ook nog niet zoveel in te brengen en was nog maar net begonnen aan de part-time opleiding van de G.S.A. Ik moest mijn weg zien te vinden in verschillende com-
missies, zoals kadervorming, Salvo (later Mivo), de +16-bondsdag, enzovoort. Met collega J. Leune heb ik aan de uitbouw mogen meewerken.
Er staat wat mij betreft vandaag geen punt achter het jeugdwerk. Dit werk is vandaag meer nodig dan ooit. Er zijn meer alternatieven. De wereld is veel opener geworden, de informatie-
stroom is de afgelopen decennia sterk toegenomen. De Jeugdbond moet daar op inspelen. Dat betekent steeds weer zoeken naar een nieuwe aanpak om jongeren te bereiken. Ik ervaar het als heel pijnlijk dat zoveel jongeren zaterdagavonden in (refo-)café's doorbrengen. Je vraagt je dan af: wat kan de Jeugdbond doen om deze jongeren erbij te houden? Bij een deel van onze gezinnen is dit verschijnsel geaccepteerd, terwijl er ook ouders zijn die met dit probleem worstelen. De kerk zal een eigen alternatief moeten bieden waar jongeren zich thuis voelen. Dat kan naar mijn stellige overtuiging. Daarom proberen we vanuit het jeugdwerk ouders te motiveren. Hoe stimuleren zij hun kinderen? Hoe sta je als gemeente tegenover de jongeren en hoe sta je als gemeente tegenover het jeugdwerk?
De worsteling van vandaag blijft: jongeren bij het jeugdwerk te blijven betrekken. Er moet door ouders en ambtsdragers een appèl op het hart van jongeren gedaan worden. Het appèl vanuit het Woord is het voertuig van de Heilige Geest. Als dat Woord beslag legt, dan zoek je ook de plaatsen waar je er meer over kunt horen.
Bouwen en bewaren
Tegenwoordig hoor je wel eens zeggen dat er onder onze jongeren een opleving plaatsvindt. Wat vindt u van deze uitspraak?
De heer Mauritz: Opleving is een groot woord. Ik geloof wel dat er jongeren zijn, die innerlijk betrokken zijn bij het Woord. Het gaat er dan wel om: waar komt het uit voort, hoe ben je ermee bezig? Doe je dat in afhankelijkheid van de Heere en in betrokkenheid op de belijdenis van de kerk? Dan wil de Heere het onderzoek van de Schrift zegenen. Vroeger had je in de Gereformeerde Kerken het gevaar van verbondsactivisme. Tegenwoordig bestaat in onze gezindte het gevaar van het geloofsactivisme. Als het geloof een automatisme gaat worden, dan ben ik er niet blij mee. De mens staat centraal en het wonder is weg. je ziet dat jongeren en ouderen afgroeien van Woord en onze belijdenis. Dan zijn we ook niet vruchtbaar in de gemeente, maar dienen we ten diepste onszelf. Als er geen droefheid naar God is en een verbrokenheid vanwege onze zonden, hoe kan er dan plaats komen voor Christus?
Mevrouw Mauritz: Je merkt dat het voor jongeren soms ook heel verwarrend is. Ik denk dat we altijd moeten blijven zeggen: Adam niet geleerd is Christus niet begeerd.
De heer Mauritz: Dat is de kern. Als we die lijn kwijtraken, dan heeft het jeugdwerk geen fundament meer. Dan brengt het mensen niet meer tot het besef wie ze zelf zijn en Wie de Heere door genade wil zijn. En daar gaat het toch om. De Heere is het zo waard om gediend te worden. Er is geen betere dienst dan onder de banier van Koning jezus. Ik hoop dat ons jeugdwerk temidden van veel verwarring leiding mag geven aan jongeren. Dan zijn er klippen aan twee kanten. Lijdelijkheid die tot onverschilligheid leidt; en wat zijn daar veel jongeren mee bezet. Aan de andere kant is er een geloofsoptimisme dat ook een groot gevaar betekent. Daarom tóch vanuit de kerk op positieve manier richting blijven geven, en je hoopt dat jongeren zich laten leiden.
Welke opdracht geeft u aan het jeugdwerk van het nieuwe millennium?
De heer Mauritz: Bouwen en bewaren. Ik hoop dat het jeugdwerk in de gemeenten nog verder uitgebouwd mag worden. In het - 16 werk kan nog best het een en ander gebeuren. Daar wordt de basis voor de betrokkenheid het jeugdwerk gelegd. Bij het +f ó-werk liggen ook vragen als het gaat om de betrokkenheid van een deel van de jongeren. Ook het bewaren is van belang. Ik denk aan het woord van Paulus aan Timotheüs:
'Bewaar het pand u toebetrouwd.' En: 'Hebt acht op uzelf en op de leer.' De belijdenis van de reformatie biedt ons zoveel en blijft ook in het nieuwe millennium van grote betekenis. Heel ons gereformeerde gedachtegoed ligt daarin geworteld. Ik zou graag tegen jongeren willen zeggen: verdiep je daarin. In schriftonderzoek is het van belang Schrift met Schrift te vergelijken en dat is wat de belijdenis juist doet. De vertolking ervan mag door de tijd heen veranderen, als het wezen maar blijft. Dat is onze opdracht. De
Heere heeft beloofd dat Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid, zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden (Psalm 72). Dat is voor mij de motivatie om met dit werk door te gaan. Wat mij betreft is er geen mooier werk dan jeugdwerk.
Met deze uitspraak besloten we het gesprek. Het is wel duidelijk geworden dat er voor de heer Mauritz geen punt achter het jeugdwerk staat, maar een komma. Zijn missie blijft: zoveel mogelijk jongeren door middel van het jeugdwerk bij de kerk betrekken. Het was goed om met de heer en mevrouw Mauritz te spreken. Zij hebben de afgelopen jaren ervaren als een onverdiende zegen van de Heere. We willen hen ook voor de toekomst Zijn nabijheid en zegen toewensen.
Woerden/Montfoort
Jan de Wildt
Corien Nederveen-Middelkoop
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1999
Daniel | 32 Pagina's