Ben ’k nog een rank?
Ben 'k nog oen rcuik aan 'Uwen fleer? tvijnstok, r W al waart Gij dan lankmoedig telkens weer. Jleb ik wel ooit gebloeid'? cbroeg ik ooit vrucht Die Gij begeert? Ik vrees t/it: loom geducht.
W ant als Gij kotnl en keurt, oflovenier, (£> oemt g'alle doode ranken in hel vier; J\feem mij niel w> eg, spaar mij ook nog dit keer, , Ziend op mijn dorheid vruchtbren regen neer!
Breek mei 'Uw zonlicht heen door dezen nacht; Jjaat sterven mij aan eigenwil'ge kracht; boe m' in de schaduw van cUw vaste woon Ontluiken, overtogen van b'w schoon!
O, mocht m'een nieuwe lente opengaan; ()au bloi i ik op ( w op( n Ik iik l'aan! ('n komt (: ij tut l ir hof ten herfst getij, 'f)an nipt u I n t vruchten - ook aan mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1999
Daniel | 32 Pagina's