Alzo tot Uw kinderen aangenomen hebt..."
Over het doopformulier
Wellicht herken je de titel. De zin is afkomstig uit het dankgebed aan het slot van het doopsformulier. Ook bij jouw doop is dus zo gedankt. Maar wat betekent dit nu voor jou? Hoe moeten we eigenlijk het dankgebed na de doopsbediening lezen? Over wie gaat het? En wat wordt er verstaan met 'tot Uw kinderen?
Hoofdlijnen Dopen en danken hoort bij elkaar. Het oude vertrouwde doopsformulier leert ons hoe het moet. Teer en gepast is de aanspraak van het dankgebed: 'Almachtige, barmhartige God en Vader'. Deze aanspraak past bij de gehele verklaring die het formulier aan de doop geeft. In dit sacrament schittert immers Gods vaderlijke zorg, liefde en trouw over Zijn Gemeente. Deze komt vooral uit in de vergeving der zonden, de aanneming tot kinderen en de gave van de Heilige Geest: '...wij danken en loven U, dat Gij ons en onze kinderen, door het bloed van uw lieve Zoon jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door Uw Heilige Geest tot lidmaten van Uw eniggeboren Zoon, en alzo tot Uw kinderen aangenomen hebt, en ons dit met de Heilige Doop bezegelt en bekrachtigt'.
Maar... is het niet oppervlakkig om zo te danken? Komt elke gedoopte dan goed terecht? Inderdaad, velen weten met het danken aan het slot van de doopsbediening geen weg. Ze kunnen hun oren niet geloven, als ze horen en lezen wat het formuliergebed zegt. Dit misverstaan heeft alles te maken met het misverstaan van de doop. Laten we proberen dit misverstand op te helderen. Er zijn twee hoofdlijnen in het doopformulier te onderscheiden. Eerst belijdt de gemeente dat wij en onze kinderen in Adam de verdoemenis onderworpen zijn. Totaal verloren in jezelf! Dat is het eerste wat de doop ons zegt. Wie deze hoofdlijn verlaat, houdt geen doop meer over.
De tweede hoofdlijn in het formulier is de lijn van Gods belofte die spreekt van de afwassing der zonden door het bloed van Christus en de vernieuwing door de Heilige Geest. De doop bezegelt en bekrachtigt immers de grote en dierbare beloften van God. In het dankgebed klinkt dan ook de lofzang van de Kerk. De ware Kerk weet met een God van ja en amen te doen te hebben. Evenals Abraham mag de Kerk God danken voor Zijn toezegging en twijfelt niet door ongeloof aan Gods belofte.
Abrahams kinderen
Tot Abraham sprak God van rijke zegen: Ik zal Mijn Verbond oprichten tussen Mij en tussen u; en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u' (Genesis 17:7). Dit spreken Gods draagt het karakter van een verbond. Met Abraham en zijn nakomelingen treedt God in een verbond. Het teken dat erbij hoort, is de besnijdenis. ja, ook Abrahams kinderen horen erbij. Ook aan hen worden de rijke beloften van God toegezegd. Maar... al heeft Abraham heel zijn huisgezin besneden, al zijn de nakomelingen van Abraham het verbondsvolk Israël, toch zien we verschil onder Abrahams kinderen.
Ismaël ontving ook het teken van de besnijdenis en ook Ezau is besneden, toch hadden ze geen deel aan de rijke zegeningen van het verbond. Trouwens, wat je onder Israël ziet gebeuren, is ook te zien in de Nieuw-testamentische kerk. Onder de gedoopten vinden we Ananias en Safira, Simon de Tovenaar en anderen. Er is kaf onder het koren. Er zitten ook kwade vissen in het net. Gods Woord zegt dat er mensen zijn die met hun lippen tot God naderen maar hun hart houdt zich ver van hem. Er zijn tweeërlei kinderen des
verbonds: Izak en Ismael, Jakob en Ezau, wijze-en dwaze maagden...
Dus opnieuw twee lijnen! Maar dan in de betekenis van twee rijen van kinderen. De bekende reformator Calvijn zegt: 'Hier ontstaat dus een dubbele reeks van kinderen in de kerk. Omdat het gehele lichaam des volks door een en hetzelfde Woord tot de schaapskooi Gods wordt geroepen, worden in dit opzicht allen, zonder uitzondering, als kinderen beschouwd en slaat de naam kerk op allen gemeenschappelijk. Ten opzichte van het verborgen heiligdom Gods, worden geen anderen voor kinderen Gods beschouwd dan zij, in wie de belofte door het geloof verwerkelijkt is. Dit onderscheidt vloeit voort uit de bron der vrijmachtige verkiezing, waaruit het geloof zelf ontstaat. Maar omdat Gods raad voor ons verborgen is, onderscheiden wij door het teken van geloof en ongeloof, de ware van de onechte kinderen'. Aangrijpend onderscheid... en het
geloof is de test! Want degenen die uit het geloof zijn, zijn Abrahams kinderen (Galaten 3 : 7). Daarom, laat de doop je dringen tot bekering en geloof. Rijke zegeningen, heerlijke beloften zijn je nabij gebracht, daarom klinkt het: Bekeert u en geloofte het Evangelie!'
Worsteling
Wie de doopsbediening met een gelovig hart, mag verstaan gaat de twee geschetste lijnen beleven. We leren onszelf kennen in onze diepe verlorenheid. Wat een nameloze ellende! Wat een diepe donkere afgrond! Verloren door eigen schuld! Maar nu grijpt Gods genade zo diep dat zondeslaven, ja kinderen des toorns, aangenomen worden tot kinderen Gods. Het door genade gescherpte geloofsoog gaat ook die andere lijn zien. Het geloof krijgt zicht op een belovend God, vindt houvast in Gods belofte. Dan ontmoeten we God in de doop als de God Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht. Daar gaan we danken zoals onze reformatorische vaderen doen in het dankgebed van ons doopsformulier. De taal die het ongeloof spreekt is die van het wantrouwen en verdenken. Hoe rijk de doop ook spreekt van de genadebeloften Gods, het ongeloof zet er altijd een vraagteken bij. Het ware geloof spreekt echter een andere taal. Het ziet op de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van God en heeft geen enkele reden om aan Zijn waarachtigheid en betrouwbaarheid te twijfelen. Ziende op jezelf is er alle reden tot wanhoop, want we zijn verwerpelijk en verdoemelijk in onszelf. Dat God zulken tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, is puur genade. Als Paulus van die genade spreekt (Efeze 1 : 5) dan wijst hij op Jezus Christus en het welbehagen van Gods wil als de enige oorzaak. Paulus brengt de weldaad van het kindschap Gods terug op Christus, terug op het verkiezend welbehagen van God. Want het is alleen om de genoegdoening van Christus dat slaven van de hel en kinderen des toorns kunnen komen tot die grote genade van het kindschap Gods. juist als dat eerste werkelijkheid is in je leven wordt het zo onmogelijk het tweede zich toe te eigenen. Wat tobben en worstelen overtuigde zondaren met de toeeigening. Waar velen met de toeeigening geen moeite hebben en
makkelijk bij conclusie tot de slotsom komen een kind van God te zijn, daar worstelt de schuldverslagen zondaar met de vraag omtrent het persoonlijk heil.
Maar God geeft acht op onze grovigheid en zwakheid (NGB artikel 33) door bij de belofte van het Evangelie de sacramenten te voegen. In de doop bezegelt en bekrachtigt de Heere Zijn beloften. Zijn beloften van genade voor schuldige zondaren zijn waar en betrouwbaar. De Heilige Geest maakt de belofte waar voor het schuldige hart. Ook de belofte van de aanneming tot kinderen door jezus Christus naar het welbehagen van Zijn wil.
Tenslotte
Onder de Puriteinen was een bekend gezegde; 'Adoption gives us the privilege of sons, regeneration the nature of sons' (aanneming geeft ons het voorrecht van kinderen, wedergeboorte de natuur van kinderen). Zonder wedergeboorte geen aanneming tot kinderen. Onze doop spreekt van grote zegeningen, zelfs tot en met het kindschap van God, maar deze grote zegeningen worden alleen je deel door wedergeboorte.
Dat laatste leert onze doop even goed! Voor jou als gedoopte liggen er rijke beloften in het Evangelie, God wilde de waarachtigheid ervan uitschrijven op je voorhoofd... maar zalig worden is geen automatisme. God vervult Zijn beloften in de weg van bekering en geloof. Daar is na het danken bij de doop ook om gebeden: 'Wij bidden U ook door Hem, Uw lieve Zoon, dot Gij dit gedoopte kind met Uw Heilige Geest altijd wilt regeren'. Laat dit ook jouw gebed zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1999
Daniel | 32 Pagina's