JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het negende uur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het negende uur

Pieter Nouwen

8 minuten leestijd

Een merkwaardig, bijzonder boeiend boek, dat je aan het denken zet, zo zou ik Het negende uur van Pieter Nouwen, verschenen in 1997, willen noemen. Deze roman gaat over een zanger, de bas Edward Schneider, die onder verdachte omstandigheden gestorven is, kort nadat hij op geruchtmakende wijze heeft meegewerkt aan een uitvoering van de Matteüspassie van Johann Sebastian Bach. Centraal in het boek, je zou bijna van een leitmotiv kunnen spreken, staat de passage uit het Evangelie: Und von der sechste Stunde an ward eine Finsternis über das ganze Land, bis zu der neunten Stunde. Und um die neunte Stunde schriee jesus laut und sprach: li, Eli, lama, asabthani? , das ist: ein Cott, mein Cott, warum hast du mich verlassen? " (Matthe 27:45 en 46).

Wie is Nouwen?

In 1991 maakte Nouwen zijn debuut met een verhalenbundel. Twee jaar later kwam zijn roman De lichtwachter, eveneens een interessant boek. Nouwen is rooms-katholiek opgegroeid maar heeft daarmee gebroken. Na twintig jaar als atheïst te hebben geleefd, wendde hij zich echter weer tot het christendom, met name tot het protestantisme; in de Geloofsbelijdenis van Nicea ziet hij zijn diepste levensovertuiging uitgedrukt. Hij herkent zijn levensbeschouwing ook wel in de twee-rijkenleer van Augustinus: Jeruzalem tegenover Babyion, de stad van God tegenover de stad van de mens, de wereld van de gelovige tegenover die van de ongelovige. Dat komt ook heel duidelijk tot uiting in Het negende uur. Schril steekt de leef-en denkwereld van Edward Schneider af tegen die van Bach.

Merkwaardige inhoud

Het is een merkwaardig boek. Want je krijgt niet alleen te maken met de rechercheur die alle mogelijke kennissen en vrienden van Edward Schneider benadert om zoveel mogelijk gegevens over een mogelijke aanleiding tot moord te weten te komen. Hij laat het verhaal ook steeds verspringen in tijd: hij beschrijft in de oneven hoofdstukken de gebeurtenissen in het heden, terwijl hij in de even hoofdstukken beschrijft hoe Johann Sebastian Bach in de laatste week voor Goede Vrijdag bezig is aan de afronding van zijn Matteüspassie. De oneven hoofdstukken worden door een personale verteller verteld: de rechercheur; de even door een auctoriale verteller. Vanaf hoofdstuk 15 eindigt de verhaaldraad van Bach eigenlijk, maar aan het einde van het boek vallen de beide verhaallijnen weer samen; in hoofdstuk 19 blijkt dat ook uit de dubbele titel: "Het negende uur Fuga". Opeens krijgen we te lezen wat Schneider overkomt op die vrijdagmiddag als hij wat gaat rusten. Hij valt in slaap en "beleeft" (in een droom, lijkt het wel) de eerste uitvoering van de Matteüspassie onder Bach zelf in de Thomaskerk in Leipzig. Er staan hier zinnen in die erop lijken te duiden dat zijn lichaam deze ervaring niet aankan: "Mijn hartslag wil door mijn borst, mijn hals, mijn slapen naar buiten barsten en tegelijk lijkt mijn hart als een steen tot onder mijn middenrif te zinken. Het zweet breekt me uit in ritmische stuwingen en mijn handen kruipen als bange krabben over mijn borst en mijn bovenbenen." Als lezer zou je daaruit zijn geheimzinnige doodoorzaak kunnen aflezen. Toch laat de schrijver hem alles meebeleven en dit komt overeen met hoofdstuk 14, waarin Bach tijdens de uitvoering van

zijn passie verwonderd had opgemerkt hoe een onbekende witte gedaante aanwezig was tussen de gewone kerkgangers.

Autonome kunst

Steeds duidelijker wordt de tegenstelling tussen de hoogmoedige Schneider, voor wie alle muziek (zelfs deze) alleen maar een middel is om successen te boeken, om beroemd te worden en de ootmoedige Bach, die geheel zijn talent in dienst wil stellen van de verkondiging van de Boodschap in de kerkdienst op Goede Vrijdag. Daarmee wil de auteur Pieter Nouwen onder meer aangeven hoe sinds het einde van de negentiende eeuw de kunst zich heeft ontwikkeld. Schneider is een representant van het gedachtengoed van Wagner, de "hogepriester van de autonome kunst". In de literatuur zien we datzelfde sinds 1880 optreden: de kunstenaar meent dat hij zich door niets of niemand gebonden hoeft te achten en zeker verzet hij zich tegen de gedachte dat kunst bedoeld zou moeten zijn tot de eer van God. Dit staat in scherp contrast met de opvattingen van Bach, die onder bijna al zijn werken (ook de instrumentale) schreef: Alleen God zij de eer.

Zelfs de meest onbetekenende partij heeft voor Bach alleen waarde als zij tot eer van God en tol ontspanning van het gemoed gespeeld wordt.

"Waar dit niet in acht genomen wordt, daar vind men geen echte muziek maar slechts een duivels geblèr en gedeun."

Gefrustreerd kunstenaar

Edward Schneider is een heel ander mens. Uit gesprekken met vrienden en bekenden van hem en uit allerlei documenten zoals brieven, die de rechercheur leest, rijst het beeld op van een zielig mens. Hij was een gefrustreerd kunstenaar, die niet kon verwerken, dat hij als zanger alleen optrad in concertzaaltjes in de provincie en niet doorbrak naar de grote podia van beroemde concertgebouwen. Als hij dan toch opeens gevraagd wordt om in te vallen voor een zieke zanger bij een uitvoering van de Matteüspassie in het Amsterdamse Concertgebouw, nog wel onder leiding van de wereldberoemde dirigent Stanislaus Agincourt lijkt voor hem opeens de hele wereld open te liggen. Maar juist bij die gelegenheid, bij een generale repetitie met publiek op de zaterdag voor Palmzondag, gooit hij zijn eigen glazen in door de passage met Eli, Eli, lama asabthani te zingen op de wijs van een carnavalsliedje.

De dirigent, voor wie de uitvoering van de Matteüspassie absoluut een religieuze ervaring is, reageert woedend. Dat Schneider de volgende dag bij de echte uitvoering perfect zingt, kan zijn spottende misstap niet meer goedmaken. In een interview heeft hij ook uitgesproken dat het hem niet uitmaakt of hij de rol van Colas de tovenaar (uit een opera van Mozart) zingt of de Christus-partij uit de Matteüspassie: "Het christendom is een tovergeloof en het passieverhaal is een sprookje, een mythe."

Door alle gegevens die de rechercheur verzamelt over Schneider, krijg je als lezer een duidelijk inzicht in zijn levenshouding. Heel knap is het, hoe de auteur er zo in slaagt het antipathieke van deze figuur met zijn walgelijke houding tegenover zijn medemensen op de lezer over te brengen.

Magisch realisme

Het boek is ook boeiend door de vragen die het oproept ten aanzien van het geheimzinnige overlijden van de hoofdpersoon. Misschien is het wat gezocht dat de auteur hem laat overlijden op Goede Vrijdag rond drie uur (de negende ure). Dat ook naast de divan de Matteüspassie opengeslagen ligt bij de bovengenoemde passage, is nog meer bijzonder. Aan het slot vertoont deze roman van Nouwen magischrealistische trekken als hij de overleden zanger aanwezig laat zijn (hoe? als een soort geestverschijning? ) bij Bachs eigen uitvoering in Leipzig. Binnen die context wordt het voor de lezer wel acceptabel: het past nu eenmaal binnen het magisch-realisme. Maar je voelt steeds meer de intrigerende vraag opkomen: mag zo'n godslasterlijk mens, die zo met zijn vrienden en vriendinnen omgaat, wel doorleven? Die vraag wórdt gesteld door mensen uit zijn omgeving. je ervaart het als lezer dan ook enigszins als "gerechtigheid" dat hij sterft. Zijn "ervaring" na zijn dood gebruikt de auteur ook om Schneider zich te (aten realiseren dat Bachs uitvoering wel niet professioneel is, maar "ze zingen en spelen met een gelijk gerichte bezieling". Zo probeert Nouwen iets te laten zien wat volgens hem de bedoeling van Bach was met dit stukje levenswerk.

Waardering van het boek

Wie de roman wil lezen als een detective, komt waarschijnlijk teleurgesteld uit. De doodsoorzaak van Schneider kan niet ondubbbelzinnig vastgesteld worden. De mogelijkheid dat hij vermoord is, lijkt steeds

onwaarschijnlijker te worden. Toch wordt het definitieve oordeel in die zaak niet gegeven. De rechercheur trekt alleen alle gegevens na en geeft zelf geen mening. Hij blijft trouwens in het hele boek anoniem. Hoewel hij een sleutelfiguur is, doordat hij alle andere personen uit het boek benadert, weten we niet hoe hij heet en blijft zijn eigen karakter helemaal op de achtergrond. Meer dan een type is hij niet.

De Matteüspassie is in onze kringen niet onverdacht. Die reserves zijn begrijpelijk, al moeten we wel beseffen dat het werk voor Bach functioneerde in een Lutherse eredienst. Het beeld dat Nouwen daarvan geeft, lijkt mij heel betrouwbaar. Dat het juist in de moderne benadering door de zogenaamde autonome kunstenaar zijn oorspronkelijke bedoeling en oorspronkelijk karakter heeft verloren, mag duidelijk zijn. Ik besef dat dit boek voor velen vragen zal oproepen. Vragen die we trouwens ook aan onszelf mogen en moeten stellen: hoe gaan wij in onze "reformatorische" cultuur om met muziek en zang? Laten we niet alleen spreken over de "boze buitenwereld" die op spottende en godslasterlijke wijze omgaat met het Heilige. Kan óns omgaan met het Woord en met de dienst: van God wel de toets der kritiek doorstaan? Voor wie weinig afweet van Bachs kerkmuziek, zijn de even hoofdstukken 2 t/m 14 misschien niet eenvoudig. Maar ze zijn wel boeiend, doordat ze iets laten zien van zijn omgaan met muziek en bijbeltekst. De grote waarde van dit boek ligt mijns inziens in de vele vragen die het aan de lezer persoonlijk stelt over zfjn functioneren in een steeds verder seculariserende wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1999

Daniel | 32 Pagina's

Het negende uur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1999

Daniel | 32 Pagina's