JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Dokter, u helpt me toch!?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Dokter, u helpt me toch!?”

Afhankelijkheid in een wereld die beheersbaar schijnt

9 minuten leestijd

In de praktijk van de huisarts kan het voorkomen dat hij op één dag het volgende meemaakt. Een dame van veertig jaar wil gesteriliseerd worden omdat ze na haar scheiding aan een nieuwe relatie begonnen is. Een jonge vrouw die ongewenst kinderloos is, wil graag verwezen worden voor i.v.f (reageerbuisbevruchting). Een derde komt om zijn ingevulde euthanasie-verklaring te overhandigen en te bespreken. Opvallend bij deze contacten is dat men er als vanzelfsprekend vanuit gaat dat alles geregeld kan en mag worden.

Om in het licht van deze voorvallen iets te schrijven over "christelijke afhankelijkheid" is niet zo eenvoudig. Tegen de achtergrond van de verworvenheden van de moderne wetenschap, lijkt er niet zoveel ruimte voor het besef afhankelijk te zijn van God. Gemakkelijk confronteert het ons ook met een innerlijke tegenstrijdigheid. We kunnen wel over geestelijke afhankelijkheid spreken, preken en schrijven. Maar de beoefening ervan in de praktijk van het dagelijkse leven is toch iets anders. Ik wil met jullie nadenken over mogelijkheden die de moderne medische wetenschap biedt. Het leven lijkt beheersbaar. Is dat inderdaad zo? Hoe beleven wij toch afhankelijk te zijn van onze Schepper?

Spanningeweld

We staan in een spanningsveld. Enerzijds is er de schijnbare beheersbaarheid van ons menselijke leven door onszelf. Anderzijds belijden we afhankelijk te zijn van de Heere. Van nature neigen we ertoe te willen 'beheersen'. Het gevolg van deze keuze kan niet anders zijn dan: nrust, onrust, en nog eens onrust! Hierbij denk ik aan een uitspraak van Augustinus: Onrustig is mijn hart in mij, o God, totdat het rust vindt in U". Wij hebben een hoge dunk van onseigen kennen en kunnen. En daardoor laten we ons voortdurend opjagen tot nog iets mooiers en beters. 1 Johannes 2:16 noemt het: de begeerlijkheid des vleses, de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens." Kortom, we worden getrokken tot alles wat in de wereld is. Maar deze wereld gaat voorbij, met al haar begeerlijkheid. In de kerk (en ook thuis) zingen we wel eens uit Psalm 147 "Aan die vertrouwen op hun benen, wil God geen gunst of hulp verlenen." Een reden om ons hart op dit punt nauwkeurig te onderzoeken!

Er kan eneten veel

Er kan eneten veel

De moderne geneeskunde heeft ons indrukwekkende mogelijkheden te bieden. )k noem er een aantal: - Het bepalen of beperken van het kindertal door allerlei anticonceptieve maatregelen. - Diverse bevruchtingstechnieken bij ongewenste kinderloosheid, zoals kunstmatige inseminatie (k.i.) en in vitro fertilisatie (i.v.f.). - De tijd en de manier van ons sterven is te bepalen. We noemen het euthanasie: 'zachte dood'. - We kunnen de biologische kwaliteit van ons nageslacht beïnvloeden met behulp van genetische manipulatie. - Orgaandonatie en - transplantatie leiden tot levensverlenging. - Ernstige infectieziekten kunnen voorkomen worden door middel van vaccinaties. En zo zijn er nog veel meer dingen te noemen waardoor het lijkt alsof onze macht om de vele aspecten van ons leven te beheersen alleen maar toeneemt. Mogen we daar geen gebruik van maken?

De bovengenoemde zaken zijn zeer verschillend te beoordelen. Bij elk onderwerp zijn vele vragen te stellen. Deze vragen liggen op het terrein van de christelijke, oftewel bijbels gefundeerde ethiek. Het is niet de bedoeling van dit artikel elk onderwerp afzonderlijk op de ethische weegschaal te leggen. Maar wat is dan wel een richtlijn in het omgaan met deze dingen? Ik denk dat we er niet mee moeten omgaan in de geest van: wat mag (nog net) wel, en wat mag (net) niet (meer)? Het is zo gevaarlijk om naar eigen inzichten de grens tussen het toelaatbare en niet-toelaatbare te bepalen.

dhouden

Onze vraag hoort niet te zijn: oe ver kan ik gaan zonder dat iets zonde is? Paulus leert ons in Romeinen 14:23 "Al wat uit het geloof niet is, dat is zonde". En dat is heel veel! Van groter belang is de vraag: oe blijf ik zo ver mogelijk van de zonde vandaan? Bij het in oprechtheid wandelen voor Gods aangezicht willen we graag in ware afhankelijkheid leven. Dan wordt het in ons hart zo waar wat we zingen in Psalm 146: Zalig hij, die in dit leven, jakobs God ter hulpe heeft". Het is goed om vanuit deze houding nog eens terug te kijken naar de hierboven genoemde punten van medische techniek. Dit bewaart je voor verafgoding van de 'medische macht'.

Maar hoe zit het met onze verantwoordelijkheid tegenover God, onze Schepper? Heeft Hij ons niet geroepen tot het beheren van de goederen die ons geschonken zijn? Lees wat in Psalm 8:7 staat "Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gesteld". De wetenschap, waaronder de medische heeft veel bereikt. Daardoor dringt de vraag wat een goed beheer is, des te meer. Wij maken maar wat gretig gebruik van zeer vele nieuwe medische mogelijkheden. Ik denk dat er verschil is tussen beheren en beheersen. Als redelijk en zedelijk mens zijn we inderdaad geroepen tot een goed beheer. Dat wil zeggen tot een Gode welgevallig

Welzalig hij, die al zijn kracht En hulp alleen van U verwacht, Die kiest de welgebaande wegen.

rentmeesterschap over de dingen die ons zijn toevertrouwd. Maar wat betreft het 'beheersen', ligt mijns inziens de zaak toch anders.

Herken je niet de onstuitbare drang om alle dingen die ons leven betreffen maximaal in eigen hand te hebben? Mensen hebben dingen graag onder controle. Dat komt voort uit een optimistische visie op de mens en zijn mogelijkheden. Tegelijk moeten we opmerken dat deze moderne materialistische visie op de mens alles te maken heeft met het steeds meer ontbreken van de ware godsdienst in ons leven.

Zijn ook wij niet geneigd om de waarde van ons aardse leven hier en nu te verabsoluteren? Het is zo (of schijnt het alleen maar zo? ) dat we daarvoor alles over hebben. In de praktijk zien we dan ook dat ons vermogen en onze bereidwilligheid om ziekte en lijden geduldig te dragen, sterk verminderd is. In wezen is het succes van ons streven om ziekte en dood geheel te beheersen, slechts schijn.

Hoe kan een mens ook het eigen leven beheersen? Een mens die elke dag van zijn leven een beetje (af-) sterft. Een mens die door eigen schuld geheel onderworpen is aan dit stervens-proces. Dat is volstrekt onmogelijk! Ik zou het zo willen zeggen: Hoe zal een mens die zich niet onttrekken kan aan dit proces van dagelijks afsterven, de factoren beheersen die tot dit schuldige sterven dwingen? " Wat een grenzeloze zelfoverschatting! Daar tegenover staat: Die in de hemel woont, zal lachen; de Heere zal hen bespotten" (Psalm 2:4).

Als je geneeskunde gaat studeren, kun je aanvankelijk onder de indruk

komen van wat er allemaal mogelijk is.

Zo is de 'uitvinding' van de antibiotica voor de behandeling van infectieziekten een grote zegen gebleken. Een lever-of niertransplantatie heeft een geweldige betekenis voor de ontvangende patiënt. Een aangelegenheid om dankbaar voor te zijn! Maar geleidelijk kom je echter steeds meer aan de weet hoe beperkt de reikwijdte is, en hoe onvoorspelbaar het effect is van allerlei moderne medische onderzoeken en behandelingen.

Slachtoffers van vooruitgang

Het is goed om ook oog te hebben voor het feit dat we zelf in zekere mate slachtoffer geworden zijn van nieuwe medisch-technische mogelijkheden. Denk hierbij even aan de prestigieuze 'zorg' die gegeven werd rond het levenseinde van Franco en Tito. Alles wat technisch mogelijk is, schijnt dan te mogen en te moeten worden toegepast.

Onlangs las ik in een medisch tijdschrift de zinsnede: "Door de grote kwalitatieve vooruitgang in de medische zorg is het aantal chronisch zieken enorm gestegen"! Dit klopt inderdaad met de ervaring in de praktijk. Veel chronisch zieke mensen zouden al niet meer leven als de gegeven medische hulp er niet was geweest. De vergrijzing van de bevolking plaatst op dit probleem nog een extra accent. Ook bij te vroeg geboren kinderen en pasgeborenen met een ernstig lichamelijk gebrek lopen we tegen de vraag aan of alles wat medisch-technisch kan ook maar moet gebeuren.

Moeilijke vragen

Opmerkelijk is dat deze zorgelijke ontwikkeling gepaard gaat met een enorme toename van toepassing van euthanasie. Als men gezondheid en ziekte niet meer kan beheersen, wil men in ieder geval nog over leven en dood kunnen beschikken. Van een leven in een christelijke afhankelijkheid is dan geen sprake meer.

Ik denk in dit opzicht ook aan de jonge echtparen die geen kinderen kunnen krijgen. Het is een zegen als een zwangerschap met behulp van relatief eenvoudige maatregelen tot stand mag komen. Maar als alle beschikbare methoden hierbij gebruikt zouden worden, (egt dit vaak zo'n psychische druk op de mensen, mede door het frequente mislukken ervan en door het vaak ontstaan van innerlijke conflicten, dat ik nauwelijks meer van een zegen durf te spreken.

Wetenschap als zegen

Ik geloof dat er onder de verworvenheden van de moderne wetenschap veel zaken zijn, waarvoor we dankbaar mogen zijn. God heeft ons in de weg van Zijn voorzienigheid deze

mogelijkheden willen aanreiken, waarvan wij een gepast gebruik mogen maken. Diverse middelen en maatregelen mogen wij voor het bestrijden van ziekten en het bevorderen van onze gezondheid gebruiken. Maar om te weten wat 'gepast' betekent, hebben we Gods Woord biddend te onderzoeken. Want ook hier geldt: aan Gods zegen is alles gelegen.

Wij lezen in 1 Timotheüs 4:4 "Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde; want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed." En in 1 Korinthe 7:31 "En die deze wereld gebruiken als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij".

Tegelijk is het zo dat tegenover het wetenschappelijk optimisme altijd nog het Schriftwoord staat: Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart" (Prediker 1:18).

God of god?

Als we dan ooit voor moeilijke keuzen komen te staan, waarbij het al of geen gebruik maken van 'hoogwaardige' medische technologie van doorslaggevende betekenis lijkt te zijn, laten we dan bedenken wat Gods Woord ons meldt van de koning Ahazia in 2 Koningen 1:2 en 3. Hij zond boden om Baal-Zebub, de god van Ekron te vragen of hij van zijn krankheid genezen zou. Zullen wij dan buigen voor 'de god van de moderne wetenschap' (ook een Baal-Zebub) omdat er geen God in Israël zou zijn? Dan is het niet "Dokter, ü helpt me toch? ", maar allereerst: aten we "gaan om de Heere te vragen" (Genesis 25:22b).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999

Daniel | 32 Pagina's

“Dokter, u helpt me toch!?”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999

Daniel | 32 Pagina's