Demoe rat ie in de kerk?
Over de kerkregering
"We leven in een democratisch land, " hoor je wel eens zeggen. Vaak bedoeld in de zin van: je kunt in Nederland niet in alles je zin krijgen; de meerderheid telt. Of: je moet nu eenmaal compromissen sluiten; als het maar democratisch gaat, dan is het goed. 'Democratie' wordt door velen van grote waarde geacht. Vaak dient het woord als etiket dat het wel goed zit met degenen die regeren en met hun besluiten. Verschillende politieke partijen dragen het in hun naam (denk aan het CDA, de VVD en D'66). Letterlijk betekent het: 'volksregering'. Het is een staatsvorm waarbij het volk door volksvertegenwoordigers zichzelf regeert.
Hoe is het nu met de regering in de kerk? Is daar ook sprake van democratie, van regering door de leden? Of gelden daar andere beginselen?
Niet door mensen samengevoegd
Hoe zien wij de kerk eigenlijk? Dat is best een vraag om even bij stil te staan, je zou de kerk kunnen zien ais een organisatie waardoor een aantal goede doelen worden nagestreefd. Er zijn immers activiteiten op het terrein van onderwijs, gehandicaptenzorg, bejaardenzorg, enzovoort. We zou-
den kunnen denken aan de kerk als een gemeenschap van mensen die bij elkaar horen. Ze hebben in vergelijking met vele anderen een zelfde leefwijze en denkpatroon. Ze leven met elkaar mee. En hebben aandacht voor elkaar. Ongetwijfeld allemaal goede dingen. Maar is dat alles? Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt (artikel 27): "Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk, dewelke is een heilige vergadering van ware Christgelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest." De kerk is dus niet een organisatie, een vereniging of een genootschap door de wil van mensen samengevoegd en ingericht. Het instituut van de kerk is door de Heere Jezus, de Koning van de kerk, ingesteld met het doel om Christus' rijk te doen komen en volmaken.
Orde vanuit de Schrift
Niets kan zonder regering. Dat geldt ten aanzien van ons vaderland, in het gezin, maar ook in de Kerk . In dit verband is van belang wat Paulus schrijft (1 Korinthe 14:40): Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden". De Heere is een God van orde, dat zien we in de schepping, maar ook in de Kerk . De Heere Jezus heeft de Kerk na Pinksteren niet ongeordend achtergelaten, maar heeft haar een inrichting gegeven waarvan we de beginselen kunnen vinden in het Nieuwe Testament. In de Handelingen der Apostelen en de brieven van Paulus lezen we van aparte plaatselijke gemeenten te Jeruzalem, Antiochië, Korinthe en Rome en ook dat er in elke gemeente ouderlingen gekozen werden.
Op het eerste gezicht lijkt het makkelijk ons een voorstelling te vormen van het leven en de samenstelling van de eerste gemeenten. Toch zijn de inlichtingen vrij schaars. Al wordt ons verteld dat er gemeenten en ambten zijn, toch is het niet zo dat we met volstrekte zekerheid kunnen zeggen: zo en zo is het geweest.
Gods Woord is geen handboek. We vinden in de Schrift geen uitgewerkte kerkinrichting waar, zoals in een
kerkorde, alles in gelezen kan worden onder nummer zoveel. Echter wel in die zin dat de Heere de weg aangeeft, die Zijn kerk heeft te volgen.
De eerste gemeente
Hoe ging het toe in de eerste gemeente? Direct na Pinksteren openbaarde zich te Jeruzalem de nieuwtestamentische gemeente, waarin de apostelen lerend en leidend optraden. Er is reeds bij het begin ambtelijke bediening en leiding aanwezig. Kenmerkend was de prediking van het Woord en de bediening van het sacrament (Handelingen 2:42): Zij waren volhardende in de leer der apostelen" en "in de breking des broods".
Toen de gemeente te jeruzalem groeide, zagen de apostelen vanwege het vele werk uit naar mannen voor het ambt der barmhartigheid. De apostelen riepen een vergadering bijeen om uit de kring van de gemeenteleden zeven mannen te kiezen "die goed getuigenis hebben, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid". Hun werk was verzorging van de armen van de gemeente. Hoewel de zeven gekozen mannen niet met de naam 'diakenen' worden aangeduid, is later door de kerk aan de diakenen hetzelfde werk toebetrouwd. Zij waren dus door de gemeente, op voorstel van de apostelen, als zelfstandige armenverzorgers gekozen.
Reg eerambt
In de Handelingen lezen we niet van een aparte instelling van het ouderlingschap. Wel vernemen we dat er in de gemeente van jeruzalem ouderlingen zijn (Handelingen 11:30). In hoofdstuk 14 en 15 worden de ouderlingen genoemd naast de apostelen. Daaruit kunnen we opmaken dat het gezag van de apostelen samen met ouderlingen werd uitgevoerd. Naarmate de apostelen meer de heidenwereld introkken, werd het gezag in de gemeenten meer overgedragen aan de ouderlingen. Zij gaven leiding aan de gemeenten. Paulus stelde al tijdens zijn eerste zendingsreis ouderlingen aan in de gemeenten en gaf later aan Titus opdracht om van stad tot stad ouderlingen aan te stellen (Titus 1:5). Vooral toen de apostelen wegvielen, werd het werk van de ouderlingen een voortzetting van de apostolische arbeid. Na de apostolische periode komen we in de kerkgeschiedenis voor het ambt van ouderling het Griekse woord 'presbyter' (oudste) tegen. In de ontwikkeling van de Rooms-katholieke Kerk werden de presbyters de latere priesters. De bisschop van Rome, die wij nu kennen als de paus, was de eerste onder hen. Aan hem waren alle presbyters ondergeschikt.
De kerk bij Calvijn: theocratie
De reformatoren hebben geheel met het roomse stelsel gebroken en aan de inrichting van de eerste christengemeenten vastgehouden. Vooral Calvijn heeft de inrichting van het kerkelijk leven ter hand genomen. Hij herstelde het ambt van ouderling en onder hem kwam de kerkenraad te Genève tot stand. Daarnaast stelde Calvijn predikantsvergaderingen in, maar nog geen classes of synoden, daarvoor was Genève te klein. Deze predikantsvergaderingen werden wekelijks gehouden en handelden over de eenstemmigheid in de zuiverheid van de leer.
De ouderlingen moesten opzicht uitoefenen op het leven van een ieder en op vriendelijke wijze hen waarschuwen die zich misdroegen of een onordelijk leven leidden. Wanneer nodig moest er verslag uitgebracht worden aan de kerkenraad, die daarna broederlijk vermaningen moest doen. Hoewel Christus Zelf het ambt heeft ingesteld en tot het ambt roept, is het bijbels dat ook de gemeente verkiest: En als zij in elke gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen verkozen hadden..." (Handelingen 14:23). De kerkenraad heeft daarbij een leidende, besturende en helpende taak.
In dit alles zag Calvijn een goddelijk orde waardoor Christus Zijn kerk regeert. Calvijn is de grondlegger geweest van het presbyteriaanse kerkstelsel zoals wij dat nu kennen. Zijn invloed vinden we in alle gereformeerde belijdenissen en na hem hebben alle gereformeerden er steeds de nadruk op gelegd dat Gods Woord de heerschappij heeft in de kerk.
De Dordtse kerkorde
Voor onze gemeenten zijn de regels voor de kerkelijke samenleving vastgelegd in de Dordtse Kerkorde van 1618-1619. Alle regels over de ambten, kerkenraad, meerdere vergaderingen, sacramenten, kerkelijke tucht en dergelijk worden aan deze kerkorde ontleend. Wat opvalt, is het sobere karakter van de kerkorde. Alleen de hoofdlijnen van het kerkrecht worden aangegeven. Wanneer allerlei juridische en waterdichte formuleringen zouden worden gebruikt met nauwkeurige omschrijvingen, is het
gevaar groot dat de regels gaan overheersen. Er is ook een andere zijde. De soberheid van de kerkorde maakt een verder uitwerking soms nodig en die is in de loop der tijden door synodes ook gegeven.
Kerkordelijk leven dient er te zijn; het is heilzaam voor een gemeente en kerkverband. Het mag niet zo zijn dat het gevoel van een ambtsdrager of gemeentelid tot norm wordt. Dat brengt op een dwaalspoor. Het gevleugelde woord van ds. G. H. Kersten in dit verband luidde: "Het kerkrecht zit niet in uw buik, maar het staat beschreven."
De plaatselijke gemeente
In de Dordtse kerkorde neemt de plaatselijke gemeente een centrale plaats. Zij staat onder leiding van een kerkenraad, die bestaat uit de predikant en de ouderlingen. Alhoewel de diakeneh geen regeerambt hebben, worden zij voor hun werkzaamheden wel bij de kerkenraad en de kerkenraadsvergadering betrokken.
De kerkenraad wordt gekozen door belijdende mansleden uit een door de kerkenraad gesteld dubbeltal. Wat is nu de taak van een kerkenraad? Allereerst ervoor zorgen dat de erediensten geregeld plaatsvinden, dat de sacramenten worden bediend en de tucht wordt uitgeoefend. Daarnaast heeft zij opzicht over belijdenis en wandel van de gemeenteleden. Verder noemt de kerkorde als taak het leidinggeven aan de opbouw van de gemeente en haar dienst aan de wereld. Dat wil zeggen dat de kerkenraad hierin besturend en stimulerend werkzaam is. Zij neemt deze opbouw en dienst niet van de gemeente over. Het is de opdracht van de gemeente als geheel en van elk van haar leden afzonderlijk, naar de gaven die God ieder verleent, al geschiedt het onder verantwoordelijkheid en leiding van de kerkenraad.
Iedere plaatselijke gemeente is een gehele en 'volle' (dat wil: volledige) kerk met eigen gezag van handelen. Maar dat wil niet zeggen dat de ene gemeente zich niets van de andere gemeenten hoeft aan te trekken. Als leden van het lichaam van Christus mogen de gemeenten niet langs
elkaar heen leven. Aan de een kant is elke gemeente een zelfstandige kerk, aan de andere kant is zij een deel van het geheet van het kerkverband waartoe zij behoort. De plaatselijke kerk is verschuldigd zich aan de besluiten van de meerdere vergaderingen binnen het kerkverband te onderwerpen.
Meerdere vergaderingen
Elke gemeente maakt deel uit van een classis, een groep van tien tot vijftien gemeenten. Daar worden gemeenschappelijke zaken besproken, of bezwaren die men tegen kerkenraadsbesluiten kan hebben (appèlzaken). De classis vergadert enkele malen per jaar en is samengesteld uit afgevaardigden van de kerkenraden, uit iedere kerkenraad twee (in principe de predikant en een ouderling). Eens per jaar wordt er een particuliere synode gehouden. Afgevaardigden uit de classes komen dan samen om die zaken te bespreken die breder overleg vragen, of zonodig ook appèlzaken. Elke classis vaardigt vier predikanten en vier ouderlingen af naar de particuliere synode waartoe zij behoort..
De breedste ambtelijke vergadering is de generale synode. Daar komen afgevaardigden uit vier particuliere synoden in vergadering bijeen. Een generale synode is van grote betekenis vooral voor die zaken die de gehele kerk aangaan, zoals zending, opleiding van predikanten, bijbelverspreiding, bijzondere noden enzovoort. Omdat de generale synode maar éénmaal in de drie jaar samenkomt, zijn deputaatschappen benoemd om in de tussenliggende periode de zaken verder te kunnen regelen.
Dienstvaardig tot Zijn eer
De 'regering' van de gemeente heeft een dienend karakter en is heel anders dan het besturen van een vereniging waar het initiatief van mensen uitgaat. Christus vergadert Zelf en onderhoudt en beschermt Zijn gemeente. Dit betreft allereerst de kerk ter plaatse, want daar in de gemeente, klopt het hart van de kerk : de eredienst, van waaruit de prediking, het pastoraat, het diaconale werk en het apostolaat (zending en evangelisatie) geschiedt. Daar gebeurt dus het eigenlijke en alle kerkenwerk in breder verband van classicale vergadering tot generale synode, is ten dienste van de plaatselijke gemeente.
Christus roept binnen die gemeente mensen tot het ambt, tot het dienstwerk, om Zijn gemeente te leiden naar de aanwijzingen die Hij in Zijn Woord gegeven heeft. Dat legt de nadruk niet op onze capaciteiten, maar op het "...van Gods gemeente en mitsdien door God Zelf geroepen zijn", zoals het bevestigingsformulier dat zo treffend zegt.
Niet bij één, wel bij Eén
We hebben gezien dat het kenmerk van onze reformatorische kerkinrichting is dat de 'regering' van de kerk berust bij ambtelijke vergaderingen en niet bij afzonderlijke personen, zoals bijvoorbeeld in de Roomskatholieke Kerk bij de bisschop of de paus. In een kerk van gereformeerde signatuur maakt nooit één persoon de dienst uit, de dominee bijvoorbeeld. Nee, alle besluiten worden genomen door een vergadering van ambtsdragers.
En omdat Christus het Hoofd is van Zijn kerk, is een ambtelijke vergadering altijd een vergadering bij die Ene, Christus, Die als grondregel voor die 'regering' heeft aangegeven: Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders" (Mattheüs 23:8).
De Heere regeert. Dat geeft hoop, ook voor jullie jongeren. Christus gaat door met Zijn Kerk te vergaderen in deze wereld. Het voortbestaan van de Kerk hangt niet af van mensen, of van een 'democratisch' bestel. Nee, Christus regeert en beschermt haar: "En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld". De Heere bouwe Zijn Kerk. Ook onder ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999
Daniel | 32 Pagina's