Een levend geloof in een levende God, dat maakte mij jaloers
Vraaggesprek met ouderling Lambregts
"Adrianus Dominicus Maria Lambregts, ik doop u...", zo klonk het eens in de Rooms-katholieke dorpskerk van Oud-Gastel. Jaren later worden deze zelfde namen voorgelezen, maar nu in de Gereformeerde Gemeente van Dordrecht als de heer A.D.M. Lambregts door dominee J.S. van der Net in het ambt van ouderling bevestigd wordt. Je begrijpt wel dat dit niet van de ene op de andere dag gebeurd is. Daar zitten heel wat gebeurtenissen tussen, ja meer nog een wonder van genade!
Van dit wonder verwoordde meneer Lambregts iets in het vraaggesprek dat we met hem hadden over zijn afkomst, overgang naar het protestantisme en allerlei andere zaken die met het Rooms katholieke geloofsleven te maken hebben.
Meneer Lambregts, u bent opgegroeid in een rooms-katholiek gezin. Kunt u hier iets meer over vertellen?
Ik ben inderdaad geboren en opgegroeid in een praktiserend roomskatholiek gezin, in het dorpje Oud-Gastel, gelegen in west Noord-Brabant. In mijn jeugd was 95% van het dorp katholiek. Drie keer per zondag was er kerk. De dorpsstraat zag dan zwart van de mensen, de kerk zat tjokvol. Zelf ben ik ook misdienaar geweest. Ik was de hulp van de priester als hij de mis opdroeg.
Kunt u iets meer zeggen over het katholieke geloofsleven in uw dorp? Ik kan wel zeggen dat in mijn jeugd de kerk het hele dorpsleven beheerste. In tegenstelling tot nu had de Roomse kerk een dominante positie in het volksleven. De zondag was echt een aparte dag, dat kon je aan alles merken, 's Zaterdags bijvoorbeeld, harkten we de tuin netjes aan, alles moest er netjes uitzien voor de zondag. Vanaf de preekstoel waarschuwde de pastoor tegen allerlei zonden, ook tegen wereldgelijkvormigheid. De preken waren kort, een minuut of tien. Ze werden in het Nederlands gehouden, in tegenstelling tot de voertaal van de mis, die in het Latijn was. Als het vastentijd was, waren de preken langer, dan hield de pastoor een indringende boetepreek.
Door de week was er ook kerk: iedere dag werd de mis bediend. Catechisatie hadden we niet; de pastoor en de kapelaan kwamen op school godsdienstles geven. Om de zoveel tijd gingen we ter biecht. Dit gebeurde met de hele klas. ik kan me nog goed herinneren, dat de meester van de vijfde klas ons daar op voorbereidde. Al het mogelijke kwaad dat je bedreven zou kunnen hebben, riep hij in herinnering, om te voorkomen dat we vooral maar niets zouden vergeten. Ook prentte hij ons het verschil tussen dagelijkse en doodzonden goed in. Tijdens de biecht vertelden we aan de priester onze zonden en kregen we van hem absolutie (=vergeving) en een penitentie (= bepaalde straf). Zo moest ik soms de kruisweg "doen". In de kerk was de weg van de Heere Jezus naar het kruis, de Via Dolorosa afgebeeld. Bij iedere afbeelding moest je dan een gebed opzeggen.
Jeugdvereniging hadden we ook, het heette alleen anders, met een mooi woord: patronaat.
Naast de strengheid had het roomse denken ook iets bourgondisch in zich. Dat vond je bijvoorbeeld terug in de kermis, een volksvermaak dat heel gewoon was en met alle uitwassen die er bij hoorden door de geestelijkheid min of meer geaccepteerd werd. Om over het carnaval maar te zwijgen. Gelukkig ben ik in die dingen nooit zo opgegaan, kermis en carnaval hadden mijn hart niet.
U schetste in het voorgaande de overheersende positie van de Roomskatholieke kerk in uw dorp. Heeft u dit ook zien veranderen?
Jazeker, dit kwam het eerst tot uiting in het feit dat de kerkgang op zondag duidelijk minder werd. De oorzaak moet eigenlijk in de eerste plaats gezocht worden in de Roomskatholieke kerk zelf. Men is namelijk
bezweken voor de druk om de kerkgang op de zaterdagavond gelijk te stellen met die van de zondag. De geestelijkheid is meegegaan in de steeds lossere opvattingen in de maatschappij. Wil je nog een indruk krijgen van hoe de roomse geloofspraktijk in mijn tijd functioneerde, dan zul je echt naar het buitenland moeten.
Toen u 23 jaar was, vond er een ingrijpende verandering in uw leven plaats...
Ja, je doelt op mijn overgang naar het protestantisme. Als ik, terugkijkend op mijn leven, zou moeten aangeven waar de Heere in mijn leven begonnen is, dan moet ik terug naar mijn rooms-katholieke jeugd. God was voor mij toen al een volstrekte realiteit. Ik wist en voelde dat Hij alle dingen bestuurt en dat Hij dat ook deed in mijn leven. Mijn moeder is overleden toen ik 12 jaar was en dat heeft er toe bijgedragen dat ik al vroeg de ernst van het leven besefte. Als misdienaar moest ik aan het begin van de dienst altijd de schuldbelijdenis opzeggen: 'Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa'. De betekenis wist ik heel goed: mijn schuld, mijn schuld, mijn overgrote schuld. God deed mij toen al voelen dat ik een schuld had tegenover Hem, die soms zwaar woog.
In het najaar van 1964 ontmoette ik een meisje in de trein, dat later mijn vrouw is geworden. Zij was protestant en van de Gereformeerde Gemeente, waar ik toen nog nooit van gehoord had. Ik vroeg wel: van Luther of Calvijn, waarop zij zei dat het beide was, maar meer Calvijn dan Luther! Toen we verkering kregen, ben ik direct met haar meegegaan naar de kerk, de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuid. Er werd een preek gelezen over zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus: waaruit kent gij uw ellende? Uit de Wet Gods! De Heere deed mij beleven een hater te zijn van God en mijn naaste. Ik voelde dat ik tot God bekeerd moest worden en dat ik vanwege mijn zondenschuld voor Hem niet bestaan kon. Dit is voor mij een zaak van veel strijd en gebed geworden. Het grootste wonder is
dat de Heere mij later vanuit Hebreën 10 gewezen heeft op de volkomenheid van het offer van Christus. Niets van mij kwam en komt meer in aanmerking!
Hoe bent u opgevangen totaal nieuwe kerk? in de voor u
Heel goed mag ik wel zeggen. In het ouderlijk huis van mijn meisje was de Heere werkelijkheid. Ik ontmoette daar een levend geloof in een levende God. Dat maakte mij jaloers. Soms had ik tot diep in de nacht gesprekken met mijn schoonouders over geloofszaken. Ik werd in mijn onkunde niet afgewezen. Vanuit de Bijbel probeerde men mij de dwalingen van de Roomse kerk aan te tonen en mijn vragen te beantwoorden. Onder het Bijbellezen aan tafel gebeurde het wel eens dat mijn schoonvader stopte en vaderlijk tegen mij zei: kijk, m'n jongen, zo staat het nu in Gods Woord. Dat is toch heel anders dan wat Rome leert?
Ouderling A. van Bochove van Rotterdam-Zuid mag ik wel mijn geestelijke vader noemen. Bij hem heb ik catechisatie gevolgd. Met mijn vele vragen op geestelijk en leerstellig terrein kon ik altijd bij hem terecht. Hij heeft mij ook het boekje van de ex-priester ds. Hegger 'Mijn weg naar het licht' laten lezen. Dat is voor mij rijk gezegend, mede ook omdat het zo herkenbaar was.
Kwam en komt u het tegen dat protestanten een karikatuurbeeld van het roomse geloof hebben?
Soms gebeurt het wel eens dat ik in kerkelijke bladen een verwoording van het roomse denken en geloof lees, die niet juist is en waarvan ik zeker weet dat een katholiek zich hierin niet zal herkennen. Ik moet zeggen dat ds. G.H. Kersten in zijn dogmatiek altijd een hele scherpe maar correcte weergave geeft van de dwalingen van Rome. Hij weet waarover hij spreekt en dat kan ik erg waarderen.
Wat je vaak tegen komt is, dat mensen denken in de trant van "het is toch maar onzin wat die Roomse kerk leert, je kunt hun dogmatiek zo van tafel vegen." Laten we echter
niet vergeten dat Rome voor al haar leerstellingen een motivering en in haar ogen een bewijsgrond heeft. Ook de Roomse kerk hanteert de Bijbel, alleen het probleem is dat ze nog zo veel meer hebben, dat ze naast en boven de Schrift stellen, zoals de overlevering en de tradities. Ik merk bijvoorbeeld wel eens dat mensen het belachelijk vinden dat roomsen voor de zielen van overledenen bidden. Vergis je niet, ze gronden dit op één van de aprocriefe boeken, waarin judas de Makkabeeër letterlijk opdraagt om dit te doen. Verschil is opnieuw de visie op de Schrift. Rome ziet de aprocriefe boeken als deutero-canoniek, dat wil zeggen canoniek van de tweede orde, wij zien ze als niet behorend tot de canon. Christus leert echter duidelijk in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus dat de menselijke ziel bij het sterven direct naar zijn eeuwige bestemming gaat en dat gebeden, hoe goed bedoeld ook, daar geen verandering in kunnen aanbrengen.
Een ander voorbeeld is de inhoud van de tien geboden in de Roomse kerk. Die is anders dan bij ons. Dwaasheid, zijn wij direct geneigd te zeggen, zo staat het toch letterlijk in Exodus 20 en Deuteronomium 5? ja, maar verlies dan niet uit het oog dat de Roomse kerk vanuit haar traditie anders met de Bijbel omgaat. Ze ziet het Woord breder, betrekt daar ook de overlevering bij en heeft er dan geen moeite mee om de eerste twee geboden samen te voegen ter wille van de beeldendienst en vervolgens het laatste gebod te splitsen om zo toch aan tien te komen.
Belangrijk is dat we als protestanten het grootste verschil tussen Rome en de Bijbel voor ogen houden: de totale verlorenheid van de mens en het volkomen offer van Christus. Dat beleeft de katholiek niet. Hij is wel schuldig, maar niet totaal schuldig. Hij wil wel Christus voor zijn behoud, maar niet alléén en uitsluitend Christus. Dat verschil moet ons helder voor de geest staan. Daarnaast zijn er vele andere belangrijke afwijkingen van de Bijbel te noemen.
Als u terugkijkt naar de manier waarop u bent opgevangen, wat zou u ons dan mee willen geven als het gaat over onze benadering van rooms-katholieken met het Evangelie?
Ik denk in dit verband opnieuw aan ouderling Van Bochove. Hij moest een keer spreken op een begrafenis, waarvan hij wist dat er veel roomse mensen aanwezig zouden zijn. Probeerde hij toen allerlei roomse dwalingen te weerleggen? Nee, hij haalde uitspraken van Augustinus aan, een kerkvader die ook bij de roomsen hoog staat aangeschreven. Ik denk dat we eerst moeten zoeken naar het gemeenschappelijke, en dat hebben we met roomsen, namelijk de Bijbel. Vooral de Evangeliën zijn bij katholieken bekend en zijn een belangrijk aangrijpingspunt.
Zoals ik al eerder zei, heeft het ontdekken dat God werkelijkheid is in de levens van mensen mij het meest getroffen en jaloers gemaakt. Leerstellingen alleen hadden mij waarschijnlijk veel minder aangesproken. Ik denk dat dit zeker een les voor ons is, als wij proberen katholieken te bereiken met de boodschap van het Evangelie. Wat gaat er daadwerkelijk van ons uit? Hebben wij zelf de
waarheid doorleefd, die we proberen over te brengen?
Zoeken naar het gemeenschappelijke bij evangelisatie en omgang met rooms-katholieken. Geldt dit volgens u ook in ons staan tegenover de leer en het instituut van de Roomse kerk?
Zeker niet. Ik kan me nog goed herinneren dat dominee Van Ruitenburg, toen hij in Dordrecht stond, gepreekt had over zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus, waarin de mis een vervloekte afgoderij wordt genoemd. Na de dienst vroeg hij aan mij of ik het allemaal niet te scherp had gevonden. Gelukkig kon ik zeggen dat, hoewel de boodschap radicaal afwijzend was, ik er toch van harte mee kon instemmen. Immers alle afgoderij wordt in Gods Woord vervloekt. En wat is het goddelijke eer bewijzen aan een ouwel, een stukje brood, anders dan het vereren van iets dat niet de enige ware God Zelf is?
Dit geldt ook voor leerstukken als de Mariaverering, het vagevuur, enzovoorts. Laten we ervoor oppassen om ons zand in de ogen te laten strooien. Rome houdt aan al deze zaken onverkort vast. Daarom moeten we ook in deze tijd onverkort vasthouden aan de drie sola's van de Reformatie: sola betekent alleen: alleen genade, alleen geloof, alleen de Schrift!
Ook geloof ik dat, al lijkt het dat de macht van de Roomse kerk taant, het streven naar wereldse macht gebleven is. De Europese eenwording baart me in dat verband ook zorgen. Is het niet veelzeggend dat de vlag van Maria ook de Europese vlag is en dat straks op de Euromunt ook haar symbolen zullen staan? Laten we daar toch op letten!
U geeft als ouderling ook catechisatie. Heeft de behandeling van de Rooms-katholieke kerk in uw lessen een speciale plaats?
Als het aan de orde komt, dan ga ik er uiteraard op in. Ik heb dan het voordeel dat ik uit de praktijk kan spreken. Toch geef ik het geen overheersende plaats. Het is voor onze jongeren niet het belangrijkste. Op catechisatie probeer ik in de eerste plaats jaloers te maken en over te brengen dat er een God is Die leeft. Dat het leven zonder God onherroepelijk naar de ondergang leidt, maar dat Hij zo goedertieren is dat er ook voor jongeren bij Hem vandaan bekering te verkrijgen is.
Wel zie ik graag dat jongeren iets weten van wat de leer van de Roomse kerk inhoudt. In dat verband vind ik de kennis van de (kerkgeschiedenis heel belangrijk. De geschiedenis van Nederland, ja van heel Europa, is getekend door de tegenstelling Rome-Reformatie. Met mijn kinderen heb ik tijdens vakanties dikwijls plaatsen bezocht die daar aan herinneren. Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen uit onze gezindte in de buurt van bijvoorbeeld Heidelberg en Worms kunnen verblijven, zonder de monumenten te bezichtigen die herinneren aan de tijd van de Reformatie. Een spreekwoord zegt: een volk dat zijn geschiedenis vergeet, zal het moeten overdoen.
Zou u een slotopmerking willen maken?
Luther zei eens: 'In het hart van ieder mens gaat een paap schuil'. Een uitspraak waarmee hij wil zeggen dat,
als het er op aan komt, een protestant ook rooms is en door zijn eigen werken zalig wil worden. In die zin sluit de roomse leer naadloos aan op ons hoogmoedige hart. Wat is het nodig om daar vanaf gebracht te worden! Al onze gerechtigheden zijn voor de Heere een wegwerpelijk kleed. We zijn uitsluitend aangewezen op de gerechtigheid van Christus. Hij heeft mij willen halen uit de duisternis van Rome en willen brengen tot Zijn wonderbaar licht. Dat kan ook voor anderen. Jonge mensen, een volmaakte kerk is er niet, wel een volmaakte God, Die het waard is om gediend te worden. Wie heeft er lust om de Heere te vrezen? Het allerhoogst en eeuwig Goed!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999
Daniel | 32 Pagina's