De moederbelofte
Gods schone schepping werd door ons ontluisterd, wij hoorden naar de eerste leugenaar, clie door de slang met sluwheid had gefluisterd: Wat God tot u gezegd heeft is niet waar.
Wij namen, aten... alles werd verduisterd. De wereld was niet vredig meer en klaar. Wij werden dooreen enge hand gekluisterd, gevangen door de helse moordenaar.
Toen duchtten wij van \fieeren aangezicht. De wind des daags deed onze hanen beven. Wij sidderden voor Gods geducht gericht.
Wij konden niet meer tot Gods glorie leven. Wij werden uit lietParadijs verdreven, en nergens gloorde meer een glimp van licht.
In deze grote nood liet God ons horen: ér is een weg die tot hel teven leidt. Ik heb uit Cvas zaad een Man verkoren, Die zal voldoen aan Mijn gerechtigheid.
jiij zal de werken van de hel verstoren, de vijand vellen in een harde strijd, ik heb de wereld lief, die ligt verloren, en in Mijn Zoon vindt gij uw zaligheid.
•Toen kwam er schemering in deze nacht, ten enge poon des levens werd omsloten. Dejleere Zelf had deze weg bedacht.
é'i' was weer hoop voor kleinen en voor groten. God wilde niet voorgoed cle mens verstoten, maar redden door Zijn liefde en Zijn macht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1999
Daniel | 32 Pagina's