JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dat mis ik bij Simonis!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat mis ik bij Simonis!

Verandert de Roomse kerk?

7 minuten leestijd

Het lijkt erop dat de Roomse kerk aan het veranderen is. Uitspraken van allerlei mensen en zelfs ook de boeken van kardinaal Simonis lijken heel sterk in die richting te wijzen. Samen met behoudende rooms-katholieken protesteren wij tegen de 24-uurs economie. Juist bij zulke mensen vinden we steun in de strijd tegen abortus en euthanasie, soms ook op de werkvloer. De hervormde dominee W.J. op 't Hof schrijft op sympathieke wijze over de geestelijke ervaringen van roomsen uit vroeger tijd. En wat Simonis over bidden zegt maakt op sommigen echt indruk.

Verandert de Roomse kerk?

Kardinaal Simonis:

"Wat mij altijd zo getroffen heeft in de beleving van het calvinisme is de majesteit Gods. En dat klinkt misschien in onze tijd wat te majesteitelijk, maar ik bedoel ermee het volkomen serieus nemen van Gods persoonlij-

ke liefde tot mij. Dat hebben wij katholieken veel te weinig."

Wij vroegen ons af: verandert de Roomse kerk nu echt? Moeten wij onze houding en onze standpunten herzien? We vroegen het aan iemand die het van heel nabij weten kan. De heer J.W.N. van Dooijeweert uit Velp werkte zo'n twintig jaar als evangelist onder rooms-katholieken in Tilburg. Nu is hij directeur van de stichting In de Rechte Straat, die werkt onder (ex-)rooms-katholieken over de hele wereld. Hij zet vraagtekens bij de gedachte dat de Roomse kerk echt verandert.

Ik stond eens bij een benzinepomp. Er liep een man langs me heen. Hij pakte iets uit z'n auto en leunde met z'n rug tegen de wagen. Hij bad. Toen hij weer langs kwam, zei ik: Zo, jij bidt voor je eten! We kregen een gesprek. Na het overlijden van zijn jonge schoonzus had hij een Bijbel gekregen. Hij was erin gaan lezen. Er was een honger gekomen naar de Heere. Waar hij nog naar de kerk ging, vroeg de heer Van Dooijeweert. "Roomskatholiek, zei hij, maar die kerk heeft ons bedrogen, wij gaan nooit meer naar een kerk."

Kijk, Simonis is een sympathieke man. Hij wil terug naar de Schrift, zegt Van Dooijeweert, In

sommige interviews lijkt het wel eens of hij al een heel eind op weg is naar de protestantse kerken. Maar

we moeten ons geen zand in de ogen laten strooi-

en! Er is voor hem maar één kerk. Intercommunie, Avondmaal voor rooms-katholieken en protestan-

ten, is voor hem onmogelijk. De kerk staat bij hem boven Christus. De officiële leer van Rome is niets veranderd,

ja eigenlijk nog strakker geworden. Vanuit Rome wordt de kerk bestuurd. Er is een beweging die er naar

streeft om in het jaar 2000 Maria uit te roepen als mede-middelares. Die komt van boven af, van de leiding, maar ook van onderen. Ik moet wel zeggen dat het een kleine groepering is, maar zij kweekt sterk aanhang.

Wat zijn voor u breekpunten met de Rooms-katholieke kerk? In de eerste plaats de mis. Dat is afgoderij. Punt twee: voor de rooms-katholieke leer hangt het helemaal van het menselijk doen af of we zalig worden, ook al hebben ze het over 'genade'. En als je de gewone rooms-katholieken spreekt, en ik doe dat dagelijks, dan merk je dat ze het niet redden.

Punt drie: hun invulling van het woord genade ligt kilome-

ters ver bij het bijbelse begrip 'genade' van-daan. Zij bedoelen

met genade: je krijgt kracht van de Heilige Geest om beter heilig te kunnen leven. In de Bijbel is het: een moordenaar aan het kruis ont-

vangt vergeving om niet. Dat is iets wezenlijk anders. Hun leer is eigenlijk heel menselijk.

Hoe komt het dat zoveel roomskatholieken de kerk verlaten? Duizenden mensen binnen de Rooms-katholieke kerk zijn erg ontevreden. Ze zijn de kerk zat. Zij zoeken hun heil in het genot van het leven. Het grootste gedeelte is in de praktijk los van de kerk. Alleen voor doop, huwelijk, en begraven hebben ze de kerk nog nodig: voor rouwen en trouwen. Ik merkte deze tendens pas nog heel sterk in Breda. Er was een evangelisatie-zangavond georganiseerd in een kerk die afgebroken gaat worden.

Er waren een paar honderd rooms katholieke mensen uit de buurt. Die mensen hebben vooral een sociale binding met de kerk. Die

vinden het jammer dat hun kerk verdwijnt, want ze vragen

zich af van waaruit ze dan straks begraven moeten worden. Bij een volgende generatie zal dat

al heel anders zijn. Het gaat bij deze mensen niet om od.

Kardinaal Simonis:

'Soms, in mijn goede ogenblikken, (...) zeg ik: ja, ik ben het oordeel waard. Ik heb zo ontzettend veel genade gehad en ik heb daar zo slecht aan

beantwoord en dan zeg ik iets wat misschien typisch katho-

liek is: ik had zoveel meer kunnen doen.'

Kardinaal Simonis:

"Ik kan niet meemaken, dat God het bloed van Zijn Zoon eist. Hij gaf Zichzelf in Zijn Zoon, maar ik kan me

niet voorstellen een God die het bloed eist van de eeuwiggeboren Zoon."

De kerk heeft vooral een buurtfunctie. In het christelijk

geloof gaat het om de Heere jezus. En dat mis ik bij kardinaal Simonis: de

noodzaak van de Heere jezus als Zaligmaker. Het gaat er bij hem om:

hoe leef ik als christen goed genoeg om straks in

de hemel te komen. De huidige generatie heeft nog een dunne band met de kerk: vooral enkele sacramenten zijn hiervan de oorzaak. Bij de volgende generatie is ook deze laatste binding weg. We zien dit heel sterk in Latijns-Amerika.

Komen er ook mensen tot bekering? Jazeker. Ik vertelde je over die man

bij de benzinepomp. Zo heb ik er velen ontmoet. In het hele land komen groepjes van soms wel dertig, veertig mensen bij elkaar, gewoon in huis. Ze lezen met elkaar in de Bijbel.

Ze spreken over Gods daden, en bidden. Deze houden het in de Roomskatholieke kerk niet uit. Ik ken ze in

Gouda, Schagen, Beverwijk, Haarlem, en zo zou ik nog door

kunnen gaan. Ik ben benieuwd wat daar uit voortkomt. Als je

sommigen van hen spreekt, dan proef je een oprecht uitzien naar

de Heere Jezus, een teer leven met God. En zo

kom ik ze op de hele aardbol tegen. In Peru, in Oostenrijk, in de jungle van Guatemala, ja overal.

Zijn er ook kinderen van God die blijven in de Rooms-katholieke kerk? In Nederland denk ik van zelden. Ik heb één man gekend, uit Maasniel, die kon geen kant meer op. Hij kon niet naar de kerk, vanwege de leer, en aan de andere kant kon

hij zijn kerk ook niet verlaten. Hij werd tussen hoop en vrees heen en weer geslingerd. Hij wist niet wat er buiten zijn kerk te koop is, en als hij het al geweten had, wat dan nog? Het is de rooms katholiek mens aangeleerd dat er buiten hun kerk geen zaligheid is! In andere landen, waar je uitsluitend

Kardinaal Simonis: "Wij zeggen: de zonde is \ een realiteit, een verschrikkelijke realiteit maar daardoor is niet de hele zaak volslagen van God afgekeerd. )lijft iets ds vasthoudt n

de Roomse kerk hebt, is de situatie nog veel moeilijker omdat er meestal ook geen Bijbels zijn. Maar je ziet vrijwel overal dat er dan een soort huisgemeenten ontstaan, net zoals in de vroegchristelijke kerk. En ik ben er van overtuigd dat

de Heere ook hieruit Zijn gemeente verzamelt.

U komt in uw werk veel rooms-katholieken tegen. Hoe benadert u ze? Als een kind met een ander kind vriendschap wil slui-

ten, begint het niet met z'n speelgoed uit handen te siaan, dan wordt die ander nooit een vriendje. Dat weten kinderen, maar dat moeten volwassenen evengoed bedenken. Je zoekt eerst een herkenningspunt. Die zijn er heel veel. Vaak begin ik met Maria. Die kennen alle rooms-katholieken. Ik spreek met hen over het wonder

dat ze een Kindje gekregen heeft. En dan zeg ik bijvoorbeeld: is het u wel eens opgevallen dat ze zingt over haar Zaligmaker? En dan ben je bij de kern. Eerst een aanknopingspunt zoeken, vertrouwen winen en dan met een

de kern toe. kortere of langere boog naar

Rooms-kalholieken staan vaak meer open voor een gesprek dan protestanten.

Dat is zo. Ik zit wel eens aan tafel met zes, zeven rooms-katholieken, dan zeg ik: mensen, ik wil graag bidden voor het eten. Dan zijn ze stil, eerbiedig. Vaak ontwikkelt zich daarna een gesprek. Ze slaan terloops een kruisje, maar durven dan vaak wel gemakkelijk over deze dingen te praten. Daar kunnen wij weer van leren. Wij mogen best wel eens een beetje vrijmoediger zijn in ons getuigenis. je merkt dat daar wel respect voor is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1999

Daniel | 32 Pagina's

Dat mis ik bij Simonis!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1999

Daniel | 32 Pagina's