JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De kiemkracht ligt niet in de akker,  maar in het zaad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kiemkracht ligt niet in de akker, maar in het zaad

Ds. M. Ka ren e over vrucht op de prediking

12 minuten leestijd

't Gebeurt elke zondag twee of op sommige plaatsen zelfs drie keer. Ook doordeweeks vindt het in veel gemeenten plaats. \Ne hebben het over de prediking van het Woord. Wat gebeurt er eigenlijk tijdens een preek? Wat maakt een preek nu eigenlijk tot een preek? Hoe werkt de Heere nu precies in de prediking van het Woord? Hoe ontstaat er vrucht? Wellicht vragen waar je wel eens over nadenkt.

Over deze vragen spraken we met ds. M. Karens. Sinds 21 september 1994 is hij verbonden aan de gemeente van Werkendam. Daarvoor werkte hij als drogist in Zoetermeer. Hij heeft zes jaar parttime godsdienstles gegeven. 'Op deze manier heeft de Heere me willen voorbereiden, zodat je weet waar de gemeente, de jongeren voorstaan in deze geseculariseerde wereld. In de prediking kan hierop worden aangesloten', zo verwoordt ds. Karens zijn gang tot het ambt van predikant.

We willen het gaan hebben over de (vrucht op de) prediking. Wat is nu eigenlijk een preek? Welke verhouding is er tussen 'mensenwoord' en 'spreken van God'?

Het Griekse woord voor 'prediken' is kerussein. Dit wil zoveel zeggen als een heraut die moet uitroepen de boodschap van de Koning. Het is het spreken van God door de dienaar van het Woord. Het formulier tot bevestiging van predikant zegt het als volgt: 'Gedenk dat God Zelf u door hem aanspreekt en bidt. Neem dan het woord aan, hetwelk hij u volgens de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord.'

De prediking van het Woord is één sleutel van het hemelrijk. Een lezing of rede is vrijblijvend. In de prediking vallen beslissingen. Tijdens de prediking roept God ernstig om tot Hem te komen en Hij belooft allen die tot Hem komen en geloven rust der ziel en het eeuwige leven (DL 111/IV, 8).

Beoordelen van de preek en kritisch luisteren is dus een gevaarlijke bezigheid?

ja en nee. Het karakter van de preek moet tot voorzichtigheid leiden. Toch lezen we dat die van Berea edeler waren dan die van Thessalonica (Handelingen 1 7). Zij namen niet alles voor zoete koek aan wat Paulus sprak. Zij gingen via schriftonderzoek met het Woord aan de slag. En de Heere zegende dit ook.

In persoonlijke bijbelstudie spreekt de Heere ook direct tot het hart. Staat dit op hetzelfde niveau als de prediking?

De Heere gebruikt het Woord en de sacramenten. Onder het Woord valt zowel het gepredikte als het gelezen Woord. De Heere wil beide zegenen. Toch is het Woord bij uitstek het gepredikte Woord. Dit is het meest directe genademiddel. In Romeinen 10 staat dat het geloof is uit het gehoor.

Aan welke eisen moet een preek te allen tijde voldoen? Wat moet er altijd in naar voren komen? Elke preek moet trinitarisch zijn; het werk van de drie-enige God komt erin naar voren: de verkiezende liefde van de Vader, het verlossende

werk van de Zoon en het toepassende werk van de Heilige Geest. Elke preek moet gaan over twee wegen, drie stukken en één Naam. Twee wegen: het zal de rechtvaardigen wel gaan en wee de goddelozen. Drie stukken: zoals de Heidelbergse Catechismus dat ons leert. En over die ene Naam, die onder de hemel gegeven is: Christus en Zijn werk zijn het middelpunt.

Elke preek moet explicatio (uitleg) en applicatio (toepassing) bevatten. In de preek moet oog zijn waar de kudde gelegerd is, geestelijk onderwijs bevatten en leiding geven aan het geestelijke leven. Het moet ook een toepassing naar het dagelijkse leven bevatten. Soms gaat de hele week de zondag mee in, maar gaat ook de preek wel eens mee de week in? Elke preek moet ook separeren. Niet alleen scheiding aanbrengen tussen bekeerden en onbekeerden, maar ook aansluiten op allerlei soorten van hoorders daarbinnen. Onbekeerden kunnen onverschillig zijn, maar ook vol begeerte. Ook tussen bekeerden is onderscheid: sommigen leven in strijd, anderen zijn dor en dodig, weer anderen hebben veel ontvangen.

Kan altijd alles naar voren komen? Een preek die uitgaat van één tekst is meestal per definitie onevenwichtig? Sommige teksten lenen zich meer voor bepaalde accenten dan andere? Ten diepste is er de klem volledig te zijn. Het is daarom fijn een eigen gemeente te hebben, je hoeft dan niet persé altijd volledig te zijn binnen één preek, een klem die je wel eens ervaart als je in een andere gemeente zomaar eens een keer voorgaat.

Te allen tijde zal eerst de tekst moeten spreken. Exegese (achterhalen van de betekenis) gaat daarin vooraf aan de dogmatiek. Als de dogmatiek eerst spreekt, verduistert dit de tekst. Eerst moet biddend aan de tekst worden gevraagd: wat zegt de tekst zelf en daarna: wat zegt de tekst tot mij? Dit moet de prediker bewaren om elke zondag dezelfde preek te houden met een andere tekst. Het is van groot belang de Bijbel in de grondtekst te kunnen lezen. Er vallen dan soms allerlei nuanceverschillen op die de tekstuitleg verrijken.

Hoe komt eigenlijk tekstkeuze tot stand? De tekstkeuze komt meestal niet op bijzondere wijze tot stand. Het ontstaat vaak in het biddend omgaan met de Heilige Schrift. De grote Her-

der weet echter wat nodig is. Heel soms ervaar je het met kracht in je hart. Zo overkwam het mij een keer dat ik een preek keurig had voorbereid. Toen op zaterdagavond, zomaar tijdens het bijbellezen aan tafel, las ik de tekst 'Simon, Simon, ziet de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude.' Ik voelde met kracht dat ik over deze tekst moest preken en moest toen opnieuw een preek voorbereiden. Al weet ik tot op heden nog steeds niet waarom, maar de Heere zorgt voor Zijn eigen werk.

De Heere werkt door middel van de Heilige Geest in de prediking. Hoe is precies de verhouding tussen prediker en bediend worden door de Heilige Geest? Je kunt dat niet precies uitdrukken hoe dat gaat, dat ervaar je soms als gemeente of als predikant. Er zijn bepaalde uitdrukkingen die dit verwoorden. In Werkendam zouden ze zeggen: 'Er kwam water onder het schip'. Ook is er de uitdrukking: 'Er was weerklank der bergen'. Soms ervaar je dat de Heilige Geest kracht en beslag legt op de gevoelens. Wel moeten we hierbij oppassen voor het subjectieve element. Het gemakkelijk en met veel opening spreken, is nog geen bewijs van vrucht in de gemeente.

In 1 Korinthe i staat dat de Heere door de dwaasheid van de prediking werkt en dat de Heere zich juist richt tot het dwaze der wereld, opdat het wijze beschaamd zou worden? Wat betekent dit? In hoeverre speelt het menselijk verstand een rol als het gaat om vrucht op de prediking? Dwaasheid staat hier tegenover Griekse filosofie. Het kruis is altijd dwaasheid en niet met het verstand beredeneerbaar. Aan de ene kant gaat het niet buiten het verstand om, aan de andere kant is het verstand verduisterd (Efeze 4:1 8). De uitwendige roeping is een middel, waardoor de Heilige Geest inwendig gaat roepen. Dan wordt het waar, dat de ure komt dat de doden zullen horen de stem van de Zoon van God en zullen leven. Hellenbroek zegt het zo mooi dat als de Heere komt, dan het verstand verlicht wordt om God te kennen in Zijn algenoegzaamheid, Jezus in Zijn dierbaarheid en zichzelf in zijn vloekwaardigheid. Ook DL Ili/IV artikel 8, 9 en 10 geven heel duidelijk weer hoe de verhouding tussen inwendige en uitwendige roeping ligt. Het evangelie is altijd voor wijzen en

verstandigen verborgen (Mattheüs 11:25) en het is de Heere Die het verstand verlicht. Toch ontslaat dit de prediker niet van zijn taak en roeping om zo begrijpelijk mogelijk te preken.

In Handelingen 2 staat treffend dat ieder de grote werken Gods hoorde in zijn eigen taal. Dus het op zichzelf

onveranderlijke Woord van God moet ook vandaag gepredikt worden in de taal van vandaag, waarbij ik niet de turbotaal bedoel, jongeren vragen nu: wat is de kern? Waar gaat het nu om? Ze hebben direct taalgebruik en willen direct de kern horen. De prediking moet daar wel rekening mee houden.

De instelling van mensen op het visuele is me wel eens een zorg. De taak van een predikant wordt dan nog moeilijker; het moet beeldend aan het oor worden gebracht. De Heidelbergse Catechismus zegt dat we niet wijzer moeten zijn dan God en daarom geen stomme beelden moeten gebruiken. Door in eenvoud en met klem het Woord te brengen, zullen er mensen blijven komen. Met je video en muziekgroep voor de kansel red je het niet!

De preek moet ook op deze tijd betrokken zijn. Soms kun je vooral in een bijbellezing een heel directe spits naar het dagelijkse leven maken: Esther en Simson (hoe kom je tot een huwelijkskeuze? ).

Er wordt wel eens gezegd dat de preken van vandaag zo moeilijk zijn. In hoeverre speelt de moeilijkheidsgraad van de preek mee bij de vrucht op de prediking? Kun je zeggen dat hoe moeilijker de preek des te minder vrucht? Hoe is de verhouding tussen de 'eenvoud van het Evangelie' en de moeilijkheid van de preek? Wat bedoelt men met moeilijk? De tale Kanaans? Ik besef best dat er moeilijke uitdrukkingen zijn. Of sommige dogmatische termen zijn best ingewikkeld. Het gaat erom dat iedere uitdrukking die gebruikt wordt, bijbels te duiden moet zijn. Ook kun je soms iets uit het geestelijk leven best uitdrukken met een bepaalde uitdrukking, maar ik probeer te illustreren met een bijbels persoon. Het is een trend om alles dat naar dogmatiek riekt moeilijk te vinden. Er zijn echter zaken die aan de orde moeten komen.

Het Evangelie is inderdaad niet

moeilijker dan 'bekeert u en gelooft het Evangelie'. Toch is hier niet alles mee gezegd. Als het in het leven der genade tot beleving komt, gaat dat geestelijke leven met vragen gepaard. En dat mag aan de orde komen. Er moet onderwijs en voedsel zijn voor Gods kinderen. Ook de vragen: 'hoe ga ik naar de kerk? ', 'hoe zit ik in de kerk? ' en 'hoe kom ik uit de kerk? ' spelen hierbij een rol.

Van Spurgeon is bekend dat hij een direct verband tussen roeping van de predikant en de vrucht op de prediking legt. Hij stelt dat als een predikant geen vrucht op de prediking ziet, dat dat hem zou brengen tot de vraag of zijn roeping wel echt is. Kun je dat zo scherp stellen? En: aulus plant, Apollos maakt nat. Hoe moet je deze verhouding zien? Wat is eigenlijk vrucht? Waar je naar uitziet is bekering. Toch is ook het afwenden van de Heere Jezus (zoals verwoord in Johannes 6:67) vrucht. Prediking brengt scheiding: et is ten voordeel of ten oordeel, het is een reuke des doods, of leidt ten

leven. Vrucht komt niet altijd direct openbaar. Soms komt het pas openbaar als je als predikant weg bent uit de gemeente. In Johannes staat dat het een ander is die zaait en een ander die maait. En zelfs de grote Paulus kon alleen maar planten en Apollos kon ook niets, want het was God die de wasdom geeft.

Soms mag je wel eens opmerken dat de Heere werkt, ook onder jongeren. Dit is een troost. Voor een ander zou ik het niet zo scherp het verband tussen roeping en vrucht willen stellen, maar voor jezelf brengt het wel eens tot zelfonderzoek. Dan is het een troost dat je je gezonden weet. Uitkijken naar vrucht is ook heel natuurlijk: een boer kijkt ook regelmatig over zijn land of er al iets opkomt.

De Heere werkt door middel van de prediking van het Woord. Het gehoor 'ondergaat' de preek. Toch heeft ook het gehoor verantwoordelijkheid voor vrucht op de prediking? Kunt u een handreiking doen, hoe het gehoor met de prediking om moet gaan? Hoe zou je bijvoorbeeld de verwerking van de preek kunnen doen thuis in het gezin of persoonlijk? DL lll/IV artikel 9 spreekt heel duidelijk over verantwoordelijkheid. Het tekent haarscherp waar het niet aan ligt: niet aan Evangelie, aan Christus en aan God, maar wel aan de geroepenen, waarvan er sommigen harde harten, anderen zorgeloze, weer andere gevoelige of gedeelde harten hebben.

Hoe kun je je voorbereiden? Ervoor: hoe ga je ernaar toe? Voor

een examen bereid je je immers ook voor. Gebed voor jezelf, maar ook voor de prediker voor opening van het Evangelie is belangrijk. Lees bijvoorbeeld voor de preek over de Heidelbergse Catechismus van te voren iets na.

Eronder: beseffen wij dat het de Heere is die voorbijgaat? Luisterhouding is belangrijk. Smytegelt zegt regelmatig: 'Span u een weinig in'. Hoe kun je onthouden: opschrijven en herhaling door de prediker. Erna: de duivel komt als een vogeltje om de vrucht weg te pikken.

Gesprekken buiten en na de dienst kunnen dit veroorzaken. Niet al te veel gesprekken na de dienst. Het gelach buiten na een ernstige preek kan soms zeer doen.

Verder moeten we het Woord onderzoeken en nalezen. Gebruik een goede bijbelverklaring. Berea was in goede zin kritisch. Zijt daders des Woords.

Let op als je indrukken hebt onder de prediking. Er zijn twee gevaren: je wordt er 'bekeerd' mee, je mag er niet op bouwen, maar veracht ze niet, leef er niet overheen. Wees bang dat het overgaat. Vraag de Heere of de Heilige Geest zaligmakend wil werken. Als je er telkens overheen leeft, geeft dit verharding.

Hoe worden jongeren en ouderen aangesproken in de prediking? Waarom roept de preek altijd tegenreactie op, zoals we zien in johannes 6:67, dat iedereen Jezus verlaat? Hoe doorbreekt de Heere deze hardheid? De Heere werkt door Zijn Geest door de liefde in het hart te werken. Het geeft ook moed voor de prediker. De hemelse Landman heeft gezegd: r zal vrucht zijn en een deel zal in de goede aarde vallen. De kiemkracht ligt niet in de akker, maar in het zaad.

leremia 31:33 is ook een rijke belofte: k zal Mijn wet in hun binnenste geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ezechiël 37 is ook een beeld van de prediking: en vallei vol dorre doodsbeenderen, waarover de opdracht klinkt: Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.' Bij alles wat kan bedroeven, is jesaja 55:10 en 11 tot troost. Het Woord zal nooit ledig wederkeren, het zal doen wat Hem behaagt.

Johannes 6:67 leert ons juist dat de prediking ook ergernis brengt. Juist de prediking van Christus als de grootste Leraar zou toch vruchten moeten voortbrengen. Je ziet dan dat bij de vrome, eigengerechtigde mens het Evangelie vijandschap oproept. Godsdienstige mensen worden er buitengezet. Het gaat om de geloofsvereniging met Christus. Toch is er ook vrucht van trekkende liefde: r blijven er twaalf over en Petrus spreekt de oprechte belijdenis uit: eere, tot Wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

Ds. Karens hartelijk bedankt voor de wijze waarop u op de vragen wilde ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1999

Daniel | 32 Pagina's

De kiemkracht ligt niet in de akker,  maar in het zaad

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1999

Daniel | 32 Pagina's