Verkiezende genade
J ïad CU mij niet opgezocht, ik was nooit naar U gaan vragen. 7 Goede werk in mij gewrocht, rust in 't eeuwig welbehagen. Waarom, J~ï eer', verkoos Gij mij en ging anderen voorbij?
J ïad U mij niet aangezien, 'k zou eronder moeien buigen. £ger me steeds de zonde vliên en van cUwe naam getuigen. Want vóór uw genade, . Jleer', zij (U alle roem en eer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1999
Daniel | 32 Pagina's