Moet de kerk in de oppositie?
Een bijna onoplosbaar dilemma
Azour zit in grote problemen. Twee jaar geleden is ze uit Irak naar Nederland gevlucht omdat haar man politiek actief was tegen het bewind. Van hem heeft ze niets meer gehoord. Wel heeft ze vernomen dat enkele familieleden van haar man "verdwenen" zijn. Via vrijwilligers van een plaatselijke Gereformeerde Gemeente die regelmatig een asielzoekerscentrum bezoeken, komt ze in contact met genoemde kerkelijke gemeente. In deze gemeente wordt zij met haar drie kinderen opgevangen. Tot grote vreugde van het Irakese gezinnetje zet de gemeente zich op allerlei manieren voor hen in.
Ondertussen voert ze processen om een verblijfsvergunning te krijgen voor Nederland. Hoe groot is de teleurstelling en verbijstering wanneer Azour te horen krijgt dat ze niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning... Ze is uitgeprocedureerd. Nog enkele dagen en ze kan worden uitgezet. Vol angst wacht ze af. Dan komt iemand in de gemeente op de gedachte Azour en haar kinderen kerkasiel te verlenen. Haar als het ware te laten onderduiken. Hierover ontstaat in de kerkelijke gemeente een discussie. Kan en mag dat wel? Tegen de regels van de overheid ingaan? Moet de kerk zich hier wel mee bemoeien? Moet de kerk zich niet tot de verkondiging van het Evangelie beperken?
Wat heeft de kerk met de overheid te maken?
Wie meent dat de kerk niets met de overheid (of de politiek) te maken heeft, kent de geschiedenis van de kerk niet. En evenmin de geschiedenis van ons eigen land. Elk jaar maak ik met een groep PABO-studenten een excursie naar Amsterdam. Steevast behoort een bezoek aan de Dam en de Nieuwe Kerk dan tot het programma. Wat staan veel studenten verbaasd te kijken wanneer door de Mozes en Aaronstraat lopen om vanuit de Nieuwe Kerk, het Paleis op de Dam (het voormalige stadhuis) te bereiken. Een mooier symbool voor de nauwe samenwerking die in de 1 7e en 1 8e eeuw in ons land tussen kerk en staat bestond, is nauwelijks denkbaar. Mozes, de vertegenwoordiger van het burgerlijk bestuur, had bijna dagelijks contact met Aaron, de vertegenwoordiger van het kerkelijk bestuur.
Er was geen scheiding tussen kerk en staat, wel een onderscheiding, want men respecteerde eikaars ambt. Kerk en staat waren dus zeer nauw met elkaar verstrengeld. De ontstaansgeschiedenis van ons land verklaart dit. Immers, hier werd uit de belijdenis van de kerk, en de strijd en het lijden hiervoor, de Republiek als een zelfstandige staat geboren (Groen van Prinsterer).
De overheid betaalde de salarissen van de predikanten, schreef de zogenaamde biddagsbrieven uit en woonde soms ook wel kerkelijke vergaderingen bij. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er naast samenwerking, in de praktijk veelal ook de nodige conflictstof tussen kerk en staat aanwezig was. Het adagium "wie betaalt, bepaalt", is al van oude tijden. Deze conflicten gingen meestal over de vraag wie bevoegd was, zich met bepaalde zaken bezig te houden.
De verantwoordelijkheid van de kerk voor de samenleving
Ook de kerk voelde een geheel eigen verantwoordelijkheid voor staat en samenleving. Reeds op synodes in de zestiende eeuw, de tijd van de Reformatie, werd gesproken over de vraag wat de kerk te doen heeft met het politieke leven. Als antwoord sprak men uit dat de kerk vanuit het Woord het licht moet laten schijnen op alle terreinen van het leven. Wie ook maar enigszins op de hoogte is met de preken van de oude schrijvers, weet hoe zij geijverd hebben voor de doorwerking van het Woord van God in alle verbanden van de maatschappij. In één van onze belijdenisgeschriften, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, neemt de gereformeerde kerk in artikel 36 heel duidelijk stelling tegen een onbijbelse wereldmijding. De voorbede in de kerk voor de overheid had dan ook van het begin af aan een duidelijke plaats in de Gereformeerde kerk van ons land.
In genoemde geloofsbelijdenis en op andere plaatsen heeft de kerk van de Reformatie zich sterk gemaakt voor theocratische politiek. Theocratie is in de eerste plaats de geloofswerkelijkheid dat God regeert. Op voor ons vaak onbegrijpelijke en misschien wel onzichtbare wijze, leidt God de geschiedenis en oefent Hij heerschappij in deze wereld. Deze theocratische gedachte heeft de kerk geproclameerd wanneer ze opriep te staan naar een bestel waarin de overheid zich onderwerpt aan het Woord van God. In dit verband dient de kerk ook profetisch tot de overheid en de samenleving te spreken. Om overheid en volk op te roepen tot waarachtige bekering en levensheiliging.
In de wereld, niet van de wereld
Als het gaat over de verantwoordelijkheid van de kerk ten opzichte van de samenleving doet zich onmiskenbaar een spanningsveld voor. De kerk moet te allen tijde betrokken zijn op de samenleving en de eigen tijd, maar zal daar nooit in op mogen gaan. Hier doet zich de spanning voor tussen het vreemdelingschap van de christen in deze wereld en zijn maatschappelijke betrokkenheid. Mijding van deze wereld is in strijd met de opdracht en roeping in dienst van het Evangelie een zout en een licht in de wereld te zijn. Maar ons staan in de wereld zal met reserve en distantie gepaard moeten gaan. Christenen mogen zich immers niet uitleveren aan de wereld en zo ontrouw worden aan hun roeping. Naar een woord van Calvijn dient de overdenking van het toekomende leven onze levensstijl te bepalen.
Met name na de Tweede Wereldoorlog is in sommige kerken (of delen van die kerken) zo eenzijdig de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerk benadrukt, dat het persoonlijk geloof in Jezus Christus niet meer aan de orde kwam. De bijbelse prediking maakte niet zelden plaats voor een streven naar een betere wereld, die in principe verzoend is (theologie van Karl Barth). Deze maatschappelijke betrokkenheid is in een geïdeologiseerde theologie opgegaan én ondergegaan. Hier is sprake van een geseculariseerde of een politieke theologie.
Blijvende verantwoordelijkheid
Het afwijzen van een horizontalistische visie, waarin de geestelijke dimensie ontbreekt, mag ons niet doen vergeten dat de kerk zicht moet blijven houden op staat en maatschappij. Maar al te vaak heeft ook in de gereformeerde gezindte de brede aandacht voor de wereld plaats moeten maken voor aandacht voor de privé-sfeer. Hoe hebben de profeten de koningen vermaand recht en gerechtigheid te doen, de onderdrukte te verlossen en de vreemdeling te herbergen. Een les voor ons. Om recht te bevorderen waar dat nodig is, in Nederland of Afrika. Waar dan ook. Om op te komen voor de beschermwaardigheid van het leven. Het leven van het nog ongeboren kind, het leven van ouderen en vluchtelingen. Het moge duidelijk zijn dat de kerk(mens) niet zonder meer van Azour af is, wanneer de overheid tekort schiet in het bieden van bescherming. De kerk moet in elke situatie van het openbare leven Gods wil voorop stellen. We kunnen deze roeping niet alleen uitbesteden aan anderen, zoals het deputaatschap bij de hoge overheid, met de bedoeling zelf passief te blijven. De eigen kerkelijke gemeente moet een ontmoetingsplaats zijn, waar de bijbelse radicaliteit van herbergzaamheid, rentmeesterschap en dienstbaarheid
betracht moet worden. Vanuit de eigen kerkelijke gemeente en de jeugdvereniging moet de plaatselijke overheid aangesproken worden op de eis van de eerste en de tweede tafel van de Wet des Heeren. Dat geldt niet alleen ten aanzien van asielzoekers, maar ook ten aanzien van de 24-uurs economie, armoedebestrijding en de zorg voor grote gezinnen, om maar iets te noemen. De eigen gemeente moet er wel voor de hele plaatselijke gemeenschap willen zijn. De gemeente is de wereld in gezonden. Laten we ons bij onze taak in de wereld niet overschatten. We moeten bescheiden, maar we! vol overtuiging zijn. Wij moeten het niet doen, we zijn gans en al afhankelijk van de werking van Gods Geest. Daar moeten we op vertrouwen.
Ver verwijderd van het ideaal
We realiseren ons wel dat we in ons land heel ver verwijderd zijn en nog steeds meer verwijderd raken van het ideaal van een gereformeerde samenleving. Een samenleving waarin kerk en staat beide in de eerste plaats opkomen voor de rechten van God en daarna voor de mens als beelddrager van God. Al sinds twee eeuwen zijn kerk en staat bij wet gescheiden. De overheid is neutraal verklaard. Vanuit een christelijke levensbeschouwing is dat echter een drogredenering. Nu is het niet voor het eerst in de geschiedenis dat een overheid bewust wetten maakt die tegen de christelijke levensovertuiging ingaan. Velen hebben hun getuigenis voor koningen en overheden met de dood moeten bekopen. Wanneer een overheid als het ware meer en meer demoniseert, zoals Hitler-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog of Oeganda onder Idi Amin, dan moet de kerk inderdaad in de oppositie. Of ondergronds, zoals ook de recente geschiedenis ons leert. Huiveringwekkend is het beeld uit Openbaring 1 3. "En de hele aarde verwonderde zich achter het beest." Ik durf niet te beweren dat onze overheid deze trekken vertoont. Maar ook nu zal het getuigenis van het Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen, gegeven moeten worden, wanneer Gods Woord en Wet in het geding zijn.
Kerkasiel
We willen dit artikel niet besluiten voordat we geprobeerd hebben een antwoord te geven op de in de inleiding gestelde vraag, namelijk of de kerk in het geval van Azour tegen de overheid in mag gaan door deze uitgeprocedureerde vrouw kerkasiel te geven. Dit voorbeeld mag wat mij betreft als de toepassing van dit artikel gezien worden.
Om te beginnen twee algemeenheden. In de eerste plaats mag het duidelijk geworden zijn dat de kerk of gemeente vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid Azour niet aan haar lot kan overlaten. Rechtvaardigheid is hier in het geding. Anderzijds is er de - naar bijbels-gereformeerde traditie - verschuldigde eerbied aan de overheid (Romeinen 1 3). Wanneer de kerk de rechtsregels van de overheid ten aanzien van het toekennen van een verblijfsvergunning niet meer respecteert, gaat zij een eigen asielbeleid voeren.
We worden hier geplaatst voor een bijna onoplosbaar dilemma. Als principe spreek ik uit dat de kerk de overheid in haar rechtsregels respecteert. Maar we moeten erkennen dat er grenssituaties zijn. Wanneer het naar de overtuiging van diegenen die grondig onderzoek ingesteld hebben, onrechtvaardig en onbarmhartig is, asielzoekers uit te zetten, en er geen andere wegen openstaan, kan de kerk asiel verlenen. Hiermee vervult de kerk als het ware de oudtestamentische functie van vrijstad: een plaats waar bescherming is tegen de bedreiging van het leven. Wel dient de kerk deze handelwijze bij de daarvoor in aanmerking komende justitiële instanties aan te melden. Het is bekend dat de overheid in deze voorkomende gevallen een gedoogbeleid voert, totdat nieuwe juridische en andere procedures afgehandeld zijn. Waarschijnlijk komt Azour voor deze gedoogsteun in aanmerking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1999
Daniel | 32 Pagina's