JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Psychische problemen in het pastoraat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psychische problemen in het pastoraat

Vraaggesprek met ouderling G.van Veldhuisen

14 minuten leestijd

In november 1997 heeft de Particuliere Synode Zuid van de Gereformeerde Gemeenten een pastoraal werker aangesteld voor psychiatrische patiënten. Dat is inmiddels (iets meer dan) een jaar geleden. Het leek ons een goede reden om de persoon in kwestie, de heer G. van Veldhuisen, iets te laten vertellen over zijn werkzaamheden. 'Mooi, maar moeilijk werk, ' zo vat Van Veldhuisen het samen. 'De Heere heeft het Zelf op mijn schouders gelegd. Hij Die roept is getrouw. Ik zie er soms geweldig tegenop als ik van huis ga. Dan denk ik: "Wat moet je nu gaan zeggen in dit ontzettend moeilijke geval? " Maar ik mag toch ook wel eens ervaren dat de Heere te spreken geeft. Dan krijg je de woorden niet van tevoren, maar op het moment dat het nodig is. Dat is het wonderlijke van dit werk.'

Van Veldhuisen - afkomstig van de Veluwe, drieënveertig jaar, getrouwd, vader van vijf kinderen in de leeftijd van 8 tot 21 jaarbegon zijn loopbaan als onderwijzer in het Zeeuwse dorpje Waarde. Na tien jaar maakte hij de overstap naar het Calvijn College in Krabbendijke. Daar is hij momenteel nog schooldecaan en geeft hij biologie. Twee dagen per week verricht hij pastoraal werk ten behoeve van psychiatrische patiënten Tevens is hij sinds 1990 ouderling van de Gereformeerde Gemeente in zijn woonplaats.

Als kind voelde ik me al aangetrokken tot het zwakkere. Als onderwijzer had ik altijd een zwak voor kinderen die wat meer moeite hadden om vooruit te komen. Later gaf ik les aan ivboleerlingen en toen er wat meer aandacht kwam voor de sociaal-emotionele kant van de leerlingbegeleiding werd ik aangesteld als vertrouwenspersoon. Ook als ambtsdrager kom je in aanraking met zorgen en problemen. Mensen die het moeilijk hebben, vragen steun en meeleven. Dat alles heeft er mede toe geleid dat je naar zo'n functie toegroeit. Achteraf mag ik daar heel duidelijk de leiding van de Heere in zien. Ik mag ook wel zeggen dat de liefde van Christus dringt tot deze taak. Wat is het mooi om mensen in nood de helpende hand te mogen bieden. Om te wijzen op Hem Die als Enige het antwoord weet op alle vragen.

De Particuliere Synode Zuid heeft vorig jaar een pastoraal werker aangesteld. Was daar een speciale reden voor?

In opdracht van de Particuliere Synode Zuid van 1996 werd er een commissie gevormd. Het bleek dat er een heleboel mensen van onze gemeenten tijdelijk of permanent moesten worden opgenomen in verband met psychische klachten. Deze mensen hebben veel begeleiding nodig, maar vaak ontbrak de tijd ervoor. Predikanten hebben het veelal erg druk. Bovendien heeft niet iedere ambtsdrager evenveel gevoel om op de juiste manier met psychiatrische patiënten om te gaan. Daarom werd benadrukt dat het wenselijk zou zijn om een pastoraal werker aan te stellen. De Particuliere Synode van 1997 heeft hiervoor groen licht gegeven.

Na een sollicitatieprocedure heeft dit geresulteerd in mijn benoeming per 3 november 1997.

Heeft u er een speciale voor opleiding gevolgd?

Nee, wel heb ik, toen ik vertrouwenspersoon was, een aantal gerichte cursussen voor gesprekstechnieken gevolgd. Daar heb ik concrete tips en aanwijzingen gekregen om zo goed mogelijk om te gaan met iemand die vastgelopen is en soms niet eens wil praten. Ook nu kan ik dat nog gebruiken. In het verleden bezocht ik zoveel mogelijk de Gerichte Toerustingsavonden voor Ambtsdragers van onze gemeenten. Ik moet zeggen dat ik er erg veel aan gehad heb. Verder probeer ik, om zoveel mogelijk op de hoogte te blijven, behoorlijk wat te lezen op dit gebied. Ik ga in gesprek met mensen die ook in deze sector werkzaam zijn. Met m'n vragen kan ik altijd terecht bij ds. De Pater, voorzitter van de Stichting tot financiële hulpverlening, en bij ds. Tanis, die ook betrokken was bij de opzet van dit werk. Van beide predikanten krijg ik veel steun. Ook de adviezen van de heer Nijsse, die al jaren pastoraal werker in de beschermde woonvorm 'De Toevlucht' is, zijn erg bruikbaar.

Wat is uw taak?

In mijn functie-omschrijving staat dat ik de pastorale zorg aan psychiatrische patiënten binnen de Particuliere Synode Zuid van de Gereformeerde Gemeenten verzorg.

Dat is mooi gezegd, maar hoe gaat dat nu eigenlijk precies in zijn werk? Hoe komt iemand bij u terecht?

Stel dat er iemand opgenomen wordt op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis in Vlissingen. Soms heeft de kerkenraad zelf de tijd en de mogelijkheden om op bezoek te gaan en steun te geven. Prima! Als er maar zorg besteed wordt aan zo iemand. Het kan ook zijn dat er een beroep gedaan wordt op de pastoraal werker. Meestal is het zo dat de contactpersoon van de kerkenraad telefonisch vraagt of ik die persoon wil bezoeken. Op mijn beurt vraag ik dan of ze een aanmeldingsformulier in willen vullen, zodat ik alvast een klein beetje een beeld krijg van wat er aan de hand is. Daarna probeer ik zo snel mogelijk op bezoek te gaan.

Bezoekt u alleen psychiatrische patiënten die opgenomen zijn?

Nee, maar ze vormen wel de belangrijkste doelgroep. Mensen die opgenomen zijn in de psychiatrische ziekenhuizen Vrederust en Emergis of op de PAAZ-afdeling in Vlissingen verblijven geef ik altijd voorrang voor bezoek. Ook als mensen ontslagen zijn of wachten op een opname probeer ik langs te gaan. De laatste twee doelgroepen bezoek ik thuis. Dat gebeurt alleen maar als er tijd over is na doelgroep één. Dat is soms niet het geval. Ik hoop dat er in de toekomst wat meer tijd beschikbaar komt, zodat ik meer naar de mensen toekan. Het gebeurt regelmatig dat mensen

mij rechtstreeks bellen, buiten de kerkenraad om. Dan zeg ik altijd: "Mensen, ik zou je graag willen helpen, maar stel je eerst in verbinding met de kerkenraad. Misschien kan één van de broeders eens langskomen? " Pas na overleg met de plaatselijke ambtsdragers ben ik bereid om actie te ondernemen.

Hoe verlopen de contacten met de kerkenraden?

Met veel vertegenwoordigers van kerkenraden heb ik inmiddels contact gehad. Ik moet zeggen dat dit heel plezierig verloopt, je merkt dat je een plaats gekregen hebt. Als ik bel nemen ze meestal echt even de tijd voor me. Daar spreekt een stuk meeleven en meedenken uit. Belangrijk is dat dit werk wordt opgedragen in het gebed. Gelukkig gebeurt dat ook!

Kerkenraden schuiven nu misschien gemakkelijk problemen door naar de pastoraal werker.

Het gevaar van een afschuifsysteem is inderdaad aanwezig. Maar als ik zie hoe betrokken de meeste kerkenraden bij het hele gebeuren zijn, geloof ik dat het wel meevalt. Als ik ergens kom, mag dat natuurlijk niet inhouden dat de betrokkenheid van de kerkenraad tot het nulpunt gereduceerd wordt. Blijvende aandacht van de verantwoordelijke gemeente blijft een must. Daar probeer ik de mensen ook toe op te roepen. Bovendien is dat ook sterk benadrukt in een brief die alle kerkenraden hebben gehad.

Eigenlijk ben ik een soort verlengstuk van de kerkenraad. Veel kerkenraden verrichten in dit verband goed werk en dan ben ik in feite niet in beeld.

U bent de eerste pastoraal werker op bovenplaatselijk niveau binnen onze gemeenten. Denkt u dat er in de toekomst meerdere zullen volgen?

ja, eigenlijk zou elke Particuliere Synode een pastoraal werker moeten benoemen. De problemen die in onze regio spelen, komen namelijk overal voor. Elders in het land wordt dit proefproject dan ook met belangstelling gevolgd.

Proefproject?

Ja, ik ben aangesteld voor een proefperiode van twee jaar. Regelmatig wordt de gang van zaken met het bestuur van de Stichting tot financiële hulpverlening geëvalueerd.

Zijn er veel mensen 'in behandeling'?

Na de aanloopperiode liep het aantal

mensen al snel op tot rond de veertig. Dat is best veel. Met sommige mensen gaat het na verloop van tijd gelukkig weer beter, maar de gaten worden vrijwel altijd weer opgevuld met nieuwe patiënten.

In crisissituaties probeer ik de mensen wekelijks te bezoeken. Het komt helaas ook voor dat mensen jaren achtereen opgenomen zijn. Dan is het mijn streven om minstens eenmaal per vier weken langs te gaan. Dat lukt over het algemeen aardig, al heb je soms wel het gevoel dat je alleen maar het hoognodige kunt doen. Soms kan ik alleen 's avonds bij iemand terecht. In principe is dat mogelijk. Ik heb de vrijheid om met mijn tijd te schuiven. Natuurlijk zijn daar grenzen aan. Van tijd tot tijd moet je tijd vrijmaken voor je gezin, je hebt je schoolwerk, je ambtelijk werk... Laatst belde iemand me op die sterk aangevallen werd met gedachten van zelfmoord. Natuurlijk kun je daar niet direct naar toe. Dan regel ik dat zo iemand opgevangen wordt door een kennis, of iets dergelijks. Altijd maak ik in zulke gevallen een afspraak op korte termijn, zodat ze zich er aan vast kunnen klampen.

Kunt u nog wat meer vertellen vanuit de praktijk van uw werk, of is dat moeilijk?

Ik begrijp je aarzeling; toch is het misschien goed om er iets van te zeggen. Het contact met de één is veel makkelijker dan met de ander. Sommigen zien echt uit naar je komst. Dan is het meestal niet zo moeilijk om te praten over de zin van het leven en richtlijnen te geven vanuit Gods Woord. Ik kom ook bij een man die me alleen maar aankijkt en niet meer zegt dan: "Kom je op bezoek? Ik zit in de moeilijkheden." Communiceren met zo iemand gaat niet. Een gelegenheid om de Bijbel te openen is er niet. Als ik wegga, zeg ik meestal: "Ik zal aan je denken. Ik probeer voor je te bidden. Er is er Eén Die je ziet en ook hier helpen kan." Dan vraagt hij weer: "Kom je op bezoek? " Soms zegt hij zelfs: "Ga maar weg. je hoeft niet meer te komen, want ik zit in de moeilijkheden." Ik ben er misschien al meer dan twintig keer geweest. Aangrijpend... Ontzettend moeilijk om met zulke mensen om te gaan. Niettemin blijft het belangrijk om steeds even je gezicht te laten zien. Misschien komt er na verloop van tijd een gevoel van vertrouwen. Trouw in dit werk is belangrijker dan de duur van de bezoekjes. Ook moet je ervoor oppassen dat je doelstelling niet al te hoog is. je komt met allerlei mensen in aanraking. Soms is daar zo maar opeens de mogelijkheid om te evangeliseren. Zo bezocht ik een depressief meisje dat van het spoor afgeraakt was. Ze kreeg verkering met een roomskatholieke jongen. Eerst gingen ze samen naar de disco; nu volgen ze allebei de Schriftelijke Bijbelcursus. Zaait aan alle wateren... De uitkomst laten we maar aan de Heere over.

U ontmoet veel mensen in probleemsituaties. Hoe ervaart u dat?

Achter de deuren gebeurt heel wat... Voordat het probleem naar buiten komt, is er soms al zoveel stuk-

gemaakt. Ik kom mensen tegen die al jarenlang gebukt gaan onder psychische nood die als een loden last op hun schouders ligt. Zeker als het jonge mensen betreft, raakt me dat enorm. Gelukkig kan ik over het algemeen de problemen goed van me afzetten, anders kun je dit werk echt niet doen. Het is fijn dat ik er met mijn vrouw goed over kan praten.

Zijn er ook mooie momenten?

Zeker. Een poosje geleden vertrouwde iemand me toe: "Meneer, ik weet niet altijd precies de bedoeling van de Heere. Eén ding weet ik echter wel en dat mag ik ook tegen u zeggen. Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij." Dan ben je hartelijk verblijd dat je wel eens van hart tot hart met zo iemand mag spreken. Natuurlijk zijn er ook wel weer opstandige momenten: "Waarom moet ik dit allemaal ondergaan? Waarom zit ik hier al zo lang? " Toch mag ze soms zeggen: "De Heere weet ervan. Hij is bij me, dan hoef ik niet te vrezen. Het is erg moeilijk en donker, maar de Heere zal verandering geven. De Allerhoogste maakt het goed, na het zure geeft Hij 't zoet. Hij is de medelijdende Hogepriester, Die ook mijn nood gepeild heeft. Hij zal me kracht geven om verder te gaan."

Tegenwoordig wordt er steeds meer gepleit voor samenwerking tussen pastoraat en hulpverlening. Hoe staat u daar tegenover?

De pastoraal werker en de hulpverlener zijn allebei nodig. Ze hebben elk hun eigen terrein. Ik moet als pastoraal werker niet als een soort psychiater het ziekenhuis binnenstappen. Ik kom in eerste instantie om steun te geven vanuit Gods Woord. In speciale gevallen is er overleg met de hulpverlening (bijvoorbeeld met een psychiater of een verpleegkundige) nodig, maar dat doe ik nooit zonder dat de patiënt het weet. Het zou het vertrouwen alleen maar kunnen schaden. Een ver doorgevoerde samenwerking lijkt me niet wenselijk.

Er is verschil tussen geestelijke en psychische nood. Uit de literatuur blijkt dat het niet altijd gemakkelijk is om het van elkaar te onderscheiden. Is dat ook uw ervaring?

ja, het is soms heel moeilijk. Het is overigens ook niet eenvoudig om het verschil in een paar woorden weer te geven. Ik kan het beste ds. Elshout aan het woord laten. Hij maakt onderscheid tussen geestelijke problemen en geestesproblemen. Geestelijke problemen hangen samen met het geestelijke, het godsdienstige leven. Geestesproblemen of psychische problemen hebben te maken met storingen in ons geestesleven, dus met onze psychische toestand.

Bij geestelijke problemen gaat het dus vooral over de verhouding ten opzichte van de Heere. Ondanks alles kleeft zo iemand de Heere achteraan. Er zijn gevoelens van onwaarde en er is een besef van schuld. De benauwdheid verdwijnt zodra de Heere spreekt. Geestelijke nood is heel 'gezond'. Eigenlijk zou iedereen een stukje geestelijke nood moeten kennen.

Iemand met psychische problemen is sterk op zichzelf gericht en heeft daarbij gevoelens van waardeloosheid. De benauwdheid verdwijnt zodra de stemming verbetert.

Zijn er bijbelse voorbeelden depressieve mensen? van

Nog niet zo lang geleden heb ik een preek gelezen van ds. Elshout over Elia (De sterkende genade des Heeren, naar aanleiding van 1 Koningen 19:8). Elia komt, lichamelijk en

geestelijk totaal uitgeput, onder een jeneverboom terecht. Hij is strijdensmoe en levensmoe Hij trekt verkeerde conclusies en ziet het niet meer zitten. De vorst der duisternis fluistert hem in: "Maak maar een eind aan je leven; je hebt toch gefaald." De Heere weet echter wat de moedeloze profeet in deze omstandigheden nodig heeft. Heel concreet staat het beschreven. Hij laat Elia slapen en geeft hem eten en drinken. Zo krijgt Elia krachten voor zijn lichaam en geest om weer verder te kunnen. Eigenlijk zou iedereen die met depressiviteit te maken heeft die preek moeten lezen. Er staan bijzonder mooie lessen in, zeker voor mensen die worstelen met dezelfde problemen als Elia.

Een ander voorbeeld is Heman (zie Psalm 88), die geen vrienden meer had en van zijn jeugd af doodbrakende was. Verder zou ik job nog willen noemen.

Hoe moet onze houding zijn tegenover mensen met psychische problemen? Hoe kunnen we helpen?

De belangrijkste voorwaarde voor het troostende en ondersteunende gesprek met depressieve mensen is een liefdevolle houding. Daarnaast is het heel belangrijk om te luisteren. Je moet jezelf openstellen voor de ander. Kom niet direct met oplossingen aandragen. Luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Dan is er misschien eindelijk plaats voor bescheiden, ophelderende vragen. Vraag bijvoorbeeld: kan ik iets voor je doen? Kun je er nog wat meer van zeggen? Zullen we samen iemand zoeken waar je je verhaal tegen kunt vertellen? Stimuleer om de stap naar de professionele hulpverlening te nemen. Probeer echt mee te leven met de ander. Probeer je in te denken hoe de ander zich voelt. Vermijd opgewekt en vrolijk gedrag zoveel mogelijk; dat maakt het voor de persoon in kwestie alleen maar moeilijker. Geef ook aan dat je voor de ander probeert te bidden.

Trouw zijn is van uitermate groot belang. Blijf regelmatig komen, ook als iemand onredelijk is of afwijzend. Ga toch terug! Dat vereist zelfverloochening. De Heere geeft echter Zelf de opdracht: "Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus."

En als je zelf depressief bent...

ledereen heeft wel eens een dag dat het wat minder gaat, laten we eerlijk zijn. Het wordt anders als je gedurende langere tijd gevoelens van neerslachtigheid hebt. Slaap je slecht? Weegt alles zwaar? Pieker je vaak? Heb je geen zin meer in je werk? Ben je moe, lusteloos, bang en paniekerig? Zie je er niet meer doorheen? Als je verschillende van deze symptomen al een aantal weken of nog langer bij jezelf waarneemt, probeer dan iemand in de arm te nemen die je vertrouwt; een leraar of een vertrouwenspersoon bijvoorbeeld. Blijf na de catechisatieles even praten met je ouderling of stuur een briefje naar je dominee. BLIJF ER NIET ZELF MEE LOPEN, maar zoek iemand waar je verhaal veilig is. WACHT ER NIETTE LANG MEE. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter het is. Zoek deskundige hulp. Leg je noden bovenal aan de Heere voor. Vraag of Hij je beter wil maken en die nare gevoelens weg wil nemen. Hij wil erom gevraagd zijn. Bij Hem is kracht voor krachtelozen, hulp voor hulpelozen, raad voor radelozen en moed voor moedelozen. Bij Hem zijn geen hopeloze gevallen. Alle dingen zijn bij Hem mogelijk! Ik hoop van harte dat de Heere die moeilijke en onbegaanbare wegen gebruiken wil om je aan Hem te verbinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Daniel | 36 Pagina's

Psychische problemen in het pastoraat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Daniel | 36 Pagina's