JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De tekst van Michiel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De tekst van Michiel

10 minuten leestijd

"Hier pap, een kaart voor je van de juf."

Michiel staat trots voor zijn vader met een zelfgemaakte kaart. Voorop is een ster geplakt die Michiel op school heeft uitgeprikt. Eronder staan letters die Michiel nog niet goed kan lezen. De juf heeft verteld dat het een tekst uit de Bijbel is. Die tekst mogen een paar kinderen opzeggen vanavond. "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien."

Michiel weet wel wat het betekent. De juf heeft het precies uitgelegd. "Het gaat over de Heere jezus, Die komen zou. Dat wisten de mensen nog niet. 't Was net alsof ze in een kamer waren, waarin het altijd donker was, of buiten op straat, als de lantarenpalen niet branden. Zo donker was het in hun hart." Heimelijk had Michiel een beetje gegriezeld. Hij is eigenlijk wel bang in het donker.

"Pap, d'r staat iets in, je moet het voorlezen."

Hardop leest Herman Roelofs de kaart. Zijn gezicht verstrakt. "We nodigen u hartelijk uit, om het kerstfeest met onze kleuters mee te vieren."

"En ik heb ook een tekst geleerd hoor, pap. Maar ik verklap het nog niet, anders is 't geen verrassing meer."

"Zeg het maar thuis op Michiel, papa weet niet of hij wel komt." Het gezicht van Michiel verstrakt. Mama wilde ook al niet komen. Ze zegt dat de mensen het gek vinden dat ze ergens anders is gaan wonen. En nu papa ook al. Woedend pakt hij de kaart, en rent ermee de kamer uit.

Bij de deur draait hij zich nog even om, haalt adem en zegt dan met een triomfantelijk gezicht: "As-je-niet komt pa, dan... dan zijn in jouw hart ook de lantarenpalen uit. Dan kan de Heere jezus er niet wonen." Maar achter de deur is er van het triomfantelijke gezicht van Michiel niet veel meer over. Huilend gaat hij zitten op de onderste tree van de trap. Nu komt er niemand voor hem.

Fluitend gaat Herman Roelofs die volgende morgen aan het werk. Samen met de baas van het kleine schildersbedrijfje waar hij werkt, rijden ze de straat in waar ze wezen moeten. Herman werkt nu sinds vier jaar bij Anton de Boer. Een prima baas, maar de laatste tijd voelt Herman zich wat ongemakkelijk bij hem. Pas, toen hij zo laat terugkwam van zijn middagpauze, had Anton hem op een speciale manier aangekeken. En later had hij gevraagd: "Als er iets is waar ik je mee helpen kan..." Nou, er was maar één ding waar Anton mee helpen kon, en dat zou hij Herman zeker niet geven. Dat ene ding, waar zijn gedachten elke dag om draaiden. Geld. Genoeg geld om zijn schulden af te lossen... Voor nummer vier van de Willemsstraat houdt Anton stil. Herman helpt alle spullen uit laden. Dan gaat hij aan het werk. Hij is nooit een drukke prater geweest, maar vandaag zegt hij helemaal niets. Al een paar keer heeft Anton naar hem gekeken, maar Herman doet net alsof hij niets merkt. "Doorwerken, verstand op nul, doorwerken, " houdt hij zichzelf voor, "straks, in de middagpauze zal hij wel aanbieden om een patatje te gaan halen, misschien dat hij dan..." "Wil jij ook iets warms bij je brood? Hier om de hoek zit een goede patatzaak..."

"Lekker, " knikt Anton. "Ik haal het wel even, " zegt Herman vlug.

Drie kwartier later is Herman terug. Zijn humeur is er niet beter op geworden.

"Net doen alsof er niks aan de hand is, " zegt een stemmetje van binnen. "Was 't erg druk, je hebt nog een kwartier pauze over!" "Wat een snertzaak! Er stond een nieuw meisje, die moesten ze zelfs nog tellen leren...!" Er stond ook een fruitautomaat, maar dat zegt hij niet.

"Zo jongen, ben je daar? " Michiel rent de flat van zijn vader binnen en springt op de bank. "Halloho, " roept hij heel erg hard. Diep in zijn hart is hij verdrietig, maar hij laat het papa toch niet merken. De juf had gezegd op school: "Wie komt er, je vader of je moeder, Michiel? "

"Geen van tweeën, " had hij boos geantwoord. "Dat mag jij niet vragen!"

Vandaag is het vrijdag. Hij heeft vanmiddag vrij en daarom mocht hij vast naar papa toe. Papa had een vrije middag genomen, speciaal voor hem. Maar 't kan hem toch niet schelen, want papa is vanavond ook vrij. En hij komt niet op het kerstfeest.

"Niet zo druk doen, Michiel. Wil je iets drinken? "

Herman kijkt in de koelkast. Oei, hij heeft er niet aan gedacht dat Michiel vanmiddag al komen zou. Er is bijna niets in huis. Nou ja, dan maar een glas melk.

Met een glas melk en een mok koffie komt hij even later de kamer in, waar Michiel bezig is, om met het duplo een garage te maken voor zijn autootjes.

"Wat zullen we vanavond eten, Michiel? Ik moet zo nog even boodschappen doen."

Michiel zegt niets. In plaats daarvan rent hij naar de deur.

"De post, " roept hij triomfantelijk. Hij geeft een stapeltje brieven aan zijn vader. Die legt de post zonder te lezen op een grote stapel ongeopende enveloppen.

"Lees jij niet wie jou een brief stuurt? "

"Daar staat in, dat papa nog iets moet betalen."

"Moet je mij horen, " denkt Herman. "Iets".

Dan staat hij op van de bank. "Ik ga even boodschappen doen."

Als Herman om zes uur nog niet terug is, voelt Michiel zijn maag wel knorren. Hij zal maar vast eten, want anders komt hij misschien wel te laat vanavond. Gelukkig heeft tante Jolanda, de moeder van Brenda, beloofd dat ze hem op zal halen. Dan weet hij zeker dat hij op tijd is. Hij kan nog niet klokkijken, maar hij ziet wel, dat het buiten al donker wordt.

In de keuken klimt hij op een stoel bij de kast.

Hmmm, de kast is erg leeg. Het is maar goed dat papa boodschappen aan het doen is...

Hij pakt twee borden en bestek. Zo dekt hij de tafel voor zichzelf en papa. Die staat zeker in de rij bij de kassa. Het duurt zo lang. De drie boterhammen en een potje jam zet hij ook klaar. Zo, nu nog boter en melk, dan kunnen ze eten.

Hij zal maar vast beginnen. Straks is hij niet klaar als tante Jolanda hem komt halen. Hij kan tenslotte best zelf zijn boterham smeren.

Voorzichtig schept hij met zijn mes boter op het brood. Daarna een klodder jam erbij. Bah, alles kleeft. Michiel likt met zijn tong het mes af. Papa ziet het toch niet Helemaal alleen zit hij in de keuken. Hij kijkt uit het raam. Buiten is het donker geworden.

Nu moet hij hardop bidden, want papa is er niet. Soms vergeet papa het wel, maar dan zegt Michiel altijd, dat het nog moet.

"Heere zegen deze spijze en geef dat pap ook mee naar het kerstfeest gaat, amen."

Langzaam eet Michiel de boterham op-

op-Hé, de bel. Michiel rent van zijn stoel naar de deur. Daar staat Brenda met haar moeder, en oom Anton zit in de auto. Met de rug van zijn hand

veegt Michiel zijn mond af. "k Ben nog niet helemaal klaar, maar dat geeft niet, " zegt MichieJ.

dat geeft niet, " zegt MichieJ. "Waar is je vader? " vraagt tante Jolanda.

"k Wee-nie, " mompelt Michiel een beetje beschaamd. "Hij zei dat'ie boodschappen ging doen, maar hij is nog niet terug." En met een trotse blik naar Brenda: "En ik heb de tafel gedekt en zelf gegeten."

"Moet je nog andere kleren aan? " vraagt tante jolanda. Ze stuurt Michiel naar zijn kamer. Dan wenkt ze haar man.

"Herman is boodschappen doen, en eerlijk gezegd denk ik, dat hij Michiel vergeten is."

Ingespannen tuurt Herman naar de flikkerende lichtjes. Vijftig, honderd

"jij hier? " vraagt een stem. Hij maakt een sprongetje van schrik. Achter hem staat Anton. "|e had thuis moeten zijn joh, " zegt Anton met een stem vol ingehouden woede.

"Hoe laat is 't dan? " "Half zeven. Over een half uur begint het kerstfeest van je zoon. Kom mee."

"Ik doe nog één spelletje dan kom ik eraan, " wil Herman zeggen, maar hij zwijgt als hij het gezicht van zijn baas ziet.

"Nu, " is het enige dat Anton zegt. Gedwee stapt Herman in de auto. Anton start de auto en rijdt weg. De eerste paar straten zegt hij niets. Dan zegt hij somber: "Was je Michiel vergeten? "

"Michiel, o, ja... zie je, hij is nu maar af en toe bij mij, dus ik dacht..." probeert Herman zich te verontschuldigen.

"je zoon heeft alleen gegeten en is nu met Jolanda en Brenda naar het kerstfeest." En zonder onderbreking erachter aan: "Dit kost meer dan alleen je geld Herman!"

Herman zwijgt. Hij weet het wel, maar alles zit hem immers tegen. "Je moet hier iets aan doen. Niet doorgaan."

"We praten morgen wel verder joh, als we aan het werk zijn. Trouwens, waar bemoei jij je eigenlijk mee? " "Ik ben je vriend, " zegt Anton eenvoudig. "Nog steeds. Maar ik kan je niet uit de misère helpen. Dat moet je zelf willen. Ik kan je op den duur niet aan het werk houden, als je hier mee doorgaat. Denk toch aan Michiel. Denk toch aan God. Dit kan zo echt niet. Je bent gewoon gevangen door zo'n gokkast."

Er knapt iets van binnen bij Herman. Opeens lijkt het wel of hij het boze stemmetje van Michiel hoort. "Dan zijn de lantarenpalen in je hart uit."

Als de juf het verhaal verteld heeft, zijn de kinderen aan de beurt. Ze mogen vooraan op een bank komen staan. Zo kan iedereen je goed zien. Michiel moet samen met Brenda straks een tekst opzeggen.

"Wat gek, papa is er niet, " fluistert Brenda. Wiebelend op de bank staan ze naast elkaar. Zal hij Brenda een duwtje geven, o nee, Brenda's moeder kijkt.

Opeens krijgt hij een por in zijn zij. "Daar zitten ze. Je hebt gejokt aan de juf. jouw vader is er wel." Michiel tuurt de zaal in. Het is een beetje donker waar zijn vader zit. O ja, nu ziet hij hem. Helemaal op de achterste rij. Naast oom Anton, van papa's werk. Verlegen zwaait hij.

Herman Roelofs kijkt naar zijn zoon, die vooraan op de bank staat. Naast hem staat een klein parmantig ding, dat met haar vingertje de zaal in wijst. O, nu gaan ze de tekst opzeggen, die Michiel thuis niet wilde vertellen. 't Gaat over licht, over Het Licht.

Michiel en Brenda kijken elkaar aan, alsof ze zeggen willen: "Nu zullen we het geheim verklappen."

Dan klinkt het tweestemmig: "jezus zegt: "Ik ben het Licht der wereld;

die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben."

Herman bijt op zijn lip. Dat mist hij nu. Licht. Het Licht. Bij hem is het zo donker. Geen tranen joh, ben jij nou een vent? Niet huilen. Hij kijkt naar de grond. Zijn handen zijn gevouwen.

Dan is Michiel klaar. Hij kijkt nog even of papa hem ziet als hij met een plof van de bank springt. Wat zou hij zeggen als hij eens wist wat papa dacht? 't Zal vast wel iets met lantarenpalen te maken hebben.

Ridderkerk

Marianne van Pelt-van der Wilt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Daniel | 36 Pagina's

De tekst van Michiel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Daniel | 36 Pagina's