Ziekte en ambtelijke zorg
Regionale vergadering te Middelharnis
Op donderdag 22 oktober opende ouderling G. /. Koppelaar de regionale avond te Middelharnis met het laten zingen van Psalm 84:1. Psalm 84 werd ook gelezen en daarna werd een zegen over deze vergadering gevraagd. Na allen een hartelijk welkom te hebben toegeroepen, inzonderheid de heer j. A. Kardux uit Dirksland die een inleiding voor ons zou verzorgen over 'Ziekte en ambtelijke zorg', werd door ouderling Koppelaar stilgestaan bij het derde vers van Psalm 84.
Door onze zonde ervaart ieder mens in dit leven teleurstelling op teleurstelling, rouw, ziekte, smart en droefenis. Het zijn allen vruchtgevolgen van onze zonden. Maar er is nog iets veel belangrijkers: wij zijn door onze moedwillige val in Adam in een staat des doods terechtgekomen, aldus de heer Koppelaar.
Uit u geen vrucht meer in der eeuwigheid! Nooit kunnen wij iets goeds, wat Gode welbehaaglijk is, meer zelf naar voren brengen. Is dat al eens werkelijkheid geworden in ons leven? Erfwachters van de eeuwige dood zijn wij geworden, tenzij wederbarende genade in ons leven komt.
Maar nu is er ook in 1998 nog een volk dat verlangt naar de voorhoven des Heeren. Waar de Heere zaligmakend in het hart werkt, daar stort Hij Zijn liefde uit. Zij krijgen liefde tot God, Zijn wet, Zijn instellingen en zij krijgen liefde tot Gods huis. Het altaar in Gods woning wees naar schuld; dieren brachten geen verzoening, maar de Messias bracht voor een schuldig volk, dat in zichzelf geen bestaansrecht heeft, een eeuwige verzoening en gerechtigheid aan. En hoe meer zij daarvan mogen zien, des te dieper gaan zij buigen en gaan zij dagelijks Christus' verzoening benodigen en bewonderen. Ouderling Koppelaar besloot zijn openingswoord met de vraag, of wij daar reeds iets van mogen kennen en sprak de wens uit, dat wij er in dit leven nog deel aan zouden mogen krijgen.
Wij zongen daarna Psalm 41 : 2, waarna ouderling j.A. Kardux uit Dirksland zijn gehoor meenam naar de ziekenkamer. Hij sprak over 'Ziekte en ambtelijke zorg',
leder mens, aldus de heer Kardux, krijgt in dit leven te maken met ziekte. Hoort ziekte nu eigenlijk tot het normale of tot het abnormale, is dikwijls de vraag van degene die in lijden is. Brengt de Heere ziekte in mijn leven, waardoor Hij Zijn raad uitvoert, of is het de satan, die mij ziek maakt? Hij is toch de mensenmoorder van den beginne. Zo zijn er vele vragen: "Waarom moet ik ziek worden? Waarom moet mijn man gehandicapt door het leven gaan? Waarom moeten mijn kinderen altijd weer naar de dokter? " Als echter genade in beoefening mag zijn, dan is de vraag: "Heere, waartoe? " Er leven vragen als: "Zou ik nog beter kunnen worden? " Of vol spanning in de spreekkamer van de dokter: "Is het ernstig? " Bij al deze vragen proberen we vanavond wat stil te staan.
Ziekte
Ziekte, wat is dat eigenlijk? Bij ziekte zijn er bepaalde stoornissen in ons lichaam, die het minder goed doen functioneren. Nu kan het zijn, dat de dokter zijn diagnose vastgesteld heeft en wij opgenomen moeten worden in het ziekenhuis. Wat voelen wij ons dan broos en afhankelijk. Ook komt er dan in één keer een streep door onze plannen. Vele vragen komen boven, zoals: "Hoe zal het met mijn man, mijn kinderen gaan? Hoe zal het mij financieel gaan? " Naarmate de ziekte erger wordt, komt de vraag: "Hoe zal het met mij gaan? " Dan komen er van die wezenlijke vragen. Gods Woord geeft daar ons een antwoord op. Er is een tijd geweest, dat er geen ziekte was. Adam was volmaakt, hij diende zijn Schepper in volmaaktheid. Er komt een tijd in het leven van Gods kinderen, dat zij Jesaja verstaan, waar hij zegt: "En geen inwoner zal meer zeggen: ik ben ziek, want het volk dat daarin woont, heeft vergeving van ongerechtigheid ontvangen". Het is dus de zonde, die de oorzaak is van alle ziekte, lijden en sterven. De moderne mens zegt: "Of wij nu
een prettig of een minder prettig leven hebben gehad, we moeten tevreden zijn en wij moeten plaatsmaken voor de volgende generatie."
De moderne theologie heeft Gods Woord losgelaten. Zullen we oppassen om bepaalde ziekten niet aan bepaalde zonden toe te schrijven? De Heere kan de mens ziek maken om de werken Gods in hem of haar te verheerlijken.
U moet, aldus de heer Kardux, de brochure van J.C. Ryle te pakken zien te krijgen. Hij schrijft daar onder andere in, dat Gods kinderen de Heere wel gedankt hebben vanwege hun zwakke lichaam. Ziekte doet ons dan meer aan de dood denken. Toch zijn er ziekten die ons wel doen denken aan bijzondere zonden. We denken aan de vreselijke wereldziekte aids, die door een goddeloos, zedeloos leven veroorzaakt wordt. Ook aan de vreselijke geslachtsziekten, veroorzaakt door hoererij; aan leverziekten, veroorzaakt door overmatig drankgebruik. Maar zullen wij oppassen, niet te wijzen naar onze naaste? Wij behoren geen rechter te spelen! Spreker haalde de geschiedenis van Herodes aan. Deze koning liet zich als een god verheerlijken. Toen werd hij geslagen door een engel des Heeren en kreeg een ernstige ziekte in zijn ingewanden.
De Pinkstergroeperingen en Evangelische richtingen zeggen; "Het is de satan, die ons ziek doet worden." Deze mensen belijden hun schuld wel, maar zij beleven die niet, zoals Gods kinderen die beleven. Gods volk leeft toch in, dat de Heere rechtvaardig is, als Hij vanwege hun zonden in hun leven komt met Zijn oordelen. Zij mogen dan wel instemmen met Zondag 10, dat ziekte en gezondheid niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand hun toekomt. Wat zien wij dikwijls weinig van Gods leidingen in het leven. Wat leven de vragen veel als: "Waarom moet ik ziek worden? Waarom altijd bij mij? " Nu liggen al die 'waaroms' zo nauw verwant aan opstand in dit leven, aan tegenstand en onverenigdheid met Gods weg. "Maar daar hebben Gods kinderen toch geen last van? " aldus de heer Kardux. Wat dacht u van Asaf in Psalm 73? Asaf had zelf wel op de troon van God willen zitten. Hij had gewild dat Gods kinderen altijd voorspoed en de goddelozen altijd tegenspoed gehad zouden hebben. Gelukkig mocht hij het door genade weer met God eens worden en beleven een groot beest bij God te zijn. De heer Kardux bracht een voorbeeld uit de praktijk naar voren in verband met de begeleiding van een zieke. Hoe moeilijk is het voor een ambtsdrager om bij ernstige zieken troost te bieden.
Ambtelijke zorg
Ambtelijke zorg werd door de Heere jezus bevolen. Een ambtsdrager moet in de eerste plaats weten, dat ziekenbezoek zielsbezoek is. Hij heeft de verantwoording voor de gemeente waar de Heere hem gesteld heeft, bovenal voor de lijdende, zieke mens met wie hij samen naar de eeuwigheid reist. Hij moet getrouw zijn in zijn bezoeken, maar ervaart ook: "Wie is tot deze dingen bekwaam? " Er wordt door de ambtsdrager wat afgezucht, vóór hij aan het ziekbed staat. Het is tussen God en zijn ziel alleen bekend. Een ambtsdrager is nooit eender; de ene keer moet hij met een 'leeg' hart op bezoek, de andere keer mag hij 's Heeren nabijheid ervaren. Een ambtsdrager denkt soms dat hij de tijd vol moet praten, maar hij heeft in de eerste plaats te luisteren en te trachten de zieke te peilen.
Allereerst moet belangstellend worden meegeleefd, in de tweede plaats moet geprobeerd worden er achter te komen hoe de zieke dit psychisch verwerkt, ten derde of de zieke in deze weg Gods hand en leiding mag zien.
Een ambtsdrager is geroepen te wijzen naar Hem, Die het leven nog wil sparen, maar ook zal hij erop wijzen, dat het een sterfbed kan worden. Is de zieke dan bereid om te sterven? Zo zal de ambtsdrager leren, wat er in het hart van de zieke leeft. Om dan ook heen te wijzen naar Hem Die alleen waarde heeft voor een arme en verlegen zondaar. Met een voorval uit de praktijk besloot de heer Kardux zijn aandachtig aangehoord referaat.
Eer de pauze begon, werd een collecte gehouden ten bate van de Vakantieweken voor gehandicapten. Deze bracht het mooie bedrag op van ƒ 562, 00.
Door mevrouw j. P. Beversluis-Griep werd het toepasselijk gedicht 'De noodzaak van het gebed' voorgelezen.
Hierna beantwoordde de inleider een drietal vragen en sprak ouderling Koppelaar een dankwoord uit. De heer Kardux besloot het samenzijn met dankgebed, nadat nog was gezongen Psalm 103:2.
Voor het bestellen van een cassettebandje van deze avond werd een onjuist telefoonnummer opgegeven. Dit moet zijn: (0187) 486417
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1998
Daniel | 32 Pagina's