Mij geschiede naar Uw Woord
Lukas 1:38
Het klinkt als een echo: mij geschiede naar Uw Woord! Een echo van het Woord, door de engel gesproken: geen ding zal bij God onmogelijk zijn. In het Grieks vinden we twee keer hetzelfde woord: rema. Dus eerst: geen rema zal bij God onmogelijk zijn. En dan: mij geschiedde naar Uw rema! Rema kan namelijk twee dingen betekenen: ding (zaak) en woord. Het kan dus ook betekenen: mij geschiede naar Uw zaak. De zaak namelijk waarvan U gesproken heeft. Deze zaak, dit Woord vindt weerklank in de ziel van Maria!
De engel was tot Maria gekomen om haar te boodschappen, dat zij de Zoon van God zou mogen baren. Wat een wonderlijke boodschap: gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn Naam heten jezus. Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden! Hij is de langverwachte Messias, het beloofde Vrouwenzaad, gesproten uit het huis van David. Niets was er in Maria, waarom de Heere haar verkoos. Deze geringe maagd mag de Zoon van God voortbrengen. Niet de waardigheid van Maria, maar de vrije gunst van God staat centraal. Alleen verkiezende genade en eenzijdige liefde. Uit vrije gunst heeft Hij Zijn Zoon gezonden. God volvoert Zijn raad. Maar daarbij mogen nietige mensen als instrumenten dienen.
Maria, een jong meisje. Slechts vijftien, zestien jaar jong. Moet je daar niet ouder voor zijn? Om zulk een genade te ontvangen? Nee, dat staat de Heere niet in de weg. Maria, de minste, afkomstig uit Nazareth. Zij zingt straks van haar lage staat. Zij gaat zingen van het wonder verwaardigd te worden moeder des Heeren te zijn! Naar mij heeft de Heere willen omzien. Anderen, machtiger en geweldiger en aanzienlijker dan ik, ging de Heere voorbij! Maria heeft het Woord van de engel beluisterd in verwondering. Wij weten het dat het zo gegaan is. Maar Maria hoort deze boodschap pas voor het eerst. Zij heeft in een keer dit Woord beluisterd. En zij brengt aanvankelijk haar bezwaar naar voren: hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken? (vers 34). Een begrijpelijke tegenwerping. Een onschuldige tegenwerping. Maar als de engel getuigt van het wonder van de Allerhoogste God en de kracht van de Heilige Geest, als hij getuigt dat geen ding onmogelijk zal zijn bij God, dan geeft zij zich geheel over aan die God.
Als het ongeloof aan het woord is, dan zien we er niet doorheen. Als we zien op onze zonden, dan zien we zoveel bezwaren. Dan zeggen we: het zal wel niet geschieden! Het zal wel niet voor mij zijn. Hoogstens zeggen we nog: "Er zal wat moeten geschieden." En dan weer doorleven. En het kleingeloof zegt: dat kerstfeest is alleen voor Gods kinderen, maar niet voor mij. Dat Christus geboren is, is een wonder, maar Hij zal wel niet in mijn hart willen wonen.
Maar het geloof ziet hoger. Maria zegt: 'Zie, de dienstmaagd des Heeren. Mij geschiede naar Uw Woord.' Zij geeft de zaak van God onvoorwaardelijk in de handen van de Heere. Geen zaak zal immers bij God onmogelijk zijn. Wanneer dat geloof werkzaam mag zijn, dan wordt het Woord van God onvoorwaardelijk voor waar aangenomen. Het geloof klemt zich vast aan Gods zaak en belofte.
Mij geschiede naar Uw Woord! Zo gaat Maria naar Elizabet. Zo gaat zij ervan zingen: mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker. Niet de mens, niet Maria, maar de Heere alleen wordt groot gemaakt. Nog zeer jong en dan al getuigend van Gods genade! Dan al vol overgave aan het Woord van God. Dat kan de Heere werken in het jonge hart. Door de kracht van de Heilige Geest in de wedergeboorte. Die Geest opent het hart en plant het zaligmakende geloof. Dat geloof is hier werkzaam en zegt: mij geschiede naar Uw Woord! Vraag in je hart en leven om dat geloof. Dat geloof beschaamt niet. Hij kan en wil het schenken uit vrije genade alleen. De dichter van Psalm 130 sprak: ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord!
Mij geschiede naar Uw Woord! Zo gaat ze straks met jozef de weg van Nazareth naar Bethlehem. Haar Kind zal niet in een paleis worden ontvangen. Voor deze Koning, Davids grote Zoon geen wieg, maar een kribbe. Zo alleen wordt het Kerstfeest. Wanneer wij met Maria mogen getuigen: mij geschiede naar Uw Woord. Dat Woord wordt op Gods tijd vervuld. In de kribbe van Bethlehem heeft zij gezien, dat de Heere een Waarmaker is van dat Woord. Dat God doet wat Hij zegt. Daar heeft zij in verwondering gezegd: naar Uw Woord is het mij geschied.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1998
Daniel | 32 Pagina's