Eigen volk eerst?
Nationalisme vooroordelen discriminatie
Het is goed mogelijk dat er aanstaande zondag over de tekst "Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd" gepreekt wordt. Ik kan me voorstellen dat - als de preek overgekomen is - je op weg naar de koffie thuis met gemengde gevoelens langs het asielzoekerscentrum, dat in die oude school gehuisvest is, loopt of rijdt. Er is een categorie mensen die eenvoudige oplossingen heeft, voor de komst van veel niet-Nederlanders naar ons land. "Nederland is vol", zo heet het in deze redenering.
Toen een overbuurman in het plaatselijke krantje las, dat de gemeente in samenwerking met de politie een zogenaamd criminaliteitspreventieproject in de buurt waar veel Marokkanen wonen, wilde opzetten, had hij een veel betere manier om dit aan te pakken: "De grenzen dicht", dat was de beste aanpak in zijn optiek. "Het kan zo niet door blijven gaan, want er zijn dit jaar al weer meer dan twintigduizend gelukzoekers in ons land gekomen, vergeleken met vorig jaar."
Vreemdelingenvraagstuk
Met name door de komst van veel asielzoekers is het vraagstuk van vreemdelingen en allochtonen actueel. Maar niet alleen daardoor. De blijvende aanwezigheid van veel mensen die niet of nog niet de Nederlandse nationaliteit hebben, zorgt ervoor dat - wat ik hier nu maar even noem - het vreemdelingenvraagstuk in de media en de politiek een belangrijk thema is.
In de Bijbel
Maar ook in de kerkelijke gemeente mag de bezinning hierop niet ontbreken. De Bijbel zelf, staat immers vol met verhalen over vluchtelingen of vreemdelingen. De aartsvaders, Abram, Mozes, David en de Heere Jezus zijn wel heel bekende voorbeelden van personen die gedurende korte of langere tijd vluchteling of 'buitenlander' waren. Buitenlander betekent hier letterlijk, buiten eigen land verkerend. Vluchteling om economische, politieke of godsdienstige redenen. Het volk van Israël in het Oude Testament en later ook de Nieuw-testamentische gemeente hadden voortdurend met vluchtelingen en vreemdelingen te maken. Soms waren de leden van de christelijke gemeente zelf vluchteling, soms kwamen andere vreemdelingen en vluchtelingen bij hen schuilen. Internationale handelswegen die ook door Israël liepen, brachten migratie en vluchtelingenstromen mede op gang en gastarbeiders, zoals wij deze mensen wel noemen, werden bijvoorbeeld ingehuurd om hun specifieke bekwaamheid of om andere werkzaamheden te verrichtten.
Niet nieuw
Laten we er niet omheen draaien. De komst en aanwezigheid van veel niet-Nederlanders plaatst ons voor vragen en problemen. Heel praktische vragen bijvoorbeeld over huisvesting, werk, taal en gewoonten. Ook principiële vragen, die onder andere de godsdienstige en culturele verschillen betreffen. We moeten deze vragen niet onderschatten.
Sommigen zeggen tegen mensen die nogal lichtvaardig praten over deze zaken: "Je moet maar eens bij ons in de buurt wonen, dan praat je wel anders over al die buitenlanders."
Aan de andere kant moet ook gezegd worden, dat het gevaar van overschatting aanwezig is. De wijze prediker zei: "Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: ziet het is nieuw? Het is airede geweest in de eeuwen die voor ons geweest zijn."
Behalve in de Bijbel zelf, komen we in de geschiedenis van ons land, stad, steek of omgeving het verschijnsel van vluchtelingen, migranten en volksverhuizingen tegen. De zogenaamde autochtone bevolking werd geconfronteerd met de komst van allochtonen.
Uit talloze voorschriften in het Oude Testament noem ik hier één van de wetten over het gedrag tegenover vreemdelingen: "Gij zult ook de vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland". Ook in de Tien Geboden komt de vreemdeling voor: in uw poorten.
Een principieel andere verhouding
De vreemdelingen in het oude Israël gastvrijheid genoten, rechten en plichten hadden (zie bijvoorbeeld Exodus 22:21, Deuteronomium 1:16 en 1 7, 10:18 en 19, 14:28 en 29, 24:1 7 en hoofdstuk 26, Leviticus 20:2, 24:16 en 22). Maar toch was Israël de natie waarmee God een speciale verbondsrelatie had. Het was de uitverkoren natie. In tegenstelling tot het Oude Testament, wordt in het Nieuwe Testament delen in het heil van God principieel bepaald door het geloof en niet langer door nationaliteit. Vanuit de ervaring van het Pinksterwonder in
Handelingen 2 stichten de apostelen gemeenten met leden van allerlei etnische achtergronden.
In Handelingen 10 krijgt Petras een visioen dat zjc(-, j^g. maal her haalt. Petrus preekt in het huis van de Romein Corneli us, en hieronder valt de Heilige Geest ook op de Romeinen, de onreinen. Het gegeven dat er vanaf de nieuwe bedeling principieel plaats is voor alle geslachten, tongen en natiën in het Koninkrijk van God heeft spanningen gegeven in de eerste christengemeenten (Handelingen 15:15 en Galaten 2:11-14). De terughoudendheid die ook christenen vaak hebben bij de ontmoeting met vreemdelingen is niet alleen iets van deze tijd, net zomin als vreemdelingenangst, om van erger maar niet te spreken. Maar de grenzen tussen de volken in heilshistorische zin vallen in het Nieuwe Testament weg.
Vreemdelingenliefde
Het leven in de nieuwe bedeling betekent geen opheffing, maar wel een relativering van de verschillen tussen de volken. Het geestelijk tehuis voor de christenen lag elders: Onze wandel is in de hemelen." Zij zijn burger van twee werelden. Zij belijden met de kerk van alle tijden en alle plaatsen. In de eerste en meeste plaats slaat deze liefdeshouding op de huisgenoten des geloofs. Maar het staat in het kader van "Laat ons goed doen aan allen" (Galaten 6:10). "Vergeet de herbergzaamheid niet, want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd" (Hebreën 1 3:2). Het woord dat hier met 'herbergzaamheid' (of gastvrijheid zoals andere vertalingen heb-ben), wordt weergegeven, luidt letterlijk vertaald 'vreemdelingenliefde'.
Naties
In het bovenstaande hebben we het principiële als U| t" gangs-punt voor een christen kort samengevat met betrekking tot het denken over en handelen met vreemdelingen en buitenlanders. We willen nu ons thema over
nationalisme en nationale gevoelens wat toespitsen op onze eigen tijd. Natie en nationaliteit lijken vanzelfsprekende begrippen, maar deze hebben toch niet altijd bestaan, het zijn met andere woorden geen natuurfeiten. De historicus Kossman zegt dat nationaliteit een door de geschiedenis gevormd en steeds hernieuwd gevoel van saamhorigheid is. Een staat is dan een gebied met afgebakende grenzen, een regering en een leger ter bescherming tegen vijanden. In deze betekenis van het woord spreken we eigenlijk pas in de tijd van de Reformatie, de vijftiende en de zestiende eeuw, van nationale staten. Daarvoor was de eigen stam, later de landstreek en de stad het 'vaderland'. We spreken dan ook wel van patriottisme.
In de zestiende eeuw brengen, in wat we nu Nederland noemen, velen offers in de vrijheidstrijd tegen de onderdrukkende politiek van de koning van Spanje. Niet voor niets noemen we de Tachtigjarige oorlog, onze nationale vrijheidstrijd. We zeggen (later) dat toen de Nederlandse staat is ontstaan.
We spreken van een nationale staat als de bevolking voelt dat ze op grond van gemeenschappelijke ervaringen en gemeenschappelijke belangen tot één volk behoort.
Lotsverbondenheid, dezelfde geschiedenis, taal en religie zijn hiervoor belangrijke factoren. Het volk van de Joden is een goed voorbeeld hoe deze kenmerken een groep mensen aan elkaar smeedt, maar ook in de landen van de voormalige Sovjet-Unie en het voormalige Joegoslavië zien we dit duidelijk. Het is volkomen begrijpelijk dat door zulke omstandigheden mensen zich bij elkaar horen voelen. Er is met zulk een nationaal gevoel niets mis, een zekere mate van trots en vaderlandsliefde zijn niet alleen acceptabel, maar ook te waarderen. Een volkslied en een vlag zijn vaak een symbool
hiervan. In perioden van crisis kunnen nationale gevoelens een positieve en belangrijke rol spelen.
Nationalisme
Onder ander door de Romantiek (achttiende en negentiende eeuw) kreeg de natie en het nationalisme een emotionele lading. De groei van het nationalisme werd ook sterk bevorderd door de overheersing van Napoleon. Meer mensen dan ooit gingen beseffen dat zij tot een bepaald volk behoorden.
Nationalisme gaat uit de hand lopen wanneer het in politieke programma's verwoord wordt. Hiermee wordt bedoeld dat het nationalisme een middel wordt om een bepaald doel te bereiken, bijvoorbeeld roem, eer of macht. Het behoren tot een volk geeft een meerwaarde, zo wordt dan gezegd. Het nationalisme (ver)wordt tot een ideologie. Door propaganda worden deze nationale sentimenten vaak aangewakkerd.
Vooral in Duitsland en Frankrijk, maar niet alleen daar, speelde dit een grote rol. Tegenwoordig zien we het bijvoorbeeld in het al genoemde voormalige joegoslavië. Het Nederlandse volkslied in de negentiende eeuw is lang geweest "Wiens Neerlands bloed door d'aderen vloeit, van vreemde smetten vrij", van Hendrik Tollens. In Duitsland is het nog veel sterker: "Duitsland, Duitsland, boven alles". Hierin valt heel duidelijk een ongezond nationalisme te bespeuren.
Vooroordelen en discriminatie
Dit ongezonde nationalisme gaat bijna altijd gepaard met vooroordelen en leidt meestal tot discriminatie.
Met een vooroordeel bedoelen we hier, dat we reeds een oordeel hebben over iemand, een groep of een volk, zonder daarover persoonlijke ervaring te bezitten. Het komt meestal voort uit onbegrip of een tekort aan informatie. Op vooroordelen zijn soms hele rassentheorieën gebouwd.
Discriminatie is het maken van onderscheid tussen groepen en personen met daaraan gepaard het apart behandelen van de verschillende groepen. Mensen hebben heel vaak een sterke nei-ging onderscheid te maken tussen groepen en individuen door deze ten onrechte lager te waarderen.
Vooral immigranten die uiterlijk herkenbaar zijn door biologische verschillen, worden nogal eens het slachtoffer van achteruitstelling. In het ergste geval leidt het tot
racisme, een vorm van rassendiscriminatie.
Onze houding
De zogenaamd rechts-extremistische opvattingen worden momenteel in Nederland niet of nauwelijks in georganiseerd verband aangehangen of gepropageerd. Dat wil niet zeggen dat dit gedachtegoed geen enkele aantrek-kingskracht heeft op jongeren (en ouderen). Integendeel.
Maar al te vaak wordt onder de koffie of bij andere gelegenheden uiting gegeven aan negatieve gevoelens over vreemdelingen en buitenlanders. Wanneer we op het kompas van de Bijbel varen is hiervoor absoluut geen plaats. In de Schrift worden we op vele wijzen en plaatsen opgeroepen tot het betrachten van naastenliefde, zelfverloochening en onbaatzuchtigheid. Wanneer we beseffen dat ieder mens naar Gods beeld geschapen is, legt dat verplichtingen op in ons praten over en onze omgang met onze medemens. We moeten maar eerlijk toegeven dat dit vaak niet meevalt. Maar ook in dit opzicht moeten we de eis van de Heilige Schrift zwaarder laten wegen dan onze eigen opvattingen. Vaak zijn we ons niet bewust van vooroordelen en discriminatie omdat ze vaak het gevolg zijn van opvoeding en gewoontevorming. Via opvoeding en onderwijs kunnen vooroordelen en discriminatie dan ook het beste bestreden worden.
Vanuit een bijbelse grondhouding zoals we deze in dit artikel geschetst hebben, moeten we in ons (politieke) beleid ook daadwerkelijk zoeken naar antwoorden op de vele vragen die zich rond dit thema voordoen. Het onbeperkt toelaten van vluchtelingen en migranten is evenmin een 'oplossing', als het sluiten van de grenzen. Waar het voor ons vooral op aan komt, is de vraag of we in ons persoonlijk leven iets praktiseren van het gebod tot naastenliefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1998
Daniel | 32 Pagina's