De wijnstok en de ranken
"Ik ben de wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen" (johannes 15:5)
De herfst heeft zijn intrede gedaan. De druivenranken hebben een krachtige groei doorgemaakt en zijn rijk met druiven beladen. De wijnstok stuwde zijn levenssappen tot in de uiteinden van de ranken. De ranken zelf hebben eigenlijk niet zoveel gedaan. De wijnstok deed het werk en de ranken droegen alleen maar vrucht.
In johannes 15 zegt jezus tegen Zijn discipelen: "Ik ben de wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht" (vers 5). Wij kunnen vanuit onszelf geen vruchten voortbrengen. Vruchten kunnen we alleen dragen door de geloofsverbondenheid met Christus, jezus legt er de nadruk op dat we om vrucht te dragen niet alleen in Hem moeten zijn, maar ook moeten blijven. Hoe kun je dat? De Heere Jezus legt dat uit in johannes 15 door te wijzen op verschillende relaties, waarin de gelovigen tot Hem staan. Hij zegt: jullie zijn de ranken (vers 5), Mijn discipelen (vers 8), Mijn vrienden (vers 14), Mijn dienstknechten (vers 20) en Mijn getuigen (vers 27).
Ranken kunnen alleen maar vrucht dragen, voor de rest zijn ze werkeloos, jezus noemt ze echter ook Zijn discipelen. Van discipelen mag je meer verwachten dan van ranken, jezus zegt in vers 14: "Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebied." Vriendschap vloeit voort uit oprechte liefde. Vrienden kies je zelf uit. Dat doet de Heere nog. Zij hebben Hem lief, omdat Hij hen eerst heeft liefgehad. Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren (vers 16). Hij koos hen uit om voor Hem vrucht te dragen. Dat is de verkiezing tot het apostelschap.
Christus heeft Zijn discipelen aangesteld en een aparte plaats gegeven in Zijn Kerk. Ze moeten heengaan, het Joodse land in en later de wereld in om vrucht te dragen. Vruchten van liefde en goedheid, geduld en matigheid, zelfverloochening en offerbereidheid, heiligmaking en dienstbaarheid.
Tussen een leraar en zijn discipelen is er als vanzelfsprekend een behoorlijke afstand. Maar tussen vrienden is die afstand verdwenen. En daarin speelt de liefde de belangrijkste rol. jullie zijn Mijn vrienden! Wat een vertrouwelijkheid. "Al wat Ik van de Vader gehoord heb, heb Ik u bekend gemaakt" (vers 16). Wat er in God omgaat, wat er leeft in Zijn hart, Zijn liefde tot zondaren, vertrouwt Jezus toe aan Zijn vrienden. Hij opent voor hen het hart van God.
En dan komt er één ding helemaal duidelijk naar voren: Gods liefde, Zijn eeuwige en onbegrijpelijke zondaarsliefde. Vol eerbied en ontzag voor Zijn goddelijke heerlijkheid en majesteit mogen alle gelovigen zeggen: "Heere Jezus, ik heb U lief, ik mag U mijn Vriend noemen." Dat betekent natuurlijk wel dat je dan ook in Zijn liefde blijft. Dat wil zeggen datje God en je naaste wilt liefhebben, zoals Hij heeft liefgehad. En ook dat we Zijn geboden bewaren (vers 10).
Jezus zegt wel: "Ik heet u niet meer dienstknechten... maar vrienden" (vers 15), maar dat wil nog niet zeggen dat de gelovigen geen dienstknechten meer zijn. Want in vers 20 zegt Jezus: "Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien ze Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen." Wat betreft de verhouding tussen Gods kinderen en de Heere Jezus zijn ze 'Zijn vrienden', maar wat hun dienst betreft, zijn ze 'Zijn dienstknechten'. Eigenlijk staat er 'slaven'. Het kenmerk van een slaaf is dat hij het persoonlijk eigendom is van zijn heer in wiens dienst hij staat.
Maar je moet wel weten, dat een slaaf van Jezus Christus (zoals bijvoorbeeld Paulus was) bij God grotere eer geniet dan welke aardse koning of president ook. Zijn dienst is echt een liefdedienst. Dien jij deze Korting al? Ben je Zijn discipel? Heb je door genade iets leren zien van de bitterheid van de zonde en van de begeerlijkheid en de heerlijkheid van de dienst van God? Mocht je wel eens vluchten tot de gekruisigde Zaligmaker en ervaren dat er vrede is door Zijn striemen? Dat zal dan ook blijken in de opdracht die Jezus aan al Zijn discipelen geeft.
johannes 15 eindigt namelijk met de woorden: "En gij zult ook getuigen, want gij zijt van de beginne met Mij geweest" (vers 27). Zijn getuigenis, afgelegd in de kracht van de Heilige Geest, wil mensen eraan ontdekken wie zij zijn tegenover hun Schepper en wat God in Zijn genade hen te bieden heeft. Van die kracht van de Geest was heel Jezus' bediening op aarde doortrokken. Diezelfde Geest hebben de discipelen van Jezus met Pinksteren ontvangen om van Hem te getuigen. En daardoor zijn alle gelovigen op hun beurt ook weer in staat om te getuigen van hetgeen zij in Christus gevonden hebben.
Als je goed geluisterd hebt naar dit onderwijs van de Heere Jezus in Johannes 15, weet je precies wat het is om vrucht te dragen tot eer van God. Als ranken moeten we niets van onszelf, maar alles van de saprijke Wijnstok en de snoeiende Landman verwachten. Als discipelen moeten we ons richten op onze Meester en Hem op de voet volgen. Als vrienden mogen we jezus' nabijheid en/aren en moeten we Zijn gemeenschap zoeken. Als dienstknechten moeten we Hem dienen en de smaad van de wereld trotseren. En tenslotte moeten we als getuigen verkondigen wie Jezus Christus is en wat Hij voor ons betekent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1998
Daniel | 32 Pagina's