JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ontmoetingen in China

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontmoetingen in China

Vrijwilligerswerk in een Chinees kindertehuis

13 minuten leestijd

Tijdens de Jeugdbondactie "De verborgen Bron" hoorden we dat er mogelijkheden zijn om in China in een kindertehuis vrijwilligerswerk te doen. We namen contact op met International China Concern (ICC), een organisatie die verschillende keren per jaar een internationaal team uitzendt naar China. Van 16 juli tot en met 15 augustus hebben we de reis naar China gemaakt.

Ons team bestond uit dertig mensen, afkomstig uit de USA, Engeland, Schotland, Noord-lerland, Australië, Hong Kong en Nederland. De leiding was in handen van een Zwitserse die al vier jaar in China voor de ICC werkt. We gingen per boot en vliegtuig naar "onze" stad in de provincie Hunan.

Eerste kennismaking

In het kader van het voorbereidingsprogramma brachten we een eerste bezoek aan ons (staats)weeshuis en aan het Oasis-house, waarvoor ook tijdens de actie is gewerkt. Beide gebouwen liggen op het zelfde terrein. Het staatsweeshuis is erg primitief.

De eerste kennismaking met ons huis was voor ons overweldigend. We kregen aan het eind van de middag een half uur om kennis te maken met de groep waar we zouden gaan werken. Voor Alice was dat in de 'Room of Hope', terwijl Ellen werkte op de kamer met gehandicapte baby's. Het zien van zoveel leed, slechte hygiënische omstandigheden, soms bange gezichtjes, raakte ons heel diep en laat zich niet gemakkelijk op papier verwoorden.

Het weeshuis

Het weeshuis is opgedeeld in vijf groepen: de gezonde baby's (op dit moment honderd, verdeeld over zeven kamers), de 26 gehandicapte baby's (de handicaps kunnen zowel verstandelijk als lichamelijk zijn: hazenlip, spina bifida, waterhoofd, heupafwijkingen enzovoort), de Room of Hope (28 gehandicapte kinderen van twee tot achttien jaar), de 'toddlers' (een kleutergroep van twaalf gezonde kinderen van drie tot zes jaar) en de gezonde schoolkinderen (ongeveer dertig). De meeste van deze kinderen zullen hun leven doorbrengen in een opvanghuis of op eigen benen gaan staan als ze zestien tot achttien jaar zijn. Een perspectief waar je gerust somber over kunt zijn. Veel gehandicapte kinderen zullen de leeftijd van achttien jaar, waarop ze naar een ander instituut moeten, niet eens beleven...

Het weeshuis ziet er haveloos en grauw uit. Er zijn nog steeds kamers waar de kinderen met z'n tweeën in bed liggen, hoewel dit minder wordt (vier jaar geleden lagen ze allemaal met z'n drieën in bed). De hygiëne is ronduit slecht. Er hangt een vreemde vieze lucht. Er is nauwelijks speelgoed en wat er is, is kapot of niet compleet. De kinderen komen nooit buiten hun kamers en de binnenplaats. De laatste jaren komt er vier of vijf keer per jaar een korte-termijn-team. De teamleden zorgen voor wat extra's. Er is in zo'n periode aandacht voor de kinderen, er is speelgoed, ze worden gestimuleerd en kinderen blijken zich daardoor sneller te ontwikkelen. Ook wordt dan geregeld dat de kinderen van de Room of Hope, de schoolkinderen en

de kleuters een of twee keer 'uit' gaan naar een park, speeltuin of iets dergelijks. Dit kan door het team betaald worden en is echt een belevenis voor de kinderen.

In een aantal dingen is de invloed van de buitenlandse staf en van de korte-termijn-teams merkbaar. Toch zijn er nog veel zaken die om verbetering of verandering roepen. Wat te denken van het als slab gebruiken van een doek die zojuist voor de vieze billetjes is gebruikt; van het ronddelen van medicijnen (antibiotica, de kinderen zijn ziek) aan alle kinderen uit dezelfde fles en met dezelfde lepel; van het vastsnoeren van 'luiers' met touwtjes, zodat de striemen in de huid staan; van vier maal daags een fles voor baby's die er als pasgeborene uitzien en zo hooguit 250 ml per dag binnen krijgen; van het vastbinden op po's van kinderen; van het niet laten behandelen van een kind met een waterhoofd, omdat het toch een kind met een handicap is...

Persoonlijke benadering

Laten we ook positief zijn. De Chinese werkers worden te werk gesteld en kiezen er dus niet voor in een weeshuis te gaan werken. Daarbij is een Chinees niet gewend zich met anderen dan zijn naaste familie te bemoeien. Zorgen voor elkaar (buiten het eigen gezin) kent men niet in China, dat kan je slechts in de problemen brengen. Toch werken in dit weeshuis vrouwen die openstaan voor ideeën die hen door buitenlanders (meestal non-verbaal) aangereikt worden. Er zijn werkers die echt hun best lijken te doen.

Onze aanwezigheid krijgt vooral waarde als we letten op de persoonlijke benadering van de kinderen.

Twee voorbeelden hiervan.

Alice bezocht een aantal dagen achtereen een jongetje van vijf jaar (ziet eruit als drie jaar), dat alleen op een kamer lag. Hij heeft hepatitis en dat is besmettelijk. Hij lag daar in een bedje, helemaal alleen, met slechts wat oud, kapot speelgoed in een hoek van de kamer waar hij niet bij kon komen. Weggestopt... Hij was zo blij met een uurtje aandacht, liefde en spel per dag. Het was voor het eerst in de weken dat hij daar lag... Hij heeft gedurende enkele dagen toch fijne momenten gehad.

Het andere voorbeeld: 'joshua', een sterk ondervoede baby, die geen tekenen van een handicap vertoont, maar wel in de kamer met gehandicapte kinderen ligt. Omdat hij ziek is? Hij heeft een vreemde hoofdwond, een hersentumor? Hij drinkt slecht en krijgt maar vier keer per dag wat aangeboden. De eerste vrijdag en zaterdag kreeg hij nog geen 150 ml per dag binnen, terwijl het ruim 30 graden was en hij er sterk ondervoed uitzag! Na een gesprekje van Ellen met de teamleider heeft deze met de Chinese werkers gepraat. Op maandag kreeg hij flesjes tussendoor en 's morgens dronk hij goed en leek het wat beter te gaan. De hele dag hadden we hem op schoot, konden we hem liefde geven en voor hem bidden, 's Middags ging hij hard achteruit, hij leek stervende. Haast niet te geloven van zo'n kindje. Om half vijf gingen wij naar het hotel terug, 's Avonds hoorden we dat hij om vijf uur overleden was...de laatste dag van zijn leven was de enige die hij helemaal op de arm van mensen van het team doorbracht; op de arm van een Australische kortverbander is hij overleden. Hoe schrijnend dat dit misschien wel het 'beste' weeshuis van China is... Hoe belangrijk dat er een training gegeven gaat worden. Dat is langetermijn-werk! Nog belangrijker is het dat de werkers de God van de Bijbel leren kennen, Die hen kan leren wat barmhartigheid is.

Trainingscentrum ICC

Het ICC heeft inmiddels ook een trainingscentrum opgezet voor lokale werkers dat mede bekostigd is vanuit de actie van de jeugdbond. Met Crystal Kelleher hebben we een gesprek gehad over de opzet en uitvoering van de training, die onder haar leiding plaatsvindt. Dit voorjaar is de eerste training aan vijftien mensen gegeven. Voor de training die half september zal starten, zijn veertig Chinese werkers aangemeld, deels uit het 'eigen' weeshuis, maar ook uit vijf weeshuizen uit omliggende plaatsen.

Men heeft nu de beschikking gekregen heeft over een verdieping van het 'directiegebouw' van het welfare-centre. Deze verdieping is inmiddels grondig opgeknapt: de wanden en deuren zijn geverfd en zonodig vernieuwd, er zijn nieuwe tegels op de vloer gelegd, er zijn toiletten gemaakt. In de periode dat ons team werkzaam was in het weeshuis, hebben alle teamleden een dag geholpen met verven en kon dit werk worden afgesloten. Nu moeten de ruimten nog ingericht worden...

De training wordt gegeven in een periode van vijf maanden, waarin dan drie maanden les gegeven wordt en er tussentijds twee keer een maand gewerkt kan worden. Op die manier kan het geleerde directer in praktijk gebracht worden. De training bestaat globaal uit vijf onderdelen: medisch/verpleegkundig en basishygiëne; fysiotherapeutisch (dit wordt gedemonstreerd bij kinderen uit het weeshuis); psychologisch: de cursist leert welke ontwikkeling een kind psychologisch en emotioneel doormaakt; ontwikkeling van spraak. Belangrijk zijn ook voedingsaspecten en aanpassing aan een bepaalde handicap. Het bleek dat blinde

kinderen altijd alleen maar flesvoeding kregen, omdat ze vast voedsel zouden weigeren. Voedselweigering bij blinde kinderen is echter meestal een gevolg van schrik, als het onvoorbereid een speen of lepel in de mond geduwd krijgt. Een blind kind kan dus ook gewoon rijst eten, als maar duidelijk gemaakt wordt wat er gaat gebeuren.

Tenslotte wordt in de training voortdurend benadrukt hoe belangrijk de werker en haar werk is. Dit wordt zichtbaar gemaakt door gedurende de training één werker aan één kind te koppelen en zo te stimuleren dat het geleerde ook daadwerkelijk in praktijk gebracht wordt. De werker kan zo ook het effect zien.

De trainer heeft een heel goede vorm van lesgeven gevonden. Tussen de lessen door vertelt ze soms bijbelverhalen die een relatie hebben met de onderwerpen (bijvoorbeeld de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan). Hierbij zegt ze niet dat het bijbelverhalen zijn, dit is namelijk streng verboden. Ze hoopt wel dat de mensen nieuwsgierig worden naar het boek waar die verhalen instaan...

Aan het einde van het gesprek benadrukte Crystal dat het belangrijkste is dat de harten van de werkers veranderen. Wanneer de werkers de kinderen gaan zien als schepsel van God, met een eigen unieke waarde, zal dit veel meer effect hebben dan het bijbrengen van theorie, zonder dat die verandering van het hart er is. Als het hart veranderd is, zal ook het gedrag veranderen. Heel zichtbaar wordt dit nu al bij enkele Chinese werkers in het weeshuis, die christen geworden zijn.

Ontmoeting dominee met Chinese

Na een telefonische afspraak zijn we met de trein naar een andere stad geweest. De treinreis was een belevenis op zich! We stapten in de trein toen deze leeg was; ieder heeft een wagon-en stoelnummer. Aan het einde van onze rit was de vloer van de coupé bezaaid met uitgekauwde zonnebloempitten, botjes van afgekloven kippenpoten, pitten van perziken enzovoorts. In Nederland hebben we daar prullenbakken voor...

's Avonds hadden we op een hotelkamer een gesprek met dominee Tsjeng. Hij sprak graag met ons omdat het voor de verdrukte christenen in China heel belangrijk is om te weten dat er in andere werelddelen christenen zijn die van hen afweten en voor hen bidden.

Huisgemeenten

Dominee Tsjeng vertelde dat zijn gemeente in 1984 bijeenkwam in een erg kleine, vochtige ruimte. Het was toen een kleine groep van acht mensen. Deze kleine gemeente groeide hard. Ds. Tsjeng zag daarin Gods werk: God kan doen wat mensen niet kunnen. Gods werk gaat door ondanks de verdrukking en de tegenstand van de Chinese regering.

De gemeente bleef groeien: in 1994 waren er duizend leden! In augustus 1997 kwam de politie bij ds. Tsjeng en dwong hem tot aansluiting bij de Drie-Zelf Kerk. Hij zei: "Waarom? Ik ben christen. Ik geloof in God en niet in de regering. Ik ben een goede burger en ik hou van mijn land, maar ik kan me niet aansluiten bij de Drie-Zelf Kerk". Op last van de regering is het kerkgebouw toen van hen afgenomen. God sloot de ene deur, maar opende een andere deur. Nu zijn er twintig huisgemeenten, met acht tot dertig leden.

Dominee Tsjeng gaat van de ene naar de andere huisgemeente. De politie en de regering snapt er niets van. Ze vroegen de predikant: "Wie is jullie leider? " Hij zei: "jezus Christus". Ze vroegen: "Hoe krijgen jullie geld? " Hij antwoordde: "God zorgt voor ons. We hebben geen pastor en we hebben geen kerkgebouw." Toch hebben ze hun kerk overal; ze komen bijeen in christelijke eenheid, op allerlei plaatsen: in de bergen, bij de rivier, in het bos, overal. De regeringsfunctionaris werd boos en zei: "Vertel me de waarheid!" De predikant antwoordde: "Het is waar." Tot vorig jaar hadden ze enige vrijheid. Toen konden er buitenlanders op bezoek komen. Nu kan dat niet meer. Donderdag belde iemand van de overheid ds. Tsjeng op en zei dat buitenlanders niet naar zijn woon-

plaats mogen komen. Het telefoonen faxverkeer vanuit Nederland naar China was dus opgemerkt.

Wateroverlast

De woonplaats van ds. Tsjeng ligt op het platteland. Door de recente overstromingen hadden ze veel wateroverlast. Leden van de huisgemeenten werden dakloos door de overstromingen. Ze verloren hun huis en hun rijstvelden, ze hebben niets meer. Leden van de huisgemeenten helpen elkaar met het bouwen van een nieuw huis en geven geld voor nieuw zaad om weer rijst te kunnen verbouwen.

Vanuit Nederland heeft ds. Tsjeng geld uit de actie ontvangen. Dat heeft hij gebruikt voor gemeenteleden die getroffen waren door de overstromingen. Oorspronkelijk was het bedoeld om een bromfiets te kopen, zodat hij gemakkelijker naar de verschillende gemeenten zou kunnen. Hij vond echter de aanschaf van een computer en printer belangrijker, zodat hij zijn preken en boekjes kan uitprinten. Omdat de gemeente verspreid is, moet hij veel preken schrijven. Iedere week zijn er nieuwe preken nodig, die gelezen kunnen worden in de gemeenten die overal verspreid zijn. Hij heeft ook liederen geschreven. Veel daarvan zijn in de gevangenis gemaakt. In totaal heeft ds. Tsjeng namelijk twintig jaar (vijf perioden) in de gevangenis moeten doorbrengen. Vaak onder mensonterende omstandigheden. Ze hebben een keer een week lang zijn handen vastgebonden op zijn rug. De rijst zetten ze voor hem op de vloer. Hij moest eten als een hond om in leven te blijven.

Over zijn vele werk zegt ds. Tjeng het volgende: "God geeft me de kracht en de energie om dit werk te doen. Zoals een soldaat in een leger een geweer nodig heeft, zoals een voertuig brandstof nodig heeft, gebruikt God mij als een soldaat in Zijn leger en geeft me de kracht om voor Hem in Zijn koninkrijk te werken".

'Nog één dag...'

Ds. Tsjeng heeft voor de mensen van de ZGG en JBGG een fotoboek samengesteld van zijn huisgemeenten. Hij gaf het ons mee, omdat hij graag wil dat christenen in Nederland een indruk krijgen van het leven van de christenen van de huisgemeenten in China.

Het gesprek met ds. Tsjeng was heel bijzonder, omdat we spraken met een man, die veel geleden heeft om zijn geloof in God. Hij had de nacht voor onze ontmoeting niet kunnen slapen van opwinding. Ondanks alles mag ds. Tsjeng doorgaan met het werk voor zijn Koning. Het meest sprekend komt dat uit in zijn eigen woorden: "Ik ben oud, ik weet niet hoe lang ik nog heb te leven. Maar als ik zou weten nog één dag te hebben, dan zou ik nog die ene dag werken in het koninkrijk van God..."

Weer thuis

Moe en vol indrukken kwamen we thuis. Deelname aan een korte-termijn-team in een weeshuis in China laat een onuitwisbare indruk achter. We hebben veel geleerd, gezien, gehoord en ervaren van de Chinese cultuur in de korte periode die we er waren. We hebben ook nog veel niet gezien... De nood in China is groot.

Nog steeds is het verboden om openlijk het Woord van God te verkondigen. Laten we de mensen en vooral ook de vele kinderen in de weeshuizen in China niet vergeten in ons gebed. Ondanks het verbod tot evangelisatie is de voortgang van Gods werk zichtbaar. Er is echter nog veel nood en veel werk te doen in het land waar een vijfde deel van de wereldbevolking woont!

Ede

Alice Eikelboom-de Jonge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1998

Daniel | 32 Pagina's

Ontmoetingen in China

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1998

Daniel | 32 Pagina's