Uit het dagboek van Arino
Donderdag 23 juli
De treinreis van Bogor naar Jakarta is een belevenis op zich. We reizen in de goedkoopste klasse, dus we zitten tussen het 'gewone volk'. Ook nu blijven de deuren gewoon open tijdens de rit. Echt levensgevaarlijk! De sfeer is ongedwongen, 'Bapak' Janse heeft een geanimeerd gesprek met twee Javaanse broers. Ook Herma doet haar best om zichzelf verstaanbaar te maken. Tijdens dit alles wordt ons allerlei koopwaar aangeboden en bedelaars schuiven aan onze voeten voorbij. Als we in Jakarta aankomen, nemen we ditmaal de Bemo (becak met motor) als vervoermiddel. Na veel lawaai, geronk en geschok komen we weer bij Jalan Proklamasi Duapuluh-tujuh.
Zaterdag 1 augustus
Vanwege de landslides (aardverschuivingen) die nog niet zo lang geleden in Irian zijn geweest, kunnen de taxi's onmogelijk tot Pass Valley rijden, dus we gaan lopen. Het is een indrukwekkende ervaring! Zeven verschuivingen moeten we oversteken. Overal liggen boomstammen, takken en stenen. De Irianezen die onze bagage dragen, lopen snel en makkelijk over de stammen, takken en stenen heen. Ze weten precies waar ze hun voeten neer moeten zetten. In plaats dat onze groep goed op hen let en hun manier van lopen afkijkt, stort een aantal mensen zich vol overgave in de blubbermassa. Ze zitten gewoonweg vastgezogen en met heel wat mankracht worden ze er weer uitgevist. Tot boven de knieën zitten ze onder de modder. Ikzelf sta nog op het droge en geniet van hun verwoede pogingen om weer los te komen!
Maartdag 3 augustus
We maken een voettocht naar een kampong. Het is een flinke klim en het is erg blubberig. Het lopen gaat niet echt makkelijk en de Irianezen zijn ons zeer behulpzaam. Eén van de vrijgezelle deelneemsters verzucht: "Tjonge zeg, ik heb hier mijn record verbroken! In Nederland heb ik nog nooit zolang met een jongen hand in hand gelopen".
Woensdag 5 augustus
Deze woensdag is dé dag! We gaan van Pass Valley naar Landikma lopen. Echt een heavy tocht! Van paal 62 tot paal 94 en dan nog drie uur door de jungle. Om zes uur gaan we lopen, dus om half zes zitten we aan het ontbijt. Iedereen heeft de avond ervoor één rugzak gepakt waar bijna niks in mag zitten. We mogen alleen de dingen meenemen waar we echt niet zonder kunnen. Toch blijken die allerbelangrijkste dingen bij de één spullen te zijn, die een ander al in Nederland achter liet...
Vanaf paal 94 duiken we de jungle in. Het is warm, vochtig en plakkerig. Gelukkig hoeven we onze rugzakken niet zelf te dragen, maar doen onze gidsen dat voor ons. Er is geen weg te bekennen, alleen maar boomstronken, stenen, water en planten. Het is twee uur glibberen naar beneden, dwars door kleine stroompjes heen tot aan de rivier de Landi. Over de lianenhangbrug en weer twee uur steil omhoog. Middenin de jungle gaat spontaan een wekker af die ergens in een rugzak zit. Grote pret onder de Irianezen die niet weten in welke rugzak die wekker zit...
De groep valt uit elkaar, omdat iedereen z'n eigen looptempo heeft. Sepinus, die mijn rugzak draagt, loopt voor mij, en dat gaat prima. Hij heeft een lekker gangetje en achter mij loopt nog een jongetje. We lopen met z'n drieën verder door de bush en ze wijzen me allerlei mooie bloemen, rupsen en vlinders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1998
Daniel | 32 Pagina's