Marga Minco: Nagelaten dagen
Wie aan het jongste boek van Marga Minco wil beginnen, doet er goed aan, eerst enkele van haar korte verhalen te lezen, In Het adres en De dag dat mijn zuster trouwde komt niet alleen dezelfde thematiek naar voren, het laatstgenoemde verhaal speelt in Nagelaten dagen ook duidelijk een rol. Door dit verhaal ontstaat als het ware dit nieuwste boek.
* Inhoud
De ik-figuur in het boek blijft anoniem. Al maakt de verwijzing naar haar verhalen het aannemelijk deze ik gewoon te vereenzelvigen is met de auteur Marga Minco, het is opvallend dat geen van de andere personen in het boek haar ook maar één keer aanspreekt met haar naam! Ook de naam van haar zus, die een sleutelrol speelt in de voorgeschiedenis, wordt slechts één keer gebruikt in het hele boek.
Vier vrouwen spelen - naast de ikfiguur - een meer of minder belangrijke rol in het boek. In de eerste plaats is dat Miriam Weissbach uit Jeruzalem, die uit het verhaal over de trouwdag van Marga's zuster opmaakte, dat die haar kon inlichten over de familie Ruppin. Marga's zuster trouwde in de oorlog met Hans Ruppin; beiden zijn spoedig daarna opgepakt en omgekomen, maar Hans' zuster Eva moet nog leven. Miriam is bezig met een genealogisch onderzoek en schrijft daarom een brief naar de ik-figuur; ze zoekt haar later zelfs in Amsterdam op. Zo ontstaat eigenlijk het verhaal. De ik-figuur neemt dan contact op met die Eva Ruppin, die in Florida blijkt te wonen. Ze kan zo echter Miriam Weissbach niet veel verder helpen. Wel zet Eva haar aan om na te gaan waar de spullen van haar familie gebleven zijn. Die woonde aan het Wedemerplein in Amsterdam en heeft veel eigendommen in bewaring gegeven bij de buren, de familie Stelerius (een speaking name? Ze worden in ieder geval getypeerd als "bewariërs"). Eva heeft daar twee jaar na de oorlog haar neus eens gestoten, maar misschien kan de ik-figuur daar nu - na ongeveer vijfitg jaar - wat meer bereiken? Met name een japanse blauwe kom met deksel van haar moeder zou ze graag nog terugkrijgen.
De ik komt er wel binnen, maar nadat Attie Stelerius (zus van de bewoners uit de oorlog) eerst toeschietelijk is, houdt haar schoonzoon de ik later op een afstand. Enkele maanden na een bezoek aan Eva Ruppin in Amerika ontmoet ze Attie weer. Ze krijgt dan van haar een doos met een blauwe porceleinen vaas met een deksel. Op de onderkant van het deksel staat een blauwe vogel. Als de ik het "japans" porcelein noemt, komen bij Attie allerlei kampervaringen uit Indië boven. In een aantal flash-backs (typische Marga Minco-stijl!) vertelt ze over haar bezoek aan Eva, die haar - na een heel ritueel - een album heeft laten zien dat de ik-figuur voor de trouwdag van haar zuster Bettie gemaakt had. Ze had het toen overhandigd, maar de herinnering eraan was helemaal verloren gegaan. Bij haar afscheid krijgt ze het onverwacht nog mee.
Als ze maanden later nog eens Eva Ruppin wil opzoeken, die na een val en een attaque in een ziekenhuis beland is, herkent die haar niet meer. Ze wil de vaas geven, maar Eva laat die uit haar krachteloze handen vallen. Alleen het deksel met de blauwe vogel is nog heel. Zo eindigt het boek enigszins triest.
* Motto
Wie een boek niet alleen feest als tijdverdrijf, maar ook iets wil doorgronden van de bedoeling van de auteur, doet er goed aan te letten op een motto dat de auteur soms aan een boek meegeeft. Marga Minca geeft haar werk zelfs een uitgebreid motto mee. Net als in De val is het hier een motto van een Engelse auteur. Het gaat over het verschijnsel "pentimento": soms zie je door de verflaag van een oud schilderij iets doorschemeren van wat de schilder in een eerder stadium op zijn doek geschilderd had. je ziet zo dingen van vroeger terugkomen in het heden. Precies eender kunnen herinneringen uit jouw verleden wel in je tegenwoordige leven binnen dringen, maar ze blijven dan toch wat schemerachtig en vaag. Dit sluit goed aan bij de schrijfstijl die Marga Minco in haar laatste werk steeds vertoont.
* Schrijftrant
Evenals in andere boeken maakt ze namelijk overvloedig gebruik van flash-backs: flitsen uit het verleden duiken opeens in het heden van het verhaal op. Je moet als lezer daar steeds op bedacht zijn, want voortdurend wisselt ze van tijdlaag zonder nadere aankondiging. De openingszin van het boek is ook een echte Marga Minco: Het had geen zin pogingen te doen de familie Stelerius op te sporen. Het wordt je meteen
duidelijk gemaakt: er is iets gebeurd, het is onherstelbaar, maar er volgt toch een zoektocht naar dat verleden. Dat verleden dringt zich in het werk van Marga Minco steeds weer aan de lezer op. Dat komt doordat zij dat zelf ook zo ervaart. In Een leeg huis heeft ze dat ooit gesymboliseerd door het verhaal zelf in de verleden tijd en de flash-backs juist in de tegenwoordige tijd te vertellen. Ook in dit boek past ze zoiets toe: de flash-backs die over de oorlogsjaren gaan met herinneringen aan haar zuster, vertelt ze in de tegenwoordige tijd!
* Bedoeling
In veel werk van Marga Minco komt de thematiek van het "overleven" aan de orde. Ze heeft zelf als enige van het gezin en een van de weinigen van de familie de oorlog overleefd. Daardoor staat ze eenzaam tussen de andere mensen. Zo heeft ook Eva Ruppin op een wonderlijke wijze overleefd, en niet alleen de oorlog. Toen ze in 1946 naar Amerika zou vertrekken en haar toestel vertraging had door mist, ging ze met een ander toestel, de Blue Bird (denk aan het deksel van de vaas!) mee. Later hoorde ze dat haar "eigen" toestel was neergestort, waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. Ook dit werk van Marga Minco is weer het relaas van een overlevende.
* Waardering
Ik was eerst van plan boven deze boekbespreking te schrijven: Een leeg boek. Dat was mijn reactie na een eerste lezing. Mijn oordeel is na een tweede lezing echter genuanceerder geworden. Het is misschien niet een boek waar je meteen enthousiast over zult zijn vanwege het spannende verhaal, want dat zit er gewoon niet in. Als het vaak op de literatuurlijsten van middelbare scholieren zal komen te staan, zal dat meer zijn vanwege de beperkte omvang; ook typisch Marga Minco! Maar dat wil niet zeggen, dat ik het geen waardevol boek vind. Dat is het immers wel. In dit boek blijkt overduidelijk hoe leeg het leven is van de mens buiten God. Het leven van de hoofdpersonen speelt zich helemaal af in een wereld die beheerst wordt door dingen. Zeer vergankelijke dingen, dat zeker. Een vergankelijkheid, die nog wel beseft wordt ook. Er blijkt daarbij wel dat in ieder geval de ik-figuur niet uit is op het verwerven van bezit, ook bij Eva Ruppin gaat het er niet om het oude (familie-!)bezit terug te krijgen. Ze staat er voor een groot deel zelfs onverschillig tegenover: het doet haar niets meer, met uitzondering van enkele bijzondere voorwerpen zoals de porceleinen kom. Deze dingen laten de mens (ook haar) ten diepste in een leegte achter. Maar deze leegte wordt op geen enkele manier opgevuld. Er is geen enkel perspectief op een betere wereld. Er is geen enkele verwijzing naar het Goed dat eeuwig is. Er is geen enkel uitzicht op een Stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. Toch vind ik dit boek waardevol. Als je het leest, ervaar je misschien iets van de leegte van een bestaan zonder God. Vraag je dan ook eens af: waarnaar ben ik op zoek? Welk uitzicht heb ik?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1998
Daniel | 32 Pagina's