Evangelisatie - zaaien waar mogelijk
Wat kun jij doen?
Wat kun jij doen?
"Dag, juf." Blij loopt Hans weg. 't Was fijn op de club. De juf vertelde een mooi verhaal over de Heere jezus. Hij had een zieke man beter gemaakt. Ook had de juf een nieuwe tekst uitgelegd. Die was wel lastig om te leren. Ze had uitgelegd dat alle kinderen bekeerd moesten worden. Dat was wel moeilijk geweest. Hans snapte dat nog niet helemaal. Maar hij zou de tekst wel goed leren. Dan zou hij weer een punt krijgen. Hij had al veel punten! Hij had er bijna genoeg om een Bijbel te krijgen. Een echte Bijbel, net zo een als de juf. Niet een kinderbijbel, die had hij een half jaar geleden al gekregen. Hij las er vaak uit. Soms waren er verhalen die de juf ook had verteld. Het was fijn op de club...
Het Woord was weer gezaaid
Het woord zaaien wordt in de Bijbel veel gebruikt. De Heere Jezus gebruikte het regelmatig als Hij het evangelie in begrijpelijke beelden uiteenzette. Het meest bekend is wel de gelijkenis van de zaaier. Van die man die zijn zaad uitwierp over de akker. Met brede armzwaaien werd het zaad over die akker verspreid, leder mens herkende dat.
Juist dit beeld is vaak gebruikt om de verkondiging van Gods Woord uit te beelden. Gods Woord moest gepredikt worden aan alle creaturen (Markus 16:15). De Heere maakte geen voorbehoud. Niet alleen de Joden, niet alleen aan de vrome jodengenoten, maar aan alle volken: en hoopvolle boodschap voor hopeloze mensen.
Dat zaaien gebeurt overal waar het Woord van God wordt verkondigd, 's Zondags in de kerk. Op de catechisaties. Tijdens de bijbelles op school. Op de jeugdvereniging. Maar ook tijdens het lezen van de Bijbel aan tafel en de persoonlijke bijbelstudie. Het zaad wordt telkens weer uitgestrooid en het beeld van de gelijkenis komt als vanzelf voor ons op. Ook dringt de vraag zich op waar het zaad valt in ons eigen hart: op de weg, op een steenachtige plaats, tussen de doornen, of brengt het vrucht voort?
Waar moge lijk?
Zaaien waar mogelijk... Als je titel van dit artikel nog eens goed leest, zou je kunnen denken dat er mee bedoeld wordt dat er dus begrenzingen zijn voor het evangelie. Het kan niet overal gezaaid worden, alleen maar waar het mogelijk is. Dus je hoeft niet overal te zaaien. Er zijn dan dus plaatsen waar het geen nut heeft dat het Woord er wordt gepredikt. Dat Woord hoort niet bij zwervers, bij gevangenen, bij asielzoekers, bij mijn buren...
Maar dat kan natuurlijk niet waar zijn. Dat blijkt duidelijk uit de geschiedenissen die in Gods Woord zijn beschreven. Daar zien we de Heere Jezus de weg door Samaria gaan. Eigenlijk een onmogelijke weg, maar het werd de Samaritaanse vrouw tot eeuwige winst. We lezen in dat Woord van Filippus die een onmogelijke opdracht kreeg. Hij moest gaan naar de
weg van Jeruzalem naar Gaza. Het werd de Moorman tot eeuwig heil.
Kansen
Nee, het toevoegsel 'waar mogelijk' heeft een andere betekenis. Zaaien waar mogelijk betekent: 'zaaien, waar je er de kans voor krijgt'. Het Woord moet overal gezaaid worden! En in die betekenis zijn er geen begrenzingen aan de eis van het zaaien.
Natuurlijk zijn er wel begrenzingen in mijn mogelijkheden. Ik kan het Woord misschien wel brengen op de kinderclub, of op de bijbelgespreksavond. Maar ik kan dat Woord niet brengen in de oerwouden van lrian. Het kan niet overal door mij gebeuren.
De eis tot het zaaien komt dus tot iedereen, naar de mogelijkheden die hij of zij heeft. Het is waar, wij zijn niet allemaal dominee, evangelist of zendeling. Maar daarom blijft de eis tot zaaien wel voor ons gelden. We kunnen op twee manieren tegemoet komen aan de eis die de Heere ons stelt.
Zelf doen
De eerste manier is om het zelf te doen. Dan zoeken we naar mogelijkheden om ons dienstbaar te maken binnen het evangelisatiewerk. We kunnen helpen bij het rondbrengen van folders. We kunnen helpen bij het kinderevangelisatiewerk. We kunnen folders gaan brengen naar de wachtkamers van ziekenhuizen. We kunnen misschien wel een bijbelgespreksavond leiden. We kunnen
helpen bij het werk van de schriftelijke bijbelcursus. Er zijn mogelijkheden genoeg. Het blijkt in veel gemeenten niet eenvoudig om mensen te krijgen voor het evangelisatiewerk. Praat eens met iemand uit de evangelisatiecommissie, of je misschien kunt helpen.
Maar laten we vooral het belangrijkste niet vergeten. We moeten ook zelf durven spreken met onze naaste. Op ons werk, op school, in de buurt, maar ook uit de kerk. Ook dat is een mogelijkheid. En wie kan zeggen dat hij geen mensen ontmoet om mee te spreken? Ik geef toe, dat valt niet altijd mee. Daarom moet het ook biddend gebeuren. We moeten al dit werk in afhankelijkheid doen.
Laten doen
Daarnaast is er de tweede manier: door anderen hiertoe in staat te stellen. Dat betekent dat wij het werk van zending en evangelisatie financieel gedenken. Hoeveel leggen wij hiervoor opzij? Hoeveel procent van onze inkomsten leggen wij opzij voor de dienst des Heeren? Dat geld is hard nodig om onze dominees, evangelisten en zendelingen te betalen. Dat geld is ook nodig om folders te drukken, zendings-en evangelisatieposten te onderhouden en ga zo maar door. Wie ziet hier geen mogelijkheden? Het hoeft niet te gaan om grote bedragen. De Heere ziet het hart aan en niet het geschonken bedrag. Gelukkig zijn er mensen die met grote bedragen (meestal in stilte) het zaaien van het Woord mogelijk maken. Maar er zijn ook veel mensen die met kleinere bedragen toch hun steentje bijdragen. Misschien zeg je wel: "Echt, ik kan dat allemaal niet." Dan zijn er ook andere mogelijkheden. Je zou kunnen oppassen bij iemand die daardoor op woensdagmiddag kan helpen bij het kinderevangelisatiewerk. Je zou de avond voor de clubmiddag kunnen helpen met het voorbereiden van de werkjes voor de kinderevangelisatieclub. En zou tenslotte het bidden voor dit werk geen steun geven?
Beide
Daarmee wil ik niet zeggen dat je één van deze manieren moet gebruiken. Dan zouden we deze eis met een mooi bedragje af kunnen kopen. Nee, je bent verplicht om beide manieren van werken te onderzoeken. Waar liggen mijn mogelijkheden? Waar zou ik dienstbaar kunnen zijn? Het is niet één van deze twee, maar beide zijn vereist. Wie werkelijk wil helpen bij het zaaien van het Woord, vindt ook mogelijkheden om dat te doen. Daarbij gaat het niet om wat wij willen of leuk vinden om te doen. Het gaat om het Woord. Het gaat om de eis dat dit zaad wordt uitgestrooid.
Kan ik dat, zaaien?
Maar kan ik dat wel? Nee, dat kun je niet. Er zijn mensen die vinden zichzelf wel bekwaam om deze dingen te doen. Ze staan soms vooraan en hebben het hoogste woord. Dat zijn meestal niet de nuttigste zaaiers. In Gods Woord wordt gesproken over een zaaier die al wenend voortgaat. Dat is een veelzeggend beeld. De ware zaaier voelt zich onbekwaam in eigen kracht. Telkens opnieuw moet hij vragen om hulp van boven. Hij heefteen Leidsman nodig. Zulke afhankelijke mensen kan de Heere gebruiken om Zijn Woord voort te planten. Gelukkig hoeven die mensen niet op pad met hun woorden. Ze mogen Gods Woord laten spreken. En dat Woord is krachtig tot zaligheid. Welgelukzalig die zaaier. Hij zal ook juichen als de vruchten gemaaid worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1998
Daniel | 32 Pagina's