Het gaat om de waarachtige vreze Gods
Vraaggesprek met ds. J. Driessen
Waar de Heere Zijn Kerk vergadert, kamt strijd. En ook vandaag komt er veel op onze gemeenten af. Onze jongeren groeien op in een samenleving waarin men steeds minder rekening wil houden met God en Zijn dienst. Maar de Heere gaat door met mensen te trekken uit de duisternis en ze te brengen tot Zijn wonderbaar licht. Hij roept mensen in Zijn dienst. Over deze dingen spraken we met ds.). Driessen, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Doetinchem. Op 12 september 1998 mag hij herdenken dat hij 25 jaar geleden in zijn eerste gemeente bevestigd werd.
Vraaggesprek met de. J. Dr\eeeer\
Na zijn opleiding aan de Theologische School diende ds. Driessen de gemeenten van Oost kapelle (1973), Moerkapelle (1977) en Ridderkerk-Slikkerveer (1982). Hij was van 1985-1992 als zendingspredikant van Vlissingen werkzaam in Zuid-Afrika. Daarna diende hij de gemeente van Woerden en in juli 1997 werd hij bevestigd in Doetinchem.
Dominee Driessen, kunt u kort aangeven wat u gedaan hebt voor u predikant werd?
Na de lagere school heb ik de MULO gedaan. Daarna ging ik naar de MTS voor het grafisch bedrijf. Met die opleiding zou ik een kaderfunctie kunnen gaan vervullen in een grafisch bedrijf. Ik richtte me op de organisatorisch-economische aspecten. Na twee jaar militaire dienst heb ik gewerkt bij drukkerij johan Enschede in Haarlem. Na enkele jaren ben ik overgestapt naar een handelsdrukkerij in Utrecht. Wij woonden ook in Utrecht. Toen ik dertig jaar was, ben ik mijn studie begonnen aan de Theologische School in Rotterdam.
Roeping tot predikant Kunt u iets vertellen over de roeping tot het predikantschap?
Vanaf de tijd dat ik geloven mag dat de Heere in mijn hart begon te werken, was er de begeerte om de boodschap van het Evangelie door te geven. Als ik dan 's zondags eens goed had mogen luisteren, zat ik 's maandags in de trein zo maar stilletjes voor mezelf te preken. Ik schrok van mezelf. "Wat ben je een hoogmoedige vlegel, dat je denkt dat je dominee moet worden, " zo zei ik tegen mezelf. Ik sprak er met niemand over, alleen mijn vrouw wist er iets van.
Onze predikant in Utrecht, ds. C. Harinck, vroeg in die tijd eens aan me of ik geen dominee wilde worden. Ik antwoordde: "Ik zou dat wel willen, maar ik weet niet of het de wil van de Heere is." Ds. Harinck wees me erop dat David de begeerte had om voor de Heere een huis te bouwen. Natban moest hem zeggen dat het goed was geweest dat die begeerte in zijn hart was, doch dat niet hij maar zijn zoon Salomo dat moest doen. "Zo kan het ook met jou zijn. Maar het kan ook zijn dat de Heere het wél wil. Vraag maar aan de Heere of Hij het je duidelijk wil maken uit Zijn Woord."
Dat heb ik gedaan. En later tijdens een oudejaarsdienst leefde die begeerte zeer sterk. Ik zag de nood van al die mensen met een ziel voor de eeuwigheid geschapen, en vroeg de Heere: "Zend mij heen.." De volgende morgen, nieuwjaarsdag, bad de dominee of de Heere in dat nieuwe jaar jonge mensen wilde roepen in Zijn dienst.
Of Hij ze de opdracht wilde geven: "Ceef gij hun te eten." Dat woord zonk in mijn hart. Ik was toen 25 jaar. In de tijd daarna ben ik ernstig ziek geweest, maar ook deze weg heeft de Heere willen gebruiken om me voor mijn persoonlijk leven en met betrekking tot het ambt, nader onderwijs te geven.
De noodzaak opgelegd U was 25 jaar toen de Heere riep. Dat is betrekkelijk jong...
Ik geloof dat de meesten vrij jong worden geroepen. In de twintig, of wat later. Al behaagt het de Heere ook wel om mensen op wat oudere leeftijd in zijn dienst te roepen.
U gaf aan dat u het voor u zelf onmogelijk vond om predikant te
worden. En toch was het uw begeerte. Is dat niet bij al Gods kinderen zo?
Zeker, maar die begeerte is niet de roeping tot het ambt. Het is de vrijmacht van de Heere dat hij daar sommigen toe roept. En dat moet voor jezelf wel duidelijk zijn. je moet weten dat het de wil van de Heere is. Dan heb je ook iets om op terug te vallen, ook als het moeilijk wordt. "U bent het toch geweest Die mij gestuurd hebt? "
Op een Jongeren Zendings-en Evangelisatiedag in Kampen zei u eens: "Echte profeten worden door de Heere in beslag genomen. Valse profeten gaan zelf aan het werk."
Als het goed is, wordt de nood opgelegd. "Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkon dig." Ik zou verkeerd doen wanneer ik mij niet in die weg begaf.
Roeping en vrucht
Blijkt de roeping ook wel uit de vrucht op het werk?
Het is wel een rijke bevestiging. Sommigen van de profeten hebben weinig vrucht gezien. Toch waren ze door de Heere geroepen. Dan kan er veel strijd op afkomen. "Heere, hebt U me werkelijk gezonden? " Maar dat kan ook als er wel vrucht wordt gezien. Elke ambtsdrager heeft z'n strijd. Moedeloze dagen, waarin hij voor zichzelf niet zo makkelijk gesteld is.
Als u nu terug kijkt op deze 25 jaar, mag u dan spreken van vrucht op uw werk?
Ik geloof dat de Heere het heeft willen gebruiken om mensen te bekeren. En ook voor sommige van Gods kinderen tot opwas in de kennis van de Heere jezus. Soms mag je daar iets van horen. Dan stemt dat tot verwondering en blijdschap.
Het hart gebogen
U hebt verschillende gemeenten gediend. Hoe hebt u de roeping tot een bepaalde gemeen te ervaren?
In Oostkapelle preekte ik in mijn studententijd op een eerste paasdag 's avonds over de Emmaüsgangers. "Blijf bij'ons, want het is bij de avond en de dag is gedaald." De gemeente werd toen op mijn hart gebonden. Ik kreeg daarna ook vrijmoedigheid om het beroep van Oostkapelle aan te nemen.
Zo kan het zijn dat de Heere vanuit Zijn Woord de weg wijst, maar dat hoeft niet. Ik moet denken aan de intredepreek van ds. Ligtenberg in Oudemirdum. Hij zei: "Gemeente, de Heere heeft wat liefde voor uw gemeente in mijn hart gegeven." Ouderling Tuinier moest hem daarna toespreken. Hij zei dat hem dat getroffen had. De beste huwelijken worden immers uit liefde gesloten? ! Belangrijk is dat de Heere je hart buigt. Soms wil de Heere het uit Zijn Woord bevestigen. En dat is groot.
Roeping tot de Zending
U bent ook zendingspredikant geweest. Hoe ligt het met de roeping tot het zendingswerk?
Ik liep daar al mee toen in 1985 het beroep van de Zending kwam. De Heere had me op dat beroep voorbereid.
En Hij heeft ook willen bevestigen, dat het Zijn weg was het beroep aan te nemen. Ik heb dat mogen doen en de Zending in Zuid-Afrika met veel vreugde gediend.
U had geen roeping voor het leven voor de zending?
Ik heb een roeping voor het leven om predikant te zijn. En die Hij
roept, mogen het aan de overlaten waar zij mogen Heere dienen. De zending heeft nog altijd een heel grote plaats in mijn hart, en ik acht het een zegen dat ik er door het werk in het zendingsdeputaatschap nog altijd bij betrokken ben.
Hebt u bijzondere ervaringen opgedaan in het zendingswerk?
Ik ben beroepen, vooral met opdracht om samen met de de andere werkers daar, te probe ren een predikantsopleiding op te zetten. Zodat de evangelisten die de gemeenten al dienden, verder opgeleid konden worden tot predikant.
Dit heeft mogen lukken, je begrijpt dat de bevestiging van de eerste evangelisten tot predikant een hoogtepunt was voor de gemeenten die daar als vrucht op het zendingswerk ontstaan zijn. Ze hadden nu hun eigen predikanten. Het was ook een hoogtepunt in het werk voor ons persoonlijk.
Hartelijke herkenning
Hoe hebt u onder de gemeenteleden in Zuid Afrika de omgang met de Heere ervaren?
)e kunt Zuid-Afrika, en zeker het zendingsveld daar, maar niet zo met Nederland vergelij ken. Wij staan in een duidelijke traditie van Reformatie, Nadere Reformatie en Afscheiding. Dat kent men daar zo niet. Daardoor is het milieu daar anders. Toch zijn ook daar ook bijvoorbeeld de verschillende standen in het genadeleven. Het wordt alleen anders verwoord. Het is bijzonder treffend als je de wezenlijke overeenkomsten ontdekken mag. Zichzelf leren kennen als een verloren zondaar. En de rijkdom van de Zaligmaker: de Heere jezus. Ik was op visitatiereis op Irian jaya. Daar preekte ds. Pieter Wabdaron uit de Kolossenzenbrief: "Christus is alles." De preek werd voor mij getolkt. Er was een hartelijke herkenning. Dat toen stemt tot verwondering.
Moest u erg wennen bij uw terugkomst in Nederland?
ja, want je merkt dat Nederland in die jaren ook veranderd is. Het is niet meer hetzelfde als toen je het vertrok. Wel hebben we in Afrika de voorrechten die we hier in Nederland hebben, erg leren waarderen. Ik denk aan het onderwijs en andere instellingen op de grondslag van Gods Woord, je leert ook wel dingen relativeren die de kern van de zaak niet raken. Maar over het algemeen mogen we blij zijn met wat we hebben.
We hebben in Nederland vaak te maken met het gevaar dat we ons te zeer terugtrekken. Dan kan het christelijk getuigenis in het gedrang komen. De eigen instellingen zijn een middel, geen doel. Het gaat om de komst van Gods Koninkrijk. Als onze instellingen een doel op zichzelf gaan worden, gaat het verkeerd.
Een zendingsgemeente
Er wordt wel eens gezegd dat iedere gemeente een zendingsgemeente hoort te zijn...
Zo zou het moeten zijn. Wanneer gebeurt het nog dat iemand van buitenaf lid wordt van de kerk? Dat is een zeldzaamheid. Hoe komt dat toch?
Op het zendingsveld gebeurt het meer. Daar wordt meer gesproken over de dingen van Gods Woord, ook met mensen van buiten de kerk. Ik geloof niet dat dat komt doordat de zendingskerken meer geloofszekerheid zouden kennen. Het heeft meer te maken met de cultuur. Men praat daar gemakkelijker over de eigen overtuiging. Ik kan me ook niet voorstellen dat ik, als ik hier in Doetinchem huis aan huis zou gaan, overal binnen word gevraagd en er beleefd naar de bijbelse bood-
schap geluisterd wordt. Op het zendingsveld is veel meer een luisterend oor.
Dat ontslaat ons niet van onze plicht. Zeker niet. Maar je moet niet vergeten dat hier de kerk op z'n retour is. Men heeft geen behoefte aan het Woord. Men weet wel wat het is. Tenminste, men denkt het te weten.
En hoe het komt dat er zo weinig van ons uitgaat? Mede misschien omdat we zo vaak ver van de Heere af leven. Soms wordt er ook gedacht dat de Heere Zich terug trekt. Luther zegt dat de bediening van het Evangelie is als een plasregen. Na verloop van tijd trekt de bui vaak over en komt dan niet meer terug. Het zou kunnen. Maar ik durf niet te zeggen, dat dit altijd zo gaat.
Het zendingswerk ligt u na aan het hart. Hebt u wat dat betreft een boodschap voor onze jongeren?
Niet speciaal wat betreft de zending. Maar meer wat betreft alle arbeid in Gods Koninkrijk. Laten onze jongeren biddende de middelen van Gods genade gebruiken. Dat is zo belangrijk. Biddende gebruiken. De Heere wil dat zegenen!
Zorg voor de jeugd
Ik mag geloven dat de Heere in mijn leven mede de jeugdvereniging heeft willen gebruiken om mijn ogen te openen voor m'n eigen verlorenheid en de heerlijkheid van Zijn dienst. De voorzitter van de vereniging was een ouderling die ootmoedig de Heere vreesde, wat vooral ook in z'n gebed tot uitdrukking kwam. De Heere liet mij in hem zien wat ik zelf miste.
Dat is één van de redenen waarom ik het jeugdwerk een warm hart toedraag, en misschien ook wel dat ik er al jaren bij betrokken mag zijn. Als secretaris van het bondsbestuur maakte ik de benoeming mee van de eerste jeugdwerkadviseur, nu ds. M. Golverdingen. Na de studie aan de Theologische School werd ik voorzitter van de sectie - 16, en ook na m'n terugkeer van het zendingsveld mag ik er weer bij betrokken zijn.
Het jeugdwerk in onze gemeenten mag er zijn om aan de gemeenten te verbinden. Bovenal opdat de Heere de vreze van Zijn Naam in de harten van onze jongeren zou werken. Als je me vraagt: "Wat stemt u het meest tot blijdschap? ", dan zeg ik: "Dat ik jonge mensen tegen kom met een wezenlijke belangstelling voor de Heere en Zijn dienst." Hij gaat door met het doortrekken van de gouden draad van Zijn verkiezend welbehagen. Waar Zijn verbond bediend wordt, daar bekeert de Heere ook mensen, ouderen en jongeren. Onze jongeren mogen de dingen dan misschien een beetje anders verwoorden. Maar het gaat om de kern. De Heere schenkt een droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.
Spreekt u de jongeren apart aan in de preek? regelmatig
De wijze van aanspreken moet de hele gemeente erbij betrekken. Er is niet een stukje van de boodschap voor bejaarden en voor de jongens en meisjes apart. Bovendien zijn er ook de catechese en het jeugdwerk, die in het bijzonder op de jongeren gericht zijn.
Het hangt natuurlijk ook van de teks af. Als ik preek over Obadja die de Heere vreesde van zijn jeugd aan, is dat een andere preek dan over "Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus." Beide hoop ik zo te verwoorden dat iedereen het begrijpen kan.
Hoe luisteren we?
jongeren klagen juist wel eens over de begrijpelijkheid...
Ik zou willen vragen: hoe ga je zitten onder de preek? Om te luisteren? Of laat je het over je heen komen? Het is zo makkelijk om te zeggen dat het te moeilijk is. Kleine kinderen kunnen ook niet alles begrijpen. Maar ze kunnen soms veel terug vertellen van wat in de preek aan de orde is geweest. We moeten er ook ons best voor willen doen.
U zei net al dat de boodschap er is voor de hele gemeente. En niet voor jongeren apart. Bestaat het gevaar dat we de jeugd losmaken van de gemeente?
jongeren bevinden zich in een ontwikkelingsfase. Ze moeten gevormd worden en voorbe reid worden op hun taak. We moeten de jongeren begeleiden. Het jeugdwerk mag de taak van ouders en kerkenraden niet overnemen, maar wel daarbij helpen.
t jeugdwerk is kerkelijk. Het is betrokken op de gemeente. Het mag geen eigen leven gaan leiden. We moeten jongeren ook stimuleren in hun contacten met oudere gemeenteleden. Ik kwam vroeger als jongen veel bij
een oude ouderling. Ik heb veel van hem geleerd.
Frontlinie
Onze jongeren leven in een tijd waarin de machten der duisternis zich steeds meer op dringen. Op het zendingsveld zie je juist de worsteling met de wereld zoals men die vroeger diende. Is er op het zendingsveld meer sprake van een frontlinie dan in Nederland?
Ik weet het niet. Jongeren hebben het hier minstens net zo moeilijk als daar. Hier doet de vorst der duisternis ook geweldige aanslagen. Hij kan komen als een briesende leeuw, maar ook ais een engel des lichts. Dat wisselt hier af, en ook op het zendingsveld kan dat verschillen. De frontlinie loopt dwars door de kerk. Wie door Gods genade overgezet wordt in de militia Christi, komt in de strijd. Die komt in de frontlinie. En dan zijn er allerlei gevaren: dwaling, vervolging, lauwheid.
De vraag is waar het ons om te doen is. Er is geen persoonlijk tussenweg. Gaat het ons werkelijk om de Heere en Zijn gemeenschap? En als dat leeft, gooi je niet met stenen naar de wereld. Er is dan bewogenheid opzichte van de medemens die ten God niet kent.
De vreze God s
Als u terugkijkt op 25 jaar predikantschap is er blijdschap en verwondering, zei u net. Hoe ziet u de toekomst?
Onze samenleving wordt God-loos. Er kan geen sprake zijn van neutraal gebied. En als het er is, wordt steeds meer ingenomen door het Godloze machten. Het wordt steeds moeilijker om staande te blijven. Ik vrees bijvoorbeeld dat de gelijke rechten voor het christelijk onderwijs steeds meer in discussie zullen komen. Maar ik denk ook aan voetbalgekte van deze zomer. de Dat gaat onze jongeren niet voorbij. Wat hebben we dan nodig de genade van de Heilige Geest. De tere omgang met de Heere. Het biddende met de middelen der genade bezig zijn. Ik ben er diep van overtuigd dat de Heere dat gebruiken wil. Het geloof is uit het gehoor van het gepredikte Woord. Het gehoor en het verstand zijn niet genoeg. Maar zo wil de Heere het wel brengen in het hart. En daar gebruikt Hij vandaag nog Zijn Woord voor. Het gaat om de waarachtige vreze Gods. Het gaat om de gemeenschap met de Heere. We moeten rechtvaardiging en heiliging ook niet omdraaien. Het is onmogelijk om vanuit levensverbetering op te klimmen naar de Heere. Het verontrust me ook wel eens dat je zo weinig Christo-centrische bevinding tegen komt. Wel veel godsdienstigheid. Kwam je maar meer tegen dat een mens het zelf niet meer kan, omdat hij zich diepschuldig weet voor God. Want het gaat er om dat Christus gaat schitteren voor een verloren zondaar. Daar komt God aan Zijn eer. En zo ontvangt de zondaar zaligheid. Het is alleen genade. de Wat een eeuwig wonder als we die genade mogen ontvangen. En als we uit die genade mogen leven. Laten we daar naar staan!
Dominee en mevrouw Driessen, hartelijk bedankt voor de gastvrije ontvangst. We wensen u van harte 's Heeren zegen toe voor uw gezin en over alle werk in Zijn Koninkrijk.
C.j. van Linden / G.W.S. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1998
Daniel | 32 Pagina's