Dag Hans!
Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Voor veel vooraanstaande politici lijkt de zomer van 1998 de tijd van gaan te zijn. De ministers Sorgdrager, Ritzen, Pronk en Wijers zijn in het nieuwe kabinet niet teruggekeerd en hebben het Haagse wereldje voorlopig of voorgoed achter zich gelaten. Hetzelfde geldt voor de staatssecretarissen Tommei, Kohnstam en Van Dok-van Weele. Maar met hen is de uittocht nog niet compleet. Wallage, lange tijd beschouwd als de tweede man binnen de PvdA, heeft de hofstad verruild voor het Groninger land. Bolkestein kondigde onlangs aan niet langer dan tot 1 januari 2000 kamerlid te zullen blijven.
Last but not least heeft ook Hans van Mierlo het bijltje erbij neergelegd. Ik schrijf voor één keer 'Hans', omdat die benaming het beste past bij wat 'mister-D66' het liefste wilde zijn: iemand die de geijkte rolpatronen doorbreekt, die geen gezag erkent dan dat van de logica en het verstand, die staat voor warme, menselijke verhoudingen in het politieke bedrijf, de man met de 'eeuwige' jeugd. 32 jaar lang was Van Mierlo sfeerbepalend voor de Nederlandse politiek, even lang was hij - met een korte onderbreking in de periode Terlouw - het gezicht van de door hem opgerichte partij. Maar nu is het dan toch voorbij. Van Mierlo maakt plaats voor een nieuwe generatie democraten. Dag Hans!
Verlies
Volgens Terlouw, de man die eind jaren zeventig / begin jaren tachtig aan het roer van D66 stond, is het vertrek van Van Mierlo "een verlies voorde Nederlandse politiek". Daarin heeft hij voor een deel gelijk. Henricus Antonius Franciscus Maria Oliva van Mierlo, in Haagse kringen kortweg 'Hafmo' genaamd, is een unieke persoonlijkheid die onmiskenbaar over charisma beschikt. Zijn bewonderaars prijzen zijn taalvaardigheid en kwistig gebruik van pakkende beelden en paradoxen, waarmee hij middelmatige debatten toch nog 'jus' kon geven. "Hij kan het altijd zo mooi zeggen".
Zijn taalvaardigheid heeft echter ook een andere kant. Niet zelden verworden zijn betogen tot een wollige woordenbrei waar vriend noch vijand een touw aan vast kan knopen. Dat was in het bijzonder het geval tijdens zijn ministerschap van buitenlandse zaken in het kabinet-Kok, een ministerschap dat misschien geen fiasco, maar zeker ook geen succes genoemd kan worden.
Uitgeblust
Reeds aan het begin van zijn ambtstermijn was Van Mierlo aan het einde van zijn politieke latijn: lichamelijk en geestelijk maakte hij een uitgebluste indruk. Zijn commentaar op een bepaald buitenlands conflict kwam soms niet verder dan: "Eh... dat is een eh... uitermate ingewikkeld probleem dat... eh... allerlei aspecten heeft en dat... eh... hard om een oplossing vraagt", of iets dergelijks. De combinatie van vicepremier, minister van buitenlandse zaken èn partijleider is voor Van Mierlo duidelijk te veel geweest. Het heeft ook zijn partij geen gedaan. goed
Toch zou het niet fair zijn Van Mierlo alleen op de laatste vier jaar van zijn politieke carrière te beoordelen. Wie hem een cijfer wil geven, zou dat moeten doen voor zijn belangrijkste politieke doelstellingen: democratische vernieuwing door referenda, gekozen burgemeesters en een gekozen minister-president. Echter, ook op dit punt verdient de D66-leider amper een voldoende. Met sommige vernieuwingen is weliswaar een voorzichtig begin gemaakt, maar het is nog totaal onduidelijk of ze in het Nederlandse staatsrecht echt zullen aanslaan.
Voor een tijdje
Toen Van Mierlo in de politiek ging, meende hij dat het maar 'voor een tijdje' zou zijn. "Ik dacht: wij hebben zo overduidelijk gelijk. Dat ziet iedereen binnen de kortste keren in". Het liep anders. Na ruim dertig jaar is het politieke bestel in Nederland niet wezenlijk veranderd. Dat wil niet zeggen dat er in die tijd niets gebeurd is. Het is voor een belangrijk deel aan Van Mierlo te danken dat vier jaar geleden voor het eerst een kabinet zonder het CDA tot stand kwam. Daarin ligt de historische betekenis van de op een jezuïtenkostschool opgevoede, maar later a-religieus geworden Van Mierlo. Hij en zijn partij weerspiegelen de ontwikkeling van het Nederlandse volk: steeds minder godsdienstig, steeds zwevender qua stemgedrag en steeds zweveriger van opvatting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1998
Daniel | 27 Pagina's