Kom maar met je vragen!
De studentenkringen van de Gereformeerde Gemeenten
Daar zit je dan. Moederziel alleen op je kamer in Utrecht. Vanmorgen je vierde college gehad. Best interessant, 't Ging over chemische processen in je hersenen. Patrick, zo heet je medestudent, kon zijn ogen nauwelijks open houden. Hij vertelde dat hij vannacht om drie uur dronken thuis kwam. je zei maar niets. Wat moest je eigenlijk zeggen? Dat dronkenschap zonde is? De Bijbel kende Patrick waarschijnlijk niet. Nu je weer op je kamer zit, denk je er nog eens over na. Wat een verschil in leefwereld. Had je maar iemand met wie je erover kon praten, hoe je met zulke medestudenten omgaat.
Binnenkort begint voor velen een nieuwe studie. Een nieuwe omgeving. Soms schokkend. Soms gewoon. In elk geval heeft iedereen behoefte aan contact. Eén van die contacten is de studentenkring van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. J. J.van Eckeveld en dr. G. van der Hoek, resp. voorzitter en lid van het Deputaatschap voor Studerenden, gaan in op de gevolgen die het studeren met zich meebrengt: emancipatie van onze gemeenten en het uitdragen van het geloof in een postmoderne studieomgeving. Drie studenten geven een reactie op de problematiek.
Ds. Van Eckeveld heeft een korte tijd in Utrecht gestudeerd, een aantal jaren lesgegeven en is door de Synode benoemd als lid van het deputaatschap voor studerenden. Dr. Van der Hoek richtte in 1962 met een aantal studenten het Leidse CSFRdispuut Panoplia op en bezocht in de jaren zestig de lezingen die vanuit onze gemeenten werden gehouden. Van 1980 tot 1994 was hij mentor van de kring in Rotterdam. Beiden voelen zich sterk betrokken bij het wel en wee van studerenden.
Waarom werd het deputaatschap eigenlijk opgericht?
Ds.Van Eckeveld: "In de jaren zestig werden die lezingen dus al gehouden. Daar werden behoorlijk pittige discussies gevoerd, en kritische vragen werden niet geschuwd. Bijvoorbeeld over de dogmatiek of over het bevindelijke leven. Daar was ruimte voor. Die lezingen werden ook goed bezocht door predikanten. Ik kan me herinneren dat er wel zeven op een rij zaten. Begin jaren zeventig kwam de vraag op: moeten we niet een eigen vereniging oprichten voor studerenden van onze gemeenten? Daar is toen nadrukkelijk 'nee' op gezegd. Wel was er behoefte om de kritische houding van studenten te begeleiden. Daarom is het Deputaatschap opgericht."
Taak van het deputaatschap
De opdracht die het deputaatschap kreeg, was om 'de kerkelijk begeleiding en zorg voor jongeren die studeren aan het wetenschappelijk en hoger onderwijs gestalte te geven'. Concreet betekent dat: het organiseren van landelijke bijeenkomsten, oprichten en instandhouden van plaatselijke kringen, het verstrekken van schriftelijke voorlichting en het onderhouden van contacten met studentenverenigingen die de Bijbel en Drie Formulieren van Enigheid als grondslag hebben.
Is er in de loop van dertig jaar veel veranderd in de taken? nog
Ds. Van Eckeveld: "In wezen niet. Het ging toen en het gaat steeds om de zorg voor de nog studerende jeugd. Wat wel veranderd is, is dat we ons in het begin alleen op de universiteiten richtten, en later ook op het HBO. Sinds kort hoort contact met studentenvereningen officieel tot onze taak."
Maar als je het nieuwe informatieboekje 'Student en kerk' legt naast de oude 'Studie-informatiepost', dan zie je toch wel een verschuiving in onderwerpkeuze.
Van der Hoek: "Dat klopt. In het nieuwe boek staan enkele onderwerpen die gehouden zijn tijdens landelijke bijeenkomsten in september. Bij die onderwerpen proberen we aansluiting te zoeken bij de actualiteit: het holisme, de evangelische beweging, informatie-maatschappij, christelijke levensstijl."
Heeft het deputaatschap niet een beetje de taak van de plaatselijke gemeente overgenomen?
Ds.Van Eckeveld: "De eerste zorg ook voor studerenden ligt bij de plaatselijke kerkenraad. Maar probleem is dat die jongeren het vaak door de week op kamers wonen en slecht bereikbaar zijn voor de eigen kerkenraad. Bovendien hebben ze een eigensoortige problematiek, waar niet elk kerkenraadslid mee uit de voeten kan. Daarom is het deputaatschap een aanvulling op het werk van de kerkenraad."
Studeerde in de jaren vijftig slechts een enkeling van onze gemeenten, in de jaren daarna is dat aantal fors toegenomen. Het is te begrijpen dat de behoefte aan een deputaatschap juist in de jaren zeventig naar bove kwam. Maar hoe is die onstuimige groei te verklaren?
Van der Hoek: "Sinds de oorlog is er een landelijke groei van het aantal studerenden. Daarin zijn we meegegaan. Door de wederopbouw na de oorlog is de welvaart toegenomen, zodat meer jongeren in staat waren om hoger onderwijs te volgen, je kunt wel stellen dat onze een soort inhaalbeweging gemeenten hebben gemaakt. Vroeger leefden we toch meer in gesloten gemeenschappen, waarin de meesten een eenvoudige opleiding hadden. Dat is nu wel veranderd. Ds. C.H. Kersten heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Hij heeft altijd het belang van goed onderwijs benadrukt; denk maar aan zijn strijd voor de Theologische School en voor reformatorische scholen."
Gevolgen van emancipatie: een kritische houding
Dat er zoveel jongeren zijn gaan studeren, heeft onze gemeenten niet onberoerd gelaten. Velen komen terecht op verantwoordelijke posities, er is een grotere openheid ontstaan naar de cultuur, en velen gaan kritischer kijken, o.a. naar de eigen kerk. Om met het laatste te beginnen: is dat wel een positieve ontwikkeling?
Ds. Van Eckeveld: "Je kunt die gevolgen inderdaad puur negatief waarderen. Dan let je alleen op degenen die meegezogen worden in het wetenschappelijke, kritische denken. Er zijn ook mensen die in twee werelden blijven leven. Die leven 's zondags in een godsdienstige wereld, en door de week in een heel ander milieu, en ze houden die twee zorgvuldig gescheiden. Dat heeft iets schizofreens. Het kan ook anders. Juist door de confrontatie met andere visies en religies word je gedwongen om dieper over de dingen na te denken. Vanuit de Schrift en de belijdenis. Dat willen we als deputaatschap graag stimuleren."
Meneer Van der Hoek, wat merkte u daarvan in de praktijk van het kringleiderschap?
"Ik zou allereerst willen benadrukken dat niet alleen studerenden door zo'n zeef heen moeten. Dat geldt net zo goed voor een vbo-jongen die op de bouwplaats terecht komt. Die komt met heel andere problemen in aanraking, zoals vloeken, schuine moppen, als het ware de grove zeef. Als student kom je meer op een fijne zeef. Ik herinner me een jongen uit een bevindelijk milieu. Op een gegeven moment zei hij: "Ik geloof er niet meer in". Hij had de Bijbel gelegd naast andere godsdiensten en heel rationeel kon hij uitleggen dat er geen enkele reden was om wel in de Bijbel en niet in andere godsdiensten te geloven. Hij was helemaal niet venijnig naar zijn kerk. Toen ik op Panoplia zat, gingen we de Bijbel zelf lezen, met de kanttekeningen erbij. We hebben toen onder andere de Hebreënbrief bestudeerd. Dat heeft voor mij persoonlijk heel veel betekend. Ik heb daar nu nog veel proftij van. Wat ik daarmee wil zeggen: het belangrijkste is de omgang met de Schrift. We moeten niet al te modieus willen zijn. Het gaat allereerst om de meest wezenlijke vragen: wat is geloof, wat is bekering? "
Desondanks zijn de kringen van het Deputaatschap geen bijbelkringen.
Van der Hoek: "Dat is waar. Maar we willen ook geen vereniging zijn. Je kunt niet wekelijks vergaderen, dat zou een te grote tijdsbelasting zijn. Wel zetten we onze onderwerpen altijd in het licht van de Schrift."
Welke plaats hebben actuele onderwerpen op de kringen?
Van der Hoek: "Actuele onderwerpen komen vooral op de landelijke bijeenkomsten aan de orde. Soms ook op kringen als daar behoefte aan is. Dan nodigen we een spreker uit. Maar ons aanbod is maar beperkt. Van september tot mei hebben we maar zo'n tien avonden. Je moet onze kringen echt zien als een aanvulling op studentenverenigingen." Ds. Van Eckeveld: "Ik moet denken aan wat Calvijn zegt over de vraag: hoe weet ik of de Bijbel waarheid is. Dan zegt hij: dat weet ik door het getuigenis van de Heilige Geest: Die heeft mij gegrepen tot in alle vezels van mijn bestaan. Dat moeten we in onze postmoderne tijd weer benadrukken. Als we zo gegrepen zijn door Woord en Geest, dan zijn we pas echt weerbaar tegen alle invloeden van de tijdgeest. Dan is de Schrift ook altijd actueel".
Hogere posities voor man en vrouw
Afgestudeerden komen vaak in functies terecht waar ze een grote verantwoordelijkheid dragen. De heer Van der Hoek vindt dat dat geen probleem hoeft te zijn:
"Het is goed als onze gezindte in de Tweede Kamer vertegenwoordigd wordt door mensen met gaven. In onze tijd hebben we zo'n kader nodig. Aan de andere kant maakt het je wel kwestbaar. Je staat middenin de branding van deze tijd."
Vindt u dat ook als het gaat om vrouwen?
"Ik zie niet in waarom niet. Er zijn typisch vrouwelijke beroepen, zoals een pedagogisch of medisch beroep. Die kunnen nu ook vervuld worden door vrouwen met een hogere opleiding. Niet iedere vrouw weet al vroeg of ze zal trouwen. Maar een andere vraag is of je je gezin, als je dat mag krijgen, opoffert aan je carrière."
Ds.Van Eckeveld: "De Bijbel geeft man en vrouw een eigen positie. Binnen dat bijbels kader kan ook door vrouwen gestudeerd en gewerkt worden. Daar zijn genoeg mogelijkheden."
Is de verleiding om (met een gezin) te blijven werken niet groter als je gestudeerd hebt dan wanneer je dat niet gedaan hebt? je moet toch je studielening terugverdienen?
Ds. Van Eckeveld: "Van te voren weet je niet of je zult trouwen, ook niet of de Heere een kinderzegen wil schenken. Dus als meisje heb je alle recht om te gaan studeren. Als je een gezin krijgt, is de eerste taak van een vrouw het gezin. Maar als de kinderen groot zijn, is een part-time functie op een school bijvoorbeeld best een goede mogelijkheid om je gaven ten dienste te stellen."
Openheid
Een derde gevolg is dat er een grotere openheid naar de cultuur is ontstaan. Is dat positief te waarderen?
Ds. Van Eckeveld: "Ik denk dat de verwereldlijking, hoe je het wendt of keert, is toegenomen. Ook de sociale controle is minder geworden. Aan de andere kant: nu kan de kerk ook tot zegen zijn voor de buitenwereld. Isolement in de betekenis zoals Groen van Prinsterer die bedoelde, is niet opgesloten zijn in je eigen kring, maar het vasthouden aan Schrift en belijdenis middenin de samenleving. En dat betekent soms dat je alleen, geïsoleerd komt te staan."
Toch zegt één van de studenten in haar reactie dat "mensen zich terugtrekken in het veilige Cer.Gem-bastion ". Kun je dan zeggen dat er sprake is van openheid?
Ds. Van Eckeveld: "Deze reactie is meer naar binnen gericht. Deze student is kritisch geworden en ervaart dat er geen ruimte is voor haar vragen. Het is niet goed als er niet geluisterd wordt wanneer studenten vanuit een echte betrokkenheid kritische vragen stellen. Het is heel belangrijk om dan naast hen te staan, mee te denken en uit te komen bij de wezenlijke zaken van de Schrift."
Van der Hoek: "Het maakt verschil hóe de vragen worden gesteld. Is dat in gebondenheid aan de Schrift, onder de Schrift? "
Is er op de kring ruimte om alle vragen te stellen?
Van der Hoek: "Als leider moet je in de kring niet domineren. Als jongeren met vragen komen, dien je vanuit een zoekende houding de vragen te begrijpen. De meeste kringen zijn niet zo groot: dat maakt het ook makkelijker om persoonlijke vragen op tafel te leggen."
Ds.Van Eckeveld: "We hadden het net over de taak van ons deputaatschap. Daarin gaat het over 'begeleiding en zorg'. Zorg heeft te maken met pastoraat. Wie niet kan luisteren is een slechte pastor. Vaak gaan we in de verdediging bij kritische vragen. Of we gaan zelf onmiddellijk aan de gang, nog voordat de vraag helemaal gesteld is. Bij echt luisteren is er contact. Dan neem je de jongere serieus met zijn vragen: wat beweegt hem of haar eigenlijk? Kom maar met je vragen: dat is de houding van een pastor."
Postmoderne omgeving
Studenten komen in aanraking met allerlei mensen buiten de kerk. Die blijken vaak erg mee te vallen. Ze hebben respect voor iemand die gelooft. Soms zijn ze geïnteresseerd. Maar, kom niet te dichtbij: ze willen geen absolute waarheid. Zo'n postmoderne houding lijkt wel sympathiek, maar is die niet veel gevaarlijker dan een houding van vijandschap?
Ds.Van Eckeveld: "Ds. Nico ter Linden heeft de Bijbel verteld in 'Het verhaal gaat...' De Bijbel is een verhaal, zoals er meer verhalen zijn. Je kunt er een bepaalde boodschap uit halen, als je wilt, maar dat hoeft niet. Die vrijblijvendheid kom je steeds meer tegen, ook in de gemeente: "Dat is uw mening. Ik lees de Bijbel toch anders". Met zo'n gedachtenwereld komen onze studenten ook in aanraking. Als je zegt: er is een absolute waarheid, dan sta je haaks op de samenleving. Dan noemt men je al gauw intolerant. Het getuigenis van de Geest neemt die vrijblijvendheid weg. In de eerste eeuwen groeide het christendom zo omdat eenvoudige christenen, bakkers, soldaten, een levend getuigenis gaven door hun levenswandel."
Maar is daarnaast ook niet een rationele verdediging van het geloof nodig?
Ds. Van Eckeveld: "Natuurlijk is het belangrijk om verantwoording af te leggen van de hoop die in ons is. Maar het maakt wel verschil of dat alleen maar rationeel gebeurt, of dat die apologetiek ook geworteld is in ons hele leven."
Is dat in onze tijd moeilijker dan vroeger?
Ds. Van Eckeveld: "De mens is altijd dezelfde gebleven. Het spreken van Christus: Ik ben de Weg, heeft altijd verzet opgeroepen. Wat nu anders is, is de ontwikkeling wel van wetenschap en techniek die ons onafhankelijk heeft gemaakt van God. Tenminste dat denken we."
Waardeer onze traditie!
Veel studenten krijgen tegenwoordig de kans om voor een stage of studie in het buitenland te verblijven. Daar komen ze in contact met heel andere culturen en gewoonten. Ook onder christenen. Het gevaar bestaat dat er een vorm van relativisme ontstaat: het maakt niet uit wat je gelooft, als je maar gelooft. Ds. Van Eckeveld herkent het probleem uit eigen ervaring.
"Ik was eens in Rusland op bezoek bij niet-geregistreerde baptisten. We hebben daar heftige discussies gehad over de kinderdoop en de volharding, zaken die voor mij wezenlijk zijn. Toen dacht ik: wat missen ze veel! En toch, toen ze begonnen te spreken over Gods weg in hun leven, toen herkende ik de drieslag van de Heidelberger Catechismus: ellende, verlossing, dankbaarheid. Dan herken je elkaar toch als kinderen God, hoe we ook op sommige van punten verschillen. Wij staan niet los van onze historische traditie, zij evenmin. Maar daarom hoef je je eigen traditie niet overboord te gooien."
Van der Hoek: "Wat daar gebeurt, moet je respecteren; wat wij hier hebben, leren waarderen."
Ds. Van Eckeveld: "Ik zou willen zeggen: waak ervoor om tegen onze traditie te schoppen. Dat is niet buiten Gods leiding omgegaan. moet je zeggen: op het Tegelijk zendingsveld heb je ook andere tradities met echt geestelijk leven."
Zijn de kringen van het deputaatschap gericht op een confrontatie naar buiten?
Van der Hoek: "Door de onderwerpkeuze en sprekers van buiten proberen we ons daarop te richten. Ook door zaken open met elkaar te bespreken proberen gericht te zijn op toerusting."
Welk deel van studerende jongeren bereikt u?
Van der Hoek: "Op de septemberconferentie komen zo'n 250 studerenden. Dat is een behoorlijk Zo'n bijeenkomst heeft een aantal. soort reünie-karakter. Op de kringen is het aantal studenten minder groot dan we zouden willen. Je hebt de studieduurverkorting, het fenomeen spoorstudent en de studentenverenigingen die ook best veel tijd vereisen." Ds.Van Eckeveld: "We zouden daarom een dringend beroep willen doen op alle studerenden in onze gemeenten: laat je betrokkenheid zien, en zoek elkaar op op de kringen. Leef dicht bij Gods Woord en de belijdenis. Daar heeft de Zijn beloften aan verbonden. werk van het Deputaatschap Heere Het mag daartoe een middel zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1998
Daniel | 27 Pagina's