Psalm 128 Van geluk gesproken
Oud-testamentische Psalmen door Nieuw-testamentische ogen
Er wordt veel van geluk gesproken. Allerlei stemmen klinken op en zeggen ons waar we het zoeken moeten. Vaak schijnt het achter de horizon te liggen als iets onbereikbaars. Gods Woord en met name de Psalm die in deze bijbelstudie de aandacht heeft, spreekt van geluk dat bereikbaar en houdbaar is.
Geen geluk zonder vrees
Als de dichter van dit pelgrimslied van geluk spreekt, valt het woord 'godvrezend'. In vers 1 en vers 4 worden degenen die de Heere vrezen welgelukzalig en gezegend genoemd. Die de Heere vrezen, zullen deel hebben aan het geluk en de zegeningen die naar hen toestromen uit Sion, de plaats waar de Heere wil wonen.
Eigenlijk best wel vreemd: degenen die vrezen zijn de gelukkigen, de gezegenden. Hoe kan dat? Wat is de veel geprezen bijbelse vreze des Heeren? Het Hebreeuwse werkwoord heeft een volle lading. Wij hebben meerdere woorden nodig om de breedte en de diepte ervan uit te drukken.
Bij vergelijking van de verschillende plaatsen in de Bijbel waarin sprake is van 'vrezen', kom je bij vier hoofdzaken uit:
a. huivering
b. verwondering
c. verering
d. gehoorzaamheid
In het vrezen van de Heere is een heilige huiver voor de zonde. In het licht van Gods heiligheid moet de zondaar vrezen vanwege de zonde. Adam zegt in de hof na de val: 'Ik hoorde Uw stem in de hof en ik vreesde.'
De verwondering is er ook in de vreze des Heeren. Verwondering vanwege de rijkdom van Gods genade en opzoekende zondaarsliefde dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft om vijanden met God te verzoenen. Wie dit door genade beleeft, zal de Heere eren en prijzen. Dan wordt het je diepste verlangen om tot Zijn eer te leven en Zijn Naam te belijden omdat de grote en genadige God het zo eeuwig waard is. Tenslotte zal deze genade ons in een nieuwe gehoorzaamheid aan de Heere verbinden. Of om het met onze Psalm te zeggen, dan gaan we in Zijn wegen wandelen (vers 1). Dit vrezen van de Heere sluit het ware geluk en de eeuwige zegen in.
Wat is het geluk?
Ik denk dat het begin en het einde van deze Psalm alles met elkaar te maken hebben. Kijk maar eens in je Bijbeltje. Het begint met: Welgelukzalig is een iegelijk, die de Heere vreest.' Het eindigt met: Vrede over Israël.' Je zou door middel van vraag en antwoord de inhoud van deze Psalm kunnen samenvatten. Dan luidt de vraag: anneer is Israël gelukkig? Antwoord: ls er vrede is! Vrede heet in het Hebreeuws 'sjaloom', Denk aan Salomo: ij is vrede. Van Salomo kun je lezen dat hij vrede had van al zijn zijden rondom en dat Juda en Israël zeker woonden, een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom (1 Koningen 4:24, 25). Wijnstok en vijgenboom, waren voor Israël tekenen van de sjaloom. We mogen de olijfboom er trouwens aan toevoegen. Denk aan het woord van de profeet Habakuk: Alhoewel de vijgenboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan de wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal (al zouden de tekenen van de vrede en het geluk wegvallen)... zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God mijns heils' (Habakuk 3:17, 18).
Terugkerend naar Psalm 128 valt het op dat wijnstok en olijfplant ook genoemd worden. Twee planten die spreken van vruchtbaarheid, frisheid en kracht. We zullen het zo moeten zien dat de dichter de zegen van het leven met de Heere illustreert. Er wordt gesproken van gezondheid en werk (vers 2). Van huwelijk en kinderzegen (vers 3). 'Ziet alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die de Heere vreest' (vers 4).
Van geluk verzekerd?
'Ziet, alzo zal zekerlijk...' Wie deze Psalm verkeert leest, loopt vast. Je mag deze Psalm niet zo lezen dat die God vrezen in het leven alles voor de wind gaat in zaken, in bedrijf, in huwelijk, in gezin. Alsof degenen die werkloos zijn, arbeidsongeschikt verklaard werden, ongehuwd blijven of kinderloos zijn, niet zouden kunnen behoren tot degenen die de Heere
vrezen. Vaak zijn het juist de godvrezenden die veel verdrukking hebben. Denk aan Job. Hij krijgt zijn vrouw tegen. Verliest zijn kinderen. Al zijn olijftakken worden omgehakt. Tien graven! Wat een leed. Denk ook aan Asaf en jeremia en nog zoveel andere vromen. Waar is het geluk, de zegen van Psalm 128? Wat hebben job, Asaf, Jeremia en vele anderen gedaan toen strijd en aanvechting hun deel was? Hebben ze gezegd, toen geluk uit bleef of wegviel, dat de vreze des Heeren maar niets is? Nee, ze hebben gewacht en gebeden. Geworsteld in de oefenschool van de genade. Ze hebben in hun strijd en aanvechting ervaren dat de nabijheid van de Heere alles is. Want Gods aanwezigheid is vrede maar Zijn afwezigheid is onvrede. Zie je, daarin bestaat nu het ware Maarten Luther heeft eens geluk. gezegd: 'Wij kunnen, als we de vreze des Heeren behouden, desnoods het geluk missen, maar we kunnen de vreze des Heeren niet missen om echt gelukkig te zijn.' Een uitspraak die het waard is om lang over na te denken.
Ouderwets geluk
In het huwelijksformulier is Psalm 128 in het geheel opgenomen. Dat zal alles te maken hebben met voorbeeldige vreze Gods waar Psalm zo rijk van spreekt maar de deze ook met het huwelijks-en gezinsleven wat aan de orde is in onze Psalm. Het gaat over de huisvrouw. Zij heet een vruchtbare wijnstok aan de zijde van uw huis. Sommige verklaarders zeggen dat binnen in uw huis ook een mogelijke vertaling is. Dat heet bijna ouderwets maar Gods Woord geeft deze mooie plaats wel aan de vrouw en moeder. Trouwens waar zijn kinderen beter mee af dan met een moeder die binnenshuis, zeg maar binnenskamers te vinden is, naar het voorbeeld van de moeder van Samuël en Timotheüs. De kinderen heten olijfplanten rondom uw tafel. Dat zegt ook wel iets over de plaats van de kinderen. Hoe vaak zitten we nog als gezin compleet met elkaar aan tafel? Wat komt het er in onze drukke tijd op aan om onderwijs van Psalm 128 in het praktijk te brengen. Alles draait immers om de vraag hoe je als gezin gelukkig wordt. En het antwoord is: alleen als je leeft in een land waar de vrede, de sjaloom, waar de vrede Gods die alle verstand te boven gaat, een is, waar de mensen, vaders, realiteit moeders, kinderen de Heere vrezen en in Zijn wegen gaan. Het moderne levensgevoel staat hier haaks op maar het 'ouderwetse' geluk naar de Schrift is echt en deugdelijk. De weg naar de zegen ligt voor de kinderen niet in het gaan van hun eigen Maar als olijfplanten te leven op weg. de oude wortels van de voorgeslachten.
Waar het vandaan komt Nadrukkelijk geeft de Psalm waar de bronnen liggen van aan zegen en gelukzaligheid. Niet achter de horizon maar uit Sion zal de zegenen (vers 5). Sion is de Heere plaats waar God woont. Daar is de tempel, het altaar, het offer. Helder ligt hier de lijn naar Christus. De zegen voor tijd en eeuwigheid, ziel en lichaam komt van onder het Kruis van Christus. In Hem is het leven tot in eeuwigheid. Hij vernietigde de vloek en verwierf de zegen. In de Meerdere Salomo is het LEVEN. Om Hem en niet anders, wordt de man gezegend die de Heere vreest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1998
Daniel | 27 Pagina's