De eis om de Heere te volgen
Volg Mij! johannes 1:44
'Volg Mij!' Zo luidt de eis van de lippen van de Heere Jezus tot ieder die een discipel van Hem wil zijn. 'Volg Mij!' Het is een eis, rijk aan inhoud. Merk maar eens op Wie we te volgen hebben, 't Is Jezus de Christus, de Eniggeborene des Vaders. Hem hebben wij altijd te volgen. Nee, het is niet genoeg dat we Hem voor een tijdje volgen, om daarna weer onze eigen weg te gaan, of anderen te volgen.
We hebben Hem te volgen, niet alleen zondags, om dan in de week onze eigen weg te kiezen. Nee, Jezus moet gevolgd worden al de dagen van ons leven: in dagen van voorspoed en van tegenspoed, van gezondheid en ziekte, van vrede en van strijd. Hij moet gevolgd worden niet alleen in het openbaar, maar ook in het verborgen.
Hij moet ook met het rechte doel gevolgd worden. Niet om den brode, zelfs niet om de dood en de hel te ontgaan. We moeten jezus volgen om Jezus! 't Moet gaan uit liefde tot Zijn Persoon. Hij moet gevolgd worden zonder om te zien.
Het moet zijn als bij Paulus. Hij vergat wat achter was. En wat zien we dikwijls om. Hij moet gevolgd worden zonder stilstaan. Dan worden we slaperig; dan gaat het ons als de tien maagden uit de gelijkenis; dan verliezen we Jezus uit het oog. Het moet dus een volgen zijn en blijven, altijd door, zonder stilstaan. Wat blijven we dikwijls achter. Hij moet gevolgd worden. We mogen niet vooruit lopen, ook niet als het tempo waarin Jezus gaat ons te langzaam is. Volgen, Hem voor laten gaan; blind voor de toekomst. Gelovig volgen.
O, wat komen we weinig achteraan. Wat zijn we Jezus vaak ver vooruit. We moeten Hem volgen in de wegen die hij gaat. Dat schijnt ons soms beslist gevaarlijk toe. Immers de weg die Jezus gaat, is vaak een-weg van honger en kommer, van kruis en druk, van verzoeking en smart, van vernedering en schande. Ja, een weg waarin we zelfs ons leven verliezen. Er wordt zoveel gepraat over het volgen van Jezus, maar zal het bij ons komen tot de daad, dan is daar genade voor nodig. Er is genade toe nodig om er mee te beginnen, maar ook om het vol te houden tot het einde toe. Hoevelen keren er terug, als zij gewaar worden hoe de weg achter Jezus is, zo heel anders dan men zich die voorstelt. En toch, alleen wie volharden zal tot het einde zal zalig worden.
Er zijn er die zeggen: Heere ik zal U volgen, maar laat mij toe dat ik eerst nog dit of dat doe. Daarna, nu nog niet, maar later zal ik U volgen. Evenals Augustinus, die bad om bekeerd te worden, maar hij zei er stilletjes bij: nu nog niet.
En men weet niet of men morgen nog leeft. Salomo zegt wel dat er een tijd is om geboren te worden en te sterven, maar hij zegt niet dat er een tijd is om te leven.
Geef daar eens acht op. Er zijn er die Jezus volgen, maar zij zouden wel heel de wereld achter Jezus mee willen nemen. Maar dat gaat niet. We hebben alles te verlaten wat niet mee kan en niet mee wil, zelfs vader en moeder. Alles wat men achter Jezus aandraagt, is ballast. O, er zijn er zo veel die de Heere wel voorwaarden willen stellen, waarop ze Hem' zouden volgen. Ze willen Hem volgen mits de weg niet te lang, niet te vernederend, niet te schadelijk, niet te pijnlijk is. Mits ze dit of dat mee mogen nemen, of voor dit of dat bewaard blijven. Maar de Heere wil van geen voorwaarden weten. Hij eist dringend, onvoorwaardelijk onderwerping en gehoorzaamheid. Maar, dan is er ook niemand van nature bereid Hem te volgen. Zo is het geliefde lezer. Zullen we inderdaad en in waarheid volgelingen van Jezus worden en ten einde toe blijven, dan is het nodig dat Hij ons Zelf volgelingen van Hem maakt. Wij volgen Hem, alleen door Hem.
Maar dat heeft Hij op Zich genomen om al degenen die Hij eenmaal de Vader voor zal stellen als een gemeente zonder vlek of rimpel, tot volgen te bewerken. Dat doet de Heere door Zijn Woord en Geest. Dat doet Hij door hen te wederbaren.
Hij stort maar lie'fde in ons hart uit, liefde tot God en liefde tot Christus, en dan o wonder... o wonder, wat eerst niet ging, dat gaat dan vanzelf; wat eerst een moeten was, wordt dan een allergenegenst willen; wat eerst de dood toescheen, wordt ons dan het leven; wat ons eerst zo bitter toekwam, wordt dan juist onze zaligheid.
Lezer, kunt u ook in oprechtheid des harten voor de Heere getuigen: wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd? Is er dan bij u enige zelf-Gods-en Christuskennis?
Bedenk, aan het volgen van Jezus hangt af de vrede van het hart, troost in dit leven en de ingang achter Jezus in het eeuwige vaderhuis.
ds. G. van Reenen (1864-1935)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1998
Daniel | 32 Pagina's