JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het is haast gevaarlijk in de wereld  te zijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het is haast gevaarlijk in de wereld te zijn

Strijd tegen de (boezem) zonde

13 minuten leestijd

Vanaf het moment dat Eva en Adam in het Paradijs naar de satan luisterden, is de zonde in de wereld gekomen. Daarmee is een einde gekomen aan de nauwe omgang die er tussen de mens en de Heere was. De vrede en rust die op aarde heersten, zijn verdwenen. Het kwaad, de dood, de zonde en de straf zijn in ons leven gekomen. Luther tekent deze situatie als volgt: 'Er zwerven gedurig drie roofschepen om ons rond. Eerst, onze verdorven natuur; ten andere, de wereld; ten derde, de valse leer. Om dezer drie stukken wil, is het haast gevaarlijk in de wereld te zijn '(32).

Er zijn mensen, ook trouwe kerkgangers overigens, die rustig voortvaren door het leven. Zij hebben geen enkel besef van gevaar. Zonde is niet meer dan een klank uit de kerk. De strijd tegen de zonde zegt hun dan ook niets. Op z'n hoogst komt het tot het uitspreken van vrome waarheden en wensen: 'We zijn allemaal zondaren', en: 'God moet er aan te pas komen want anders kom ik er toch niet.' Maar intussen vaart hun levensschip op eigen koers rustig voort.

Grote nood

Als God de Heilige Geest de ogen opent voor deze situatie dan slaat de schrik je om het hart. Je ontdekt allerlei zondige dingen in de manier waarop je leeft. Je hebt in het verleden al zoveel gezondigd en tegenwoordig is het niet beter. Je ziet er aan de buitenkant misschien nog wel netjes uit, maar in je innerlijke wereld (gedachten, dromen, verlangens en gevoelens) is er van alles wat tegen Gods wet strijdt. Het wordt steeds duidelijker dat je een echt kind van Adam en Eva bent. Hun zonde is de zonde van hun nageslacht. De erfzonde is vanaf het begin in je leven aanwezig. Luther zegt het zo: De erfzonde wordt niet gedaan, zoals alle andere zonde; maar zij is, zij leeft, en doet alle andere zonde' (33). Als de Heere in iemand gaat werken en Zijn liefde in het hart uitstort (Romeinen 5 : 5; Johannes 5 : 42) dan wordt die zondigheid (steeds meer) ontdekt. De wet van God, die je lief wordt, klaagt aan en beschuldigt. De Heilige Geest werkt een heimwee naar God en dit maakt de nood nog groter. Er is een verlangen naar de Heere, maar tussen God en de mens liggen zonde en schuld, juist de droefheid naar God zorgt dat dat helder gezien wordt en deze werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid (zie 2 Korinthe 7:8-11).

Een zware strijd

Luther kende het dodelijke karakter van de zonde. Hij schreef eens: De zonde moet vol strekt gedood zijn, of ze zal u doden' (37). Het ontdekken van de zonde door de verlichting van God de Heilige Geest luidt dan ook het begin in van een zware strijd. Het willen dienen van de Heere krijgt praktisch vorm in het gaan leven volgens Zijn geboden. Maar al te vaak gaat een zondaar dan als het ware in dienst van Mozes (de wet) en bedenkt daarbij niet dat zo nog nooit iemand van zonde en schuld bevrijd is. Integendeel! Toch lijkt het in het begin vaak mee te vallen: e ene na de andere zonde wordt overwonnen en de zondaar wordt een echt vróme zondaar. Deze vorm van strijden tegen de zonde is niet verkeerd als het gaat over het nalaten van zondig gedrag en het stipt gaan leven volgens Gods geboden. Paulus zegt dat de wet goed is omdat hij door de wet de zonde ontdekt heeft. Dat betekent: e geboden van God hebben hem duidelijk gemaakt wat zondig is (zie Romeinen 7 : 7-12).

Maar de zondaar, die zijn zonden en zondige aard heeft leren kennen, gaat wel een verkeerde kant op als hij probeert om met zijn stipte, vrome levenspraktijk met God in het reine te komen. Via die route is nog nooit iemand zo ver opgeklommen dat hij als een rechtvaardige voor God kwam te staan. Als je dat niet echt inziet en intussen - uit oprechte

bedoelingen en met veel liefde!-de Heere wilt dienen, dan wordt er gewerkt uit alle macht, alsof ons werken wel iets zou kunnen of moeten bijdragen. Maar als de Heere doorgaat met Zijn werk, laat Hij steeds meer zonden zien en loop je muurvast. Dan komen de woorden van Luther heel dichtbij: 'De zonde moet volstrekt gedood zijn, of ze zal u doden.'

De Weg, de Waarheid en het Leven

Het zit in ons bloed om ons zélf te redden. Het is genade om dat eens helemaal los te laten. Daar is de krachtige werking van Gods Geest voor nodig. De hartelijke uitnodiging van het Evangelie om te kopen op de markt van vrije genade komt tot ieder die het hoort, maar ons hart moet geopend worden en we moeten ingewonnen zijn voor vrije genade om metterdaad te kopen zónder geld en zónder prijs wijn en melk (jesaja 55 : 1). Het valt voor ons hoogmoedige hart niet mee om niets meer van onszelf te verwachten en alleen om de verdiensten van de Heere jezus zalig gemaakt te worden. Hij alleen is de Weg, de Waarheid en het Leven (johannes 14 : 6). Elk kind van God zal vroeger of later ontdekken dat de zaligheid in een Ander vast ligt. Geleerd zal worden dat de strijd tegen de zonde op eigen kracht een hopeloze strijd is. Zo krijgen begrippen als 'genade' en 'vergeving om niet' inhoud. De vróme zondaar wordt een arme zondaar.

Boezemzonde

Vaak wordt er bij het strijden tegen zonden veel verbeterd, maar blijkt er één speciale zonde zeer hardnekkig te zijn. We spreken dan van een 'boezemzonde'. Een boezemzonde is een langgekoesterde, ingewortelde zonde. De rijke jongeling is een helder voorbeeld van iemand met een boezemzonde (Markus 10:17-22). Hij komt met de vraag wat hij doen moet om het eeuwige leven te beërven? De Heere Jezus houdt hem de wet voor en onderwerpt hem daarmee tegelijk aan een kritisch onderzoek waar jij en ik ongetwijfeld bij door de mand zouden vallen. Laten we het gesprek eens volgen en praktisch invullen. 'Gij weet de geboden: ij zult geen overspel doen': oe geen seksuele zonden in daden, woorden en gedachten. 'Gij zult niet doden': iet metterdaad, maar ook niet door iemand in gedachten te verwensen. 'Gij zult niet stelen': iet zwart werken of minder in de collectezak doen dan je kunt. 'Gij zult geen valse getuigenis geven': ieg niet en maak iemand ook niet zwart of verdraai zijn woorden niet in je voordeel. 'Gij zult niemand te kort doen': iet in geld, niet in aandacht, niet in zorg, niet in tijd, kortom: ffer je voor je naaste op. 'Eert uw vader en uw moeder': olg hun opdrachten en goede raad op en verdraag hun zwakheden. Wij zouden ons hoofd moeten buigen na deze toetsing, maar de rijke jongeling kan antwoorden: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af'. 'En jezus, hem aanziende, beminde hem'. (Lees daar niet overheen!). Maar de Heere kent het hart echt en Hij spreekt deze jonge man aan op zijn boezemzonde: Ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het de armen'. Dat is precies raak, want zijn bezit blijkt zijn boezemzonde te zijn. Daar kan en wil hij geen afstand van doen.

De wortel

De kern of wortel van elke boezemzonde is handhaving van jezelf of met één woord: eigengerechtigheid. De verdorvenheid van het hart zorgt ervoor dat je iets hebt buiten God dat belangrijker gevonden wordt dan God en Zijn geboden. Je wilt dat maar niet loslaten. Dit is scherp gesteld. Maar, wees eerlijk! Er kan inderdaad veel afgeworsteld worden tegen bepaalde zonden. Blijf dat biddend doen. Waar het nu om gaat is de vraag waarom een boezemzonde telkens de kop opsteekt? Dat komt toch door ons zondige hart dat (ook bij een kind van God) telkens een andere kant op wil gaan dan de Heere wijst? Het is volgens mij beter om dit eerlijk onder ogen te zien dan ons gerust te stellen met allerlei excuses.

Het vasthouden aan een boezemzonde is een gevaarlijke daad. Luther zegt kort en krachtig: 'In de zonde voortgaan en daarvan geen afstand willen doen, en dan evenwel om vergeving bidden, is met onze Heere God spotten' (267).

De vorm

De vorm die een boezemzonde aanneemt kan verschillend zijn. De vorm hangt af van de specifieke zwakke, kwetsbare plekken van iemand. Vaak is er wel een verband te leggen met ervaringen in de levensloop. Zo kan iemand die het vroeger arm heeft gehad, zijn huidige rijkdom koesteren en gierig zijn. Een boezemzonde kan ook meer op het terrein van het karakter liggen. Iemand dringt zichzelf steeds op de voorgrond en wil belangrijk gevonden worden. Een volgende wil persé de hoogste cijfers van de klas halen. Weer een ander soort boezemzonden houdt verband met de groei naar volwassenheid. Normale seksuele verlangens en spanningen worden op een zondige manier uitgeleefd door het lezen van seksboekjes, bekijken van bepaalde

video's en het bezoeken van pornosites op Internet.

Je begrijpt dat er gestreden moet worden tegen boezemzonden. Als je dat gaat doen - en als de Heere je hart vernieuwt dan gebeurt dat zeker-dan ontdek je dat je wel een tijd met de zonde kunt spelen, maar dat die vervolgens zo'n grote greep op je krijgt dat het moeilijk is om ervan los te komen.

Psychische problemen

Er zijn mensen die op een bijzondere manier te worstelen hebben met de zonde. Vooral in het geval van dwangklachten kunnen allerlei gedachten en woorden in je opkomen die je helemaal niet wilt denken, laat staan uitspreken. Soms schieten er zelfs vloeken in je gedachten.

Het is zwaar om dat mee te maken en je kunt er erg angstig van worden. Vooral omdat het in je gebeurt, kun je de overtuiging krijgen dat je dit ook zelf wilt.

Sommigen rekenen dit verschijnsel tot de boezemzonden. Dat is onterecht. Dwanggedachten vormen een psychisch probleem waarvoor je hulp moet zoeken en waarbij medicatie vaak goed helpt. En vergeet het gebed niet; om kracht en om genade.

Bidden om vergeving

Strijden tegen de zonden begint op de knieën. Dat moeten we vasthouden. Augustinus bad het zo: 'Heere, Gij hebt geboden dat ik U liefheb; geef mij hetgeen Gij gebiedt en gebied mij hetgeen Gij wilt!' (in: Rotterdam, I, p.249).

je ziet dat het strijden tegen de zonde en het leven volgens Gods geboden ten diepste alleen in Gods kracht kan. Het is wel goed om je leven te verbeteren, maar de zonde zul je er niet door uitbannen en je schuld zul je er niet door uitwissen. Een grote schuld moet betaald en zonden moeten verzoend worden. Maar er is vergeving te verkrijgen, omdat er vanuit God een weg geopend is in Zijn Zoon de Heere jezus.

Als je daar iets van te zien krijgt dan ontdek je op z'n scherpst dat we door onze zonden van God vervreemd zijn en dat er een kloof geslagen is tussen Hem en ons. Om die kloof te dichten, de gemeenschap met God te herstellen en de zondaar weer als een rechtvaardige voor God te doen staan, heeft Christus Zich voor Zijn gemeente gegeven. De apostel Johannes zegt daarom dat 'Hij een verzoening is voor onze zonden' (1 Johannes 2 : 2a). Geloof zonder de werken is ongetwijfeld dood (zie jakobus 2 : 17), maar de zaligheid is niet gebaseerd op ons strijden tegen de zonde. De zonde wordt overwonnen door het reinigende bloed en de Geest van Christus. Laat het daar om gaan in je gebed.

Het fundament van de gelukzaligheid

Het is kenmerkend voor de reformatoren dat zij het volle accent laten vallen op de verge ving van de zonden om Christus' wil. 'Wij geloven, dat onze gelukzaligheid gelegen is in de vergeving der zonden om Jezus Christus' wil, en dat daarin onze rechtvaardigheid voor God begrepen is...', zo begint Artikel 23 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Guido de Brés wijst daarin Gods kerk die benauwd wordt door de zonden op de vergeving om Christus' wil. Dat is geen gemakkelijke weg: de zonden en schuld zijn zó groot. Zacharias Ursinus (een van de opstellers van de Heidelbergse Catechismus), heeft eens gezegd dat het artikel van de vergeving der zonden het allermoeilijkste artikel is om te geloven. 'Want men zal degenen die in doodsnood

verkeren, alles eerder wijs kunnen maken, dan de vergeving der zonden'. Het betekent dan ook niet 'de zonde voor geen zonde houden, maar wel: de zondaar voor geen zondaar houden, of: de zondaar ontslaan van de schuld, en hem - om de voldoening van een Ander-voor rechtvaardig verklaren' (Schatboek, I, verklaring van vraag 56).

Waarom strijden?

Maar is het dan wel nodig om tegen de zonde te strijden? Het werk van de mens draagt toch helemaal niets bij? En als ik niet bekeerd ben, dan heeft het al helemaal geen zin om me tegen het zondigen te verzetten: ik kan vanuit mezelf niets en de verdiensten van Christus zijn alleen maar voor bekeerde mensen bestemd.

Olevianus (de andere opsteller van de Heidelberger Catechismus) zegt dat iemand die bekeerd is, is overgegaan van de dood tot het leven. Bovendien heeft hij een 'zekere, vaste en eeuwigdurende vergeving'. De zonden doen daar niets aan af. Hij vervolgt: Het zij echter verre van ons, dat we hieruit aanleiding zouden nemen om te zondigen. Want indien we waarachtig Christus door het geloof zijn ingelijfd, beginnen we ook, behalve de weldaad der vergeving, waardoor satans beeld bedekt wordt, tegelijk ook een ander beeld te bezitten, door de vernieuwing van Gods Geest, hetwelk bestaat in de doding van de mens der zonde en in de levendmaking van het beeld van Christus (Romeinen 6 : 4)'(Olevianus, p.121, 122). Als iemand bekeerd wordt, sterft de oude mens en staat de nieuwe mens op. Dat iemand levend is geworden zal dan ook blijken uit het strijden tegen de zonden.

En als je niet bekeerd bent? Bedenk dat het altijd goed is om tegen de zonden te strijden en je aan Gods geboden te houden. De Heere zegt in Zijn Woord dat in het houden van die groot loon is (Psalm 19:12), Maar je zult begrijpen dat het in de strijd tegen de zonde nog op iets heel anders aankomt: et is nodig om daarbij geborgen te zijn achter het verzoenend bloed van Christus. Dan ga je de geboden van God hartelijk liefkrijgen en uit liefde onderhouden. Het is nodig bekeerd te worden en te gaan geloven in de Heere Jezus Christus. De oudvader Rotterdam stelt daarbij de vraag welke middelen daarvoor gebruikt kunnen worden? Hij is heel praktisch en zegt dat het belangrijk het Woord Gods 'naarstig te horen, lezen, onderzoeken en overdenken en over hetzelve en alle geestelijke dingen met anderen te samenspreken.' Het is bovendien nodig om 'plechtig te komen onder de verkondiging des Woords, alwaar God bijzonder Zijns Naams gedachtenis gesticht heeft.' Verzuim dus nooit de kerkdiensten en buig je knieën voordat je naar de kerk gaat en als je weer thuiskomt. Hij spoort aan om de kinderen van God op te zoeken en met hen te spreken over de Heere en Zijn dienst (Psalm 119:63). Als laatste noemt hij 'ernstig en aanhoudend op de verdiensten van Jezus Christus' te smeken omdat dat de juiste weg is om te verkrijgen wat ons nodig is (Rotterdam, II, p.110, 111). Zo laat de Heere Zich vinden.

De overwinning op de zonde

God laat toe dat ook Zijn kinderen in dit leven blijven worstelen met de verdorvenheid en zonde. Dat doet hen des te meer zuchten om verlost te worden van de zonde en verlangen om bij de Heere te zijn. Het vernedert hen en breekt alle dunk en verwachting van henzelf af. En Christus en Zijn genade worden steeds heerlijker. Begrijp je dat kinderen van God zich in de hemelse heerlijkheid tot in eeuwigheid niet zullen vervelen? Zij zullen daar eeuwig dankbaar en blij zijn dat door een Ander de strijd tegen de zonde is gestreden en zij, verlost van de zonde, rechtvaardig voor God geworden zijn. Maar als het geloof functioneert dan mag Gods kerk ook in dit leven weieens naspreken wat Luther eens zei: 'Als wij voor God zullen rechtvaardig worden, dan zijn de zonden niet de onze, maar Christi' (56). Op zo'n moment ben je de strijd te boven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1998

Daniel | 32 Pagina's

Het is haast gevaarlijk in de wereld  te zijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1998

Daniel | 32 Pagina's