Die door Uw Geest ons troost en leidt, ook in het sterven
Eerste bondsdag-lezing
Wanneer we de woorden lezen: "En zij stenigden Stefanus..." wat gaat er dan bij menigeen, die een ogenblik stilstaat bij de inhoud van deze woorden, een huivering door de ziel. Daar zijn mensen, in woede losgebarsten, die als wilde dieren op Stefanus aanvallen. Moordlustig en bloeddorstig sleuren ze hem buiten de stad en nemen stenen op om hem daar dood te stenigen. Wat een aangrijpende zaak! Huivering vervult ons. Zeker als jullie en ik ons indenken: als mij dat eens zou overkomen? , zou het dan ook zijn: "Die door Uw Geest ons troost en leidt? "
''En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest." (Handelingen 7:59)
Wie waren het, die in grote woede Stefanus omringden? Waren dat wereldse mensen? Was dat de overheid van China, die niet begeert dat in hun land het Woord van God verkondigd wordt? Nee! Maar wie waren het dan die als wilde dieren op Stefanus aanvielen, hem buiten de stad sleurden en dood stenigden? Het waren de leden van de Raad, het sanhedrin, het geestelijk gerechtscollege van het volk van Israël. Dat vinden we in Handelingen 6:15. Ze droegen het teken van het verbond in hun lichaam; besneden waren ze en ze leefden op het erf van het verbond, 't Waren verbondskinderen. Mensen zoals jullie en ik...
In datzelfde hoofdstuk, in de verzen 9 en 13 lezen we ook duidelijk, wie de aanklagers en de valse getuigen tegen Stefanus waren. Joodse mannen, verbondskinderen, die de woorden Gods waren toebetrouwd!
Waarom Stefanus gestenigd werd
Waarom waren deze joden als wilde dieren in woede losgebarsten? Waarom stenigden zij Stefanus dan? We kunnen dat kort samenvatten. Stefanus had hen het onderscheid getekend tussen het dienen van God in de Geest en in het vlees. Dat was de inhoud van de prediking. Daardoor kwamen er twistgesprekken met hen, die uiterlijk vast wilden houden aan de tempeldienst en de wetten van Mozes.
Stefanus predikte: Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees - naar de wereld en de uiterlijke godsdienst - wandelen, maar naar de Geest" (Romeinen 8:1). En dat onderscheid heeft hij ook aangegeven in zijn lange rede, die hij, ter verantwoording, mocht afleggen voor de Raad.
Daarin stelt Stefanus - indirect - aan deze verbondskinderen voortdurend een vraag. Hij zegt: "Kom, zeg me eens, gij overste der Joden, dienden Abraham, Jozef en Mozes God in het vlees of dienden zij God door genade in de Geest? ". En nog meer voorbeelden worden door Stefanus aangehaald uit het Oude Testament.
Stefanus' mond gestopt
Wanneer hij dan aan het einde van zijn rede gekomen is, stelt hij de Raad een spiegel voor ogen. Dat doet hij scherp en concreet. Ja, hij ziet wel aan hun gezichten, dat ze nauwelijks en met een bepaalde gelatenheid naar hem hebben geluisterd. Ze hebben gedacht: "Spreekt u maar rustig uit, onze tijd komt wel, want ons besluit staat vast. Wij hebben één doel voor ogen: de mond, die spreekt over de ene Naam, gegeven tot zaligheid, moet gestopt worden!"
Maar wat zegt Stefanus? "U, verbondskinderen, doet net eender als de broers van jozef. En zoals de joden in het Oude Testament Mozes hebben tegengestaan, zo doet u dat ook. Gij bardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd de Heilige Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij. Wie van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen die tevoren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moorders geworden zijt."
Toen de Raad, de aanklagers en de valse getuigen dit hoorden, kwam in hun leven openbaar wat er in hun harten woonde. Zij werden ook vervuld, maar niet van de Heilige Geest. Vol waren ze van een onreine, een boze, een duivelse en satanische geest.
Hun harten berstten, lezen we.
Letterlijk staat er dat hun harten werd opengezaagd, waardoor eruit kwam, wat erin zat: dodelijke vijandschap, haat tegen die ene Naam Die onder de hemel gegeven is tot zaligheid. Haat ook tegen de kinderen van God, zoals Stefanus, die vrucht openbaarde van genade.
Zichtbaar en hoorbaar
De vreselijke haat werd zichtbaar in het leven van de leden van het sanhedrin en de anderen die daarbij waren. Hun aangezichten vervielen.
De woede was daarop af te lezen.
't Was duidelijk te zien, want ze knersten met hun tanden. En toen Stefanus gesproken had, en ze niet langer naar hem wilden luisteren, stopten ze hun oren. Toen werd hun haat hoorbaar. Ze riepen met grote stem: "Zwijg!"
Zichtbaar was ook de haat in hun daden. Ze vielen als roofdieren op Stefanus aan, sleurden hem uit de stad en stenigden hem.
Wie stenigden hem? Niet de wereld, maar de verbondskinderen, vervuld met een dodelijke haat tegen God, tegen Zijn Gezalfde en Zijn kinderen. Dat is van nature ook jouw en mijn beeld!
Stefanus bad
En Stefanus? Wat deed Stefanus, omringd door deze bloeddorstige schare? Hij bad! Wij lezen van hem: "En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest". De geest is de ziel, waarin het 'ik' van de mens, zijn verstand, denkvermogen, wil en hartstochten zetelt.
Hoe kwam dat toch, dat Stefanus zo in alle rust en in de zekerheid van het geloof zijn ziel aan de Heere mocht bevelen? En dat, terwijl hij wist, dat het niet lang meer zou duren of ziel en lichaam zouden gescheiden worden.
Stel deze vraag ook eens aan jezelf, jongelui! Hoe kwam dat? Dat kwam, omdat wij lezen van Stefanus dat hij ook vol was. Hij was vervuld met de Heilige Geest. En die Heilige Geest had zo-even, toen deze martelaar om Christus' wil temidden van de woedende, bloeddorstige schare van vijanden stond, zijn oog van hen afgetrokken en naar boven gericht, opwaarts naar de hemel. Stefanus mocht blikken in een geopende hemel, waar de Geest hem de heerlijkheid van God toonde, en Jezus Christus staande ter rechterhand van Gods, de almachtige Vader.
De heerlijkheid Gods
Stefanus zag de heerlijkheid Gods. Wat moeten we daaronder verstaan? Op meer plaatsen in de Bijbel is daarover te lezen. In het Oude Testament staat, dat in een visioen aan Jesaja, geleid door dezelfde Geest, de heerlijkheid Gods getoond werd.
De majesteit, rechtvaardigheid, heerlijkheid en heiligheid daarvan deed Jesja beven. Het maakte zo'n indruk op hem, dat hij meende te zulien sterven. Want wie zal God zien en leven? "Wee mij", riep hij toen uit, "want ik verga, daar ik een man ben van onreine lippen en woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is."
Zag Stefanus dat, toen de hemel hem geopend werd?
Nee, dat zag hij nu niet. Die Geest Gods, Die de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel heeft Stefanus wel leren kennen in zijn leven! De heerlijkheid van Gods rechtvaardigheid en heiligheid hebben hem eens doen uitroepen: "Wee mij, want ik verga! Wees mij genadig. O, God, wees Gij mijn Borg!"
Stefanus had immers ook geen bestaansrecht voor God.
Maar nu liet de Heere hem die heerlijkheid zien, die God in Christus van vóór de grondlegging der wereld naar Zijn welbehagen voor Stefanus bereid had. Een heerlijkheid, die niet' één mensenkind in de strijdende kerk onder woorden kan brengen.
En het was alsof de Heere nu tegen hem zei, terwijl Hij hem Zijn heerlijkheid toonde temidden van al die woedende vijanden rondom hem: "Nog een kleine tijd, o Mijn kind, en Ik zal u in Mijn heerlijkheid opnemen. Nog een ogenblik en u zult delen in die storeloze vrede!"
Wat zal dat voor Stefanus geweest zijn: vol zijnde van de Heilige Geest.
En Christus, staande ter rechterhand Gods
Ook werd hem Jezus Christus getoond, staande ter rechterhand Gods. Zijn Middelaar stond gereed om Stefanus, die Hij gekocht had met de prijs van Zijn bloed, thuis te halen. In de volheid des tijds verliet Christus de heerlijkheid Gods om mensenkinderen - ook Stefanus - door Zijn betalende gerechtigheid te doen delen in de heerlijkheid van Zijn gemeenschap. Hij heeft onze menselijke natuur aan willen nemen als Middelaar. Hij daalde af in de verlorenheid van de mens om hem die heerlijkheid te bereiden.
Ook Christus werd eens omringd door bloeddorstige mensen, die vol waren van de boze geest, de duivel, en die uitriepen: "Kruis hem!" Maar dwars door die uitroep heen, heeft God Zijn genade verheerlijkt, opdat zondaren genade zouden ontvangen. Stefanus heeft Christus en Zijn gerechtigheid door het geloof mogen leren kennen als zijn Borg, zijn Middelaar, zijn Goël, zijn Verlosser van vloek en verdoemenis.
"En Stefanus, vol zijnde van de Heilige Geest." Wie zou in onze dagen kunnen en durven zeggen, vol te zijn van de Heilige Geest? Maar daarom kon Stefanus bidden: "Heere jezus, ontvang mijn geest!" Hij wist: "Christus is mijn Middelaar. Hij is de mijne en ik ben de Zijne!" Wat was Stefanus rijk en bevoorrecht. Nee, niet om iets in hemzelf, maar enkel en alleen uit genade.
Met priesterlijke bewogenheid
Stefanus bad nog meer, terwijl hij daar omringd was door woedende vijanden. Wat dan? "Heere, dat er vuur van de hemel nederdale om in één ogenblik al uw vijanden te verteren, die mij - als kind van U - dood zullen stenigen? Heere, U hebt toch beloofd in Uw woord, dat er een dag komt dat U al Uw vijanden zult verpletteren, verteren, vernietigen in de eeuwige verdoemenis? " Bad Stefanus dat? Nee, hij mocht bidden: "Heere, reken hun deze zonde niet toe!"
Zouden wij dat ook kunnen bidden?
Dat kan alleen als je vervuld bent met de Heilige Geest, door genade, bediend uit Christus. Stefanus, vol zijnde van de Heilige Geest, mocht hier de voetstappen van zijn Koning drukken. Zo stierf hij. Met koninklijke rust en waardigheid ging hij de dood in en met priesterlijke bewogenheid heeft hij gebeden voor zijn vijanden, die niet wisten wat ze deden. Verbondskinderen waren ze, gebonden in de macht van de duivel. jullie en ik zijn ook verbondskinderenen. Van nature, door onze diepe val, worden wij allen geleid door die onreine geest, zijn we verblind als ons wordt verkondigd: er is maar één Naam en het is alleen uit genade. Niets telt van je mee! Als we dat horen, staan we in brand. Of jullie niet?
Door welke geest word jij geleid?
In de leden van de Raad en in Stefanus is je een tweeërlei vol-zijn getekend. Tweeërlei verbondskinderen: de één vol van een onreine geest, de ander vol van de Heilige Geest. jongelui, stel je dan nu de vraag eens: "Door welke geest word ik geleid? " Daar komt het op aan! Er staat: Die door Uw Geest ons troost en leidt. Maar dat 'ons' geldt niet allen. We kunnen gedoopt zijn, belijdenis hebben gedaan en tóch geleid worden door die boze duivelse geest en door ons eigen verdorven ik.
Door welke geest je geleid wordt, is zichtbaar, hoorbaar, merkbaar! Dat komt openbaar in je uiterlijk, in je spreken en in je daden. Is het aan jou ook nog te zien dat je een onderdaan bent van satan? Heb je daar smart over? Ga je daaronder gebogen?
Je kunt betrokken zijn bij het jeugdwerk en je krachten hebben ingespannen om geld bij elkaar te brengen voor de actie: 'De verborgen Bron', je kunt zondag aan zondag onder de bediening van het Woord verkeren en het ook graag horen.
Dat is allemaal te prijzen! Maar toch kun je nog dood zijn in zonden en misdaden.
Uit genade alleen
De vijanden van Stefanus kwamen op tegen het 'uit genade alleen'.
Velen in onze dagen doen dat ook.
Ze rekenen het zelfs als een goed werk om in eigen kracht in Christus te geloven, niet geleid door de Geest Die het uit God neemt en het Zijn kinderen schenkt.
Bedenk toch, dat dit tekort zal zijn om - zoals Stefanus - te kunnen sterven en God te ontmoeten. Want als we nog steeds geleid worden door die onreine geest, ook al hebben we dan met uiterlijke liefde al onze krachten gegeven aan Christus' dienst, dan kunnen we met dat alles voor God toch niet bestaan.
Dan kunnen we straks in het stervensuur wel kloppen aan de poort: ''Heere, Heere doe ons open!'', maar dan zal Hij antwoorden: ''Voorwaar, ik ken jou niet. Ik heb jou nooit gekend als een arme zondaar, een bidder en smeker om genade, een kruiper aan de troon van Mijn genade. Ik ken je niet als een schuldbelijdend, verloren mensenkind in jezelf. Ga weg van mij, gij die de ongerechtigheid werkt! De deur is gesloten en je moet voor eeuwig buiten staan."
Jongelui, tegenover die eeuwige heerlijkheid staat de eeuwige rampzaligheid. O bedenk dan toch, dat vóór jouw stervensuur komt, je een andere gerechtigheid nodig hebt, namelijk het kleed van Christus.
Die door Uw Geest ons troost en leidt
En nu zullen er ook jongeren in ons midden zijn, die door de ontdekkende bediening van de Heilige Geest in beginsel hebben leren sterven aan wat van hen is. Zij hebben hun zonden en schuld leren bewenen en zijn in mindere of meerdere mate door Woord en Geest getroost en geleid tot de kennis van Christus. En toch kan er nog zoveel vrees zijn. De dood kan ze bij tijden en ogenblikken aangrijnzen. Ze zien hun schuld en hun verlorenheid. Ook worden zij aangevochten door de duivel. De godsdienst begrijpt zulke jongeren niet en ze denken een eenling te zijn. De Heere heeft hen getrokken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht; het is zichtbaar geworden in hun leven aan hun gelaat, gewaad en daad. Door de Heilige Geest zijn hun ogen geopend voor die ene Naam Die onder de hemel gegeven is tot zaligheid. Nee, zij hoeven niet bevreesd te zijn, ook al nadert hun stervensuur. Op welke manier de dood dan ook komt - heel plotseling door een ongeluk, of sluipend door een ernstige ziekte. Tot hen, die door de Heilige Geest geleid mogen worden, getuigt Koning jezus: "Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste en Die leef en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Ik draag de Sleutels der hel en des doods". Die in Hem begrepen zijn, behoeven niet te vrezen.
Zwijndrecht ds. A. Vermeij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1998
Daniel | 32 Pagina's