De Joden en de Naam van Cod
De Joden hebben de gewoonte om de Naam van God niet uit te spreken. Ze beroepen zich daarvoor op het derde gebod. Ze zijn er erg beducht voor de Naam des HEEREN ijdel te gebruiken. Zelfs bij het Bijbel lezen spreekt men daarom deze Naam nooit uit.
In plaats van de Naam J-H-W-H leest men altijd Adonai (de eerste 'a' wordt niet als een volle 'a' uitgesproken). Dit betekent: Heere.
Door dit gebruik is een verkeerde uitspraak van de Godsnaam ontstaan. Toen Hebreeuws klinkers kreeg, ging men de klinkertekens van Adonai zetten onder het de medeklinkers van J-H-W-H. Vaak werden deze onvolledig geschreven.
Dit was voor de voorlezers een aanduiding dat ze niet de grote Godsnaam, maar Adonai moesten lezen.
Omdat latere lezers dat niet begrepen, is het misverstand ontstaan dat de Godsnaam moet worden uitgesproken als JeHoWaH (dus met de klinkers van Adonai). De Statenvertalers doen dat in de kanttekeningen, maar niet in de vertaling. Onder onze oudvaders was deze uitspraak algemeen in gebruik.
Tegenwoordig verkiest men de uitspraak Jahwe. Wetenschappers denken dat dit het beste is. Maar ook dat is allerminst zeker.
Wellicht is het het beste om in de lijn van de Statenvertaling in het Nederlands gewoon te spreken van: HEERE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1998
Daniel | 32 Pagina's