Ronald Westerbeek: Kaj
Dan begint opeens het zand te bewegen. Het begint te zweven, te wervelen, te dansen. Er ontstaat een dunne mist van stof, die enkelhoog over het oppervlak spoelt. Steentjes rollen in boogjes weg alsof een onzichtbare hand ze beweegt. De lucht ruikt naar zand. Het licht van de zon neemt in kracht af.
Verderop lijkt de vlakte te roken, zware slierten klimmen omhoog. Plotseling ontstaat er een enorme donderwolk van zand, die omhoog wervelt en wervelt, hoger klimt en steeds sneller voortsnelt over de vlakte. Dichterbij komt. Raast. En dan is er alleen nog zand, overal zand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1998
Daniel | 32 Pagina's