Lastdragers gevraagd en Lastdrager gevonden...
"\Ne hopen dat we met elkaar een goede en gezegende dag mogen hebben. Dat kan alleen wanneer de Heere Zelf met Zijn tegenwoordigheid en Geest in ons midden is. Anders beginnen we in de mens, gaan we voort met de mens, en eindigen we in de mens, " zo spreekt ds. C. A. van Dieren aan het begin van onze Bondsdag in 'De Doelen' te Rotterdam.
ls schriftgedeelte voor de openingsmeditatie heeft onze voorzitter gelezen: ukas 24 vanaf vers 36 en Jesaja 63:6. Eén van de eerste lasten, die ons vandaag bezetten moest, is deze: at Zijn Naam eeuwig de eer moet ontvangen. God betuigt in Zijn Woord, dat Hij op de aarde heeft nedergezien of er één was, die de eer aan die Naam nog zou kunnen geven. Die ene vond Hij niet in de ereld, maar heeft Hij ook niet in de kerk gevonden. Deze heeft Hij gevonden in de Zoon Zijner eeuwige liefde, Die gekomen is om die Naam te gaan verheerlijken op de aarde. Maar wat is Deze juist en verborgen persoon. Niet alleen voor en onbekeerd mens, maar ook voor egene, die genade mag kennen, die de eloofsopenbaring van Christus mag kennen.
esaja roept het vanmorgen uit: "Wie is Deze? " Moet dat dan gevraagd worden? Dat weten we toch allen? Heel de wereld ie onder het Woord van God leeft, kan it weten. Waarom wisten dan die joneren in Lukas 24, die zo nauw aan hristus verbonden waren, niet wie Deze as? Waarom wist die wenende Maria agdalena niet wie Deze was? Omdat de heerlijkheid van Christus juist daarin openbaar komt, dat Hij altijd de eerste is. Hij kan niet gemist worden in het werk van de levendmaking van dode zondaren. Hij kan echter ook op deze dag niet gemist worden voor degenen, die in hun ongeluk over de aarde gaan en niet weten van een middel om die welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen.
Het kan ook een vraag van de kerk zijn, die in de omwandelingen met Christus, Zijn voetstappen hebben mogen drukken en Zijn uitnemende liefde hebben mogen smaken. Jesaja spreekt in dit hoofdstuk niet over de vernederde Middelaar, maar over Hem Die verhoogd is. Hij schildert hem in Zijn schoonheid, Zijn dierbaarheid, Zijn gewilligheid en Zijn troostrijke verschijning.
Wie zijn het, die de vraag uitroepen: "Wie is Deze? "
Profetisch gezien zijn het de ballingen in Babel, maar ook allen die gebonden zitten in banden van het ongeloof. Het is Hij Die komt van Edom, ja van Bozra, de hoofdstad van Edom.
In Edom worden alle vijanden samengevat, namelijk de macht van de hel, van de wereld, maar ook de macht van het inklevende verderf. De strijd tegen deze machten komt terstond in de levendmaking, door Gods Geest, in de ziel van een mens openbaar.
De levende Kerk gaat leren, dat zij in deze strijd, de vele vijanden niet kunnen overwinnen.
Het wordt dan, net als bij de discipelen, achter gesloten deuren en vensters een verloren zaak.
Ze zijn hun bekering kwijtgeraakt, de troostvolle woorden hebben hun kracht verloren, het leven is eruit. Christus komt. Hij is de eerste, Hij heeft de dood overwonnen en brengt het leven aan. De profeet zegt, dat Hij sierlijke klederen draagt. Deze klederen zijn rood; Hij heeft de pers alleen getreden. In het Oosten werden de druiven in de wijnpersbak door twee mensen vertreden. Men stond dan tegenover elkaar om elkaar te ondersteunen. Christus heeft de wijnpersbak van de toorn Gods alleen getreden. Zijn kleding was rood van het bloed. Dit wijst op het bloed van al Zijn vijanden, Die Hij vertreden heeft in Zijn toorn en vertrapt in Zijn grimmigheid. Er was geen oorzaak bij de ballingen voor Zijn spreken. Niet bij de discipelen, en ook niet bij u of mij deze morgen. Dit komen van Christus is een voortgaand werk. Voor wie? Voor degenen, die hem niet missen kunnen. Levende, opdat zij zullen leven. Het grootste is wanneer die vragers antwoord krijgen. Daartoe komt Hij, om alle raadsels op te lossen, deuren te openen, de grafstenen weg te nemen, de zegelen te verbreken en de banden van het ongeloof weg te nemen.
Als Hij komt, brengt Hij in de toepassing de overwinning mee. Hij verlicht het verstand, maakt het hart brandende en opent de ogen. Hij is machtig om de ziel te verlossen, die vandaag met een onopgeloste schuld zucht: "Ach, Heere, lost U het nog eens op? " Dat uw uitgang mag wezen naar Hem, Die niet zal rusten tot Hij die ganse zaak voleindigd zal hebben. Nadat de telegrammen, die verstuurd zijn aan Koningin Beatrix en prinses Juliana zijn voorgelezen, zingen we staande drie coupletten van het Wilhelmus.
Lastdragers gevraagd
Ds. W. j. Kareis legt eerst aan de hand van Gods Woord de letterlijke betekenis van het woord 'lastdrager' uit. In 2 Kronieken 3 lezen we dat Salomo voor het bouwen van de tempel zeventig duizend lastdragers in dienst had. Bij deze zelfde berg Moria droeg Izak eeuwen daarvoor een last van takken op zijn rug voor het offer. En eeuwen later loopt hier de Lastdrager, Christus, dragende het vloekhout. Dus de letterlijke betekenis is: het dragen van een gewicht.
Deze morgen wil ik met u stilstaan bij nog drie andere betekenissen van het woord 'last':
* De eerste betekenis aan de hand van Psalm 38: "Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden."
* De tweede betekenis lezen we in Spreuken 31: "De last waarmede zijn moeder hem onderwees."
* De derde betekenis lezen we in de profeten: "De last der woestijn aan de zee. De last van Duma."
Als we de eerste betekenis van het woord 'last' gaan bekijken, moeten we terug naar het paradijs. Daar waren u en ik, in Adam, beelddragers Gods. Dit was als het ware ook een last, maar deze last was ons een lust. Adam leefde in de gemeenschap met de Heere, in Zijn zoete nabijheid. Wat een kostelijke last. In plaats van beelddrager Gods, zijn wij lastdrager van het juk van de duivel geworden. Maar bovendien is er nog de last van een toornig God, een vloekende wet en het eisende recht. Wat een last rust er op een ieder van ons. Het aangrijpendste is, dat we die last van nature niet voelen. En nu wordt er vanmorgen aan u en mij een vraag gesteld: "Lastdragers gevraagd? " Dat zijn lastdragers, die iets van de last voelen. Dat is niet alleen toestemmen met het verstand of beamen. Het bestaat niet uit het beredeneren van de last. In het allereerste begin van de levendmaking gaan we onze last voelen. Bij de één helderder als bij de ander, bij de één krachtiger als bij de ander, maar in wezen bij allen: "Zulk een last van zonden en plagen, niet te dragen, drukt mijn schouders naar beneên." Het zijn mensen die in het verborgen tot God zuchten: "Heere, kan ik nog bekeerd worden? " Waren die er maar meer, zulke zuchters. Zulke lastdragers worden gezocht!
Het is echter niet genoeg de last te voelen. Het is enerzijds een gevaar dat we de last niet voelen, want dan krijgen we de Lastdrager, Christus, niet nodig. Het is ook een ontzettend gevaar dat we de last weg gaan redeneren met wat emoties en gevoelens. Wat een doorvloeien in onze tijd. Wat een rijke, bezittende mensen. Ze zijn tot ruimte gekomen, terwijl ze nog nooit gebonden zijn geweest. Ze zijn bekeerd en hebben nog nooit onbekeerd over de wereld gelopen. Ze zijn verlost van hun last, maar gingen nooit verloren onder hun last.
Voor lastdragers krijgt de grote Lastdrager alle waarde. Het geloofsoog moet geopend worden voor Hem. Als wij het zelf niet meer kunnen vinden dan klinkt het: "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt. Ik zal u rust geven."
De tweede betekenis vinden we in Spreuken 31 en tekent de bijbelse opdracht voor de opvoeding. Als we
kijken in de maatschappij, waarin we leven, dan worden daar alle bijbelse waarden omgedraaid. Het huwelijk, als inzetting Gods, is een last en daarom gaat men samenwonen. Het huishoudelijk werk heeft geen waarde, beter is het voor de vrouw om buitenshuis te werken. Kinderen zijn geen erfdeel des Heeren, maar worden als een last gezien. Wanneer begint de opvoeding van onze kinderen? Als ze twee jaar zijn, of misschien als ze een paar maanden oud zijn? Laten we dan aan Davids moeder denken. Die wierp David reeds in barenssmarten op de Heere.
Dit zijn de lastdragers, die de last voelen dat zijzelf, met hun kinderen, eenmaal voor een heilig en rechtvaardig God moeten verschijnen. Wanneer de kinderen ouder worden en de drukte en de haast binnen het gezin toeneemt, wordt het dan kort even bidden, kort even lezen? Nemen we dan nog de tijd om samen te zingen en samen te bidden? De duivel is er in deze tijd op uit om het huwelijk te ontwrichten en het gezin te ontbinden. Lodenstein zegt: "God is een God van de gezinnen." We kennen toch de tekst: "Leer de jongen de eerste beginselen." Laten we waakzaam zijn op de posten waar de Heere ons gesteld heeft.
Wat laten we argeloos allerlei lectuur toe, wat een moderne communicatiemiddelen halen we binnen onze gezinnen. We hollen overal achteraan, want we moeten zonodig bijblijven.
Buigen we aan het einde van de avond samen met onze kinderen de knieën om alle nood van ieder kind persoonlijk op te dragen aan de Heere? Waakzaamheid wordt van ons gevraagd op de posten waar de Heere ons stelde. Hoe moet het met de kinderen die de wereld zijn ingegaan, die weerbarstig zijn, ja hopeloze gevallen? Denk dan aan de vader van die maanzieke knaap, een hopeloos geval. De discipelen, geroepen knechten des Heeren, konden met hun roeping niets doen. Maar dan spreekt de Heere jezus Zelf: "Brengt Mij dezelve hier." Daar hebben wij de weg. Met alle zorgen, onmogelijkheden, verdriet en hopeloze gevallen op de knieën. Brengt Mij dezelve hier!
De derde betekenis van lastdrager, is de last van een volk, een Goddelijke opdracht tot een volk. We zien dat bij Abraham. Zolang Abraham bidt voor Sodom en Gomorra, regent het nog geen vuur. We zien een Samuël. "Ook was Samuël, op Gods hoog bevel, biddend voor zijn volk."
Wat is dat nu om een lastdrager te zijn voor een volk? Het is niet zo moeilijk om allerlei benauwende ontwikkelingen te schetsen. Een bijbelse lastdrager voor het volk, is misschien die eenvoudige vrouw, die in haar keuken tot God roept en zucht: "O Heere, herdenk de trouw, aan ons voorheen betoond."
Ezechiël 9 tekent ons zes verderfengelen, die klaarstaan om de oordelen uit te voeren. Voorop gaat de man in het linnen kleed. Die gaat de lastdragers een teken geven. Zijn dat de mensen die hard roepen op de straten, die zeggen dat ze de tijd zo goed doorzien? "Nee", zegt de Heere, "teken een teken dergenen die daar zuchten." Dat is inwendig, verborgen werk, binnenkamerwerk. In de tekst volgt meer. Er staat: "En uitroepen." Dat zijn degenen die wel waarschuwen. Wat een wonder wanneer er zulke mensen ook nog in ons midden mogen zijn.
Nadat ds. W. j. Kareis zijn indringend referaat beëindigd heeft, draagt mevrouw A. Kooij-den Besten het gedicht: "Een lastdragende vrouw" van Christien de Priester voor.
Tijdens de middagvergadering worden de vragen naar aanleiding van het referaat beantwoord door een forum onder leiding van onze presidente, mevrouw C. A. Kaslander-Goedegebuur. Vele vragen worden door ds. W. J. Kareis, de heer E. van Heil en de heer B. j. de Raaf beantwoord. Na deze vragenbeantwoording krijgt ds. j. M. Kleppe gelegenheid om zijn slotmeditatie uit te spreken.
Lastdrager gevonden
De gevonden Lastdrager, zo begint ds. Kleppe zijn meditatie, wie zou dat anders kunnen zijn dan Hij, de Man van smarten, maar ook het Lam Gods, Dat de zonden van Zijn volk heeft weggedragen. De lasten van het leven, wie kent ze niet? Het huwelijksformulier begint ermee, "Overmits den gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt." We verstaan op zo'n dag niet wat Mozes zegt: "Het uitnemendste van dit leven, ook ons gezinsleven, is moeite en verdriet."
Psalm 142:5 zegt: Ik zag uit ter rechterhand, en zie, zo was er niemand die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij, niemand zorgde voor mijn ziel." Deze man zoekt ook een Lastdrager voor zijn ziel, een God voor zijn hart en een Borg voor zijn ziel. Hij vlucht met z'n drukkende zondenlasten en levenslasten tot de Heere.
De oosterling heeft ook een lastdrager, zo'n hoog opgeladen kameel. Dit dier raakt zijn last kwijt als hij door z'n knieën gaat. Dit is ook het geheim van het verborgen leven met God. Dat leven brengt een hulpeloos, maar ook schuldig mens in de eenzaamheid bij Christus, de grote Lastdrager. Hij immers heelt de grote last van de toorn van God tegen de zonde voor al de Zijnen gedragen. De mens is het meest bezet met de drukkende last van de bittere gevolgen van de zonden, maar hij treurt en weent zo weinig over de last van de zonde zelf. Zo weinig over het Gode-onterende en Gode-beledigende karakter van de zonde.
Heeft u er wel eens met diepe ernst en verwondering over nagedacht dat God Zelf in een Lastdrager wilde voorzien? Heeft u er wel eens over nagedacht dat ook jezus een lastdrager nodig kreeg op de weg naar Golgotha? Ook hierin bleef Hij de grote Lastdrager, opdat Hij als de volkomen Borg en Middelaar, Zijn hulpeloos en machteloos volk, dat dreigt te bezwijken onder het kruis, te hulp kan komen.
De apostel spreekt: "Want wij hebben geen Hogepriester, Die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden. Maar Die in alle dingen gelijk als wij verzocht zijn geweest, doch zonder zonde."
Waar de lasten van de zonden meer drukken dan de bittere en smartelijke gevolgen van de zonde, als wij dreigen te bezwijk en onder die zondenlast, dan ontdekt zich daar die grote Goddelijke Lastdrager, Die voor een ellendig zondaar Zijn eeuwig liefdeshart ontsluit en met uitgebreide armen staat en roept: "Komt herwaarts tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Want Mijn last is licht en Mijn juk is zacht." Wanneer de Heere ons gaat onderwijzen, en ons bekend maakt met liet diepe verderf van ons eigen bestaan, dan worden we zelf een lastdrager.
Een lastdrager voor onszelf, voor onze gezinnen, voor de kerk en ook voor onze ontwrichte maatschappij. Dat zijn de rechte lastdragers, de sieraden Gods, de kurken waar de wereld nog op drijft. Het zijn de moeders in Israël, die onderwijs geven in de weg der zaligheid, in de noodzakelijkheid aangaande de priesterlijke bediening van Christus.
Wanneer we de rechte zondenlast hier missen en nooit hebben leren belijden, dan zullen we de last van de ondragelijke en eeuwige toorn Gods straks zelf moeten lijden.
De toegang tot de troon der genade heeft de Vader Zelf geopend in de zending van Zijn lieve Zoon. De Heere zegt: "Wentel uw weg op de Heere, vertrouw op Hem, Hij zal het maken." Dat wentelen is een zwaar werk, een onmogelijk werk. Maar dan zegt de grote Lastdrager ons in Zijn dierbaar Woord: "Hij geeft de moeden kracht en vermenigvuldigt de sterkte, dien die geen krachten heeft. Die de Heere verwachten zullen de krachten vernieuwen."
Waar en bij Wie zullen we het anders zoeken om van onze grootste zondenlast verlost te worden? Tot Wien zullen we anders heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.
Sluiting
Veel hebben we deze dag mogen horen, zo spreekt mevrouw C.A. Kaslander-Goedegebuur in haar dankwoord. In eigen kracht kunnen we geen lastdrager zijn, dat is onmogelijk. Maar de Heere is de Machtige om wat ons vandaag is voorgehouden te kunnen schenken. Dat er onder ons vele smekelingen gevonden mogen worden, om een ware lastdrager te mogen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1998
Daniel | 32 Pagina's