DMZ... ver van je bed?
Hulpverlening binnen de gemeenten
je zit met een probleem. Het was je al eerder opgevallen dat Jos de laatste tijd zo stil is. Vroeger kon je heerlijk met hem over van alles en nog wat bomen. Gezellig was dat! Je probeert het nog wel eens maar veel respons krijg je niet. Eerst dacht je dat het met de tentamens te maken had. Maar die zijn al weer een poos achter de rug. Wat er toch met Jos aan de hand is? Het wordt steeds meer een raadsel voor je. Dat het zo niet langer kan, is wel duidelijk! Maar hoe moet je dat met Jos of met zijn ouders bespreken? Wat kun je zèif voor Jos betekenen? Hoe kun jij dienend bezig zijn? Of: waar zou je hem naar toe kunnen sturen? Je ziet wel eens iets staan over De Vluchtheuvel of over de GLIAGG. Of moet je eerst de Luisterlijn bellen? Hoe kom je hier meer over te weten? Waar gaat dat van uit? Zijn dat christelijke hulpverleningsvormen? Ongemerkt ben je beland op het hulpverleningsterrein dat te maken heeft met het Deputaatschap voor Diaconale en Maatschappelijke Zorg.
Twee gesprekspartners. Allebei zitten ze in het deputaatschap DMZ; allebei bekleden ze een ambt binnen de gemeente; allebei zijn ze vader (geweest) van een gehandicapte dochter: ds. W. Visscher uit Amersfoort en ouderling W. de Ruiter uit Goes. Met hen spraken we over wat het DMZ nu eigenlijk inhoudt en doet, over hun persoonlijke betrokkenheid bij het DMZ, maar ook over hoe je als jongere, als gemeentelid dienend bezig kunt zijn in de eigen kerkelijke gemeente.
Stel dat je een probleem hebt in je vriendenkring zoals hierboven beschreven, je zoekt hulp. Maar waar? Als je in christelijk hulpverleningsland rondkijkt, hoe word je dan wijzer uit deze wirwar van instellingen?
Ds. Visscher: Er zijn inderdaad veel organisaties die hulp bieden, ook in de breedte van de gereformeerde gezindte. Hoe je nu weet of je ergens kunt aankloppen voor hulp? Ik denk dat het moeilijk is om daar in het kort een antwoord op te geven. Toch zijn er verschillende mogelijkheden. Pak bijvoorbeeld het kerkelijk jaarboek erbij en kijk welke hulpverleningsmogelijkheden er in staan. Of kijk in kerkelijke bladen, zoals De Saambinder, Daniël. Daarin staan advertenties van bijvoorbeeld de Luisterlijn, De Vluchtheuvel, de RST. Deze organisaties hebben natuurlijk ook hun eigen reclame. Heel belangrijk zijn ook onze ambtsdragersconferenties. Daar wordt informatie gegeven aan ambtsdragers over de verschillende hulpverleningsvormen en waar deze te vinden zijn. Zij moeten goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Gemeenteleden kunnen dan aan de
ambtsdragers vragen waar ze moeten aankloppen voor deskundige hulp.
DMZ: moeders grote paraplu
De verschillende instelllingen die u noemt, hebben een relatie met het Deputaatschap voor Diaconale en Maatschappelijke Zorg. Wat houdt dat eigenlijk in en wat is de functie van het DMZ? Met andere woorden: Wat doet u zoal als deputaatschap? De Ruiter: Verschillende organisaties hebben voortdurend geld nodig. Ze krijgen niet allemaal subsidie van de overheid. Daarom is het deputaatschap in het leven geroepen. Via het DMZ wordt het geld ingezameld en wordt ervoor gezorgd dat er een constante geldstroom naar de verschillende organisaties toe gaat. Ds. Visser - aanvullend: Er zijn eigenlijk vijf aspecten waaraan we samen, in opdracht van de synode, onze aandacht schenken.
Het éérste aspect is heel wezenlijk: een stukje doorwerking van onze identiteit als gemeenten in de instellingen waaraan we steun geven. Voor onze identiteit moeten we waakzaam zijn. Het verleden heeft ons namelijk geleerd dat een grondslag gauw een dode letter kan worden.
Het twééde waar we veel mee bezig zijn, is al aangegeven door de heer De Ruiter, namelijk het tonen van betrokkenheid en het geven van financiële steun aan de verschillende organisaties. Zo is er bijvoorbeeld aan de GLIAGG een vrij fors bedrag gegeven in verband met financiële problemen.
in de dèrde plaats heb je als deputaatschap ook een stuk zorg om de bestuurlijke en inhoudelijke kwaliteit van de verschillende organisaties. Hierbij gaat het om het niveau waarop je hulp verleent. We mogen niet met de beste bedoelingen toch verkeerde dingen doen.
In de vièrde plaats vinden we het belangrijk dat er in de instellingen eigen mensen komen werken; dat we bijvoorbeeld eigen psychiaters hebben, eigen bejaardenverzorgsters. Ten vijfde is het belangrijk om te zorgen dat er samenhang is in al die verschillende werkvelden, bijvoorbeeld tussen verpleeghuis Salem en de bejaardentehuizen. Deze vijf punten komen eigenlijk steeds terug op de tafel van het deputaatschap.
De Ruiter: Nog even terug naar wat de dominee net zei. Het is heel belangrijk dat jongeren afweten van het bestaan van onze organisaties en zich ook geroepen weten om ernaar te solliciteren. We merken steeds vaker hoe moeilijk het is om mensen uit onze eigen gemeenten te krijgen. Neem bijvoorbeeld de gehandicaptenzorg in Bodegraven, waarvoor bijna elke week geadverteerd moest worden. Er is vooral behoefte aan hoger opgeleiden, aan leidinggevenden. Ik wil dit daarom onderstrepen om de jongeren te motiveren niet te schromen als er een advertentie geplaatst wordt. Er is vraag naar jullie! Denk eraan bij het kiezen van een opleiding, want daar begint het al mee.
Een persoonlijke band
Een persoonlijke vraag: waarom bent u nu voorzitter en u secretaris van het DMZ? Wat is uw binding met het werkveld?
Ds. Visscher: Voordat ik dominee werd, was ik ambtenaar op het ministerie van Volksgezondheid. Daar heb ik me vrij veel beziggehouden met ontwikkelingen in de zorgsector. Dat varieerde van academische ziekenhuizen tot GGD'en. Die deskundigheid ben je niet zomaar kwijt als je student aan de Theologische School wordt. Toen ik daarvan afkwam, werd ik gevraagd voorzitter te worden van het deputaatschap ADZ (Algemene Diaconale Zorg). En meneer De Ruiter? Dat is weer een ander verhaal! De Ruiter: In de jaren '70 ben ik betrokken geraakt bij het deputaatschap voor Gezins-en Bejaarden Zorg (GBZ). Ook ben ik ouder geweest van een gehandicapte dochter. Langs die weg ben ik in het verleden betrokken geweest bij de oprichting van de oudervereniging Helpende Handen en de Stichting Gehandicapten Zorg. Zo ben ik ook in het deputaatschap terecht gekomen. Tevens ben ik bij diverse andere instellingen betrokken, dus je kent ze van binnen uit. Dan weet je ook waar je als deputaat over praat. Ook de andere deputaten hebben allemaal een bestuursfunctie bij een van de instellingen.
De kerk: een zorgende moeder
Het DMZ staat onder toezicht van de synode van onze gemeenten. Waarom wordt al dit werk vanuit de kerk georganiseerd? Ligt hier een roeping van de kerk?
De Ruiter: je moet het anders zien. De vraag kwam vanuit de basis. Ouders kwamen met de problemen rondom hun gehandicapte kind. Ondanks christelijke instellingen die er waren, liepen de ouders ertegen aan dat hun kinderen niet begeleid werden zoals zij beloofd hadden bij de doop. De vraag kwam dus vanuit het veld. De identiteit moest duidelijk voorop staan. We moeten als gemeenteleden elkaar daarin helpen, tegemoet komen. Een concreet voorbeeld: een verstandelijk gehandicapte jongen die begeleid wordt binnen een algemeen christelijke instelling. Hij krijgt daar
toch andere vrienden en vriendinnen dan in de eigen gezindte. Er gebeuren dingen waarvan hij denkt: dat moet ik niet thuis vertellen. Die jongen krijgt een dubbel leven. Op een gegeven moment kan hij het niet meer aan. Nu hij in een van onze eigen instellingen woont, is hij een heel andere jongen geworden, veel evenwichtiger!
Ds. Visscher: et is in de eerste plaats een bijbelse plicht om ons als kerk in te spannen voor bijvoorbeeld een eigen verpleeghuis, voor het GPZ, voor mensen die hulp nodig hebben (Lukas 10:25-37). De Bijbel roept ons allemaal op tot dienst aan onze naaste. Aan die opdracht kan de kerk niet voorbijgaan.
Ten twééde ligt er op dit terrein ook veel nood. Als je je oor goed te luisteren legt, merk je dat er in veel gezinnen problemen zijn. Er is echt heel veel nood.
In de dèrde plaats is er een geweldige secularisatie, je kunt vaak bij algemeen christelijke instellingen niet meer terecht. Daar worden onze kinderen bijvoorbeeld bijna vergiftigd met moderne muziek, met een modern levenspatroon. Het is voor ouders bijna niet meer op te brengen om daaraan je gehandicapte kind toe te vertrouwen, juist die kinderen die zoveel zorg nodig hebben. Daarom moet de kerk zich wel bezinnen op het tot stand brengen van eigen organisaties. De nood dwingt! Gelukkig wordt dit door velen ook wel beseft, maar helaas zijn er soms ook mensen die hier weinig besef van hebben. Het deputaatschap mist elk jaar ƒ 100.000 aan inkomsten die we bijvoorbeeld voor De Vluchtheuvel echt hard nodig hebben.
Dienen: roeping en gave
Als we aan de kerk denken, denken we eigenlijk direct aan de preek, de bediening van het Woord. Hoe moeten we de verhouding zien tussen de verkondiging van het Woord en het diaconale werk?
De Ruiter: Dat is een vraag voor de dominee!
Ds. Visscher. De eerste en belangrijkste taak van de kerk is natuurlijk de verkondiging van het Woord en de verspreiding van het Evangelie. Op deze taak moet het grootst mogelijke accent gelegd worden. Daarmee staat of valt de kerk. Daarnaast is er in de Bijbel ook heel duidelijk aandacht voor andere taken van de kerk, bijvoorbeeld voor de diaconale taak. Hiervoor grijpen we terug naar Handelingen 6 waarin wordt gesproken over de bediening van de armen. In de zendbrieven wijst Paulus ook op de dienst aan de armen. "Doe wel aan alle mensen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs."
Wat zegt het woord 'dienen' ons vanuit de Schrift?
Ds. Visscher: k denk in de eerste plaats bij het woord 'dienen' aan 1 Petrus 4:11. Dienen is iets uit kracht die God verleent. Echt dienen is een genadegave van God. Uit onszelf zeggen we net als Kaïn: Ben ik mijns broeders hoeder? " Dienen is ook heel belangrijk voor ons allemaal. De samenleving verschraalt, ook binnen het kerkelijke (even. Er is veel dat wegvalt en daarom hebben we juist elkaar zo nodig, jongeren hebben ouderen nodig en ouderen hebben jongeren nodig.
Heel bewogen gaat ds. Visser verder: Het is juist zo belangrijk dat ook jonge mensen - liefst vaak - contact hebben met oudere mensen. Onlangs stond er in Daniël een interview met een ouderling. Hij zei dat hij het fijn vond dat er af en toe ook eens jonge mensen bij hem kwamen; dat hij graag met jongelui optrok of met hen sprak. Hij mocht ook ervaren dat er onder jonge mensen geen onverschilligheid, maar juist belangstelling te vinden is voor heel wezenlijke dingen. We moeten elkaar niet de put in praten, maar helpen! Wederzijds dienstbetoon is een gave die de Heere moet en wil geven.
Dienen bestaat niet alleen in allerlei grote dingen. Er zijn (jonge) mensen
die denken dat ze minimaal een wereldreis moeten ondernemen om dienstbaar te zijn aan de kerk en aan hun naasten. Wie Mattheüs 25:31-46 leest, die merkt dat straks op de oordeelsdag de Heere Jezus niet spreekt over allerlei grote dingen maar over het geven van 'een beker koud water'! Zoek het niet in allerlei geweldige dingen, maar in eenvoudig, trouw hulpbetoon. Wat kan eenvoudig vrijwilligerswerk nuttig en heilzaam zijn. Het gaan voorlezen bij een bejaarde die zelf niet meer kan lezen. Wat kunnen oude mensen daar blij mee zijn! Wat fijn als ze eens iemand zien om een stukje voor te lezen of om mee te praten. Ook onder onze oude mensen is veel eenzaamheid. Of een zieke opzoeken in het ziekenhuis. Dat zijn heel simpele, eenvoudige dingen die niemand verboden worden. Hier ligt juist voor jongeren een belangrijke taak.
De Ruiter: Ik vind het zo bemoedigend als ik zie hoeveel jonge mensen er bijvoorbeeld nog altijd bejaardenverzorgster willen worden. Fijn om te zien hoe dat met liefde gebeurt. Oude mensen waarderen dat echt. Ik vind het ontroerend om te merken hoe dit tot op de dag van vandaag functioneert. Je kunt hiervoor eigenlijk geen compliment geven, maar naar de jongeren toe zou ik dat toch willen doen. Ditzelfde geldt bijvoorbeeld voor de gehandicaptenzorg.
Samen sterk
Als vereniging is het niet altijd gemakkelijk om gestalte te geven aan het diaconaat, aan het op een eenvoudige manier dienend bezig zijn in de gemeente, je stuurt bijvoorbeeld een kaart naar ouderen. Daar blijft het helaas vaak bij. Als jongeren weten we dat er in de gemeenten (ook jonge) mensen zijn die problemen hebben en bijvoorbeeld eenzaam zijn. Hoe kunnen we als jongeren, als vereniging hierin helpen? Ds. Visscher: Een kaart sturen naar ouderen voor hun verjaardag klinkt simpel. De praktijk leert echter dat mensen dit bijzonder fijn vinden. Waarom kan er bijvoorbeeld ook niet een klein boekje van ongeveer ƒ 4, - (Lichtdragersserie) aangeboden worden? Twee jongeren gaan naar de mensen boven de 70 jaar toe, brengen hen een boekje en vertellen iets over de vereniging. Er zullen ouderen zijn die dat niet willen. Die moet je daarmee dan ook niet belasten. Maar ik weet zeker dat er veel meer ouderen zijn die het juist fijn vinden. En hoe staan onze jongeren tegenover zieke mensen? Stuur je een kaart of breng je een bezoek? Ook mensen in een verpleeghuis of in een psychiatrische instelling kun je hiermee verrassen. Er zijn ook jonge mensen opgenomen. Wat is het dan een voorrecht als er ook leeftijdsgenoten komen, bijvoorbeeld om een poosje te komen praten over levensvragen, over moeilijke dingen die ze niet meer zien zitten. Ik denk dat er talloze manieren zijn waarop ook jongeren iets kunnen
betekenen voor mensen die hulp behoeven in de gemeente. De Ruiter: Ook acties, georganiseerd door de Jeugdbond, kunnen geweldig zijn. Denk aan Stichting Onderdak. Hoeveel werk wordt er niet verzet om dat te doen slagen! Ook dit moeten we niet vergeten!
Versta je plicht!
Hoe ziet u de toekomst wat DMZ betreft? De Ruiter: Er is sprake van een toenemende vraag op alle gebieden. Ons toekomstige beleid is erop gericht om te kijken welke mogelijkheden de overheid ons biedt voor de financiering van allerlei nieuwe vormen van zorg. We willen kijken in hoeverre we nog méér gebruik kunnen maken van de middelen die de overheid biedt. We proberen ook organisaties wat meer te groeperen.
Ds. Visser - aanvullend: Ik denk dat in de toekomst de moeilijkheden zullen toenemen en dat er ook steeds meer zorgen op het deputaatschap zullen afkomen. Toename van de hulpvraag zal in onze gezindte in versterkte mate het geval zijn. Onze gezindte wordt bijvoorbeeld blijvend geconfronteerd met gehandicapte kinderen. De samenleving accepteert hen niet. Zij weet een weg die wij niet willen inslaan. Dit lijstje valt aan te vullen. We moeten waakzaam zijn. Er komt een sterke zorgvraag op ons af, ook al omdat algemene instellingen steeds minder toegankelijk worden. Bovendien worden overheidseisen steeds strenger en problematischer. Dat zie je nu al bij het onderwijs: er moeten bijvoorbeeld vrouwen in de directie worden opgenomen. De overheid zal steeds meer dwingend dingen opleggen en bekostiging verbinden aan dit soort voorwaarden. De overheid dringt tevens aan op schaalvergroting. Het is vervolgens ook een taak van het deputaatschap om onze identiteit in allerlei verbanden op een eerlijke, oprechte wijze gestalte te blijven geven. Dit is niet altijd gemakkelijk, juist dat wezenlijke van onze identiteit, de noodzaak van wedergeboorte en bekering, zullen we ook naar onze eigen mensen toe steeds weer met grote kracht en nadruk naar voren moeten brengen. Er is een Godsdaad nodig in een mensen leven. We moeten er alert op blijven wat ons ten diepste beweegt, ook in bredere verbanden. Wat dit laatste betreft moet onze opstelling niet alleen bescheiden maar óók beslist zijn!
Een slotopmerking richting onze jongeren mag ook deze keer niet ontbreken.
Ds. Visscher: In de eerste plaats wil ik jonge mensen oproepen om na te denken of ze in de toekomst niet een plaats mogen hebben binnen het onderwijs. Daar dreigt een tekort. Maar ook in onze eigen zorginstellingen is er een tekort, bijvoorbeeld aan psychiaters, psychologen, verplegers en anderen. Wat blijft het belangrijk dat we in onze eigen instellingen een beroep kunnen doen op onze eigen mensen. Ten tweede hoop ik dat wanneer er in de toekomst door het deputaatschap middelen gevraagd worden we dit vanuit de hele gemeente mogen krijgen. Dit is helaas nog steeds een probleem. De Ruiter: Het dienen door de liefde moeten we onderstrepen. Het wonder van het Woord is als je mag zien wie de Heere is voor een zondig mens. Dienen als antwoord op die liefde!
Hartelijk dank voor het gesprek. Hopelijk heeft het het werk van DMZ wat dichterbij gebracht, niet in de laatste plaats door zelf dienend bezig te zijn. Veel zegen op dit werk toegewenst!
Marieke den Hollander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1998
Daniel | 32 Pagina's