Uitzien naar indrukwekkender zaken
50 jaar Israël en onze opdracht
1 998 is een gedenkwaardig jaar voor de jonge staat Israël. Vijftig jaar geleden - op 14 mei 1948 om precies te zijn - proclameerde David Ben Goerion plechtig de officiële oprichting van de staat Israël. Na eeuwen van verstrooiing en vervolging met de vreselijk holocaust als absoluut dieptepunt, bezaten de joden weer een eigen thuis. Thuis in Erets Jisra'eel. Je kunt daar meer over lezen elders in dit blad. In de achterliggende vijftig jaren ontwikkelde de Joodse staat zich met kracht, ondanks de vijandschap van de omringende landen, ondanks vijf bloedige oorlogen. Het aantal inwoners steeg van zeshonderdduizend naar zes miljoen. Het verwaarloosde land kwam weer tot bloei, de Hebreeuwse taal herleefde weer in de vorm van het Ivriet, enzovoorts. Zaken waar Israëli's - zoals hun ambassadeur in Nederland, Yossie Gal - trots de vinger bij leggen.
Hoe moeten wij deze opmerkelijke feiten beoordelen? Is hier sprake van vervulling van bijbelse beloften? En hoe moet onze houding ten opzicht van Israël zijn in bijbels licht? Deze en andere vragen legden we voor aan twee vertegenwoordigers van ons deputaatschap voor Israël, ds. C. J. Meeuse en de heer G. Roos. Grote bewogenheid met Israël kenmerkt beiden, zo bleek uit ons gesprek...
'Ik denk je dat bij zo'n jubileum allereerst je blijdschap uit mag spreken dat het joodse volk, na de vreselijke periode van de Tweede Wereldoorlog, weer een eigen thuis, een eigen land mag hebben, ' merkt ds. Meeuse als eerste op . 'En als je dan uit alle delen van de wereld joden daar heen ziet trekken, dan denk ik dat het in strijd met onze geloofsovertuiging zou zijn als je dat toeval zou noemen. Gods vinger schrijft de geschiedenis. Het is goed om Gods werk te gedenken. Daarbij is het ook goed om ons af te vragen wat dit ons te zeggen heeft in het licht van de bijbelse profetieën. Maar de bijbelteksten die spreken over de toekomst van het joodse volk zijn niet allemaal zo eenvoudig en eenduidig te verklaren. Veel van de Oud-testamentische pro-fetieën over terugkeer naar het beloofde land blijken bij eerlijke exegese te wijzen op de terugkeer van het Joodse volk uit de ballingschap. Dat is hun eerste vervulling. Onze gereformeerde theologen hebben heel helder uitgesproken, in het licht ook van het Nieuwe Testament, dat de beloften van het genadeverbond uit de oude bedeling ook betekenis hebben voor de nieuwe bedeling. Het zijn beloften van het eeuwige genadeverbond die betekenis hebben voor de kerk van het Nieuwe Testament. Zie bijvoorbeeld in Galaten 4:27 waarin Paulus teruggrijpt naar jesaja 54. Zo zijn meer voorbeelden te noemen.
Zo is het mogelijk dat bijvoorbeeld Ezechiël 37 (het gezicht van het dal met de dorre doodsbeenderen) drie betekenissen heeft. De eerste vervulling heeft betrekking op de terugkeer van het volk uit de ballingschap, de tweede strekking is een geestelijke strekking en de derde strekking zou dan een toekomstige vervulling zijn als Israël terugkeert uit alle landen, zoals we nu werkelijkheid zien worden.'
ik proef toch een zekere terughoudend-
heid om de feiten van onze tijd rond de staat Israël zondermeer als vervulling van bijbelse profetieën te zien...
']e mag de verschillende profetieën niet als legpuzzel gebruiken, maar laten we op dit punt niemand snel veroordelen. Exegese is vrij, da's een goed gereformeerd beginsel. Mits iemand blijft in het raam van Schrift en belijdenis, ' reageert ds. Meeuse.
Roos: 'Ik stem van harte in met ds. Meeuse, maar ik zou toch wat relativerende opmerkingen willen maken. We zijn blij met wat bereikt is in Israël. Dat zijn overtuigende prestaties. Maar wat is Israël eigenlijk voor een staat? Toch een socialistische staat, voortgekomen uit het zionistische gedachtegoed. Een staat waarin wetsvoorstellen gedaan worden waar Messias belijdende joden grote zorgen over hebben. Er zijn organisaties in Nederland, die achter elke politieke daad van de staat Israël staan. Dat doen wij niet. Er "is veel bereikt, maar moeten we niet uitzien naar indrukwekkender zaken? Namelijk dat de Joden hun Messias vinden. En dat zij dan niet alleen aan gehecht zijn aan wat God hen hier op aarde gaf, en dat is veel, maar dat zij hier ook vreemdelingen zouden zijn, zoals Abraham, Izak en jakob dat waren volgens Hebreeën 11. Wij moeten vol verwondering zien wat de Heere gedaan heeft en nog steeds doet in Israël en niet teveel speculeren.
Daarbij was een leus uit het zionisme toch ook: geen Godshulp, geen mensenhulp maar zelfhulp! Ik bedoel: al deze zaken moeten ook gezegd worden.'
Ds. Meeuse: 'Daarbij wil ik graag aansluiten. Ik weet nog goed dat mijn gebed tijdens de Yom Kippoeroorlog steeds was: Heere geef dat dat volk niet steunt op tanks en vliegtuigen en op het zelf doen. Maar dat ze U nodig gaan hebben. Je vraagt dan om het werk van Gods Geest in een volk dat zo op zichzelf vertrouwt.'
Roos: 'Je zou ook de vraag kunnen stellen: is het zionisme wel zo geslaagd als dat het nu lijkt. Er zijn forse problemen met de derde generatie. Er is een toename van het aantal zelfmoorden, er is een groot drugsprobleem, het aantal abortussen is enorm, veel jongeren hebben geen zin meer in de dienstplicht. De strijdbaarheid lijkt af te nemen. Ook dat is Israël.'
Maar ondanks dat: is er nu sprake van vervulling van bijbelse profetieën?
Ds. Meeuse: 'Grote gereformeerde theologen in Engeland, Schotland en Nederland hebben toch met grote stelligheid geschreven dat er vanuit een eerlijke exegese van de Schrift beloften liggen voor Israël en dat vóór de voleinding der tijden God ook in Israël wonderen zou doen en het volk tot bekering brengen. Ook de kanttekenaren spreken hierover duidelijke taal. Dan denk je wel eens: ze zouden gebeurtenissen rond Israël in onze tijd eens moeten zien.
Naarmate de gebeurtenissen vorderen en je ontwikkelingen ziet, neemt de spanning en de verwachting toe: zou de Heere dan nu die bekering gaan werken? Zien we al een wolkje als eens mans hand? '
Roos: 'Onze voorzichtigheid richt zich niet zozeer tegen datgene wat de Heere kennelijk in onze tijd werkt in Israël, maar tegen een onzorgvuldige en oppervlakkige exegese waarmee dan vervolgens ook elke politieke daad van de Israëlische regering goed gepraat wordt, ongeacht welke daad!'
Kun je zeggen dat er vroeger te weinig aandacht voor de Joden en voor Israël was in onze kringen?
Ds. Meeuse, aarzelend: 'Ik zou dat met schroom willen bevestigen. Met schroom omdat ik er alle begrip voor heb. Er was zoveel te doen in de ontwikkeling van onze gemeenten. Alles moest nog gestalte krijgen, een eigen theologische opleiding, zendingswerk, noem maar op. Toch waren er vroeger ook mensen die wel degelijk venvachting voor Israël hadden. Ik denk aan ds. Fransen en iemand als ds. Fraanje die in de inleiding op zijn 'Aantekeningen uit catechisatiën'schrijft dat hij gebed voor het volk van Israël gekregen heeft. Ook mensen als Mientje Vrijdag hadden nadrukkelijk oog voor de evangelieverkondiging onder Joden. Enerzijds denk ik dat dat kwam door het lezen van oude schrijvers, anderzijds wil ik ook met nadruk stellen dat als iemand dicht bij de Koning, bij de Bruidegom leeft, hij ook een sterk verlangen heeft dat de Bruidegom zijn Bruid krijgt. Denk eens aan Rutherford als hij schrijft over dat
feest als het Joodse volk tot bekering komt. Waarom schrijft hij daar zo heerlijk over? Omdat hij het de Bruidegom zo gunt. Dat er paarlen uit Zijn eigen volk gehecht worden aan Zijn middelaarskroon.'
Roos: 'De aandacht voor Israël is - misschien wat onderhuids - blijven bestaan, ook in onze gemeenten. Maar waar kwamen die gemeenten vandaan? Uit het gezelschapsleven, voor een niet onbelangrijk deel. Weinig geëmancipeerd, sterke aandacht voor het persoonlijke geloofsleven, weinig geschoolde theologen. Dus aarzelend zeg ik: ja, er was te weinig aandacht voor Israël. Maar dat wordt ook weieens als een beschuldiging geuit. En niet zelden vanuit kringen waar men de profetieën precies kan verklaren en dan maar niet snappen dat anderen dat niet zien. Wie weinig strijd met persoonlijke geloofsvragen kent omdat hij 'de goede keus' heeft gemaakt, zoekt andere aandachtspunten om zich mee bezig te houden. Voor sommigen is dat dan Israël. Van zo'n houding wil ik nadrukkelijk afstand nemen.'
In onze kringen lijken velen nog uit te gaan van de zogenaamde vervangingstheologie. In die theologie gelden de beloften uit het Oude Testament niet meer voor Israël, maar voor de kerk. Israël heeft afgedaan. Hoe kijkt u hier tegenaan?
Ds. Meeuse: 'Wat is vervangingstheologie precies? Als je daaronder verstaat: de kerk is in de plaats van Israël gekomen, Israël heeft afgedaan, er zijn geen beloften voor het Joodse volk... en als je vanuit die visie zelfs anti-semitisme gaat voeden, dan heb je te maken met een onschriftuurlijke en verwerpelijke vorm van theologiseren. Maar theologen die wat minder oog hadden voor beloften voor het volk van Israël en die beloften voor Israël Nieuw-testamentisch op de kerk betrokken, mag je niet direct als vervangingstheologen wegzetten. Zij staan in een bijbelse traditie: in het Nieuwe Testament betrekt PauJus ook beloften uit het Oude Testament op de kerk en hij doet dat geleid door Gods Geest. Als je dus in de strijd tegen de vervangingstheologie gaat zeggen dat je geen Oud-testamentische beloften meer geestelijk mag zien, die vervuld worden in de Nieuw-testamentische kerk, gooi je met het badwater het kind weg.
Bij degenen die een veiA/angingstheologie aanhangen waar het Joodse volk totaal heeft afgedaan, is sprake van een verkeerd kerkbeeld. We moeten goed beseffen dat de kerkgeschiedenis niet begint bij het Pinksterfeest, maar bij Genesis 3. Daar richt de Heere het genadeverbond met de mens op, dat ven/olgens verschillende bedelingen kent. Maar het gaat steeds over het ene volk van God in verschillende bedelingen. Zo haalt God Zijn volk bijeen. In de Nieuw-testamentische bedeling gaat het om de kerk uit jood en heiden. Die volgorde houdt Paulus ook aan in Romeinen 1: Eerst de Jood en ook de Griek. De Heere geeft de heidenen als het ware voorrang omdat de Joden zich zo verharden. Maar waarom doet de Heere dat dan volgens Romeinen 11 ? Opdat door hun barmhartigheid, de Joden barmhartigheid zouden verkrijgen!'
We horen dat er veel tegenstand is in Israël tegen de verkondiging van het Evangelie, zoals bij de op handen zijnde anti-zendingswet. Is het sowieso wel mogelijk het Evangelie te verkondigen in Israël?
Ds. Meeuse: Via onze contacten met nkele messiasbelijdende gemeenten ordt ons gevraagd de boodschap van ods Woord te brengen zoals we dat n Nederland gewend zijn; schriftuurlijk evindelijk. Daar is kennelijk een begeerte om die boodschap te horen its die schriftuurlijk onderbouwd ordt. Men onderzoekt dat zoals de emeente van Berea, of deze zaken alzo aren. We mogen bijbelstudies houen, waar men intensief luistert en mee ladert in de Bijbel.'
Roos: 'En het vindt weerklank. De laatte keer dat we in Bat Yam zo'n avond ielden, was er een meisje van twaalf aar die reageerde op onze bijbelstudie. e zei: 'Vroeger gaf ik Adam en Eva de chuld van de zonde, maar nu weet ik dat k zelf een zondaar ben.' Een man die og maar een jaar of twee geleden uit Rusland gekomen was, reageerde op et persoonlijk getuigenis van ds. Sonnevelt. Hij zei: 'ja, zo gaat het altijd, zoals bij die verloren zoon. Dat is Gods gewone weg. God laat iemands ellende en armoede zien en juist daardoor trekt Hij zo iemand tot Zich.' En dat was dan een man die nog maar twee jaar in aanraking was met het Woord van God!' Ds. Meeuse: 'Het ontroert je als je in zo'n gemeente in de buurt van Asquelon mag spreken over de wedergeboorte. Dat je onder joden mag spreken over het wonder van een werk Gods in je hart.'
Roos: 'We hebben de laatste reis zes bijbelstudie avonden belegd. Dit is een wezenlijk onderdeel van ons werk geworden. Het zijn heel intensieve avonden, die veel voorbereiding vergen.'
Er wordt dus gezocht naar mogelijkheden om het Evangelie daadwerkelijk onder joden te verkondigen. Wat doet het deputaatschap nog meer? Verleent u ook hulp in Israël?
Roos: 'ja, we steunen ook een landelijke diaconale organisatie van de messiasbelijdende joden. Daarnaast hebben we nu ook voor het eerst voor Nederlandse jongeren uit onze kring die in Israël werken een bijeenkomst belegd. Dat werd zeer gewaardeerd. Het is ook nodig, want de mensen uit Nederland komen daar in een volstrekt andere cultuur terecht. Dat heeft gevaren. Het is goed om daarover van gedachten te wisselen.'
Ds. Meeuse: 'Er ligt ook een actieplan voor Israël voor noodhulp bij calamiteiten. Mocht er bijvoorbeeld een oorlog uitbreken, dan kan hulp verleend worden, in het bijzonder aan degenen met wie we contacten hebben. Verder hebben we naar onze eigen achterban toe onze jaarlijkse studiedagen en de Israëlbode.'
Roos: 'Het werk heeft een enorme vlucht genomen. Dit zijn allemaal dingen waar we intensief mee bezig zijn, naast ons dagelijks werk. Het werd hoog tijd dat we een vrijgestelde kracht konden aanstellen. Anders zou het moeilijk zijn om op een goede manier uitvoering aan het mandaat van de Synode te geven.'
Er moeten dan ook offers gevraagd worden. Kan dat nog wel? Onze zending kan maar nauwelijks rondkomen,
bij onderen lopen de inkomsten uit de gemeenten terug...
Ds. Meeuse: 'Het gaat om een roeping van de kerk. Daar mogen offers voor gevraagd worden. Ik vind het geen goede voorstelling van zaken als zouden wij nu een deel van de koek krijgen ten koste van anderen. Allereerst mag je de opdracht van de kerk niet afhankelijk maken van de giftenstroom. En ten tweede: hoe is ons bestedingspatroon? Ik weet dat er gezinnen zijn die het uiterste geven wat ze zich veroorloven kunnen, maar er zijn er ook die echt nog meer kunnen doen. Ook jongeren moeten zich alvragen hoe ze hun geld besteden. Draag je zelf al bij van het geld dat je verdient? '
Roos: 'Er kan nu zoveel meer dan vroeger! We vragen ons niet meer af: zullen we een auto kopen? maar: welke auto zullen we kopen? Of kopen we er twee? Maar er is nóg een aspect. In de afgelopen decennia zijn er allerlei stichtingen gekomen ook ten aanzien van Israël. Er gaat veel geld vanuit onze gemeenten daar naar toe. Als wij dan zelf op grond van het Woord zeggen dat de kerk in het bijzonder hierin een roeping heeft, zouden we dan geen beroep op mensen mogen doen? Zonder dat we trouwens zeggen dat je aan anderen geen geld meer mag geven. Maar we hebben een kerkelijke opdracht!'
Heeft het deputaatschap een speciale actie in gedachte ter gelegenheid van vijftig jaar Israël?
Ds. Meeuse: 'Het specifieke van ons werk is dat we de joden Gods gehele Woord willen geven. Want wij geloven dat de Heere door de prediking van het Woord joden wil toebrengen. Daarom willen we nu een actie voeren om een groot aantal Russische, maar ook Hebreeuwse Bijbels te financieren.'
Hoe vindt de verbreiding van die Bijbels plaats?
Ds. Meeuse: 'Dat vindt met name plaats via onze contacten in Israël zoals Elias jobran in Galilea en ds. Baruch Maoz in Tel Aviv...'
Roos: 'En niet te vergeten de drukker Victor Smadja, voorganger in de Profetenstraat in Jeruzalem. Hij drukt en verspreidt Bijbels. Dat doet hij bijvoorbeeld via advertenties. Wij hebben gezien hoe er dagelijks stapels reacties op die advertenties binnenkwamen.'
In de Saambinder hebben we kunnen lezen dat de heer A. Moerdijk benoemd is als algemeen secretaris van het deputaatschap. Wat is zijn takenpakket?
Ds. Meeuse: 'Het gaat om het uitvoerende werk, allereerst het secretariaat. Daarnaast voorlichtingswerk in de gemeenten en mogelijk ook op scholen. Verder het onderhouden van de contacten naar buiten toe, in Israël, maar ook in de Verenigde Staten en Oost-Europa. Ik denk ook aan de opzet en coördinatie van de schriftelijke bijbelcursus.'
Het deputaatschap heeft veel plannen, maar de mogelijkheden zijn toch beperkt?
Roos, stellig: 'We willen zeker niet de indruk wekken dat we wel eens even tal van zaken over de hele wereld aan gaan pakken. We voelen onze beperkingen. Die beperkingen zitten ook in de omstandigheden. Neem de opdracht van evangelieverkondiging. Hoe voer je dat uit? Het is ten ene male onmogelijk om bijvoorbeeld een fulltime evangelist naar Israël te sturen.' Ds. Meeuse vult aan: 'Wij kunnen niet heel de wereld aan. Maar we moeten wel alert zijn op de mogelijkheden die er zijn.'
Roos: 'En die mogelijkheden zijn er, beslist. Er is bij een aantal groepen een open deur voor de gereformeerde leer, zoals in de gemeente van ds. Maoz en bij Victor Smadja. Maar ook bij diverse andere Joden in Israël en elders in de wereld.'
Wat is uw verwachting voor Israël?
Ds. Meeuse: 'We hopen dat er méér gebeurt als het bijeenvergaderen van de dorre doodsbeenderen uit Ezechiël 37. Ze zijn nu met vlees en zenuwen bekleed. Maar waar is de Geest? We zien uit naar het moment dat Joden de Heere Jezus als hun Messias zullen erkennen en daar ligt ook onze verwachting. We weten dat wij dat niet kunnen maken, maar we zijn er ook van overtuigd dat de Heere dat middellijk wil werken. Daar ligt onze roeping!'
Roos: 'We willen ook om gebed vragen voor ons werk.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1998
Daniel | 32 Pagina's