Paradijs
Paradijs is een woord dat iedereen kent. Kerkelijk of onkerkelijk! Voor de meeste mensen heeft dit woord met hun vakantie te maken. Kleurrijke folders spreken over een paradijsachtig eiland met wuivende palmen; een paradijslijk plekje of een tropisch zwemparadijs.
Paradeisos
Laten wij liever luisteren naar wat het Woord van God zegt over paradijs.
Het Hebreeuwse woord pardes (Hooglied 4:1 3; Prediker 2:5) en het Griekse paradeisos hebben een Perzische oorsprong. Het is ontleend aan het Perzische woord paridaeza. dat betekent: msloten tuin, park of lusthof.
De Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, gebruikt dit woord in Genesis 2 en 3 als de benaming voor de 'hof van Eden'.
"Zo nam de God de mens en HEERE zette hem in de hof van Eden om die te bouwen en die te bewaren" (Genesis 2:75).
Paradeisos was de historische plaats, waar Adam en Eva zonder zonde leefden in de zalige gemeenschap met hun Schepper. De mens (jij!) was door God geschapen naar Zijn evenbeeld, dat is in ware gerechtigheid en heiligheid, opdat hij God Zijn Schepper recht kennen, Hem van harte liefhebben en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zou, om Hem te loven en te prijzen.
Het paradijs: wat een heerlijke plaats en een zalige staat!
In het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament kom je het woord paradeisos maar drie keer tegen. Bij deze drie teksten gaat het om de verblijfplaats van de gelovigen. Hun zielen zijn in de derde hemel. In de directe nabijheid van God! Het is de plaats van hemelse heerlijkheid en van volkomen harmonie en vrede, waar de gemeenschap met God volmaakt zal zijn. Nabij God te zijn!
Het verloren paradijs
Ons kernwoord bepaalt ons niet alleen bij een heerlijke staat, maar ook bij de vreselijke zondeval. Door moedwillige ongehoorzaamheid tegen onze Schepper: een verloren paradijs!
Daar staan we, uitgedreven uit de hof van Eden. Verjaagd als balling uit Gods gemeenschap. Buitengesloten uit het paradijs door de cherubs. De handhavers van Gods recht!
Wat zie je nu? Ook in je eigen leven! De gevallen mens, jij en ik, zoeken en jagen op deze aarde naar een verloren paradijs. Ballingen uit de hof van Eden dromen van een heilstaat op aarde. Zonder die ooit te vinden!
Toch weer: paradijs!
Toch spreekt de Schrift weer over een paradijs. In het laatste bijbelboek: Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de Boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is" (Openbaring 2:7)
En ook al staat in Openbaring 22 het woord paradijs niet, heel duidelijk spreekt dit laatste hoofdstuk van Gods Woord over de eeuwige heerlijkheid in het paradijs van God. "En Hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit de troon Gods en des Lams. In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de Boom des levens" (22:1-2).
Zo schrijft ook de apostel Paulus over onuitsprekelijke openbaringen, die hij door Gods genade ontving van het paradeisos: Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken" (2 Korinthe 12:4).
Midden in de Bijbel verklaard
Hoe is het mogelijk dat het verloren paradijs van het begin (Genesis 3) in het laatste hoofdstuk (Openbaring 22) een geopend paradijs is voor verloren zondaren uit het geslacht van Adam? Dat geheim wordt ons in het midden van de Bijbel verklaard. Bijvoorbeeld in Lukas 23. Door het enige Offer van Christus voor de Zijnen aan het vloekhout van Golgotha volbracht. Het wraakzwaard van de cherubs is ontwaakt tegen de Heere jezus. Alleen door het verzoenend borglijden en sterven van de Tweede Adam is het paradijs weer geopend voor goddeloze ballingen.
Hoe krijg je daar nu deel aan. Door het zaligmakende werk in je hart door de Heilige Geest. Dan ga je met de moordenaar leren: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? " Dan ga je door ontdekkende genade belijden: En wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan." Dan ga je bedelen: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn". En op Gods tijd het antwoord: Voorwaar zeg Ik u: eden zult gij met Mij in het paradeisos zijn" (Lukas 23:43).
Versta jij ook... paradijs? Bid om de zaligmakende, bevindelijke kennis van een verloren paradijs! Om eigen schuld. Dat gaat voorop! Om ook als een heiwaardige zondaar te mogen leren: Ik voor u!
De Heere jezus Christus is nedergedaald ter helle en daarom alleen gaan allen, die Hem toebehoren naar het paradijs!
Arme onbekeerde mens, kerkelijk of onkerkelijk buiten het paradijs. Maar hoe zalig is de mens die door genade op weg is naar het paradijs. Dat nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en in geen mensen hart opgeklommen is en dat om God daarin eeuwiglijk te prijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998
Daniel | 32 Pagina's