Zij die geloven, haasten niet
Gelijk een landman, moe van 't ploegen, de neigend' avondschaduw groet, en zich verheugt in het genoegen dat hij naar 'l huis der nis te spoedt, zo zal de mens, vermoeid van zorgen waaraan hij zijne krachten sleet verlangend uitzien naar de morgen die 't graf is van verdriet en leed.
//II is het einde ook verborgen voor 't oog, dat door geen nevels ziet. God. zal voor onze toekomst zorgen: zij, die geloven, haasten niet. Geloofd zij GocUJiij zal ons schenken een toekomst beter dan hel graf; aan sterven onbevreesd te denken is ook een vruch t, die 't kruis ons gaf '.
, Nooit kan 't geloof te veel venvachten, desfïeilands woorden zijn gewis, 't J'aall aardse vrienden vaak aan krachten, maar nooit een vriend alsjezus is. Wat zou ooit Zijne macht beperken? Xfleelal slaat onder zijn gebied! Wat Zijne liefde wil bewerken, ontzegt fïèm Zijn vermogen niet.
ble hoop moet al ons leed verzachten. «Komt, reisgenoten, 'l hoofcl omhoog! Voor hen, die 't heil desjieeren zijn bergen vlak en zeeën droog. O zaligheid niet af te meten, wachten, o vreugd, die alle smart verbant! ( t)aar is de vreemd'lingschap vergeten, en wij, wij zijn in 't Vaderland!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998
Daniel | 32 Pagina's