JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De strijd van Gods kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De strijd van Gods kerk

over twijfel en geloofszekerheid

9 minuten leestijd

"En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelven zijn..."

Naar aanleiding Daniël 9:20-27 houdt ds. P. Mulder op de regionale vergadering in Rotterdam-Alexanderpolder zijn openingsmeditatie over Daniël aan het hof te Babel. Hij is ongeveer negentig jaar, als hij in het gezaghebbende Woord van God de onvervulde belofte van jeremia opmerkt. Het is de belofte dat het volk na zeventig jaren ballingschap terug zal mogen keren naar Israël. En dan wordt Daniël werkzaam met de belofte, niet uit persoonlijk en maatschappelijk belang, want hij bekleedde een hoge positie aan het hof. Nee, het volk moet terug, opdat Gods Woord vervuld en de Messias geboren zal worden. Anders is het ook voor Daniël eeuwig verloren! Uit de nood en uit de diepte bidt en worstelt hij aan de troon der genade, doet door ontdekkend licht belijdenis van zijn eigen zonden en de zonden van het volk en vraagt of God Zijn Woord vervullen wil. Terwijl hij bidt en belijdenis doet, komt ten tijde van het avondoffer (dat wijst op Christus' sterven als enige grond van verhoring!) de engel Gabriël met de boodschap, dat Daniëls gebed verhoord is en dat de belofte binnen een jaar vervuld zal worden: et volk zal terugkeren om stad en tempel te herbouwen. Over zeventig jaarweken zal de Messias komen, maar... Hij zal uitgeroeid worden, niet voor Hemzelf. De Messias sterft voor anderen. Voor Daniël, voor Zijn volk om hen van de dood te bevrijden. Om de toorn en de gramschap van God te blussen/de zaligheid en het leven te bereiden. Hij zal het verbond versterken, het spijsoffer doen ophouden, want Hij zal Zichzelf offeren ten goede van Zijn kerk. Is er voor zo'n nader onderwijs over de Messias wel plaats in Daniëls hart en leven? ja, er is plaats voor een stervende Zaligmaker. Dat is, als het recht Gods gaat wegen, als zonde tot schuld wordt en we niets hebben om te betalen. Bij Daniël wordt dat gevonden. De schuld drukt en de zonde weegt en God is rechtvaardig. De Heere moet aan Zijn eer komen en Daniël heeft niets om te betalen. De Messias zal uitgeroeid worden. Dat is een bittere en smadelijke dood om vloekdragers van de vloek te ontheffen, te herstellen in de gemeenschap van God. Daniël kreeg onderwijs en wij met hem, om door het geloof alleen op Christus en Zijn arbeid te rusten. Gelukkig als we leren mogen: iets uit ons, maar alles uit Hem. Zo reizen we alleen naar Jeruzalem. Daniël zocht in Gods Woord, boog zijn knieën en worstelde met God. Dat zou het werk van ons allen moeten en mogen zijn: Zoek de Heere en leef!"

De strijd van Gode Kerk

Na het zingen van Psalm 27:7 spreekt ds. Mulder over Gods Kerk op aarde, die een strijdende kerk is. Al in Genesis 3:15 ligt dat verklaard. Daar lezen we de eerste belofte, namelijk dat God Zijn Zoon zenden zal, Die de zaligheid bereidt, de kerk bevrijdt en verlost. Het is een belofte temidden van de strijd: Ik zal vijandschap zetten..."

Waar de Heere komt en Zijn liefde plant, wordt de strijd geboren. De mens is immers van nature geen vriend, geen kind van God. Hij is de vader der leugenen toegevallen, in de macht van de duisternis, en als de Heere dan trekt, wordt het leven getekend door de strijd tegen zonde, eigen vlees en de vorst der duisternis.

Het geloof is voor Gods Kerk onmisbaar, want Gods kinderen moeten leren door het geloof te leven. Het geloof richt zich temidden van de bezwarende en benauwende omstandigheden op de Heere, op Zijn Woord, op de toezeggingen en op Christus. Dat geloof wordt bestreden en aangevochten evenals de oefeningen.

In onze tijd zijn er over het geloof veel vragen. Hoe is nu het ware geloof en de echte gang van de strijdende kerk des Heeren? Het geloof is een gave Gods. Het verbindt aan de Heere en is absoluut onmisbaar. Het geloof heeft vele zijden. Elia op de Karmel is door het geloof zeker van de overwinning: "De Heere zal zorgen dat het goed gaat!"

De drie vrienden van Daniël bogen zich niet, hoewel de vurige oven hen wachtte. Zij zeggen tegen de koning: "Hij zal ons uit uw hand verlossen, maar zo niet, wij zullen uw goden niet eren..." Was dit twijfelachtig geloof? Nee, het was juist een groot geloof. Veel kinderen van God zijn de brandstapel opgegaan en niet bevrijd. Zij hadden een groot geloof, ziende op Christus, de Voleinder des geloofs,

maar werden hier op aarde niet bevrijd van het vuur. Tegenwoordig lijken sommigen alleen op het geloof van Elia te zien: de zekerheid van de overwinning. Het geloof van de drie vrienden spreekt dan niet zo aan. Maar zo een zal de Heere juist volgen door bezaaide en onbezaaide wegen, stil zijn en achter Hem aankomen. Dat betitelt men als twijfel, als zwaarmoedigheid. Het is echter een zuiver geloof, dat mag zeggen: "Uw wil geschiede!"

In de gelovige kunnen veel gevoelens omgaan. David tegenover Goliath aarzelt niet, maar later zegt hij: "Ik zal nog een keer omkomen in de handen van Saul."

Het geloof is zuiver, maar de gelovige is in allerlei gevoelens te vinden.

De twijfel in het mensenleven gaat soms ontzaglijk ver, bijvoorbeeld aan het gezag aan Gods Woord. Een ander twijfelt eraan of het heil en de genade wel voor zo'n ellendig mens is. Wat benoemen we als twijfel? Laten we voorzichtig zijn! Als een mens ontdekt wordt aan zijn verloren staat in diepere zin, gaat de Geest inleiden in het zondaarsbestaan. Zou daar twijfel bestaan? Daar is maar één ding: hoe zou ik genade vinden bij God? De weg der ontdekking is nodig en heilzaam. Als de Heere werkt, zal die weg der ontdekking brengen aan Christus' voeten. Deze weg is geen doel op zichzelf, maar een voorbereiding om te komen tot geloofsonderwijs, opdat Christus een gestalte in ons zal verkrijgen, we afgebracht worden van al het onze en gebouwd worden op Hem en op Zijn weldaden en volbrachte arbeid. Een geoefend kind van God zal - net als Paulus - lessen moeten leren: "Ik ellendig mens! als ik het goede wil doen, ligt het kwade mij bij". Hij moet klagen dat hij vleselijk is, verkocht onder de zonde. Is dat twijfel? Nee, een ontdekkende weg, die blijvend is in het leven van Gods Kerk. Zo blijven ze aan de grond. Er blijft een ellendig en een arm volk over, dat nooit boven de bedelaarsstand uitkomt en voortdurend moet leren het van de Heere te verwachten.

Daarom is het in veel gevallen beter om te spreken over strijd in plaats van over twijfel. In Lukas 18 lezen we over de rijke jongeling. Hij heeft geen twijfel, want hij weet, dat hij alle geboden onderhoudt. De Heere geeft hem echter ontdekkend onderwijs over zijn eigengerechtigheid en houdt hem voor wat er moet gebeuren. De rijke jongeling gaat bedroefd heen. Zijn gang naar jezus is geen geloofsgang, maar hij zoekt bevestiging van zichzelf! Daar komt de Heere nooit in mee.

Hier tegenover zien we in Mattheüs 15 een moeder met haar zieke kind. Met haar nood komt ze bij de Heere jezus terecht. Zij komt niet met de zekerheid dat de Heere genezing zal schenken, maar met een eerbiedige vraag: "Heere, help mij!" Het is een worstelende en vragende gang. Ze belijdt een hondeke te zijn. Ze zoekt om geholpen te mogen worden. Ze houdt aan en kan niet loslaten. En dan zegt de Heere: "Groot is uw geloof!" 't Is een misvatting te denken, dat er alleen sprake van geloof is, als men vanuit het bezit spreekt. Hier is een groot geloof, dat vraagt. Dat heeft behoefte en begeerte; dat heeft genade, Gods hulp en gemeenschap nodig. Dat is wezenlijk in het leven van het geloof en mogen we geen twijfel noemen. Dat is geen achterhaalde zaak en typisch iets voor de Gereformeerde Gemeenten! Geloof is: een arme die de Heere nodig heeft, van zijn zonde verlost moet worden en naar de Heere vlucht en Hem niet los kan laten.

Moeten we de strijd dan begeren en zoeken? Nee, maar als we door de Geest geleid worden, zullen we ervaren dat Gods kerk op aarde een strijdende kerk is, op weg naar Sion. In de prediking komt dat ook naar voren en dat is tot bemoediging van het volk van God. Hen overkomt niets vreemds. De Heere zegt: "Ik weet waar gij woont, ik weet van uw strijd". Strijd is niet aangenaam, maar Christus is getrouw. Hij zal niet laten varen het werk Zijner handen. De Heere is nabij de ziel die tot Hem vlucht. Twijfelen we daaraan, dan is dat ongeloof! Nemen we echter onze zonde en onwaardigheid ernstig om tot de Heere te vluchten en het bij Hem te vinden. Dat is het toevluchtnemende geloof, dat beschutting zoekt onder de schaduw van Zijn vleugelen. Soms mag het geloof met vastheid getuigen: "Gij zijt de Christus..." Het verzekerd geloof zegt: "Ik weet, mijn Verlosser leeft!" Dat geoefend geloof steunt niet op zichzelf. Het vindt zijn houvast in Christus. Ook dit geloof wordt beproefd. Soms weten we de weg niet meer. We voelen ons afkeurenswaardig. En toch mag Gods Kerk op de Heere betrouwen en tot Hem vluchten. Deze geloofsworstelingen blijven, totdat die strijdende Kerk mag overgaan in de triomferende Kerk. Dan mogen Gods kinderen hun kronen neerwerpen, om God alle lof, eer en aanbidding toe te brengen. Christus is de Overwinnaar. Hij heeft satans kop vermorzeld en hem volkomen vernietigd. Zijn volk heeft Hij Gode gekocht met Zijn bloed!

Onder het zingen van Psalm 143 : 1, 2, 5 en 7 wordt gecollecteerd voor de Vakantieweken voor Gehandicapten. Het blijkt, dat het mooie bedrag van ƒ 1.200, - , na aftrek van de onkosten, kan worden overgemaakt voor de Vakantieweken voor gehandicapten. Na de pauze leest mevrouw N. Noorland-van Bloois het gedicht 'God houdt Zijn Kerk in stand' van mevrouw Chr. de Priester voor en beantwoordt ds. Mulder op heldere en tere wijze de aan hem gestelde vragen. Tenslotte zingen we nog Psalm 111 : 5: "t Is trouw, al wat Hij ooit beval; het staat op recht en waarheid pal, als op onwrik'bre steunpilaren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Daniel | 32 Pagina's

De strijd van Gods kerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Daniel | 32 Pagina's