JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods leiding in je leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods leiding in je leven

In vervolg op de forumbespreking in Woerden

8 minuten leestijd

Door een bepaalde gebeurtenis is mijn leven totaal anders geworden. De toekomst die je dacht is (waarschijnlijk) jouw toekomst niet meer (hierbij werd verband gelegd met verkering). Vaak wordt je dan de raad gegeven: Vraag maar naar de Heere". Psalm 25:2 wordt dan genoemd: Leer mij hoe die (Cods wegen) zijn gelegen". Daar heb ik het nu zo moeilijk mee. Soms denk ik dat de Heere van mijn weg weet; vaak is dat gevoel er helemaal niet. Hoe moet ik nu verder?

Deze vraag, verkort weergegeven, werd tijdens de jongerenbijeenkomst in Woerden op Tweede Paasdag avond aan het forum voorgelegd. Op verschillende vragen hebben wij kort gereageerd. Als er zoveel vragen zijn, is het moeilijk alle facetten te belichten. Toch ben ik op deze vraag wel erg kort ingegaan, zodat de vraagsteller zich mogelijk niet begrepen voelde. Daarom wil ik er nu in deze rubriek nader op ingaan.

Heel persoonlijk

Vragen over onze levensweg, en de bedoeling van de Heere daarin, zijn erg persoonlijk. Gebeurtenissen worden door ons dan heel persoonlijk ervaren en krijgen hun eigen plaats daarin. Zo kunnen dingen per persoon verschillend liggen. Ze kunnen ook diepe sporen trekken in ons gevoelsleven, soms ook in ons denken over de weg van de Heere in ons leven.

De bedoeling van de Heere verstaan

Wanneer we menen te mogen geloven dat de Heere ons een bepaalde weg wijst, kan het later toch wel eens heel anders gaan. We kunnen dan in verwarring raken. Er kunnen dan zoveel vragen opkomen. Hoe moeten we daarmee omgaan? Enerzijds moeten we eerlijk bij onszelf te rade gaan: heb ik de bedoeling van de Heere goed begrepen? Of heb ik het woord dat kracht deed in mijn hart misschien op mijn eigen manier toegepast? Heb ik zo mijn begeerte en Gods bedoeling misschien te gemakkelijk met elkaar verbonden?

Anderzijds moeten we ook bedenken dat de dingen wel eens minder eenduidig liggen dan wij mensen menen. De Heere maakt Zijn eigenlijke bedoeling niet altijd in een keer duidelijk. Zo kreeg Abram de opdracht Izak te offeren. Wat zal dat een strijd en ook verwarring gegeven hebben. Gods eigenlijke bedoeling werd echter achteraf duidelijk. De Heere wilde Abrams geloof beproeven; en ook: Izak moest wel blijven leven.

Van David lezen we dat hij de Heere een huis wilde bouwen. Dat ging niet door. Toch zegt de Heere: "Gij hebt wel gedaan, dat het in uw hart geweest is".

Ervaringen roepen vragen op

Zo kan er in het hart van iemand wel eens de begeerte tot een ambt zijn, terwijl het niet werkelijkheid wordt. Zo kan iemand wel eens verkering hebben, terwijl er geen huwelijk volgt. Zulke ervaringen kunnen vragen oproepen; juist wanneer we meenden dat het toch in de weg van de Heere was. Bij zulke ervaringen hebben we ook onze gevoelens, juist die menselijke, persoonlijke gevoelens zijn we vaak niet zomaar kwijt. Daarmee moeten we ook weer leren omgaan.

Ook over de bestemming van ons leven kunnen we vragen hebben. Bij een beroepskeuze bijvoorbeeld. Er om gebeden en toch loopt het anders. Of over het huwelijk; niet ieder komt tot een trouwdag. Voor sommigen ligt een goede levensbestemming op ander terrein. Anderen komen wel tot een huwelijk, maar niet tot het ouderschap. Sommigen worden al jong weduwe, weduwnaar, of komen om andere redenen weer alleen te staan. In zulke wegen kunnen zich veel vragen voordoen en diepingrijpende gevoelens. Hiermee om te gaan en deze een juiste plaats te geven, is vaak niet zo eenvoudig.

Vraag maar naar de Heere

"Vraag maar naar de Heere, " is een heel goede raad. Niet alleen om te vragen of Hij ons wil doen weten

hoe Zijn wegen in ons leven zijn gelegen. Dat mag zeker ook. Maar ook om de moeiten en het verdriet, de teleurstellingen en de tegenslagen een juiste plaats te geven. Vragen om kracht en wijsheid, om volgzaamheid en licht bij de verwerking. "Hij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Zijn hand geve." Dat is een moeilijke les. Wij geven meestal niet zo gemakkelijk iets uit handen. En als we het al eens een poosje uit handen geven, pakken we het later soms toch weer op. Er is strijd en gebed, ook onderwijs vanuit het Woord door de Heilige Geest nodig om ons dat te leren. Het is wel een schone les als we dit mogen leren.

Ons inzicht is beperkt

Soms valt onze eigen levensweg ons zwaar, terwijl die van een ander ons gemakkelijk toeschijnt. Laten we ons echter niet verkijken: ieder huis heeft zijn kruis en in ieders leven zijn eigen zorgen en zonden. Paulus leek een grote in het Koninkrijk Gods. En hij was het door Gods genade ook. Maar wie zag de doorn die hij blijvend droeg? Deze doorn moest en mocht echter meewerken opdat Paulus, zelfs de grote Paulus, temeer zou leren: "Mijn genade is u genoeg".

Daarbij zijn er vragen, ook bij Gods kinderen, waarop in dit leven geen antwoord komt. Wij mensen zijn zo beperkt van inzicht en verdorven van verstand. "Na deze zult gij het verstaan." Het is vaak een hele les om daaraan genoeg te hebben.

De Heere weet wat goed voor ons is

De Heere weet wel middelen en wegen om ons klein en afhankelijk te maken. Gods kinderen leren dat ze dat nodig hebben. Onbegrepen wegen zijn daarbij nog wel eens een middel in Gods hand. Ten diepste weet de Heere, beter dan wijzelf, wat goed voor ons is. Dat te leren; het daarmee eens te worden en eens te blijven, is veelal een zaak van gebedsworstelingen. En van onderwijs dat de Heere geeft vanuit Zijn Woord en ook in de wegen van de voorzienigheid. Want hoevaak moeten wij niet onze gedachten (wat wij graag willen; ook wat wij denken dat 's Heeren weg is) herzien. "Mijn gedachten zijn hoger dan ulieder gedachten". De Heere regeert. Achter Hem aankomen, heel persoonlijk in je eigen leven, betekent voetstappen drukken. Als je echt de voetstappen van de Goede Herder mag drukken, is de einduitkomst zeker goed. En dan mag je onderweg Zijn stem wel horen. Dat is grote genade. Laten we daar maar veel om vragen.

ds. P. Mulder

De twee gedichten die je hier kunt lezen, zijn van Muus jacobse, een van de belangrijkste protestants-christelijke dichters van deze eeuw. Eigenlijk heette hij Klaas Heeroma. In 1909 was hij geboren te Hoorn (Terschelling), in 1972 is hij te Groningen overleden. Hij werd bekend als een belangrijk dichter van het verzet en schreef vele bijbelse gedichten.

Het wonder bestaat uit twee bij elkaar behorende sonnetten. Ze staan in de verzamelbundel Het oneindige verlangen, uitgegeven door Ad den Besten in 1982 bij Callenbach, Nijkerk. Het sonnet is een dichtvorm die Muus jacobse vaak toepaste. Het bestaat uit twee delen: het octaaf (de eerste acht regels) en het sextet (de laatste zes regels). Meestal is er tussen deze twee delen een wending op te merken, de zogenaamde voita. In het octaaf hanteert hij volgens de regels slechts twee rijmklanken. In het sextet vinden we er drie. Daardoor ontstaat een hechte eenheid, met juist die scheiding tussen regel 8 en 9. Ook inhoudelijk is die wending te herkennen.

Mooi zijn in dit eerste gedicht de enjambementen, waarbij de zinnen van de ene regel in de andere overlopen. We zien dit bijvoorbeeld in regel 1 en 2: een teken van heerschappij en in regel 5-6 de maat der transen. Daardoor loopt het gedicht vloeiender.

Vroeger noemde men het sonnet wel klinkdicht. Klanken spelen een belangrijke rol. Let op de alliteraties, zoals bij gedicht 1 in regel 1: (oren tot een teken of regel 9-10 met de v's en w's. In gedicht 2 vallen de assonanties van o en aa op in regel 7-8. Wie aandachtig leest zal er meer kunnen horen. Want eigenlijk moet poëzie hardop gelezen worden! De beeldende kracht van de herhaling weet Muus jacobse te benutten in regel 1 en 5 van sonnet 1. Zij bouwden, bouwden, het brengt tot uitdrukking hoe de mens - in zijn extase - bezig was met zijn toren. In regel 2 vergelijkt hij het echter met de paradijszonde. Deze mens wil zijn als God. Daarmee weerstaat hij Gods bevel zich te verspreiden over de ganse aarde.

Opvallend van zeggingskracht is strofe 3 over Gods ingrijpen: uit de taal die God hun had gegeven om menselijke contacten te onderhouden (zij vereende) ontstond nu de oorzaak van de scheiding (wies (=groeide) een vervreemden) tussen de mensen. Suggestief (beeldend) is het taalgebruik in het slot over het verval van de half afgebouwde toren, die als een teken van Gods oordeel daar staat.

Dichten is ook de kunst van het weglaten: zonder dat hij in het eerste gedicht het verspreiden van de volkeren over de aarde uitdrukkelijk noemt, suggereert het begin van het tweede sonnet dat wel: Uit alle landen kwamen zij tezamen, zie ook regel 3 en 4. Als deze menigte op de dag van het Pinksterfeest biddende bijeen is, gebeurt het wonder. De vragen (regel 7 en 8) verwijzen ernaar. Na de wending (regel 8) volgt de verklaring van wat er in het octaaf is beschreven. Het werk van de Geest verbreekt de eenzaamheid (van het elkaar niet verstaan) en brengt de gemeenschap der heiligen tot stand door de overwinning van het Woord, dat blijft tot in het eeuwige leven.

Het sonnet is bij uitstek geschikt om tegenstellingen tot uitdrukking te brengen. De volta vraagt daar gewoon om. In deze twee sonnetten weet Muus jacobse echter nog een tegenstelling te leggen, namelijk tussen het eerste en het tweede gedicht zelf. In de twee gedichten worden twee wonderen tegenover elkaar geplaatst. Gaat het in het eerste om het wonder van de spraakverwarring, een wonder dat een oordeel inhoudt, in het tweede gaat het om het talenwonder van Pinksteren. In dit tweede wonder herstelt God de gebrokenheid als de Geest de apostelen Gods daden laat vertellen in alle talen van degenen die daar waren.

K. W. van Luik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Daniel | 32 Pagina's

Gods leiding in je leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Daniel | 32 Pagina's