Loof den HEERE, mijn ziel ...
Oud-testamentische Psalmen door Nieuw-testamentische ogen
Psalm 103
Oud-testamentische Psalmen door Nieuw-testamentische ogen
Bij het rustig en nauwkeurig lezen van deze Psalm zijn er enkele dingen die het waard zijn om vooraf genoemd te worden. Het eerste wat ons treft, is dat er bij David zo'n diep besef is van de broosheid van het leven (vers 14 e.v.), van de schuld der zonde (hij spreekt van ongerechtigheid, overtreding) en van de rijkdom van Gods genade in het schuld vergeven (vers 3, 10, 11). Het tweede wat ons treft, is dat deze Psalm niet een verzoek, gebed of smeekschrift bevat. Deze Psalm getuigt van een volwassen geestelijk leven waarin er meer is van de lof des Heeren en minder van de mens. Ten derde treft ons het gebruik van de naam HEERE. Elf keer in tweeentwintig verzen! Diep buigt de dichter in aanbidding voor jehovah neer. Vol van God mag hij roemen in God.
Loven
'Loof den Heere, mijn ziel...'; Zo begint de inleiding van deze lofzang. De dichter zal straks de Psalm op dezelfde manier afsluiten. Zo krijgt dit loflied het karakter van een opwekking om Jehovah te prijzen. Vaak kom je dat in de lofzangen tegen. Hier hebben wij echter een opwekking die de dichter richt aan het adres van zijn eigen ziel. Hij spreekt zichzelf aan, speciaal zijn innerlijk. Hij begeert de Heere te prijzen niet alleen met zijn lippen maar vooral met zijn ziel, dat is met zijn hart. Door middel van het woordje 'al' (vers 1) onderstreept hij zijn verlangen om de Heere te prijzen met 'al wat binnen in mij is'. Met zijn diepste overleggingen, met al zijn genegenheden, met zijn verlangens... met alles wat in hem is, zoekt Hij de Heere groot te maken. Daarbij gaat het hem om 'Zijn Naam'. Dat is de Naam des HEEREN, de Naam van Jehovah, Zijn heilige Naam.
We zagen al dat de Naam des HEEREN centraal staat in deze lofzang. Bij Zijn heilige Naam denken wij aan de eigenschappen van God. De dichter heeft in zijn lofverheffing met name de eigenschap van Gods heiligheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid en genade op het oog (zie ook Jesaja 45:21 en Romeinen 3:26). Als we tenslotte de lof van de dichter samenvatten dan kunnen we vier dingen onderscheiden;
1. het is persoonlijk: 'mijn ziel'.
2. het is oprecht: 'al wat binnen in mij is'.
3. het is aanhoudend: 'vergeet geen van Zijn weldaden'.
4. het is specifiek: 'Zijn heilige Naam' en 'Zijn weldaden'.
Inhoud
De psalmist laat ons horen Wie de Heere voor hem was en is. Het eerste wat hij noemt, is de vergeving. Opmerkelijk is dat hij de genezing van krankheid (ziekte) er direct bij noemt. Dit doet het vermoeden rijzen dat de aanleiding tot dit lied een pas ervaren genezing is geweest. Met zekerheid valt hier echter niets over te zeggen. Ook hier is David weer sterk in zijn woordkeus: al uw krankheden geneest' (vers 3). Een nieuwe weldaad komt naar voren als we lezen: Die uw leven verlost van het verderf' (vers 4). Uit de groeve van de dood haalt de Heere Zijn kind op en kroont hem met goedertierenheid en barmhartigheden. Na zijn spreken over de weldaad van de verlossing uit het kwaad vult de geheiligde zanger het nog verder in. De Heere verzadigt hem met het goede. Hij vernieuwt zijn jeugd (vers 5). Keer op keer ontvangt hij nieuwe kracht (jesaja 40:31); zodat hij ook in de ouderdom nog fris en groen is (Psalm 92:15). De vergelijking met de adelaar slaat terug op de vernieuwing van de jeugd. Sommigen denken daarbij aan de nieuwe veren na het ruien. Anderen wijzen vooral op het feit, dat deze vogel zeer oud kan worden (tot over de honderd jaar) en dan nog heel sterk blijft ook.
Vanaf het zesde vers spreekt de dich-ter in algemenere woorden. Was zijn lof-en dankzegging eerst beperkt tot zijn persoonlijke omstandigheden, nu krijgt de Psalm een meer algemeen karakter. Hij zingt van de goedheid die de Heere betoont aan de vromen in Israël. Hij roemt in de reddende gerechtigheid van God omdat deze recht doet aan de verdrukte. Er wordt opgediept uit Israëls rijke geschiedenis. De naam van Mozes valt. Gods wegen en daden worden genoemd. Zeg maar gerust: 'Het heilshandelen van God met Zijn verkoren volk.'
Christus
Speciaal bezingt de dichter Gods vergevende genade (vers 9 e.v.). En als wij bij deze verzen vragen: waarom zal hij niet altoos twisten? Waarom zal Hij niet eeuwiglijk toornen? Waarom doet Hij niet naar de overtreding van een schuldig volk? Christus is het antwoord. Wie vergeving noemt, noemt Christus! In Christus doet de Heere de zonde zover weg als het oosten ver is van het westen. Dat is een eindeloze afstand. Dus zover weg, dat de overtreding en de ongerechtigheid helemaal weg is. Gods vergeven is inderdaad een
volkomen vergeven. Dit heeft de dichter van Psalm 103 ervaren. Hij mag juichen in het wonder van de schuldvergeving.
Is hij dan geen zondaar? Nou en of. Net als ieder ander. Dat erkent hij ook. Hij heeft zich geschroeid aan de toorn Gods over de zonde. Hij weet hoe de Heere twist tegen de overtreder. Die beleving geeft juist diepte aan het wonder dat de Heere niet doet naar onze zonde en niet vergeldt naar onze ongerechtigheden. Want als Hij daarop zou afrekenen, dan zou Hij naar recht altoos met ons twisten en zou Zijn toorn in eeuwigheid niet ophouden. De bassen ontbreken in deze lofpsalm niet. Juist de zang die gedragen wordt door de diepe tonen van boete en berouw heeft een klankbodem voor de lof en de jubel. Daar schittert Christus, de gekruisigde. Hij draagt de toorn van God. De ganse toorn en gramschap van de rechtvaardige en heilige God keert Zich tegen Hem (1 Petrus 2:24, 2 Korinthe 5:21). Voor de Borg Gods toorn. Voor de zondaar Gods goedertierenheid.
Steeds voller
Steeds voller Het lijkt wel of David niet meer op kan houden. Wat is zijn tong hier vaardig om de lof van de Heere te bezingen. Hij brengt de Heere de hoogste lof door Zijn trouw en ontferming te vergelijken met de houding van een vader tegenover zijn kinderen:
Geen vader sloeg met groter mededogen, Op teder kroost ooit Zijn ontfermend' ogen, Dan Israëis Heer' op ieder, die Hem vreest.
Het aardse vaderschap is nog maar een flauw beeld van het Vaderlijke Gods. Hier lopen de breuklijnen door het vaderlijke, soms zo diep dat er van het vaderlijke niets overblijft. Het Vaderschap Gods is van hogere, andere orde. De gelijkenis van de verloren zoon zegt het zo mooi. Als hij nog verre was, zo zag hem zijn vader en werd met innerlijke ontferming bewogen. David werkt dat vaderlijk ontfermen van de Heere uit door een aangrijpende tegenstelling te maken. Hij zet onze menselijke broosheid tegenover de eeuwige goedertierenheid Gods. 'Want Hij weet...' (vers 14) en 'maar de goedertierenheid des Heeren...' (vers 1 7). Duidelijk worden wij mensen op onze plaats gezet: dat wij stof zijn' (Genesis 2:7, 3:19). Een herinnering aan onze afkomst en aan onze schuld! Groot wordt het wonder als juist in dat licht de ontferming van God gezien gaat worden. Dat God Zich nu vaderlijk ontfermt over zulke schuldige, broze, sterfelijke mensen. Dat geeft oorzaak de Naam des Heeren te prijzen. Nog meer brengt onze Psalm hier naar voren. In het beeld van de bloem die zijn lentepracht verliest door het waaien van de hete woestijnwind ontwikkelt zich de broosheids-gedachte tot een aangrijpende tegenstelling. Aan de ene kant het kortstondige van de mens. Een zucht is genoeg en het is met ons gedaan. En daar tegenover de duurzaamheid van Gods goedertierenheid over degenen die Hem vrezen.
Slotakkoord
De laatste verzen (19-22) bevatten een geweldig slotakkoord op de almachtige en heerlijke souvereiniteit van God. Zijn troon is vast in de hemelen. Hij heerst over alles. Hij bereikt Zijn doel! Daarom... laat alles in de hemel en op de aarde de Heere loven: 'En gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1998
Daniel | 32 Pagina's