JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De prediking der verzoening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking der verzoening

Tweede lezing winterconferentie

13 minuten leestijd

Toen Christus Zijn apostelen in deze wereld uitzond, gaf Hij hen de opdracht: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen" (Markus 76:75). De opdracht tot de prediking van het Evangelie komt dus van God Zelf, van Christus, en beperkt zich niet tot een bepaalde groep hoorders.

Paulus betuigde beide Joden en heidenen, de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. In Zijn ontferming, zo zeggen onze Dortse Leerregels, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wién Hij wil en wannéér Hij wil; door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus, de Gekruisigde. (DL, hfst.1, art.3).

De drijfveer van de prediking

Deze wereld is door de zonde wel een verloren, gevallen wereld geworden, maar toch wordt zij door God niet losgelaten.

Hoe is dat te verklaren? Dat is Zijn goddelijk welbehagen!

In de inzet van de Dortse Leerregels belijden we dat "alle mensen in Adam gezondigd hebben, en des vloeks en eeuwigen doods zijn schuldig geworden. God zou niemand ongelijk hebben gedaan, indien Hij het ganse menselijk geslacht in de zonde en vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen, volgens de uitspraak van de apostel: ij hebben alle gezondigd en den/en de heerlijkheid Gods" (Romeinen 3:19 en 23).

Maar direct na deze constatering gaat het in artikel 2 over Gods verkiezende liefde; over Zijn welbehagen: maar hierin is de liefde Gods geopenbaard, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (1 Johannes 4:9; Johannes 3:16).

Deze inzet van de Dordtse Leerregels vormt als het ware een resonans op de woorden van de apostel Paulus in 2 Korinthe 5, waarin de verzoening met God en de prediking van die verzoening door Zijn gezanten centraal staan.

De apostel zegt dat hij de mensen bewegen wil tot het geloof, enerzijds omdat hij de schrik des Heeren kent, en anderzijds omdat de liefde van Christus hem drijft.

Aan de ene zijde weet hij hoe heilig God is, en dat Hij alle mensen zonder geloof zal wegdoen van voor Zijn Aangezicht. Straks zal Christus komen op de wolken des hemels. Wij zullen allen voor Zijn rechterstoel geopenbaard worden om rekenschap te geven, ook van hetgeen wij gepreekt hebben, en van hetgeen wij met die prediking gedaan hebben. Anderzijds wordt Paulus ook gedrongen door de liefde van Christus. Onpeilbaar diep is de zelfovergevende liefde van Christus tot Zijn gemeente. En door die liefde gedreven, wil de apostel wel dat een ieder in Christus zal geloven en zalig worden. "Want indien iemand in Christus is, zo juicht hij, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden".

Het karakter van de prediking

Voor de prediking van de verzoening komen we in het Nieuwe Testament verschillende woorden tegen. De bekendste zijn: verkondigen, getuigen en onderwijzen. Allemaal woorden die met de 'boodschap'die gebracht wordt, te maken hebben.

Verkondigen

De apostelen, zo lezen we in de

eerste brief van Johannes, boodschappen hetgeen zij gehoord en gezien hebben (1 Johannes 1:2). Wat wordt er verkondigd, geboodschapt? De inhoud van het Woord van God! Het is niet de roeping van de prediker om allerlei actualiteiten of eigen ervaringen naar voren te brengen. Hij is geroepen om het Woord Góds te verkondigen.

Natuurlijk mag de prediker niet voorbij gaan aan de vragen van de eigen tijd. En het is ook waar dat ook iets van de ervaring van de prediker zélf doorklinkt. Maar vóór alles moet de prediking zijn: verkondiging van Góds Woord.

Getuigen

De prediking is ook 'getuigenis'. Petrus noemt zichzelf een getuige van het lijden van Christus (1 Petrus 5:1). En de Heere Jezus geeft kort voor Zijn hemelvaart Zijn discipelen de opdracht om Zijn getuigen te zijn, zo te jeruzalem, als in geheel judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde (Handelingen 1:8).

Onderwijzen

Tenslotte, de prediking is ook onderwijs in de leer. Dit leren is heel nauw verbonden aan de verkondiging. We lezen in Handelingen 5:42 "En zij hielden niet op, allen dag, in de tempel en bij de huizen te leren, en jezus Christus te verkondigen". Het gaat bij deze 'leer' niet alleen, en niet in de eerste plaats, om verstandelijke kennis, maar vooral om geloofskennis, als vrucht van doorlééfde genade. Schriftuurlijke prediking zoekt een weg naar het hart van de hoorders, en daarom kan zij ook niet anders dan bevindelijk zijn. De belijdenis is bij dat schriftuurlijk-bevindelijk onderwijs een voortreffelijke leidraad, en vooral onze Heidelbergse Catechismus wijst telkens weer op de betekenis van de leer voor het persoonlijk leven. Telkens wordt het ons heel persoonlijk gevraagd: Wat nut u; wat tróóst u; wat baat u? ".

Bediening der verzoening

De dienaar van de verzoening mag die verzoening prediken op grond van Christus' voldoening. Die verzoening is een féit, daar behoeft niemand aan te twijfelen. Ook behoeft niemand er aan te twijfelen, of de ruimte in de door Christus aangebrachte verzoening wel groot genoeg is.

Maar de grote vraag is en moet zijn: hoe word ik met God verzoend, zodat ik mag zeggen: eertijds was ik een vijand, maar nu heb ik vrede met God door onze Heere Jezus Christus. Want om dat te bewerken, heeft God de bediening van de verzoening ingesteld. God wil de dienst van Zijn knechten gebruiken om de verzoening uit te werken in het hart. Dat Woord der verzoening, waarvan Paulus zegt dat God dat in hem gelegd heeft, is voor ons niet vleiend. Integendeel. Maar wat is het zalig er onder te buigen, en er onder gebogen te wórden! Dan gaat ons hart léven onder de prediking van het Woord, en gaat het Woord leven in ons hart.

Volle raad Gods

Dat het Woord der verzoening gepredikt wordt, betekent ook dat de volle raad Gods over heel het leven wordt ontvouwd, en vanuit de tekst mag nu eens de nadruk vallen op het ene, en dan weer op het andere aspect van die raad Gods. Dan wordt bijvoorbeeld niet alleen gepreekt over Christus, maar ook over het werk van God de Vader en van de Heilige Geest. Er wordt niet alleen ingegaan op de betekenis van het verbond, maar ook op de diepe ernst van de val in Adam en de noodzaak van wedergeboorte.

De eis van bekéring moet met klem gebracht worden. Als een prediker dat nalaat, zal de Heere het bloed van de hand van die prediker eisen. Hij mag de dreiging voor onbekeerde mensen niet verhullen. Hij moet telkens weer roepen, betuigen, sméken: bekeert u! bekeert u! Laat u met God verzoenen!

Enerzijds zal het Woord der verzoening dus als een hamer en een vuur zijn: het moet overreden en overtuigen van zonde en schuld. Onze dodelijke onmacht en ons verzet tegen vrije genade wordt er in getekend.

Maar anderzijds mag het Woord der verzoening ook een liéd zijn: de lof van Gods genade in Christus mag gezongen worden. Er mag gezegd worden hoe Christus Zichzelf aanbiedt als Zaligmaker: Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is.

Het Woord der verzoening zal tekenen hoe Christus zondaren tot Zich trekt en Zich aan hen verklaart. Hoe Hij door Zijn Geest hen oefent en bouwt in het geloof.

Maar in het Woord der verzoening klinkt ook de eis tot heiliging van het leven, en wordt gewezen op de plaats en roeping voor de kerk van Christus in deze wereld.

Kortom: in het Woord der verzoening komt God Zelf in Christus door de kracht van Zijn Geest tot ons, en belóóft Hij niet alleen vergeving van zonden aan een iegelijk die gelooft, maar schénkt Hij die ook daadwerkelijk.

En als dat laatste gebeuren mag, dan vindt in de prediking een ontmoeting

I plaats. Dan wordt het Woord der ver-Izoening persoonlijk doorleefde werlkelijkheid, en draagt de Heere met Zijn Woord Christus' volbrachte verzoeningswerk ons hart binnen door 1 de kracht van Zijn Heilige Geest.

Gezant van Christus

Paulus treedt op in het besef dat God Zélf door zijn mond spreekt. Hij is een ambassadeur met een lastbrief. En zo is het met al Gods knechten. De Heere jezus heeft dat I ook gezegd: "Wie ü hoort, die hoort Mij; en die Mij hoort, die hoort Mijn Vader die Mij gezonden heeft".

I Wat is dat aangrijpend, vooral ook I als we letten op de keerzijde van dit woord: "Wie u verwerpt, die verwerpt Mij, en die Mij verwerpt, die verwerpt Mijn Vader die Mij gezonden heeft". God Zelf bidt en roept door middel van Zijn dienaren. Nee, dat betekent niet dat een onmachtige God voor ons op de knieën zou liggen, want waar God zo indringend roept, komt juist ónze onmacht en onwil openbaar.

Van óns uit is geen weg tot God! Maar het roepend Woord der verzoening is ook het schéppend Woord der verzoening: "De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven!".

Dat is het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest is tegenwoordig bij de bediening der verzoening. Hij was er niet alleen bij toen Christus Zich door de eeuwige Geest voor God onstraffelijk opofferde in de verwerving van de verzoening, maar Hij is ook tegenwoordig als in de prediking het eeuwig testament der genade geopend wordt. Geest en Woord werken samen. Zonder de Geest heeft het Woord geen kracht, en zonder het Woord werkt de Geest niet. Maar de Geest gaat uit in de prediking van het Woord, om de verworven verzoening in te dragen in het hart. Hij wil de dwaasheid van de prediking gebruiken om mensen te bekeren en te onderrichten.

Gevaarlijke prediking

Helaas is er veel prediking waarin nog wei over verzoening gesproken wordt, maar waarin over de ernst van de zonde en daarmee de nóódzaak van voldoening gezwegen wordt. In die prediking wordt een Godsbeeld gehanteerd waarin het lijkt of God wel móet vergeven. Men spreekt niet over gericht, maar over liefde. En het is te begrijpen dat in zo'n prediking dan ook niet meer gesproken kan worden over schuld en verlorenheid, over eeuwige verdoemenis en over de vlammende toorn Gods (G. Boer).

Nadrukkelijk zegt de Schrift echter: "Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving". Het kruis van Christus en Zijn bitter lijden, is niet alleen openbaring van de liéfde Gods, maar tegelijk van de tóórn Gods. Wie onder het kruis de goddelijke rechtsorde weghaalt, en zwijgt van een God van récht, houdt een God over Die beslist niét de God van de Bijbel is.

Dit soort prediking treft men aan in, bijvoorbeeld, evangelische kringen. Er is daar sprake van een eenzijdig accent op Gods liefde. Je hoort dan in de prediking: "Laat u de verzoening aie geschiedt is welgevallen", alsof de verzoening iets is dat ons ter vrije keuze wordt voorgehouden.

Vrucht op de prediking

Intussen moet wel de vraag aan ons hart gelegd worden wat de prediking der verzoening in óns leven heeft uitgewerkt. Van nature is ook óns hart vijandig tegenover God. Maar in zulke vijandige harten wil God nu voor de verzoening in Christus plaatsmaken.

Hoe doet de Heilige Geest dat? Een voorbeeld: wanneer we een oud huis kopen dat helemaal uitgewoond is, wat doen we dan? Dan moeten we daar eerst in gaan breken; we moeten het verbouwen, en dan pas kunnen we er in gaan wonen. Met eerbied gezegd: dat doet ook de Heilige Geest. Hij gaat werken

aan en in een mens. Hij gaat breken aan een zondaar. Hij laat de bergen van zonde en schuld zien die scheiding maken tussen God en onze ziel. Hij ontdekt ons aan onze verlorenheid, aan onze schuld voor God, aan onze armoe en blindheid.

De Heilige Geest haalt een mens van z'n troon af, en zet hem op de zondaarsbank. Niet voor een poosje, niet voor een week of een maand, maar z'n leven lang.

Als de Heilige Geest Zijn werk in ons begint, dan is het Hem er altijd om te doen in ons levenshuis alles af te

breken, opdat Christus er Zijn intrek in kan nemen.

En daarom, wat is het een zegen als wij het voor de Heere verliezen mogen. Als Zijn Woord doordringt tot in het diepst van ons hart. Hoe gaan we dan juist ons zondaar-zijn voor God beseffen, en buigen we aan Zijn voeten om ons ongeluk, onze zonde en schuld voor God te belijden. En niets maakt de zonde zó bitter, als juist wanneer we daarop zien, dat we gezondigd hebben

tegen een goeddoend God! En wat een wonder als de Heilige Geest ons dan uit Woord het welbehagen van God in mensen verklaart, en we gewezen worden op Hem, in Wie God verzoening bereid heeft. Immers, de Heilige Geest ontdékt zondaren aan hun zonde en schuld. Maar Hij doet dat niet om hen dan te laten liggen in de diepte van hun ellende. Nee, Hij opent ook het oog des geloofs voor de dierbaarheid en schoonheid van de Borg en Middelaar, Jezus Christus.

Hij brengt weglopers van de Heere weer terug tot de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Laatje met God verzoenen

"iaat u met God verzoenen!" De kanttekenaren zeggen daarbij:

namelijk door het geloof in Christus en Zijn bloed. Ze verwijzen dan naar Romeinen 3:25 "Welke God voorgesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed".

Het gelóóf is dus het middel om de verzoening te ontvangen. Misschien zeg je: hoe kom ik aan dat geloof? We kennen het antwoord uit de Catechismus: de Heilige Geest werkt het in het hart door de verkondiging van het Evangelie.

Niemand wordt buitengesloten. De hardste zondaar niet. De grootste vijand niet. De boodschap van de verzoening komt tot allen die onder het Woord zijn. Die worden geroepen, ernstig geroepen, "met bevel van bekering en geloof".

Heb je Hem al leren kennen tot vergeving van je zonden? Verlangt je hart naar Hem, in Wie alleen verzoening te vinden is?

Regéért Hij je hart en leven? Want door Zijn priesterlijk werk zalig willen worden en zelf koning blijven, dat kan niet.

Dit is de weg: zondaar worden voor de Heere! Gods recht toevallen, niet in een beschouwende rechtzinnigheid, maar in belééfde verlorenheid. En dan laat de Heere je verkondigen: de weg is geopend; de verzoening is er.

En Hij maakt blinde ogen open, dove oren horend en dode harten levend. De dienaren van Christus prediken een wenende Jezus aan schuldige, ja zelfs aan onboetvaardige zondaren: "Och dat gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient".

Er is echter ook een keerzijde. Als je de boodschap van verzoening versmaadt moet de dienaar tot jou zeggen: Indien iemand den Heere jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maran-atha!" {1 Korinthe 16:22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1998

Daniel | 32 Pagina's

De prediking der verzoening

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1998

Daniel | 32 Pagina's