Laat je met God verzoenen!
Winterconferentie 1996 - Eist
'Maart roert zijn staart!', daar waren we in de uitnodiging voor de winterconferentie al voor gewaarschuwd! Buiten stroomde de regen neer, terwijl het conferentie-oord in Eist rond een uur of zeven volstroomde met deelnemers. Sommigen kwamen nog wat onwennig, anderen kwamen vol goede moed de ontmoetingszaal binnen om zich bij de staf in te schrijven. Met een kamernummer op zak, kon de zoektocht naar de juiste slaapzaal ondernomen worden. Natuurlijk met zoveel mogelijk bekenden bij elkaar op zaal!
In de conferentiezaal in het andere gebouw stond de heer Mauritz de deelnemers op te wachten. Het duurde even voordat iedereen een plaatsje had gevonden en terwijl de heer Mauritz ons welkom heette, 'druppelden' nog enkele deelnemers binnen. We werden nog even herinnerd aan het afhalen van een kamernummer om toch vooral deze nacht in rust door te kunnen brengen! Zo'n 240 jongeren waren naar Eist gekomen, waar een van de conferenties gehouden werd. In Dongen was ook een conferentie.
Opening
De heer J. H. Mauritz opende met het lezen uit Genesis 4, over de eerste doodslag. Kaïn en Abel, twee kinderen van ouders die in het Paradijs omgang hadden gehad met de Heere. Ze groeiden op buiten het Paradijs en gingen verschillende wegen. Kaïn die in opstand leefde, sloeg zijn broer Abel die in de vreze des Heeren leefde, dood. Het bloed van het slachtoffer riep om wraak en bracht het oordeel over Kaïn. We moeten ons leven ernaast leggen. Bij ons is er ook schuld en het roept om vergelding. Kaïn zei: 'Mijn misdaad is groter dan dat ze vergeven' Maar er heeft een kruis gestaan op Golgotha en daar heeft ook bloed gevloeid! Er is beter bloed dan het bloed van Abel, het bloed van Christus spreekt van genade en van verzoening.
De verzoening met God
Dominee B. van der Heiden verzorgde de eerste lezing met als titel: 'De verzoening met God.' Hij haakte aan bij het recent verschenen boek van professor Den Heyer. Allereerst ging hij na wat de Bijbel bedoelt met de verzoening. Daarna ging hij in op de vraag of verzoening door voldoening noodzakelijk is. Als laatste punt behandelde hij de reikwijdte van de verzoening. Hij besloot zijn lezing door te stellen dat de verzoening weliswaar particulier is, maar dat de Heere in de nodiging niemand uitsluit. Hij roept ons allen toe: 'Wendt u naar Mij toe en wordt behouden.' Hij staat voor de deur van je hart en zegt: 'Mijn zoon, geef Mij je hart.' We gaan niet verloren omdat we niet zalig kunnen worden, maar omdat we de aangeboden verlossing niet begeren. 'Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is ... want Hij vergeeft menigvuldiglijk.'
Vraenbeantwoordng
'Beste vrienden en vriendinnen, de vragen zijn niet te ordenen...', zo begon dominee Van der Heiden met de beantwoording van een hele stapel vragen. Als eerste kwam een vraag over johannes 3:16. Want alzo lief heeft God de wereld gehad... Voorstanders van de algemene verzoening gebruiken deze tekst maar al te graag. De wereld als kosmos, wat wordt hiermee bedoeld? Deze tekst wordt vaak
misbruikt. Voor het woordje 'wereld' wordt dan 'voor jou' ingevuld. Wees voorzichtig, zo waarschuwde de dominee ons, voor misbruik van teksten. Lees de verwijsteksten en de kanttekeningen en dan wordt het vanzelf duidelijk!
Met een voorbeeld maakte de dominee duidelijk dat het open stellen van irt voor de Heere uit jezelf niet Op een schip stond: 'jezus brengt vrede daar waar Hij wordt toegelaten!' Als dat waar was, dan stond ik hier niet! Ik heb een rijkere jezus, Hij ontfermde Zich over mij. In mijzelf kan ik het alleen maar verzondigen. Van Lydia staat in de Bijbel: '...welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken was.' Het wordt schuld dat je geen goed meer kunt doen.
Als de Heilige Geest in je werkt, ga je zien wat je geworden bent voor God en wat je had moeten zijn voor Hem. Het gebod van de bekering moet leiden tot het gebed om bekering. Uit de zaal kwam reactie: 'Is uit genade het hart aan jezus geven anders dan de keuze voor Hem? ' We moeten beginnen bij Genesis 3! Wat een wonder dat de Heere jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Wat is de praktische uitwerking van daarvan? Dat er geen jongere te ver van de Heere afstaat. Niemand te veel heeft gezondigd. In de prediking moet de deur tot Christus wijd open staan en de particuliere verzoening moet gepredikt worden. Als we zelf konden kiezen voor de Heere, hoe zou het dan zijn? Zou de hemel dan vol zijn met mensen of zou er niemand zijn? 'Zou de Heere Zijn Zoon zenden met dat risico: dat de hemel leeg zou zijn? '
Verantwoordelijkheid en de genade vormen allebei een rail. Deze moeten bij elkaar blijven, anders ontspoor je. Straks in de eeuwigheid mogen degenen die de Heere opzocht en Hem niet konden missen voor altijd bij Hem zijn.
We behoeven niet te bidden om een bekering zoals Paulus. Paulus werd bekeerd van wie hij was. De Heere bekeert zoals iemand is. Smeek om de getuigenis van de Heilige Geest. Dat je weten mag: ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord. Nergens staat in de Bijbel dat de Heere een bedelaar heeft laten staan. Je mag komen zoals je bent. Nooit zegt een kind van God: nu heb ik genoeg schuldgevoel. Vraag aan de Heere of Hij je wil leren je zonden te kennen. Hou toch maar vol, Hij is groot van goedertierenheid en barmhartigheid. 'Dominee, zou u ons uit uw eigen leven iets kunnen vertellen over de verzoening met God? ' 'Een ding weet ik dat ik blind was en nu zie. Dat ik voor God was, wie ik ook werkelijk was: doelmisser. Ik miste God en het doel van God, namelijk Zijn eer. Dat bracht een intense droefheid. Maar de Heere heeft in mijn verlorenheid het licht doen opgaan. Zo vertelde de dominee ons hoe de Heere werkte, hoe genadig God is voor zondaren. Dan stort de Heere Zijn liefde in je hart uit en dan ga je zeggen: 'Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig Heere. Uw oordeel rust op d' allerbeste wetten. ' 'Dominees zijn soms drukbezet!' zei de heerJ.H. Mauritz toen dominee Van der Heiden aanstalten maakte om, na twee lezingen die dag, eindelijk weer naar Kampen te rijden. We kregen nog een reeks mededelingen. Een boswandeling zat er niet in deze avond, omdat de bossen onder water stonden. Rond het orgel werd er nog lang met elkaar gezongen en ondertussen werd geprobeerd een kroket te bemachtigen.
De wijnstok en de ranken
Op zaterdagmorgen werd na het ontbijt de tweede conferentiedag begonnen met een bijbelstudie die ging over de gelijkenis van de Wijnstok en de ranken.
De heer Mauritz nam ons in gedachten mee naar het eenvoudige vertrek van een huisgemeente in China. Aan de wand hing een tekst uit Handelingen 4: 'En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden.'
Wat betekent het beeld om ingeënt te worden in de Wijnstok? Er zijn levende ranken die de levenssappen uit de Wijnstok halen en vrucht dragen. Maar er zijn ook dode ranken. De dode rank, de ongelovige, wordt afgesneden van de Wijnstok en verbrand!
Alle bijbelstudiegroepen zochten een plekje in een van de (slaap)zalen. Met elkaar werd nagedacht over vragen als: zijn goede werken dan toch nodig om zalig te worden? Hoe zit
dat? Wat wordt met de reiniging van de ranken bedoeld? Wanneer ben je een rank in de wijnstok Christus? Wat is het grote doel van (meer) vruchten dragen? Sommige groepjes kwamen niet zo ver met de vragen, omdat er bijna direct een gesprek loskwam. Tijdens de plenaire bespreking kwamen de vragen nog een keer aan de orde. Uit de zaal kwam ondermeer de vraag of niet alle mensen ranken zijn die geënt zijn in de Wijnstok Christus. Hierop antwoordde de heer Mauritz, dat er twee soorten ranken zijn, dode en levende. Je kunt dus heel dicht bij de Heere Jezus zijn, maar toch niet uit Christus putten. Aangrijpend is dan dat de dode ranken verwijderd zullen worden. Er kwamen veel reacties uit de zaal en ondertussen arri-
veerde dominee J. Driessen. Hij kreeg een ereplaats aangeboden, omdat we nog niet klaar waren met de bespreking. Na de bespreking zongen we een lied van Mac Cheyne 'Ik wil opstaan en tot mijn Vader gaan'.
De prediking der verzoening
Na de pauze die op de bijbelstudie volgde, hield ds. Driessen zijn lezing over 'De prediking van de verzoening'. Deze lezing wordt in het volgende nummer van Daniël opgenomen.
Ook nu waren er weer veel vragen. Op de vraag of het schuldgevoel bij iedereen gelijk moet zijn of dat dat. verschillend kan zijn, antwoordde ds. Driessen dat dit bij een ieder verschillend kan liggen. Hoe diep moet het dan zijn? Zo diep dat je de noodzaak van de verzoening verstaat en dat je niet meer zonder een Zaligmaker kunt.
Een andere vraag was hoe je de verzoening door voldoening moet uitleggen aan de buurman die van niets weet. De dominee raadde ons aan het uit te leggen in eenvoudige bewoordingen. De Bijbel begint met de schepping, daarna is de mens gevallen. God heeft daarom een Zaligmaker gezonden om deze mens weer op te richten. 'Dat is de kern van de boodschap', zo hield hij ons voor.
'We kunnen niets doen aan onze bekering, maar toch ligt er de eis van God om onszelf te bekeren. Hoe ligt dat? ' De dominee: 'Is het waar dat je niets kunt doen? Heb je het al geprobeerd of zeg je alleen maar na dat je je niet bekeren kunt. Als je zegt: als God niet begint, dan kan ik me niet bekeren, dan kan dat een uitvlucht zijn. Je zegt dan eigenlijk: ik wil me niet bekeren. Bid dan maar: 'Heere, geef wat U gebiedt.' Alles wat de Heere schenkt, schenkt hij op de volkomenheid van het werk van Christus. Je zult er nooit in slagen om het zelf te doen. Blijven in de zonde en schuld werkt als rente op rente: het wordt steeds sneller meer en meer.
De volgende vraag was: 'Is het goed om over de eis van het geloof te spreken, terwijl de mens er niet aan kan voldoen? ' Ds. Driessen stelde hierbij een wedervraag: 'Is het goed om over de geboden van God te spreken, terwijl we deze als mens niet kunnen houden? ' Hij citeerde vraag en antwoord 115 van de Heidelbergse Catechismus: 'waarom wordt de wet zo scherpelijk gepredikt? Opdat wij onze zonden hoe langer hoe meer zouden leren kennen en des te begeriger zijn om de vergeving van zonden en gerechtigheid in Christus te zoeken.' Zowel de totale verlorenheid van de mens als de boodschap dat wie in Hem gelooft het eeuwige leven zal hebben, moeten beide gepredikt worden.
'Wat verwacht u van de gemeente, als u oproept: Laat u met God verzoenen? ', zo was de volgende vraag. 'Helemaal niets, maar ik verwacht alles van God. Ik vraag elke zondag aan de voet van de kansel: Heere, U zegt zelf dat U vissers zult laten vissen aan de dode zee en dat ze zullen vangen. Ik verwacht daarom alles van die God Die me gezonden heeft, Die dat Woord als een machtig middel gebruikt om doden te laten horen.'
Als laatste stelde de heer Mauritz de vraag aan ds. Driessen: 'Hoe heeft de Heere waarde in uw leven? '
Ds. Driessen vertelde: "Middellijkerwijs heeft de heere voor mij onder andere de jeugdvereniging willen gebruiken om mijn ogen te openen. Ik werd jaloers op de voorzitter, een ouderling, en dacht: die man heeft, wat ik niet heb! Als ik terugkijk, ligt daar het begin van Gods werk, en heeft de Heere in mijn leven plaats willen maken voor de kennis van de Zaligmaker. In jezelf blijf je een goddeloze zondaar, maar goddelozen mogen alles in Hem vinden. Ik ben en blijf een bedelkind, Arm, ellendig, naakt en blind. Alleen in jezus' mantel gehuld, Vind ik een deksel voor mijn schuld! Daarom roep ik het ook jullie toe: Wend u naar Mij toe, en wordt behouden! Mijn zoon, Mijn dochter, geef aan Mij je hart! En aan wie kun je beter je hart geven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1998
Daniel | 32 Pagina's