Geeprekevragen
1. Psalm 91 is een wisselzang van drie koren of personen. Probeer eens na te gaan welke onderdelen van de Psalm door welke groepen gezongen worden.
2. In vers 1 tot 4 wordt een groot aantal beelden 'genoemd om de wijze waarop de Heere beschermt en bewaart onder woorden te brengen. Zet die beelden eens op een rijtje.
3. In vers 5 tot 1 3 wordt bezongen waartegen de Heere beschermt. Zet ook dat eens op een rijtje.
4. De dichter vertrouwt op Gods voorzienigheid. Hoe kun je misbruik maken van Gods voorzienigheid? Wat moet de plaats er van zijn in ons leven?
5. Hoe kan het dat de Heere mensen wil beschermen? Dat verdienen ze toch niet? Wat wil het zeggen dat de Heere genadig wil zijn? Hoe zie je Gods recht en Gods genade?
6. Zou je uit Psalm 91 af kunnen leiden dat als je maar op de Heere vertrouwt je dan niets overkomt? Geef eens bijbelse voorbeelden. Betrek hierbij ook de doorn in het vlees waarover Paulus schrijft.
7. Misschien zeg je: Psalm 91 is een prachtige psalm voor mensen die op de Heere vertrouwen, voor Gods kinderen dus. Maar hoor ik daar wel bij? Wanneer hoor je daar bij? Kun je er zeker van zijn datje bij Gods kinderen hoort? Hoe kun je daar bij gaan horen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1998
Daniel | 32 Pagina's