JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

''En zij waren volhardende in de leer der apostelen..''

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

''En zij waren volhardende in de leer der apostelen..''

10 minuten leestijd

Nadat de presidente van de Bond van Vrouwenverenigingen, mevrouw Kaslander, alle aanwezigen hartelijk had verwelkomd, sprak ds. A. M. den Boer ter opening van de regiodag in Dirksland over Ruth. In Ruth 1:15-18 lezen we: Daarom zeide zij: ie uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goeden; keer gij ook weder, uw zwagerin na. Maar Ruth zeide: al mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten, uw volk is mijn volk, en uw Cod mijn Cod. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen ui Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken".

Een eenvoudige belijdenis

Drie vrouwen staan wenend op de grens van Moab en Kanaan. Er moet afscheid genomen worden, want Orpa kiest voor haar land, haar familie en haar afgoden. En dat, ondanks dat ze door Naomi's getuigenis jarenlang het Woord van God hoorde en het geluk van Gods volk zag. Ruth blijft echter staan en wordt door haar schoonmoeder tot driemaal toe onderzocht op welke grond zij mee wil gaan. Naomi kent namelijk zichzelf; ze heeft zichzelf leren kennen als zondares. Er kan zoveel wezen, dat toch niets is en zal Ruth dan staande blijven? Nee, als er geen genade is, zal openbaar komen dat alles eigen werk was. Zulk onderzoek is ook in onze dagen zo nodig! Bij Ruth leidt het onderzoek, de beproeving ertoe, dat het goud des te heerlijker te voorschijn komt. Kent u dat ook, om op de zeef van de satan geschud te worden? Satan zit niet stil. Hij probeert Gods werk altijd te ondermijnen. Ruth heeft nog weinig gesproken, maar nu opent de Heere haar mond. Zo is dat in het leven van Gods volk ook. Eerst gaan zij zwijgend over de wereld. Zij duiven en kunnen niet spreken. Zij zuchten meer in de binnenkamer, dan dat zij iets durven zeggen. Zo leven sommigen jarenlang met gesloten mond en hoe jam-mer is het, dat er aan zulke mensen geen vragen gesteld worden. Naomi mocht het middel zijn om Ruth tot spreken te bewegen en te vertellen wat in haar hart leeft. Dat was geen napraten, zoals men dat ook tegenkomt. Dan is er slechts historische kennis en hoewel dat op zich een voorrecht is, is bevindelijke kennis noodzakelijk voor de eeuwigheid.

Ruth mag hier een keuze openbaren, die de Heere Zelf in haar hart werkte. Naomi heeft dat misschien wel eerder gemerkt. Ouders merken wel eens iets aan hun kinderen, maar... zij moeten wachten op Gods tijd. Als het het werk des Heeren is, zal het op Zijn tijd openbaar komen en schenkt de Heere ook vrijmoedigheid om te spreken, want de vruchten des Geestes zullen gezien worden in het leven van een mens. Waarom is er toch zo'n zwijgend volk? Zij zijn bang, dat het het ware werk niet is. Het zelfonderzoek brengt hen tot de gedachte dat hun leven niet met genade kan samengaan. De kennis van Christus ontbreekt en daarin ligt juist de vastheid en de zekerheid. Christus alleen is het Fundament.

Ruth gaat verder in haar belijdenis. Haar hart ligt niet in Moab. Zij begeert om de Heere welbehaaglijk te mogen zijn. jaloers is zij gemaakt op Gods volk en zij wil de Heere dienen. Al is dan de weg onbekend en zijn de omstandigheden moeilijk, zij heeft toch een hartelijk verlangen naar de levendgemaakten, naar de Kerk des Heeren. Van Gods wegen, Zijn leiding en onderhouding wil ze horen. En wij? Hoe staat het met ons persoonlijk leven? Kunnen wij Ruth begrijpen en gaat ons hart ook uit naar Gods volk? Of lopen we er liever met een boog omheen, bang voor hun aanmerkingen, hun ouderwetse ideeën, hun 'benauwde' leven? Willen we liever een derde weg: de wereld wat en God wat? Willen we onszelf handhaven en

door de werken van de wet zalig woren?

aar Ruth zegt: "Uw volk is mijn volk, n uw Cod mijn Cod". Zij wil Hem dieen en liefhebben in leven en in steren. Hoewel ze alles achter moet laten n smaadheid zal moeten dragen, mag e de wereld een scheidbrief geven. Dat s geen gemakkelijke weg. Gods volk zei roeger tegen zulke mensen: "Welkom n de strijd!" Maar ondanks dat is het och een gelukkig volk, want de pooren der hel zullen Gods gemeente niet verweldigen. Ruths keuze is vast. Zij iet ernaar uit om te komen in het eloofde land en met Gods volk samen e mogen leven. Haar keuze bevestigt e met een eed. Zij roept God, de Alweende, tot getuige, ja, de Heere weet ivan, dat haar hart aan Zijn volk en ienst verbonden is. Valt in uw hart ook ie keuze? Ruth werd tot haar welzijn riemaal beproefd. De jonge boom erd geschud, opdat de wortels zich te ieper zouden vastklemmen. Zo eproeft de Heere Zijn volk, want het undament is niet het gevoel, maar lleen Christus jezus en Die gekruisigd. et de woorden: "Ik wens u zulk een egen toe", besloot ds. Den Boer de editatie.

Vruchten de e Geestes

Na de pauze neemt de dominee ons mee naar de tijd van de eerste christengemeente. In Jeruzalem was na de uitstorting van de Heilige Geest een gemeente ontstaan, die een voorbeeld is voor de kerk van alle eeuwen. In die tijd was de Heere zó dicht bij Zijn kerk, dat het nabij het volkomene kwam.

Door de krachtdadige werking van de Heilige Geest groeide de gemeente snel. Het was een grote menigte van zeer verschillende mensen, maar één ding hadden ze gemeen, namelijk het geloof in jezus Christus.

Zij allen waren volhardende in de leer der apostelen. Het was niet voor even, als het opflikkeren van een strovuur, maar het was een blijvende zaak om vast te houden aan de lering en het onderwijs van de apostelen.

De leer der apostelen

Misschien verwondert het wel, dat er staat 'der apostelen' en niet de leer van de Heere Jezus. Er is echter in de leer geen verschil. Wel is Christus de grote Profeet en Leraar der gerechtigheid en nooit kan iemand spreken zoals Hij. De apostelen waren rijk begenadigd, maar zij bleven toch feilbaar en zondig. In hun arbeid werden ze echter wel geleid door de Heilige Geest. Zij mochten onderwijzen, het volk kennis bijbrengen, want het Evangelie is niet alleen een zaak van het gevoel, maar de Heere maakt gebruik van het verstand van de mens. De leer der apostelen is noodzakelijk voor de kerk. Het is het fundament der waarheid, een pilaar en vastigheid der waarheid (1 Timotheüs 3:15). De leer is niet te missen. En wat was die leer? Dat kunnen we lezen in de prediking van Petrus op de Pinksterdag te Jeruzalem en op zoveel andere plaatsen in Gods Woord. Zo sprak Christus tot Nicodemus: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien." En God Zelf openbaarde de verborgen raad tot zaligheid van zondaren. Alles in de Schrift wijst op de verdienste van Christus, toegepast door de Heilige Geest. Medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods zijn gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen (Efeze 2:20).

De apostelen zijn gezondenen, ambassadeurs, die in de Naam en de autoriteit des Heeren een volkomen zaligheid prediken. Petrus zegt niet tegen de Joden, dat het wel goed komt - ze zijn immers het uitverkoren volk - maar hij wijst op de ellende waarin ze verkeren en op wat ze gedaan hebben. Zij hebben Christus gekruisigd, de Zaligmaker gedood! Het is de Heilige Geest, Die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel; Die ook het geloof als eerste weldaad door de verdienste van Christus instort in het hart. Die levendmaking is noodzakelijk. Er moet eerst een planting zijn, de wortel der zaak - wedergeboorte en bekering - moet aanwezig zijn, vóór er vruchten voortgebracht kunnen worden. Die vruchten zien we in de droefheid naar God, in het zich heiwaardig bevinden en zich veroordelen, want de wet getuigt tegen zo iemand. Maar er is ook een lust en verlangen naar de dienst des Heeren. De vraag wordt geboren: "Hoe kom ik ooit met God verzoend? " Hoe de zondaar zich ook probeert te verbeteren, hij wordt eraan ontdekt, dat het alleen maar erger wordt. Door de werken der wet kan niemand zalig worden. Zo brengt de Heilige Geest de ellendige aan het einde van de wet. Hij moet verloren gaan, eer hij behouden kan wor-

heid, maar om plaats te maken voor de gezegende Borg. Zijn Naam kennen we: ezus. Maar kénnen we Hem wel? Christus is de meest verborgen Persoon voor arme zondaren, totdat de Heilige Geest Christus gaat verheerlijken in het hart. "Maar wanneer het Gode behaagd heeft Zijn Zoon in mij te openbaren", zegt Paulus in Galaten 1. Hoe kan er een uitzien zijn om tot de zekerheid des geloofs te komen, om op te mogen wassen in de genade en kennis. Petrus heeft zelf uit de mond des Heeren gehoord, dat er een opwas moet zijn (Lukas 22:32): Als gij eens zult bekeerd zijn..." Vrijgesproken te worden van schuld en straf en een plaats te mogen ontvangen in het hart van de Vader is een nadere weldaad.

Gemeenschap

De Heere jezus had erop aangedrongen elkander lief te hebben. De eerste christengemeente volgt dat bevel ook op. Zij hebben alle dingen gemeen. Iedere gelovige kan profiteren van de weldadigheid van de anderen. Het aardse is niet zo belangrijk, goederen worden verkocht en allen willen helpen als er nood is. Er móet ook veel geholpen worden, want vele mensen zijn uit andere landen naar Jeruzalem gekomen, tot God bekeerd, hebben hun arbeid onderbroken en wonen, vol van de liefde van Christus, de samenkomsten bij. Ze staan daarbij niet naast het leven, maar de liefde tot Christus brengt naastenliefde en bant het egoïsme uit. Er is in die tijd nog weinig kaf onder het koren en daarom kunnen ze in Jeruzalem een praktisch communisme beoefenen, hoewel de duivel ook daar probeert het werk des Heeren af te breken. In later jaren komt er armoede in de Jeruzalemse gemeente. Anderen dragen dan de lasten, zoals we kunnen lezen van Paulus in zijn eerste brief aan Korinthe, hoofdstuk 16: "Op elke eersten dag der week legge een iegelijk van u iets bij zichzelven weg..."

Breking des broods

Tot instandhouding van de onderlinge liefde houdt men iedere dag maaltijden, die daarna gevolgd worden door het Heilig Avondmaal. Daarin herdenken de christenen het offer van de Heere Jezus tot rechtvaardigmaking: Zijn vlees is waarlijk spijs en Zijn bloed is waarlijk drank. Hun honger en dorst naar gerechtigheid wordt door Christus vervuld. In de tijd van de Reformatie werd elke week uit zielsbehoefte Avondmaal gehouden. En nu? Zijn er nog uitzienden naar dit sacrament? Zijn er nog die begeren gevoed te worden met het ware Brood des Levens? Er is veel strijd om aan te mogen gaan. Alleen die geroepen worden, mogen aanzitten! Wat is daar in onze dagen ook veel doorvloeiing.

Zijn er echter geen blijken van vernieuwing te bespeuren, dan mag men niet aangaan. Het Heilig Avondmaal is toch tot versterking van het geloof en brengt geen zaligheid. Dat wordt door Gods Woord gewerkt. Wat een voorrecht is het, als met het oog des geloofs gezien mag worden, dat het brood - het lichaam van Christus - ook voor u, voor mij gebroken wordt.

In de gebeden

Het gebed is het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Het is de barometer van het geestelijk leven; als de Heere werkt, is er gebed en waar de mens afwijkt, wordt het liefdevuur gemist en het gebed verflauwt. In Jeruzalem werd hartelijk gebeden en gezucht, bijvoorbeeld om opwas in kennis. Op aarde raakt een mens nooit uitgeleerd. Verder onderwijs blijft altijd nodig. Ook bearbeidt de Heilige Geest het hart, opdat oprecht voor de ambtsdragers, de noden van de naasten, uitbreiding van Gods Koninkrijk onder Jood en heiden gebeden zal worden. Wat kunnen we jaloers zijn op deze gemeente in Jeruzalem. Geve de Heere dat ook onder ons de vruchten des Geestes openbaar mogen komen en dat niet als mensenwerk, maar door de bediening van Christus.

Vragenbeantwoording

Nadat de heer B. J. Nieuwenhuis, deputaat van de Landelijke Bonden de middagvergadering geopend heeft en mevrouw W. A. Both-van 't Geloof een gedicht van Chr. de Priester ten gehore heeft gebracht, beantwoordt ds. Den Boer de aan hem gestelde vragen. Verschillende daarvan handelen over hetzelfde, namelijk over het ten Avondmaal gaan. Na de laatste regiodag zullen in het verslag alle vragen bij elkaar worden genomen en - zo mogelijk-worden beantwoord. Tenslotte bedankt mevrouw Kaslander 'Dirksland' heel hartelijk voor de uitmuntende verzorging en sluit ds. Den Boer deze leerzame regiodag met samenzang en gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's

''En zij waren volhardende in de leer der apostelen..''

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's