JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het bidden van twee tempelgangers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het bidden van twee tempelgangers

4 minuten leestijd

Twee mensen gingen op in de tempel om te bidden (Lukas 18:10a)

In de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar gaat het over twee mensen. Mensen die alle twee gaan bidden. Van nature zijn we biddeloze mensen omdat we zonder God leven. Maar als de Heere ons gaat leren en bekeren, dan gaan we een gebedsleven kennen. Dan worden we zondaar voor God en gaan we de Heere nodig krijgen voor dit tijdelijk leven, maar bovenal voor ons eeuwig zielenheil. Zo bidden, dat is het ware bidden, vanuit een verbroken en verslagen hart.

Maar nu is er ook nog ander bidden. Dat is bidden dat alleen vorm is. Dan spreken we wel woorden uit, misschien wel heel mooie, maar ons hart blijft erbuiten.

Dan hebben we de Heere niet echt nodig, maar denken we dat de Heere ons gebed nodig heeft. In de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar zien we deze twee gebedsgestalten.

Bij de farizeeër is het bidden zonder zijn hart, alleen vorm. Bij de tollenaar is het bidden alleen maar 'hart'. De gebedsgestalte van de farizeeër laat ons duidelijk zien wat hoogmoedig bidden is.

Hij bad bij zichzelf, staat er. Dat betekent dat hij eigenlijk tegen zichzelf praatte. Hij had het erg goed met zichzelf getroffen. Hij feefde keurig want hij gaf tienden, hij vastte. En nu dacht hij dat de Heere wel erg blij met hem was. Hij twijfelt er niet eens aan! De Heere jezus veroordeelt de farizeeër niet omdat hij keurig leefde. Wel veroordeelt Hij hem om zijn bidden. Want in zijn bidden komt openbaar wie hij gebleven is: een hoogmoedig mens. Hij ziet neer op de andere mensen. En tegenover de Heere mist hij een verbroken en verslagen hart. Zo bidt hij zonder traan, zonder klacht. Hij dankt alleen. Het blijkt helemaal niets van de Heere nodig te hebben. Het ergste is dat hij er helemaal geen erg in heeft. Zo is de farizeeër voor ons allemaal een waarschuwing, want ons hart is van nature een farizeeërshart.

De gebedsgestalte van de tollenaar laat ons zien wat ootmoedig bidden is. Hij komt ook in de tempel, maar helemaal achterin. Hij wilde, dat is durfde, zijn ogen niet opslaan. Hij voelde dat hij voor de alwetende heilige en rechtvaardige God niet kon bestaan. Hij is één en al schaamte.

Daarbij sloeg hij zich op de borst, een teken van diep berouw. Wij kunnen bij fouten die we maken ons wel eens tegen het hoofd slaan omdat we zo dom zijn geweest. Maar het slaan op de borst van deze tollenaar is anders. Hij erkent dat hij schuldig is voor de Heere. Hij praat niets goed, hij wil zijn fouten niet verbergen. En goede daden, die kan hij helemaal niet vinden!

Zijn gebed is maar heel kort: o God, wees mij zondaar genadig. Hij voelt dat hij verzoening, vergeving nodig heeft. Als zondaar tegenover de Heere heeft hij straf verdiend. Daarom vraagt hij alleen maar om genade. Voor hem is het grootste wonder als de Heere nog in Zijn genade en gunst op hem wil neerzien. Hier zien we een echt verbroken en verslagen hart, dat de Heere werkt door Zijn Geest in ons hart als Hij ons gaat bekeren.

In vers 14 lezen we wat beiden ontvangen. De farizeeër ontvangt niets maar hij had ook niets gevraagd. Aan hoogmoedige mensen kan de Heere niets kwijt. Zo kon deze man verder leven in zijn godsdienst zonder ooit zichzelf te verliezen. Maar wat zal het vreselijk zijn als we zo voor God zullen moeten verschijnen met niets meer dan onze godsdienstige vorm.

De tollenaar ging af gerechtvaardigd naar zijn huis. Op zijn gebed ontving hij vergeving van zijn zonde en vrede in zijn hart. Niet omdat hij rechtvaardig was in zichzelf, maar omdat God hem aanzag in het bloed van het Offerlam. Hij mocht weten dat om Christus' wil God hem wilde aanzien in genade. En zij die door genade hebben ontvangen de vergeving van zonden in het bloed van Christus, die kunnen voor God verschijnen. Dan zullen ze niet alleen in het gericht staan, maar zal Christus ze rekenen tot de Zijnen. Zo kunnen tollenaars behouden, zalig worden. Ben je nog een farizeeër voor God of ben je al een tollenaar geworden ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's

Het bidden van twee tempelgangers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's