JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Psalm 88  Om te klagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalm 88 Om te klagen

Oud-testamentische Psalmen door Nieuw-testamentische ogen

7 minuten leestijd

Oud-testamentische Psalmen door Nieuw-testamentische ogen

'Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor de opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, de Ezrahiet.' Dit opschrift plaatst ons voor een aantal vragen. Wie is Heman, de Ezrahiet? Is hij dezelfde Heman als uit 1 Koningen 4:31 ? Of is hij de Heman van wie we lezen in 1 Kronieken 6:33, 15:17, 25:1? En wat is een machalath? Een instrument misschien? En hoe moet leannoth vertaald worden? Betekent het inderdaad wat sommige verklaarders zeggen: om te klagen'? Het zou goed passen bij de inhoud van deze Psalm; een klaagpsalm, een lied uit de diepte, de job-psalm.

Klacht

Aangrijpend is de klacht. Heman gewaagt van bange nood. De klachten hebben grote overeenkomst met die van job. De dichter klaagt, dat zijn ziel is verzadigd van rampen, zijn leven genaderd tot het rijk der doden (vers 4). Dieper nog gaat zijn klacht; Heman zegt dat God hem reeds gelegd heeft in de diepe kuil (vers 7); hij zucht onder de last van Gods gramschap (vers 8); hij is van mensen verlaten (vers 9). En zo gaat de klachtenreeks voort, zonder dat de hoop op verlossing doorklinkt. Niet voor niets is deze Psalm de somberste van alle Psalmen genoemd. Wat een klacht! Naar het schijnt geen spoortje van licht. Enkel donkerheid en uitzichtloosheid.

Heman heeft het zwaar. Wellicht moeten we denken aan een ernstige ziekte die hem nabij de dood heeft gebracht. We krijgen de indruk dat hij al vanaf zijn jeugd ernstig ziek is (vers 1 6). Vrienden en bekenden schrikken van hem terug. Als een melaatse is hij uitgestoten, verbannen (vers 9). Wie zou hier niet klagen? Toch is Hemans klacht meer dan alleen maar klagen. Zijn klagen is ook bidden (vers 14). Midden in zijn klacht roept hij de naam van de Heere aan: 'O Heere, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U' (vers 2).

Indeling

Dringend horen we de dichter tot de Heere roepen. Hoe groot zijn nood, hoe dichtbij de dood, hoe verlaten hij zich ook voelt... toch dat roepen tot de Heere. Zijn roep spreekt niet van vaagheid, integendeel, van zekerheid. De Heere is de God van zijn heil, dat is de God van zijn verlossing. Daar klampt Heman zich aan vast.

Let hierop! Deze aanspraak is als een straal van licht en troost temidden van al de duisternis die verder doorklinkt. Na deze hoopvolle aanhef volgt een bittere klacht (vers 4-10). Hij is verzadigd, volgepropt van rampen. Er is weinig meer nodig of hij stort in de dood. Hij is als een man zonder hulp. Als een die hulpeloos op het slagveld dood ligt te bloeden. Midden in zijn ellende weet Heman een ding zeker: God heeft deze ellende over hem gebracht. Steeds weer komt het terug: 'Gij hebt het gedaan.' Denk er niet gering over.

Heman ziet wat velen niet willen zien namelijk dat de Heere zo'n moeilijke en onbegrepen weg met hem gaat. Na de smartelijke klacht volgt het spreken over de dood (vers 11 - 1 3).

Diep is de put die hier opengaat. Het donkere graf doemt hierop. Daar klinkt geen lofzang op de trouw en de goedheid van God. Daar valt voor de Heere toch geen eer te behalen. Het zijn allemaal vragen die Heman stelt. Vragen waarop het antwoord natuurlijk 'nee' moet zijn. Ondoordringbaar is het donker van dood en graf. Als hij daarin verzinkt, is alle hulp te laat. Hoe uitzichtloos het voor hem ook is, hij kan de Heere niet loslaten. Aanhoudend klinkt het gebed (vers 14 e.v.), je zou haast zeggen dat het gebed ten laatste over gaat in gekerm dat uitloopt op een laatste kreet van smart: 'Gij hebt vriend en metgezel verre van mij gedaan; mijn bekenden zijn in duisternis' (vers 19).

Enkel duisternis?

Duisternis... met dat woord sluit onze Psalm af. Is er dan geen verlossing? Heeft de dood dan het laatste woord? Nee, gelukkig niet. Als een wegzinkende stervende blijft Heman zich aan de Heere vastklampen. Het is een voortreffelijke eigenschap van het geloof om midden in de nacht van dood en uitzichtloosheid de Heere aan te hangen. Zou de Heere zo'n vertrouwen beschamen? Nee, Hij vergeet Zijn ellendigen niet. Wat ligt hier trouwens een onderwijs. Het is niet voor niets dat de aanhef meldt dat het hier om een onderwijzing gaat. Heman met zijn duisternis en strijd hoort ook bij de kinderen van God. Hoe diep donker zijn weg ook is, hoe zeer de dood hem verschrikt... ook Heman hoort er bij! De Heere is immers de God zijns heils! Psalm 88 vertolkt de strijd die het sterven mee kan brengen. Ook een oprecht gelovige kan in die strijd depressief, uitgeput, ontredderd en moedeloos raken.

Psalm 88 leert ons dat Gods kind zich niet hoeft te schamen voor strijd

en moedeloosheid. Vanuit een stuk geloofsoptimisme wordt soms gedaan alsof de gelovige de strijd te boven is. Psalm 88 laat ons echter een stukje werkelijkheid zien. In 'De Christenreis' van John Bunyan kom je deze zelfde werkelijkheid ook tegen. Bunyan schrijft van een poel mistrouwen, van de strijd met Apollyon, van de zieleworsteling voor het zwarte water van de doodsjordaan enzovoort. De weg naar Sion is geen gemakkelijke weg. Niet alleen is de weg smal, ook zijn er vijanden op de weg. De duivel is er op gebeten om Gods kinderen buiten de hemel te houden. En als hij ze niet buiten de hemel houden kan, dan zal hij de hemel buiten hun hart proberen te houden. Ook regelt de Heere Zelf het vaak zo in het leven van Zijn kinderen dat ze hun zaligheid werken moeten met vrees en beven. Psalm 88 laat ons vooral zien dat de strijd met de laatste vijand, dat is de dood, een hoog oplopende strijd kan zijn. Wat een koning van verschrikking is de dood! Het spreekt niet van zelf om in de ontmoeting met de dood zonder vrees en zonder strijd te zijn. Juist als de dood gezien wordt als de rechtvaardige vloek van God over onze zonden... juist als de balans aan het einde van het leven wordt opgemaakt kan de vrees zo tastbaar zijn de veilige haven nooit te zullen bereiken. Duisternis... Psalm 88 staat dicht bij de werkelijkheid. Dichterbij de werkelijkheid dan menig opwekkingslied waarin gedaan wordt alsof het sterven van een gelovige een gemakkelijke zaak zou zijn geworden.

De lijn naar het Nieuwe Testament

Naast het zuchten van de Heilige Geest (Romeinen 8:26) in de gelovigen hoor ik in Psalm 88 ook het zuchten van de Borg, de Heere Jezus Christus. Het is dan ook gepast om Psalm 88 te lezen op Goede Vrijdag. In het levenseinde van Christus op Golgotha valt er een bijzonder licht over Hemans klacht. Denk aan de klacht uit de godverlatenheid (Markus 15:34). Aan de klacht van diepe eenzaamheid toen ook de bekenden van Jezus van verre stonden (Lukas 23:49). Ook blijven de vragen van Heman (vers 11 e.v.) nu niet langer onbeantwoord. In Christus wint het leven van de dood. In het Nieuwe-Testament klinkt het luid en duidelijk: od doet wonderen aan de doden want Christus leeft. Hij is de Opstanding en het Leven! Door de diepte van dood en graf is Hij heen gekomen. De overwinning is aangebracht. Daarom is ook Heman er door gekomen en thuis gekomen. Nee, het is geen nacht gebleven voor Heman. Eeuwige heerlijkheid is zijn deel geworden. De heils-God beschaamt niet!

Tenslotte... denk eens na over het onderwijs in deze Psalm. Laat het ons leren wat wij hebben verdiend en wat Christus heeft moeten dragen. Dan spreekt Psalm 88 van het Evangelie te midden van strijd en donkerheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's

Psalm 88  Om te klagen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1998

Daniel | 32 Pagina's