Gespreksvragen
1. De dichter geeft in deze Psalm uiting aan zijn ellende. Hij zegt dat God dit over hem gebracht heeft. Hoe moet je dit lezen: geeft Heman God de schuld van wat hem is overkomen?
Kun je / mag je tegen iemand die het moeilijk heeft zeggen: het is de hand van God dat je dit overkomt? Betrek hierbij ook Zondag 9 en 10 van de Heidelbergse Catechismus. Hoe moet je hiermee omgaan?
2. Kun je / mag je tegen iemand die in de put zit zeggen: je moet maar meer op de Heere zien?
Kun je je voorstellen dat iemand door zo'n opmerking juist dieper in de put raakt? Hoe kun je een gelovige die in nood verkeert echt helpen?
3. Een bekend paaslied luidt: Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles, alles is voldaan. Wie door 't geloof op Jezus ziet, Die vreest voor dood en helle niet.
Ook gelovigen hebben soms grote angst om te sterven. Kun je dan zeggen dat ze niet genoeg geloof hebben?
Wat vind je in het licht van de angst voor de dood die veel gelovigen hebben van het bovenstaande paaslied?
4. Waarom spreekt Psalm 88 van het Evangelie te midden van strijd en donkerheid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1998
Daniel | 32 Pagina's