Bij mijn zus op het zendingsveld
Mijn zus, Ellen van den HU, werkt al jaren in de tropen. Een aantal jaren heeft ze voor de ZOA gewerkt in kampen in Thailand en Malawi en nu geeft ze haar krachten al weer geruime tijd aan het zendingswerk in Nigeria, uitgaande van onze gemeenten. In Izi is ze bezig in het dorpenwerk, zoals het bezoeken van de com-pounds, waar ze de vrouwen hygiëne leert. Ze adviseert in waterbouwprojecten en helpt bij het tot stand komen van waterpompen en sanitaire voorzieningen, eigenlijk geen vrouwenwerk.
Tevens schenkt ze aandacht aan het voedingsproject onder andere om de bevolking de waarde van sojabonen te leren kennen. Sojabonen zijn namelijk bijzonder eiwitrijk.
Zij woont als enige Nederlandse in Iziogo, een dorpje dat ongeveer twintig minuten rijden op de brommer van Onuenyim verwijderd is. In Onuenyim wonen ook enige teamleden waar ze af en toe contact mee heeft, bijvoorbeeld tijdens de week-opening op maandagmorgen, die door alle teamleden bijgewoond wordt. Ook geeft ze in de kliniek in Onuenyim structuur aan de projecten ondervoeding en aidsbestrijding.
Ik wist van al die werkzaamheden van mijn zus. Ze schreef ons erover in haar brieven en als ze met verlof in Nederland was, vertelde ze ons erover..., maar toch weet je niet echt wat je je erbij voor moet stellen. Dat heb ik in de zomer van 1997 mogen ervaren.
Het was al jaren mijn wens om m'n zus op haar werkterrein te bezoeken. Daarbij was voor mij de vraag: mag ik dit doen en kan ik mijn man en zeven kinderen zo lange tijd achterlaten?
Toch meenden we als gezin dit te kunnen laten plaatsvinden. Voor m'n zus zou het zeker een hart onder de riem zijn. Al enkele jaren ging ik mee als staflid voor een vakantieweek met gehandicapten. Maar dit was slechts één week en je was telefonisch gemakkelijk bereikbaar.
Een reis naar Nigeria is heel wat anders! Vier weken weg van huis is heel lang en daarbij komt dat je juist moeilijk bereikbaar bent.
Toen mijn zus afgelopen winter met verlof in Nederland was, hebben we er weer over gesproken. "Probeer het toch eens", was haar wens. Daardoor liet het mij niet los, maar je laat je 'thuis' niet zómaar achter. Na veel gepuzzel en geregel moest het mogelijk zijn deze reis door te laten gaan: mijn man en kinderen hadden nog geen vakantie en toch moest dagelijks voor het eten gezorgd, de was en de inkopen voor acht personen gedaan worden. Wie houdt daarbij het huis stofvrij? ledereen zou een steentje bijdragen!
Ik kon met anderen samenreizen. Een heerlijk idee! Vooral achteraf bleek, hoe waardevol dit was, gezien de vele strubbelingen die er waren. Veel later dan gepland en via een ander vluchtschema kwamen we in Lagos op het vliegveld aan: tussen de zwarte mensenmassa viel de blanke vertrouwenspersoon niet te ontdekken... Die was al een aantal keren tevergeefs
geweest. Aan corrupte douanebeambten geen gebrek! Dan maar zelf je koffers proberen weg te halen en in handen zien te houden. Heerlijk als na een half uur uitzien toch de 'ophaalsen/ice' opgemerkt wordt. Je haalt opgelucht adem ondanks de beklemmende sfeer en het benauwde klimaat. Wat fijn om dan met meerdere reisgenoten te zijn!
Nooit zal ik het weerzien met mijn zus vergeten! Om daar, in de cultuur waarin zij leeft als een vis in het water en ik me als een vreemde eend in de bijt voel, èn met het idee dat je gezin zo ver weg is elkaar te ontmoeten, dat roept emoties op.
Ik heb de periode, die ik bij mijn zus zou doorbrengen, volledig met haar meegedraaid. Ik volgde haar als haar schaduw, wanneer zij de compounds (hut en erf) bezocht. Ik reed mee achterop haar brommer, waarmee ze alle afgelegen compounds over slingerpaadjes kon bereiken. In de regentijd zijn de wegen vol modderpoelen.
Overeind blijven is geen vanzelfsprekendheid. Soms moest je door een 'stroompje'. Als het water tè diep was voor de brommer deden we plukjes gras in de uitlaat. Je hoopte dan dat de motor aan de overkant geen dienst weigerde.
Bij grote afstanden reden we ook wel eens met andere zendingsarbeiders -
in gecombineerde ritten - met de landcruiser mee.
Soms moesten we 'sufferen': wanneer we geen eigen vervoer hadden, moesten we gebruik maken van 'local transport', je zoekt dan de bus uit die de richting op gaat die jij wenst. Oren open en veel vragen, dan kom je er wel. De bus is nooit te vol. Met een beetje duwen en schuiven kunnen er steeds meer bij. je voelt je opgesloten als sardientjes in een blik. Met touwen zit de achterklep dicht, ramen kunnen niet open of niet dicht. Zelfs de brommer doet dienst als taxi: brommer aanhouden, vragen of hij je vervoeren wil, prijs bepalen, achterop stappen. "Zo hadden ze mij in Nederland eens moeten zien", waren mijn gedachten.
's Zondags bezocht ik de kerkdiensten. De diensten beginnen wel op tijd maar verschillende kerkgangers komen gewoon op hun eigen tijd. De diensten worden geleid door een bijbelschoolstudent of een evangelist. Soms is er een tolk aanwezig die de preek in het Engels vertaalt. De achterste bank/rij in de kerk is bestemd voor overtreders van één van de tien geboden.
Halverwege de dienst gaan de jongste kinderen weg om buiten het gebouw zondagsschool te houden. De leiding houdt daar een bijbelvertelling en vraagt terug naar het vorige bijbelverhaal. In deze kerkdienst moest ik mij staande voorstellen en iets over mijzelf vertellen in het Engels. Dat valt niet mee als je het spreken in het openbaar en het Engels niet zo goed beheerst. Wat heb ik staan zweten om die paar, door mijn zus ingefluisterde, zinnen uit te spreken. Ze vinden het haast onbegrijpelijk als je vertelt, dat je een gezin met zeven kinderen hebt. De vrouwen zien er daar namelijk veel ouder uit wanneer ze een aantal kinderen hebben.
Wat een 'verrassing' als je de eerste zondag al getrakteerd wordt op garri fou-fou, het basisvoedsel van de bevolking: een deegachtig voedsel, bereid uit de cassave (soort aardappel). Na de morgendienst kwam de jeugdvereniging op bezoek in ons huis. Omdat dit een officiële bijeenkomst was, werd er naar gewoonte een maaltijd bereid. Uit de keuken kwam mij een zoete weeïge geur tegemoet, die mij haast misselijk maakte. Ik dacht aan thuis, aan mijn heerlijke soep. We kregen allemaal een grote bal garri fou-fou, je maakt hiervan kleine balletjes, deze haal je door een soepje en steekt ze per stuk in je mond om ze daarna heel door te slikken. Na enige oefening lukte dit, alhoewel er bij mij niet zo'n hoog tempo in zat, ik moest erg aan de smaak wennen. Sommige werkers moesten om deze eerste kennismaking hartelijk lachen. Ik heb ook wel lekkere dingen gegeten, bijvoorbeeld rijst, yam cakes en bananen. Thuis bakten we soms patat in onze wok, met heerlijke rauwkost die op de markt in de grote stad gekocht was. Voor de plaatselijke bevolking is er weinig of geen variatie; daarom schaamden we ons weieens wanneer onze borden 'rijkelijk' gevuld waren en er onverwachts iemand van de Izi's binnen kwam.
Na de avonddienst trokken we met alle gemeenteleden op pad om compounds te bezoeken om te evangeliseren of om zieken te bezoeken. Aangrijpend als je dan een ernstig zieke man ziet zitten op een boomstronk in de brandende zon. Er werd uit de Bijbel gelezen en door de voorganger een gebed gedaan. Tevens werd een en ander geregeld voor kliniekbezoek.
De eerste maandag gaf mij al veel gelegenheid om aan thuis te denken. Het was namelijk 'officedag', dat wil zeggen, vergaderdag voor de werkers. Omdat dit voor mij niet interessant was, omdat dit alleen zakelijke gegevens betrof, heb ik mij maar ontfermd over de was. Het leek wel of ik een beetje aan het kamperen was. Water koken, emmers water aanslepen, wassen en spoelen maar. Het douchen is ook niet veel meer dan inzepen en een teiltje regenwater over je heen gieten. Zelfs ik ging er in die weken al een beetje aan wennen. Nu begrijp ik ook de reactie van mijn zus wanneer ze in Nederland is, als ze van een lekkere warme douche of zelfs bad gebruik kan maken. Het gebeurde meer dan eens dat onze elektriciteit, opgewekt door zonnepanelen, uitviel, zodat we de avond verder bij 'bushlicht' (olielampje) doorbrachten. Wel gezellig maar ook lastig, vooral wanneer een van de twee naar buiten moest om te douchen of naar het toilet ging. Het wordt dan wel iets donkerder wanneer je alleen achterblijft. Dan te bedenken dat dit voor het zendingsteam geen vreemd verschijnsel is.
Hoewel ik in Nederland zelf goed uit de voeten kan en mij niet zo afhankelijk voel, voelde ik mij daar zo'n eerste werkdag echt geïsoleerd en gevangen. Bij alles wat je wilt doen, moet je om raad vragen over hoe iets in zijn werk gaat. Ik voelde mij echt onhandig. Gelukkig went dit na een poosje, zodat je je weg leert vinden.
Met moeite wist ik al die bruine gezichten te onderscheiden. Sommige werkers kregen dit in de gaten en stelden zich gerust nog een keer voor. Wat hadden ze een plezier als ik daar intrapte.
In de weken dat ik bij mijn zus logeerde, werd er een bijeenkomst georganiseerd voor 250 weduwen uit verschillende districten. Deze mensen zouden drie dagen blijven en van eten moeten worden voorzien, omdat de afstand te groot is om te voet op en neer te reizen. Dit vereist natuurlijk wel de nodige voorbereiding. Met uit ieder district twee afgevaardigde vrouwen moest een vergadering worden belegd over de regeling van het een en ander. Tevens probeer je hier ook mee te bereiken, dat ze er zelf een aandeel in hebben om later op deze wijze verder te kunnen gaan. Wat kost het moeite om na te denken over de meest eenvoudige vragen zoals: wat hebben we nodig om te kunnen koken? Wat gaan we eten? Hoeveel gaat iets kosten? Wie doet de inkopen? Wie gaan er koken? Lastig om al die vrouwen bij de les te houden... Als je moe bent, ga je gewoon even een tukje doen; je legt gewoon even je
hoofd op je armen en je doezelt vanzelf even weg. Af en toe tot de orde roepen is niet overbodig. Besloten werd om onder andere rijst met vis te eten. Maar hoe houd je de vis goed bij deze warme temperatuur? je doet inkopen vlak voor de maaltijd, wat haast niet te doen is, omdat er vaak een grote afstand moet worden afgelegd. Een andere mogelijkheid is om het nodige van tevoren te kopen en op te slaan in de vrieskast van een verlofganger. Voor ons gemak hebben we maar het laatste gekozen.
Na twee weken was het zover. Tweehonderdvijftig vrouwen werden ondergebracht in de kerk. Het eten bereiden vergde een halve dag per maaltijd. Het zorgvuldig en eerlijk uitdelen van het eten kostte meer dan de nodige moeite, omdat men toch probeerde een dubbel portie te krijgen.
Om de tien dagen wordt er markt gehouden. Deze markt wordt genoemd naar de plaats van het dorpje waar het gehouden wordt. Wanneer er lziogomarkt wordt gehouden, geeft dit voor mijn zus de 'nodige' gezelligheid, omdat dan verschillende teamleden even aanwippen voor een lekker bakje Hollandse koffie. Begrijpelijk dat mijn zus deze dag zoveel als mogelijk is wat thuiswerk probeert te doen.
We hebben de gevangenis bezocht in Abakaliki. Wat een ellende, als je ziet dat er soms ongeveer negentig mensen in een gebouw leven als kippen in een hok. Het gebeurt dat mensen elf jaar in voorarrest zitten! In de droge tijd krijgen ze maar één kopje water per dag. Wat fijn als je dan ziet, dat hier misschien binnenkort wat verandering in komt, doordat een bedrijf uit Nederland daar waterleiding aan het aanleggen is. Onbegrijpelijk als je dan aan Nederland denkt. Op zondag wordt hier het evangelie gebracht doorTeunis Rijneveld, die tevens door de week catechisatielessen geeft. Indrukwekkend was het om zo'n dienst bij te wonen.
Een hoogtepunt tijdens het bezoek was de verjaardag van mijn zus. De dag ervoor gingen we 'even' naar Nederland faxen, dat we de avond en de volgende ochtend bereikbaar waren onder een bepaald telefoonnummer. 's Avonds in een hotel in Enugu, drie uur gaans van Iziogo wachtten wij het resultaat af. Ik had gedacht nu ook iets van het eigen thuisfront te horen. De volgende morgen was'ik gelukkig aanwezig om mijn zus te feliciteren. Maar wat frustrerend, als je verder geen reactie meer hoort, gewoon omdat het telefoonnet het weer eens niet doet. Voor mij alleen erg jammer, voor mijn zus zaken waar je mee om moet leren gaan. Zal het ooit wennen? Het zal niet altijd meevallen om deze frustraties te verwerken.
Door dit bezoek zijn bepaalde gedachten in een ander licht komen te staan. Momenten van rust zijn er weinig. Altijd maar weer moet je er op bedacht zijn, dat er iemand in huis kan komen die je hulp inroept, of die het zomaar gezellig vindt om er te zijn. Om ieder moment gastvrij te blijven, valt niet mee. Ook als moeder van een gezin is het erg intensief om je kinderen, ondanks alle beperkingen, onderwijs te moeten geven. Wat te denken van de zelfstudie van kinderen in het voortgezet onderwijs? Vaak vergeleek ik mijn eigen situatie met het zendingsgezin. Hoe anders leven wij met al onze gemakken. Ik heb nog méér bewondering gekregen voor alle zendingsteamleden.
Het was fijn en leerzaam om samen met mijn zus op stap te zijn geweest. Samen konden we praten over haar belevenissen en haar zorgen. Die zijn daar ook!
Dan komt het afscheid. Moeilijk om haar daar achter te laten en te weten dat ze de plaats, die ik in haar huisje innam, leeg zal terugvinden. Anderzijds mag zij weten, dat ze daar in de kracht, die God haar gaf en geeft, geroepen is tot het dienend bezig zijn in Zijn Koninkrijk, dat reikt tot de einden der aarde, óók tot in de binnenlanden van Nigeria. Dan zal ze niet écht alleen zijn.
Voor mij overheerste bij het afscheid weer het verlangen naar man en kinderen. Gods bewarende hand deed ons elkaar weer in gezondheid ontmoeten. Wat fijn wanneer je bemerkt dat tijdens je afwezigheid alles is doorgegaan. En... ze hebben mij bij thuiskomst geen groter plezier kunnen doen dan de met zorg bereide maaltijd van bloemkool en boontjes!
Krimpen aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1998
Daniel | 32 Pagina's