De redactie van
De redactie van Daniël heeft me verzocht onder bovenstaande titel een literaire rubriek te gaan verzorgen. Deze komt dan in de plaats van Gedicht belicht, die de afgelopen drie jaar door de heer C.
Bregman is verzorgd. Niet alleen de titel is anders, ook de inhoud zal een ander karakter krijgen. Ik hoop afwisselend een gedicht en een prozawerk te bespreken. Vragen of tips zijn altijd welkom; die kunnen me wel via de redactie toegezonden worden. Het is de bedoeling dat de bekende literatuurlijst van school de achtergrond vormt, ook al zal die in de komende jaren ingrijpende wijzigingen ondergaan door de onderwijsvernieuwingen die op stapel staan. Verwacht geen uitvoerige, literaire besprekingen. Ik hoop steeds t wijzen op enkele opvallende punten die de inhoud of de vorm betreffen. Daarbij wil ik niet meer (maar ook niet minder) bieden dan een eerste aanzet, die een verder doordenken nodig én mogelijk maakt.
De eerste keer vraag ik aandacht voor een gedicht van Geerten Gossaert, pseudoniem van dr. F. C. Gerretson. Het staat als nr. LVIII in zijn enige bundel Experimenten. Deze verscheen voor het eerst in 1911 en is nog steeds verkrijgbaar. Gossaert is geen eenvoudige, 'pastorale' dichter, maar zijn werk is de moeite waard. Welke moeite? Die van het lezen, herlezen, overdenken en op je in laten werken.
Gossaert wordt meestal aangeduid als de dichter van het verlangen. Daarmee past hij precies tussen verschillende andere dichters uit zijn tijd. Bij hem is dat verlangen duidelijk gericht op het ware, volmaakte geluk. In zijn bundel staan echter nogal wat gedichten die spreken over de strijd tussen de begeerte naar de wereld en haar verleiding enerzijds en het rust zoeken bij en in God anderzijds. In dit gedicht komt het tweede aspect het duidelijkst naar voren.
Dit gedicht stond nog niet in de eerste uitgave van 1911. Het is geschreven in de Tweede Wereldoorlog. In oktober en november 1940 zat Gerretson opgesloten in het Oranje-hotel, de bekende gevangenis in Scheveningen. Daarop duiden ook de Latijnse woorden onder aan het gedicht: in promptuario nostrorum, dat wil zeggen: in onze kerker. Pas in de naoorlogse uitgaven van de Experimenten kwam dit gedicht dan ook voor.
Het begint met een herinnering aan Psalm 1 31. Leg de berijming er maar eens naast. Deze Psalm spreekt over de rust die te vinden is in de onvoorwaardelijke overgave aan God. Een prestatie van de mens? Nee, lees de tweede strofe maar: juist waar de mens het heeft opgegeven, ervaart hij hoe God Zich in Vaderlijke liefde naar hem toewendt. Deze ontmoeting bracht voor hem een ogenblik eeuwigheid mee. Even was hij verlost uit zijn gevangenis, toen hij Gods nabijheid mocht ervaren. Die deed hem even ontsnappen uit de tijd, uit zijn omstandigheden.
Gossaert wist altijd op bijzondere wijze om te gaan met assonanties en alliteraties. Daarmee zal de afwijking van de psalmtekst in regel 1 ook wel te maken hebben: Heb ik mijn hart... Ook in regel 10 vinden we deze rijmvorm: in kinderkus en kindergroet.
Opvallend is de bouw van het gedicht. De dichter was in zijn poëzie vaak bezig met herhalingen. Zo ook hier. De eerste en de tweede strofe komen terug, maar wel in omgekeerde volgorde. Daarmee wordt de derde strofe ook zichtbaar centraal gesteld. Bovendien wordt daarmee de situatie waarin de 'bevrijding' plaatsvond nog eens onder de aandacht gebracht. Het gedicht krijgt hierdoor een cyclische bouw: er ontstaat een cirkelgang, waardoor het een sterke eenheid wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1998
Daniel | 32 Pagina's