Hoe 'nuttigen' we de preek?
Een jongere Daniëllezer schreef 'een stukje confrontatie met het wezenlijk luisteren naar de preek en de grote hoeveelheid kritiek op de preek (inhoud)' die ze in haar omgeving tegenkomt.
Ze begint met het luisteren naar een preek te vergelijken met het gebruiken van een maaltijd, of liever: van een rijk samengesteld diner. Ze heeft zelf wat moeite met dit beeld, maar signaleert toch een zekere 'overeenkomst'. Ik citeer.
"De preek is als een diner: e nemen ervan wat ons aanstaat. Zo lang het allemaal aan de oppervlakte blijft, eten we het wel op. We zijn er immers bij grootgebracht. Wie weet niet dat hij of zij zondig is en bekeerd moet worden? ! Maar, o wee, als de vinger aan de pols gelegd wordt. Dan consumeren we heel wat kieskeuriger. Wat te denken als er gepreekt wordt wat de dichter zong in Psalm 51:9 (berijmd)
'Gods offers zijn een gans verbroken geest / Door schuldbesef getroffen en verslagen...'
Moet dat nu zo somber? jezus is toch gekomen om te verlossen? !
Gods Woord zegt dat er niemand is die goed doet en niemand is die God zoekt, ook niet tot één toe. Niemand! jezus is gekomen om te verlossen, ja zeker. Maar voor wie is Hij gekomen? Is Hij niet gekomen voor de treurigen, voor de hongerigen, voor de dorstigen, voor degenen die tot Hem zich ter genezing wenden? Gods Woord moet toch recht gesneden worden?
Wat kiezen we gemakkelijk uit wat in ons straatje past. En zo niet; dan consumeren we het ook niet. Hoe ernstig de zaken ook zijn: e laten in feite het Woord voor wat het is. En als we Gods Woord niet recht snijden, wat moeten we dan met Psalm 51:7 (berijmd), waar de dichter zegt: Dan zal ik elk, die 't heilspoor bijster is, Vrijmoedig al Uw rechte wegen leren; De zondaar zal zich dan tot U bekeren (wederkeren), En scheppen moed uit mijn behoudenis...'
Het mag wel dagelijks onze bede zijn
'Gena, o God, gena, hoor mijn gebed; Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden; Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden; Zie, Gij hebt lust tot waarheid in 't gemoed; Gij, HEER', Die weet, al wat ik heb misdreven, Vernieuw in mij een vaste geest, en leer Mij aan Uw dienst oprecht verbonden blijven!'
Het geschrevene spreekt eigenlijk voor zich. Zijn wij kerkmensen soms inderdaad niet als verwende kinderen die hetgeen moeder klaargemaakt heeft niet wensen, omdat het niet naar hun smaak is?
Profeten maakten hetzelfde mee
In de Bijbel komen we dat ook tegen. Profeten als Elia, jeremia, Ezechiël, Micha hebben het ondervonden. De meesten van het volk wilden naar hen niet luisteren. Deze profeten spraken niet wat in hun straatje paste. Men vond hun boodschap te somber, te zwartgallig. En intussen redeneerden ze: Is de Heere niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen" (Micha 3:11). Hun oppervlakkig geloof, gevoegd bij hun werelds leven, wilden ze niet loslaten. En ze wilden daar ook niet op gewezen worden door de profeten.
Zelfs in de tijd van de Heere jezus kwam deze houding veel voor. Toen jezus de joden erop wees dat ze van hun zonde bevrijd moesten worden, wierpen ze Hem tegen: "Abraham is onze vader." En ook: "Wij hebben een Vader, namelijk God." Jezus probeert de joden van hun godsdienstige gedachten af te brengen, maar aan het eind van Johannes 8 lezen we dat ze Hem willen stenigen. Zo sterk is hun afkeer van de boodschap van Jezus.
En wij?
Helaas is het bij ons kerkmensen van nature niet beter. Ook wij verzetten ons tegen de boodschap van Jezus. Tenzij de Heere Zelf ons inwint voor Zijn Woord door Zijn Geest. Weet je wat zo wonderlijk is? Als de Heere in ons leven komt, gaan we onszelf juist herkennen in de bijbelse tekening van de zondaar die altijd doet wat tegen de Heere is. En we gaan ons daarover schamen. Dan gaan we ons verzet, onze vijandschap pas echt zien; en tegelijk ook opgeven. Dat komt omdat de Heere dan met liefdekoorden gaat trekken. Maar dan zullen we ook eerbiedig en nederig vragen: "Heere, wie bent U eigenlijk? Wat wilt U dat ik doen zal? " Een wonder is het dat de Heere ons nog verdraagt. En dat Hij ons Zijn Woord en de prediking nog geeft. Het grootste wonder is dat de Heere voor zulken zelfs Zijn Zoon gaf.
Luister maar naar het gepredikte Woord
Dat wondere werk van de Heere is zo onmisbaar in ons leven. En dat wil de Heere nog werken door de prediking. Zet je dan maar onder de preek; niet kritisch, maar biddend. "Heer, ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend".
Capelle aan den Ijssel ds. P. Mulder
Vragen voor deze rubriek kunnen worden ingezonden naar de redactie van Daniël, Postbus 79, 3440 AB Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1998
Daniel | 32 Pagina's